Wij die zijn : zwak

  
zapnimf1kleinlichtroze-op-wit.jpg   Vorige (lange) nacht (za 13.30u - zo 17.30u)
  
Van een leien dak :
zeveren op ons gemak
meteen heel de mikmak
dansen als een klasbak
wezen : platzak
een hoop kouwe kak
slaap ontbrak
koppijn sprak
keelpijn van tabak
slappe lach ontstak
zetelliggen als een zoutzak
allebei in de prak
ontbijt met gebak
  
dit rijmsel is wreed mak!
  
Mijn eigen schuld
‘k Heb sahara in mijn nacht geduld
  
Liefste, voor jou al mijn gesmak
vanwege dit voze wrak.
  
Luister en geniet van ‘t mooiste dat ik onlangs mocht ontvangen.
    

     
Dag en nacht
En wij daartussen
Jouw kussen zacht
Op mijn natte-dromen-wang
Bang van komen en jouw gaan
  
Slaap lekker ding
Want jij is lastig
Nog meer jij is fantastig toch
  
Slaap lekker ding
Want jij is lastig
Nog meer jij is fantastig toch
  
Glimlach lag
In veel te grote tas
Klein te zijn
Fijn tussen vingers
Groot geheim
  
Slaap lekker ding
Want jij is lastig
Nog meer jij is fantastig toch
  
Slaap lekker ding
Want jij is lastig
Nog meer jij is fantastig toch
  
Laten we samen
Dingen doen zingen
Van Liedjes die niet bestaan
Laten we samen
Dingen doen zingen
Laten we samen niet bestaan
  
Slaap lekker ding
Want jij is lastig
Nog meer jij is fantastig toch
  
Slaap lekker ding
Want jij is lastig
Nog meer jij is fantastig toch
  
Nog meer jij is fantastig toch
Nog meer jij is fantastig toch”
  
Eva De Roovere
    

Woestijnzand om op te vreten

  
zapnimf1kleinpaars-op-zwart.jpg   Sahara!
Mijn allerste sahara!
(bloedmooi, dwingt ze me nu even te schrijven)
Zit hier nu op mijn zitbank. (Ik heb ze nu even achtergelaten in het gezelschap van D. - een van mijn andere geweldige vriendinnen - en het klikt, dus kan ik zonder schuldgevoel mij even onttrekken aan die twee.
Ik vermoed trouwens dat sahara een deel van mijn nacht in beslag gaat nemen, dus dacht ik : “Laat ik blogje maar even schrijven nu we nog fit en helder woordelijk kunnen formuleren.”
  
Door heel stom toeval zijn wij mekaar op het virtuele lijf gebotst. Het klikte meteen. Telefoonnummers werden uitgewisseld.
Hieronder lees je eerst haar verslag (met toestemming) over onze eerste ontmoeting, ook redelijk geïmproviseerd, en daarna mijn reactie erop. 
We schrijven januari 2004
  
  vrijdagmiddag ten huize sahara, nà een avondje bij zapnimf 
  
ff mij met mijn belabberde kop naar mijne pc slepen en mijn mails checken
  
aha!
ik kreeg post!!
twéé e mails in éne keer?!?
juich!!!
van wie? van wie?
koeni??
o
zapnimf
  
eerst een jatz koffie drinken dan
  
gedver… één avondje samen stappen en dan denkt dat mens zeker al dat ze d’er een vriendin bij heeft? is het er zo ééntje?
nu, verwondert me niks, daar scheelde duidelijk iets aan.. mij overvallen op chat, zeuren dat ik es moet langskomen, tot ik er niet meer onderuit kan. bon, ik gooi héél mijn agenda overhoop, speciaal voor haar en trek naar het zapdorp. ZO tegenvallen kan het nu ook weer niet. af en toe is die zap best wel grappig op chat.
  
djeez…
waar IK terechtgekomen ben toen!!! vierde wereldtoestanden zijn er niets tegen. erg, erg.. dacht dat ik al veel gore buurten gezien had, maar dit sloeg alles. Ik dacht, ik draai mijn wagen hier snel om op die oprit met die malle brievenbus (de smààk van sommige mensen…) en keer weer huiswaarts, maar ze had mij al bij mijn nekvel.
  
Wat volgt is pure horror, eindeloos gemem over wasmanden, tante Kaatmiddeltjes om vlekken uit tapijten te verwijderen, kalligrafie (!), Morres meubelen (!!)
Ze sleurt mij vervolgens mee naar een louche kroeg (na toch wel een zéér gênante scène op straat),schreeuwt daar heel het kot bijeen, klampt alle mannen aan, wordt pissig omdat die enkel oog voor mij hebben (je zou voor minder). Maar het gruwelijkste moet dan nog komen, in een ultieme wanhopige poging om de aandacht te trekken begint ze te DANSEN!!! Heeft iemand onder jullie zap al ooit zien dansen?!?
  
Enfin, hopelijk laat ze mij vanavond wat met rust.
  
Btw, zap, je bent FANTASTISCH!!! (een moordwijf)
   
————–
  
Allerschattigste sahara,
  
Tutututututututututut
Het trendy modewoord ‘perceptie’lijkt ook aan jou ook niet voorbijgegaan te zijn…
  
De enige ware versie volgt nu :
  
Donderdagmiddag half vier (beetje vroeger maar het klinkt zo sjiek van K.H. een keertje te plagiëren) bekeek ik op mijn gemak mijn mails (dat er vanzelfsprekend veel meer dan twee waren!), snuisterde ik eventjes de nicks op #canvas door en waarop viel mijn lodderig oog? Die zielige sahara stond daar weer op haar eentje te blinken in de room.
   
Een groot schuldgevoel maakte zich meester van me, immers, deze kerstvakantie had ik, in tegenstelling tot andere jaren, nog steeds geen enkele goede daad verricht. Impulsief als ik ben, klikte ik het arme mensje aan en nodigde haar uit. Nuja, dat hoefde ik geen twee keer te zeggen… nog voordat mijn eindzin getypt was, bevond dat rode vehikel van haar zich reeds op de autosnelweg.
   
Amper de tijd had ik om wat rommel in het rond te smijten en mijn waterclosets te bevuilen (te gezellig moest het hier nu ook weer niet wezen… stel je voor dat ze nog wilde terugkomen!) of daar kwam ze luid toeterend mijn oprit opgestoven.
  
Probeer het u eventjes visueel voor te stellen : vier wielen met daarop iets dat rijp voor de schroothoop is en erin een wilde haardos met armen en benen. Jee, de tijd van noodgevallen was ontegenspreekbaar aangebroken en noopte me aan tot het herzien van mijn goedhartigheid. Fluks wierp ik me achter mijn DESIGNbank.
Driewerf helaas… in al mijn haast was ik twee puntjes vergeten… haar alom bekende vrijpostigheid en de achterdeur. Het wicht stond al binnen toen ik bedremmeld rechtkrabbelde, nog een laatste spijtige blik wierp op die drie uitnodigingen voor die avond van TOFFE luitjes, en haar dan maar gespeeld hartelijk begroette.
Allez, ze had haar best gedaan. Om in de gratie te komen had ze een flesje rode wijn bij dat ze zelf ooit eens gekregen had van een soortgelijke snul.
Vervolgens kwetterde ze er kwiek op los over allerlei onbenullige zaken als daar zijn : teletekst, noodzakelijke hahaha’s op chat, haar onderbroek die ze eerst nog tussen de was had moeten gaan zoeken en aardigheidjes als telefoons niet opnemen en deurbellen negeren, ondertussen gezapig al mijn fruitsap (en energie) oplurkend.
   
Omdat ik vond dat ze nu al wel lang genoeg van mijn gastvrijheid had geprofiteerd, stelde ik voor om duur uit te gaan eten. Dat zou zo’n arme sloor, die niks gewend is, vast wel afschrikken. Niet het minst gehinderd door het snappen van zeer duidelijke lichaamstaalsignalen hapte ze gretig toe.
   
Aan de deur van de meest exclusieve tent van mijn aimabele dorpje hing een briefje : “Wij zijn deze donderdag uitzonderlijk gesloten.”
En wat zij dan gênant noemt. Ik vloekte een keer binnensmonds omdat die andere keet, waar ik haar daarna naartoe moest loodsen, de helft goedkoper is. 
   
Welja, ze had touche. Van de meest verwerpelijke verwekfout (die ik nota bene al vijf keer eerder had afgewezen, voor hij eindelijk doorhad dat mijn gunsten voor een select publiek bestemd zijn) uit mijn brede kennissenkring.
Je kent het type wel : gluiperd tot in het graf, opscheppen over een onbestaand seksleven, slijmballerige opmerkingen rondstrooiend. Dat liet ze zich kommerloos welgevallen, als was ze protagonist der zeikstralen.
De plurk smeekte me zowat om met hem te dansen. (nvdr : Uw nimf werd eerder door respectabele leden van canvaschat complimenteus bedolven voor haar soepele dansmovementen.)
Tja, niemand die beweert, ik nog allerminst, dat het barmhartige Samaritaanschap eenvoudig is, vooral niet in tweevoud.
   
Uit jaloersheid waarschijnlijk (hoewel de droplul ook haar een keer ten dans vroeg), ging ze op de koop toe nog wartaal uitslaan.
En wel de volgende : Dat Lucas Vandertaelen in een vorig leven nog lid was van Arbeid Adelt. Whoehahahahaha.
Zoals creaturen uit haar milieu dat waarschijnlijk wel meer doen, wilde ze er nog om wedden ook. Volledig in de war door alle consternatie die ik de voorbije uren had moeten doorstaan, en volkomen begrijpbaar, vermixte ik die olliebolliekrollie van de twee Belgen met deheer Cas.
We kwamen er niet uit. Dus, ondernemend als ik ben, ondervroeg (iets geheel anders dan aanklampen, saharaschatje) ik alle heren (de dames waren op, of hadden een te hoog barbiegehalte) die de gepaste leeftijd hadden om zulke vraagstukken te beantwoorden, terwijl zij, zonder enig besef van schroom, achterwerken van jochies keurde, die haar zonen konden zijn.
   
Enfin, het eindigde ermee dat de patron ons heeft buitengekeild omstreeks drieën en dat ik mijn googleapparaat moest aanspreken om erachter te komen dat de Cas uiteindelijk bij geen van beide formaties zijn kost heeft verdiend.
Ere wie ere toekomt, ons sahara kreeg in een lucide moment de plotse inval : “Hetlevenisschoon!”
  
Welja, het voortbestaan is proper!
  
AAILOFJOETOESAHARABEEBIE!!!!!! je bent evenzeer een liquidatiegleufdier!
  

Sprookje…

 zapnimf1wit-op-donkerroze.jpg

Er was eens een flutdruif.
Dat is een andere naam voor een bijna prinses die het niet meer ziet zitten.
Je mocht ze ook wel zapnimf noemen.
Of nimf.
Of zap.
  
Die flutdruif was zo dom geweest om drie kinderen uit te nodigen op een vrijdag, terwijl haar eigen kinderen rond drie uur een weekje zouden verkassen naar hun vader.
Een vierde kwam uit zichzelf ergens opgepopt en bleef ook leuk spelen.
  
Verder had ze met een allerliefste vriendin… Dryade, maar daar mag je ook ‘oogverblindende schoonheid met karakter’ tegen zeggen (vandaag mag je vanalles tegen iedereen zeggen, het is immers vrijdag.), afgesproken. Die had wat in mekaar te knutselen ter bedanking van collega’s.
“Ach, schat,” had die overmoedige flutdruif eerder op de week aan de telefoon gekird, “kom alras af, voor zoiets draai ik mijn hand niet om. Dat varkentje wassen we in geen tijd. Als voorheense superkalligrafe, met uitgebreide kennis van creatief met papier en aanverwanten draaien we in no time iets met een stempel, een etiket en een kaartje aan een wijnflesje in mekaar. Op eigengeschilderd aquarelpapier komt dat nog beter uit.”
  
Dryade, kwam, zag en … baande zich een doorgang door de trits kinderen en diende flutdruif nog wakker te maken, zo op die vroege vrijdagochtend.
Deze laatste deed haar uiterste best om haar ochtendhumeur niet al te erg te laten opvallen.
Zelfs niet toen de flutsels zap allen op een verschillend vreemdsoortig tijdstip honger kregen en telkens apart eten in hun bek staken.
Zelfs niet toen ze merkte dat haar woonkamer, die vandaag ook aan de benaming ’puinhoop’ voldeed, steeds meer de allures kreeg van een ware vuilnisbelt.
Zelfs niet toen de zoektocht achter de stempel paniek veroorzaakte bij ieder levend wezen in huis.
  
Al snel werd het duidelijk dat het te wassen varkentje met de lange snuit, er niet eentje was van ‘en nu is het verhaaltje uit’. ‘t Was een kortverhaal met bijlagen. Uren zwoegden Dryade en flutdruif aan dat kleinnood.
  
Ondertussen naderde het vertrek van de druifjes.
Flutdruif kwetterde tussen alle decibels door over zwemzakken, boekentassen, loopgerei dat in orde moest geraken. Losslingerende kaften, rapporten en boeken werden gegeven aan kind in kwestie, dat het op haar beurt drie meter verder kwijtlegde op een kast. Niemand die aanstalten maakte om ook maar iets klaar te pakken.
Enfin, stel u een flutdruif voor die op was van de zenuwen.
Haar zenuwen waren op.
En op die ene overgeblevene werkten ze allen flink samen. Door niks te doen.
Het mondde uit in een fikse uitbrander.
  
Die uitbrander kreeg flutdruif dan dubbel en dik terug door haar teerbeminde ex-man, die haar graag een gebrek aan organisatietalent verweet. (Hij neemt de rol van boze stiefmoeder op zich in dit sprookje.)
  
Lieve Dryade troostte de arme flutdruif en samen legden ze de laatste hand aan de creaties die ondertussen uitgegroeid waren tot echte kunstwerkjes.
  
Flutdruif bleef uiteindelijk verweesd achter, keek nog eens naar haar living die eruitzag alsof er een tornado door geraasd was en besefte dat ze tevens haar inspiratie erin verloren was om een degelijk blogstukje te schrijven.
  
Toen kwam er een kuisploeg met een lange snuit…
  
Onee, dat was in een ander sprookje.
  

Waterig voornemen

  
zapnimf1kleinwit-op-lichtroze.jpg   Wat ik ga doen?
  
Een onbewaakt moment afwachten, achterwaarts sluipen met boek, telefoon, thermos koffie en rookwaar onder de arm en de living uit tiptenen, daarbij wat onverstaanbaar mompelen over “boven, bad, niet storen”. Zachtjes de deur sluiten en maken dat ik het jeugdlawaai ontsnap.
Dat ga ik doen!
  
Het water zal warm, geurig en schuimvol zijn.
Ik zal lezen tot de rimpels op mijn tenen verschijnen, telefoneren met klotsjes op de achtergrond, de kraan bespelen met mijn linkervoet, warmte toevoegen wanneer nodig, genieten van rust en alert wezen als kindergeluiden met boenkeboenkes naderbij dringen.
Dan zal ik preventief mijn stem verheffen : “Ik zit in bad! En ik wil hier alleen zitten! Toegang enkel veroorloofd als er iemand zijn been gebroken heeft!”
Ze zullen de boodschap begrijpen. (Hm, van dat deel ben ik nog niet helemaal zeker.)
  
Iets uit een potteke, waarvan ik eigenlijk niet weet waartoe het dient en nog minder of het helpt, zal ik smeerselen op het gelaat.
Zomaar.
Omdat het heerlijk craqueleert bij het grimassen trekken.
Tot het begint te pikken en ik merk dat het washandje buiten bereik ligt. (Wassen doen we wel in de douche.)
Dan zal ik een halve draai forceren, onstuimig of niet, dat hangt af van het humeur dat dan weer beïnvloed wordt door de mate van gestoordheid en het aantal ‘gebroken benen’ die voorvallen.
Mijn kop onder water zal de smurrie doen smelten, zal bubbels blazen in allerlei toonhoogten. Als er toevallig een gebroken been passeert, zal het moeten raden welk liedje ik brom.
  
Haren zullen drijven en ik stel mij er een prent bij voor alsof mijn ogen twee meter hoger hangen, dan speel ik voor driekwart minuut dooie nimf in bad, tot ze in ademnood geraakt.
  
De schuimharen sculpteer ik tot ’Madonna met kind’ of ’spiraaltjes op sterk water’ om te eindigen met een Don King.
Weglachen zal ik. De druppels die de stress meevoeren.
Totale harmonie zal mijn deel zijn.
  
Tot de sproeier alle fantasieën afspoelt, de handdoek de verbeelding naar de vaantjes wrijft.
Klaar om opnieuw het deftige moederschap aan te vatten.
  
Dat ga ik doen.
  

Gezocht : logeeradres

  
zapnimf1wit-op-paars.jpg   Herfstvakantie.
Dat betekent een overdosis vriendinnen en dito kinderen.
Het hield ons echter niet tegen van alweer een weekend samen te plannen. Zo zijn we dan wel weer, veel niet concreet over en weer spuien van ideeën, maar de uitvoering laat wel eens op zich wachten.
Niet dat we het nog nooit gepresteerd hebben, van tesamen ons hectische leven te ontvluchten en te doen alsof we nog nooit een kind hebben gezien.
De laatste keer kenmerkte zich door een organisatie om u tegen te zeggen.
Laat ik daar nu weer ergens in de archieven een verslagje van gevonden hebben.
  
  
Owkeey, van die twee weekends op een jaar dat we onszelf samen kidsvrij kunnen noemen, (nvdr : die situatie is ondertussen rechtgetrokken, jeuj!) wilden de vriendinnen en ik er toch eentje samen weg.
Het plan was : dat we geen plan mochten hebben.
Na een halfslachtige poging om ergens aan zee iets te huren (te laat natuurlijk), de folder te doorbladeren van de ‘gezinnen op de fiets’ van den Bond (te lui om hem aan te vragen) via via wat te regelen (niemand wilde ons in zijn kot), besloten we van op de wilde boef te vertrekken niet wetende waarheen.
Dat klinkt koddig als je twintig bent, maar vier deernes tegen de veertig die hopen ergens bij de boer op zolder te kunnen belanden?
   
Vlak voor het vertrek, kregen we het fantastische idee om het via chat te proberen.
Altijd leuk om bij een of andere psychopaat thuis op verkenning te mogen! Dus testte ik eerst Eco-teddy uit om te oefenen. De meneer hapte natuurlijk niet toe. Fideel leek me ook wel een geschikt slachtoffer om zijn living vol te proppen met ons vrouwelijk schoon, maar daar stond dan weer een vrouwmens tussen droom en daad. (We zouden uw echtgenoot echt wel in één stuk gelaten hebben hoor, mevrouw).
   
En toen… toen verscheen Multiplex op chat na een wekenlange afwezigheid op de box (God bestaat dus echt!).

De lieverd kon niet tegen het idee dat we de nacht onder een brug zouden moeten doorbrengen en nodigde ons prompt uit. Misschien dat zijn uitleg over het ontbreken van warm water ons nog diende af te schrikken, maar heey, een weekendje vervuilen, het heeft wel wat als je primitievelingetje wil spelen.
   
De mens sleurde ons mee naar Aalst, naar een zeer doenbaar café, alwaar de waardin telkens deed of ze ons niet hoorde, mijn grote koffie twee milliliter meer bedroeg dan een kleine en waar we leerden dat in de omstreken van Aalst tepelknijpen een inheemse traditie is. Zoals verwacht waren de vriendinnen he-le-maal weg van Multiplex en boden ze spontaan hun tepels aan als dank.
   
Uuuuuuren en honderd decibels geschater later, hinkten we langs fonteintjes, stomende putdeksels, oppoppende paaltjes allen gearmd terug (Aalst is waarlijk schoon en lieflijk, met dank aan de gids), om na te kaarten op de zitbanken van de gastheer.
   
In onze elegantste(!) pyjama onder de dekentjes deden we niet veel meer dan mekaar wat uitlachen, straffe genante verhalen vertellen, afspreken wie er ’s ochtends met de hond zou gaan wandelen, wie bij Multiplex in bed mocht.
Gezien het gebatter dat daarop zou volgen, besloten we maar van dwars op de meegebrachte luchtmatras te slapen en eentje op de zetel. (Foto’s van Multiplex op de matras omringd met harem verkrijgbaar aan €10 ‘t stuk bij gmail zapnimf)
  
Drie uur slaap, een natte droom van de persoon naast mij en een pak gesnurk later, zat zij die wakker geworden was van mijn wc-bezoek en ikzelf aan de koffie en aan de hond.
Wandelen dus, met hond, op zoek naar de Dender. De ochtendstond had vooral mist in de mond, vandaar dat we natuurlijk dachten op het bruggetje over die open riool de Dender gevonden te hebben. Voor alle zekerheid vroegen we het nog maar eens aan een tuinkweker :
- “De Dender meneer, waar vinden we die?”
- “Je rijdt dan rechtdoor over die brug…”
- “Rijden??? Wij zijn te voet… op weg naar Compostella!”
   
Ach, de arme sukkel snapte niks van onze Antwerpse klanken en we lieten hem dan maar een beetje beduusd achter. Doel Dender was bereikt, nu de bakker nog.
Dàt was een ander paar mouwen! We werden van jut naar jaar gestuurd.
En ocharme ik, het bakkerswijf werd ook nog kwaad op me omdat ik persé chocolade koffiekoeken wilde met pudding : “Dat hebben wij niet, dat is ingevoerde rommel, wij maken onze koffiekoeken zelf!”
Ik keek een keer meewarig naar de brok ineengestompte deeg met een toef chocolade op en besloot wijselijk van iets anders te kiezen. De pistolets met zaadjes waren toevallig op, de hesp kreeg ik niet mee want die was voor op de belegde broodjes enz enz.
   
Overgelukkig dat onze queeste naar eten toch iets had opgeleverd, struinden we de logeerwoonst terug in.
Multiplex had ‘verboden toegang’ briefjes voor de aanpalende familie op alle toegangswegen naar zijn stulp geplakt, verpakt als : ‘Stilte, ik heb slapers’.
Helaas helaas, de mammie had waarschijnlijk de hond herkend en twee minuten later, liet ze zichzelf binnen met de sleutel.
Het leek ons een oergezellig mens, denken we toch, want dat dialect van daar is dus werkelijk onverstaanbaar…
Vier vrouwen onder het dak van haar zoon… dat moet wel vertelstof zijn voor de volgende vijf jaar familiefeesten.
   
Doorgespoeld : … K en S uit bed gesjot… living reconstrueren… ontbijten rond één uur ’s middags…
Hoezeer we ook aandrongen om Multiplex mee te lokken naar zee, hij bleef bij zijn verplichtingen. Als dank hebben we nog stiekem een appelcakeje in zijn koelkast gezet met de woorden : merci voor uw gastvrijheid… de volgende keer met seks?
   
Aldus, trokken we door naar Oostende, wuifden we vanop afstand naar confetti onderweg.
Vonden we daar op die Oostendse parking toch wel gratis fietsen zeker? Waarmede we de eerste de beste tearoom op de dijk binnentrapten.
Ook daar mochten we van de baas blijven slapen, maar de keet tegen de volgende morgen te moeten opkuisen was er net iets te veel aan.
De logeerpartij werd dan maar in het dorpje Zap verdergezet met alles erop en eraan wat vrouwen kan bekoren : zuip, fret, getetter, paasontbijt, cinema en mekaar!