
Ha! De hype rond de ploetermoeder is eindelijk voorbij in Humo.
Mooi trendy woord, vooral geschikt voor mama’s die overlopen van schuldgevoel omdat ze veel te veel willen combineren. Die baby’s die ze in de loop der jaren hun baarmoeder hebben laten ontglippen hebben in de meeste gevallen toch ook een vader? Zie je daar de schuldgroeven in het voorhoofd gekrast? Neen toch?
Maar ik heb makkelijk schrijven, het gezinsleven zit mij mee, de ingesteldheid zit mij mee, mijn job zit mij mee. En ik vergeet snel, hoe het was om vijf jaar lang 12/14 alleen voor de zaps op te draaien en ze zonder onderbroek/sokken/jas naar school te sturen.
Noem de kat bij zijn naam : ik ben een luie moeder.
Luie moeder zag (al eventjes geleden) weeral een verjaardag aankomen. Dat is een klein nadeel als je vier eigen gebroed hebt gebaard - en niet op 29 februari - dat verjaart maar raak!
Vroeger, toen ik nog een toffe luie moeder was, presteerde ik het nog wel eens van wandelzoektochten te organiseren in een thema ; een geheimschriftfeest of een pak de boef feest, maar deze keer zocht ik een gemakkelijkere formule : de bioscoop (vorig jaar ook al, geloof ik).
De wagen van onze pa, met vader als chauffeur, werd erbij geronseld. Dat maakte tesamen acht zitplaatsen voor krulzap, minizap en nog zes genodigden.
Zelfs bij de inkopen bleef ik minimalistisch : wat drankjes, enkele zakjes smokkelchips en een pizza of anderhalf om dat laatste driekwart uur te overbruggen tot hun eigen ouders mij weer van mijn kwartjaarlijkse taak onthieven.
Drie van de zes hadden al iets beters aan de hand dan Ratatouille te gaan bekijken. Hun inderhaast gezochte vervangers stuurden ook hun kat.
Toen waren ze nog met drie.
Krulzap liet het niet aan haar hart komen.
Eentje werd de avond voordien ziek en belde af.
Toen waren ze nog met twee.
Krulzap liet toe dat ik het gevormde deukje in haar hart er terug uitpraatte. Zoooo erg is dat immers niet, ziekemie kon nog altijd eens op een ander tijdstip komen spelen.
Het opgedaagde buurmeisje zag extreem bleek. Dat mag, ik heb in sé niks tegen witte meisjes, vooral niet als ze in een lief omhulsel zitten, maar met de info dat ze die voormiddag in het ziekenhuis medicatie had gekregen om de afbraak van rode bloedplaatjes tegen te gaan, had ik toch liever een zonnebankbruin meisje verwelkomd.
- “De dokter zei dat ze er geen last van zal hebben.”
Dokters zijn dikke leugenaars. Zeg dat zapnimf het gezegd heeft.
Nog voor de pauze had de inhoud van buurmeisjes maag zich met kwakjes verplaatst naar een plastieken zak (van Fun!), één ondeugende deciliter ontsnapte naar mijn broekspijp en wat wegspringende spetters gaven van jetje op de vloer.
Ik ben een ploeterbuurvrouw! Wie bediende de zak, denkt u? Open… dicht… open… gestrekte arm naar rechts, ver van ons reukorgaan… open…
Dit akkefietje kortte buurmeisjes aanwezigheid bij het uitje enigszins in, op de trappen van de cinema droeg ik haar terug over aan de zorgen van haar moeder.
Toen was er nog maar één.
Krulzaps hartje reageerde niet al te droef, het had het te druk met vijf rijen opwaarts een geurvrije nieuwe plaats te kiezen en uitte op zijn beurt een dosis compassie voor het buurmeisje.
Heel uitbundig kon je onze thuiskomst niet bestempelen, maar kom, ik had nog een feestelijke pizza voorzien!
Laatst overgeblevene : “Ik lust eigenlijk geen pizza.”
Ik heb ze maar niet gewurgd…
‘t Zou opgevallen zijn in de massa.