Over een niet zo heel lekker pepermuntje

zapnimf1kleinwit-op-lichtroze     Dus de pillen hielpen niet.
Daarom trapte ik vorige mooie maandagmorgen zelfaangedreven en met enige inspanning naar de dichtstbijzijnde kliniek, waar ik om 10 uur afspraak had met die straffe jongens en meisjes van de medische beeldvorming. Een scan en een echo van de rechterschouder was mij beloofd.

Iets dwingt mij een aparte alinea te wijden aan het wonder dat daar geschiedde: om tien voor tien werd mijn naam afgeroepen. Een mirakel! Tien voor tien!
Wil diegene die ooit van zijn/haar leven voor zijn tijd aan de beurt kwam bij de röntgenplatenpakkerij van het ziekenhuis nu zijn vinger opsteken? U wint een mooie serie zwart-wit afdrukken van de echografie van de ontstoken aanhechting van mijn biceps aan het schoudergewricht. Of een meganijge cd met plaatjes waar ik mezelf een stukje blootgeef.
Het mysterie werd een uur later reeds opgehelderd toen ik vanuit de wachtzaal de schelle stem van de baliedame hoorde telefoneren : “Hallo dokter dinges? Hebt u nog tijd om mevrouw huppeldepup ertussen te nemen, want die dacht verkeerdelijk dat zij om tien voor elf hier moest zijn ipv een uur vroeger.”
Wat deed ik een uur nadien nog steeds in die wachtkamer van om en bij de 30°C? Het is mij ook een raadsel. Wachten op mijn prentjes en de uitgebreide uitleg : op de scan zien we niks en op de echo een joekel van een ontsteking op eerder aangehaalde spier.

Het omgekeerde mocht ik ook al meemaken. Dat de trut die de patiënten doorsluist, mij compleet vergeten was.
Enkele maanden geleden dacht ik dat mijn voeten eraf zouden vallen van de koude. De dokters bij mijn laatste gastric bypass controle namen dit danig ernstig dat ze prompt mijn onderste ledematen gingen betasten en iets onder elkaar mompelden over zielige doorbloeding en te weinig hartslag -ik zweer het, die voelen hartslag in voeten- en in mijn plaats een afspraak maakten met de afdeling ‘voetenhartslag en aderdoorbloeding’. Ik zag mijzelf al met een afgezet been terug naar de parking hinkelen.
Alsof dat nog niet erg genoeg was, vergat die simpele vanachter haar toog dat ik om kwart voor drie een afspraak had. Ze legde mijn mapje achter zich en alle andere mapjes van alle andere mensen die zich na mij moesten zorgen maken over hun vatenstelsel in de benen, kregen voorrang. Eerst had ik dat nog niet door, totdat mijn versgekocht tijdschrift na twee uur uit was. En ik nog helemaal alleen in die wachtkamer zat.
“Bent u mij vergeten?” vroeg ik omstreeks vijven. “Ik stond erop om kwart voor drie.”
Het meiske schrok zichtbaar, keek naar het eenzame mapje en vond liegen gemakkelijker dan toe te geven dat zij mij achter haar rug onzichtbaar had weggelegd, de koei. “Neenee, durfde ze hardop te schijnheilingen, “u bent de volgende.”
“Ik mag het hopen, ik zit hier nog helemaal alleen. Allez? Jullie laatste patiënt is dus voor drie uur?”
Ze zette mij op een stoel in een gang met mijn mapje. Toen nam ze vlug haar handtas en verdween naar de kleedkamers.
Tot overmaat van ramp vielen de lichten vanzelf uit. Ik stampte en bokste wat in de rondte om die lampen terug te activeren. Nog een kwartier later werd ik gevonden door een verdwaalde dokter ‘maar wat doet gij hier nog?’ die ergens een verpleegster ‘Oei foutje van de firma?’ vandaan haalde en maar meteen consultatie deed tijdens de test. Uitkomst : “Niks mis met uw aderstelsel vanonderen, mevrouw.”

Maar soit, mijn oorspronkelijk stukje ging de andere kant uit. Mijn pijnlijk gewricht zou professioneel onder de loep gehouden worden.
De vriendelijke begeleidster dreef me in een kleedhok. Uit gewoonte trok ik mijn laarzen uit. Oeps, de trui en de t-shirt met lange mouwen was genoeg. Het topje mocht aanblijven.
Toen overviel mij het schaamtelijkste moment van de week. O hemeltje. Hosanna in den hoge. En mijn arm ook bij het ontvellen van al die kledij.
Ik rook mijn oksel.
IKROOKMIJNOKSEL.
*ogen stuiteren paniekerig als kaatsballen rond*
IKROOKMIJNOKSEL!!!
En een spikkel deo. Not okselfris. Not done. Not-itie aan mijzelf : deodorantenfabricanten aanklagen. Hoezo? Vierentwintig uur geen onaangename geurtjes onder de arm verzekeren, terwijl zo’n publiciteitslellebel een zwaar parcours met springen, lopen, dansen, hottentotten aflegt en geen spat druipt of meurt? Arme ik stond anderhalf uur eerder nog onder de douche, sproeide overvloedig geurvreter in de holte, fietste een kilometer of zeven en wachtte een tiental minuten in een broeikast die volgens de plakkaat als wachtzaal aanzien werd. Bovenal, ik ben keicool. Letterlijk. Het zweet slonk het afgelopen jaar rechtevenredig met de afname van de body mass index. Geen druppel huidvocht verloren deze winter. Maar als het erop aankomt ga ik stinken.
Genoeg gezeverd. De kwaal kende ik nu. Hoe luidde het herstel?
Ik flapperde met mijn armen als vleugels. Dat deed pijn.
Ik blies als een ventilator in overdrive richting stank.
Ik ging tekeer met mijn -reeds gebruikte- zakdoek.
Ik ging tekeer met mijn zakdoek en een klodder speeksel.
Ik wreef met een pepermuntje uit mijn tas onder mijn oksel…
…dat ik gauw in mijn mond stak op het moment de verpleegster aan de deurklink morrelde.
Ik zag het omgekeerde flesje handenontsmetting uitvergroot aan de muur hangen, maar kon geen aanvaardbare smoes bedenken waarom ik die hygiëne precies tot mij wilde nemen en dan ook nog op een ongebruikelijke plek.

Een van de twee vrouwen bij de apparatuur plaatste mijn arm in positie. In een volgende stand. En nog een keer anders. Met mijn vingers gekruist, hoopte ik dat die meid kampte met een snedige snotvalling.

Diep in mijzelf stelde ik een lijstje op met alle andere klinieken in de buurt, waar ze me nog niet geroken hadden.
Voor als ik nog eens ongelukkig val.

Update :
Voor vier uur ’s namiddags zat er een spuit cortisone in het plaatsje waar het wreed zeer deed.
Voor vier uur ’s namiddags werden mijn oksels nog eens schraal geschrobt. Speciaal voor de huisarts.
Voor drie uur ’s namiddags zat er in mijn sacoche een deorollertje. Een sterk.
Voor zaterdag weet ik of ik voor de eerste keer in mijn leven een kinesist ga zien. Negen keer ineens.

Advertentie

Formicaaaaaaa -huiveringwekkend- deauuuuuuu

zapnimf1wit-op-donkerroze     Sanseveria, moose en ik wandelden over de vrijdagmarkt in Antwerpen. Op een vrijdag zelfs.
De laatste spullen werden verkocht. De noen liep af.
“Oooooaaaaaaoeoeoeh!” exalteerde zij onverbloemd.
Tjonge, dat mens kan toch overdrijven, zie je dat nu van mij?
Tegelijk wees ze op een allerschattigst houten kastje dat net van eigenaar verwisselde.
“Sja, jammer,” reageerde ik, “maar je zou het toch niet kunnen meepakken. Je bent met de trein.”
De hondsdolheid bleef van haar gezicht te lezen en de vinger wees nog steeds naar de plaats waar het meubelstuk ondertussen verdwenen was. In het zicht openbaarde zich het mottigste tafeltje ooit. Verstopt achter het kastje van zonet. Versleten. Vergeeld. Met zo’n ouderwets tafelblad : plastieklaminaat van kunsthars.
“For-mi-caaaaa!” blèrde ze, “Formicaaa… zo formidabel!”
Moose en ik stuurden elkaar een blik toe van : Ojee, van lotje getikt, die Sanse.
En maar janken omdat ze die tafel om praktische redenen aan haar voorbij moest laten gaan.
Mijn aanstaande en ik namen haar ieder bij een arm en trokken haar op haar knieën verder.
Mijn oor tuut er nog van : Formicaaaa.
Jakkes, voor altijd geboekstaafd in mijn beleving voor mensen met een inferieure smaak.

Hoe onnatuurlijk het ook klinkt. De vriendenkring geraakt stilaan verzadigd met die retro-rekels. Dan gaat het over gehaakte potsen waar zelfs mijn moeder in de jaren zeventig niet mee buiten durfde of over stofjes waarvan je terstond een geestverwarring van opscharrelt. Of de visuele explosie in de hersens, die je ondergaat als ze behangpapier gaan vergelijken. Of kinderen die worden opgetut alsof ze de nakomelingen van Ziggy Stardust zijn.
Och kom, ik vergeef het hen, als ze maar leutig genoeg zijn.

Ahaaa! Een week geleden ontpopte er een interessante ontwikkeling in de familie. Mijn ouderwetse wraak zal zoet zijn.
Mijn ouders vonden op hun zolder hun eerste keukentafel terug met stoelen die er niet eens bij horen. Toen al niet. Die zolder maakt momenteel een latewinterschoonmaak mee. Dat afgrijselijk geval moest weg. Uit het zicht. Voor ze er een ranzige uitslag van opliepen, van het idee alleen al zo’n tafel te bezitten. Eén oogopslag van mijnentwege en ik herkende wat ik sinds die vrijdag in de zomer probeer te verbannen uit mijn systeem : formica.

Elke liet al weten dat ze geen plaats heeft voor dit wondermooie designstuk. (lulkoek, Elke, lulkoek, je wil zoiets kotsopwekkend gewoon niet in huis)
Sanseveria kon per toeval de meegestuurde foto’s van de mail niet openkrijgen. (kletsica, Leen*, kletsica in het kwadraat.)
Edoch, speciaal voor haar, post ik mijn heerlijk tafeltje met vloekende stoelen in het openbaar en zal zij een van de dagen mijn gezelschap mogen verwachten met in de kofferbak vier witte zitplaatsen met een rood tafelblad op poten.
Geen dank, beste Leen*.
Oja, in een van de verlengstukken zit een zaagsnee. Jeweetwel, onze pa die wat onvoorzichtig met de cirkelzaag omsprong, maar gezien de formicaaaaaa, is dat geen enkel bezwaar, I presume?

DIGITAL CAMERA DIGITAL CAMERA DIGITAL CAMERA

De verkoper van de nep in een andere bollenwinkel

zapnimf1kleindonkerroze-op-paars    Die vrijdag na de donderdag waarin ik ondanks mijn thermisch ondergoed met een trauma voor temperaturen onder de drie graden opdeed, die vrijdag dus, begon met een les godsdienst in het vierde leerjaar alwaar ik een zieke juf mocht vervangen.
Godsdienst, van alle zweetpeentjeslessen is dit mijn minst geliefde. Toen ik nog een lessenrooster te verdelen had met een duo-collega, legde ik het steeds aan boord dat de ander op de duur smeekte om god te mogen eren in drie keer vijftig minuten per week. Waarschijnlijk stuurde ik via omgekeerde psycologie : “Godsdienst, welja, dat is wel prettig. Veel kleuren, verhaaltjes vertellen, ik wil dat wel, maar ja, ik doe ook al de rest van muzische. Misschien is het eerlijker verdeeld als jij…? Maar anders wil ik het wel doen hoor, dan doe jij spelling (veel verbeterwerk)?” Geen tien seconden later was de boel verdeeld. Zij nam en gaf Godsdienst.

Waarom dat zo’n gruwel is voor mij?
Ik kan dat niet authentiek overbrengen.
Zelfs de omzetting van de breuk naar een decimaal getal, het werkwoordschema (Is het een pv? Stel je ja-nee vraag. Nee? Doe gewoon. Verlengen. d of t? Gratis voor iedereen die nog steeds twijfelt aan ‘Ik heb geantwoord.”)

(Eigen bloedjes, als jullie dit ooit stiekem gaan lezen : ik wil nooit meer een sms krijgen met ‘ik heb gebelt’, verstaan!? Doe gewoon. Verlengen : belde. d.)

euhm… het werkwoordschema en een debiel lied aanleren, doe ik met meer vuur, gebarentaal, mimiek, dan ik ooit voor godsdienst kan opbrengen. Ik krijg het niet verkocht. Voel me dan net een mislukte verkoper van fopartikelen.

Als je confraters daarentegen gaan wroeten in griepvirussen, sja, dan is er geen ontkomen aan. Opdracht: Ram het zonnelied van Franciscus (die van Assisi) erin. Herhaal nog eens wie die peer is. Benadruk zijn voorliefde voor het sobere leven en de natuur.
De avond voordien scheurde ik de voorpagina van de krant (donderdag 14/3) eraf en vond van mezelf dat ik de ideale insteek had gevonden om die les te starten : onze kersverse paus had zichzelf omgedoopt tot Franciscus. Dichter bij de actualiteit kon je toch niet aanleunen zekerst?

Naast die mens zijn kop las ik ter info :
Jorge Mario Bergoglio wordt paus Franciscus I
76 jaar
Tegen abortus, homohuwelijk en voorbehoedsmiddelen.
Heeft zich nooit gedistantiëerd van militaire junta in Argentinië.

Eerst vergeleek ik hem met de vorige paus qua leeftijd (waarom was die ook alweer afgetreden?), dan mocht het meisje met de moeder van Amerikaans-Latijnse achtergrond de naam uitspreken, daarna verloor ik mezelf een beetje in het debat over abortus en het feit dat ze niet moeten gniffelen als het woord homo valt en waarom die knapperds in België toch al een aantal jaar wel mogen trouwen en dat dat niet meer dan normaal is en of er iemand thuis met tien kinderen leefde? Nee, dan waren hun ouders waarschijnlijk wel voorstander van voorbehoedsmiddelen. Ja? Pakt uw mama een pilleke? Inderdaad, maar er zijn nog manieren natuurlijk om zelf te kunnen kiezen hoeveel kinderen je wil. Blablabla…
Over soldaten en ene Videla die een staatsgreep pleegden in Argentinië, een kleine 40 jaar geleden, over allerlei mannen die verdwenen en hun vrouwen en moeders die met foto’s van hun mannen en zoons gingen betogen op een plein. Iedere week opnieuw. Dat die junta ook wel ‘de vuile oorlog’ werd genoemd. Wat had die nieuwbakken paus daar nu mee te maken? Niks, maar hij is in zijn land al lang een vooraanstaand figuur en weetjewat? Hij zei er niks over, terwijl hij best had kunnen zeggen dat hij er niet mee akkoord was, want veel mensen luisterden naar hem. Enz enz…

Oeps, ineens was dat tijd voor cijferen; vermenigvuldigen met twee getallen.

“Vriendjes en vriendinnetjes, ik laat jullie het ceedeetje horen over het zonnelied van die Franciscus van Assisi, jeweetnogwel van in het tweede, die ridder die alles weggaf aan de armen en zelf ging bedelen en bijna niks nodig had. Zelfs zijn kleren gaf hij weg. Wel die tiep maakte een gedicht, hoor hoor.”
“Waarover? Goed zo. Duid dus aan : maan, wolken, sterren, dood, zon, mensen. Nee, je hoeft dat niet te kleuren, een kruisje is genoeg.”
“Wat deed hij dan precies?” Jaaaaah, flink geluisterd. Regel twee : Hij dankte God (God met een hoofdletter, schattekes, en letter is met twee t’s) voor de natuur en het leven. Ik herhaal : hij dankte God voor de natuur en het leven. Inderdaad, ook wel voor de dood, maar dat gaan we nu niet opschrijven, want er is geen plaats genoeg voor.”
“Oei, hier vragen ze of de natuur ook wel eens een opgave kan zijn? In plaats van alleen maar een gave (dat komt van geven)?” Iemand?”
“Ja juf : bosbrand, sneeuw, koude, als de zee wild is en je zit op een boot, als de blaadjes vallen en je schuift erop uit, …”
“Moh, keiknap gevonden allemaal. In dat kadertje mag je langs de ene kant tekenen wanneer de natuur een gave is en wanneer een opgave voor jou. Maar wel rap, onze tijd is al op.”
“Wat onthouden we hiervan? Dat die Franciscus niks had en dankbaar was voor de natuur.”
“Ik meen het. Als ik het je volgende week op de speelplaats vraag, moet jij kunnen zeggen waarvoor die Franciscus stond.”

Zegt er eentje : “Ik vind dat jij heel leuk les geeft, juf.”

Sja, vijfenveertig minuten kletsen en vijf minuten raprap de les dicteren, ik ken er die er anders over zouden denken.
“Ach zoetje, dat komt omdat ik dat zo graag doe.”

Stoer tot in de kist…

zapnimf1kleinpaars-op-zwart    Ergens tussen twee treinstations in, vind ik op mijn fietsweg een voetgangers/fietstunnel.
Dat bouwsel bespaart mij dagelijks twee kilometer omrijden.
Vandaag stond ik rechtop op de trappers om de helling weer op te rijden, als ik bovenaan een jonge gast over de betonplaat zie wippen. Ik geloof mijn eigen ogen niet. Als ik weer op de horizontale bestrating ben, huppelt de kerel reeds fluitend aan de overkant van het spoor.
“Onnozele foemp”, scheld ik in stilte.

Twee weken geleden werd mooses trein afgelast (en de vijf volgende ook)

Pleidooi voor de reserveonderbroek en moonboots

zapnimf1kleinlichtroze-op-paars1     Of ik donderdag mee wilde naar de Zoo?
Immers, de donderdag is gereserveerd voor het derde leerjaar en als die allemaal beestjes bekijken, wie valt er dan nog bij te werken?
Tuurlijk wilde ik mee op klasuitstap. Het is eens wat anders dan tweede, derde, vierde keer uitleg geven, lessen herhalen voor de zieke kindjes, allerhande testen afnemen, spelling geven aan de uitvallers, anti-pestlessen samenstellen en geven, bundels samenstellen geënt op een foutenanalyse, …
Mijn taak werd een vierde groep, geplukt uit de drie klassen, rondleiden en onderweg boekje invullen over enkele dieren.
Eventjes werd het nog spannend, want er ontbrak een leerkracht van het vierde op school. Ziek. Meestal grijpen ze mij dan bij het nekvel om het op te lossen. Zo’n afwisseling, ik zie dat wel zitten, in een vorig leven stond ik zowel bij drie als bij vier op het verhoogje bij het bord. Nu bied ik zorg aan die graad.
Maar mijn nekvel was al uitgedeeld, richting dierentuin. De drie vierdes werden er donderdag twee grote. En ik verheugde mij mateloos op een zonnig dagje biologie.

Met die lieverds van jong was niks mis, die bleven levendig en geïnteresseerd, vroegen me de kleren van het lijf, hadden van niks last.
– Ik daarentegen bevroor praktisch uit mijn botten, ondanks een caleçon onderaan en goede stapschoenen. Tegen de middag dacht ik dat ik nooit meer zou ontdooien. (Ik kan pas nu terug typen 😉 )
Vriesland diende om mijn lichaamstemperatuur niet onder het absolute minimum te laten dalen.
– Het gedierte bleef liever (of gedwongen) in zijn kot, weg van het publiek. Mijn riedel over de okapi’s deed ik bij de foto’s. De hele dag geen okapi gezien. Noch leeuw, pelikaan of wasbeer. De giraffen leden aan overbevolking in het binnenhok, de olifanten bleven ook in hun interne kooi. Bij de kangoeroe zijn we nooit geraakt, gezien er werken plaatsvonden, idem bij de kinderzoo. Het vogelgebouw was gesloten wegens renovatie. De vissen waren afgesloten. Om aan de nijlpaarden te geraken, dienden we over een berg zand en bijna onder een vrachtwagen te klimmen en te dalen.
– De training van de zeeleeuwen was oersaai. Die mormels weten nog lang niet wat er van hen verwacht wordt.
– De plek om te eten, zo’n soort cafetaria achteraan, hadden ze voor het gemak ook helemaal omringd met bouwlui en hun gerief. In het restaurant aan de ingang werden we niet met open armen ontvangen en dit is een eufemisme. Tegen de tijd dat slechts mijn kleine teen terug gevoel kreeg, vlogen we reeds buiten.
– Wist je trouwens dat de kinderen met een zoo abonnement niet meetellen voor het aantal begeleiders? K., onze kloek van het derde vroeg poeslief naar de directie toen ze dat hoorde en vroeg aan meneer de directeur of zijn stand in, waarom hij dacht dat kinderen die al op voorhand betaald hadden, geen begeleiding nodig hadden. Wie van zijn medewerkers zou hij dan mee op pad sturen als er een leerkracht minder binnen mocht?

In de namiddag kregen we het gezelschap van een gids. Daarbovenop sleepten we nog een sneeuwstorm in de wacht. Haar resumé viel ook in het smeltwater wegens bovenstaande opsomming. De leerlingen zeurden om slangen en spinnen. Ik kon die kinderen wel kussen. Die reptielen hebben minstens 25 graden nodig. En ik maar vragen stellen en vragen stellen en vragen stellen… De bus zou ons om kwart over drie komen halen en er restte ons nog tijd om terug naar buiten in de modder te gaan baggeren. Zei ik al dat al die paadjes verworden waren tot modderbaden? Kinderen vinden dat lollig om daar in te gaan schoppen. Mijn groep kon je herkennen aan het spettenpatroon achteraan hun broeken.
Eentje werd in een half uur zo ziek als een hond.
Met een ander haalde ik niet op tijd de wc. Wonder boven wonder had een meeholvriendje nog een reserveonderbroek in haar rugzak.
O joepie. Dit was echt wel wat ik in gedachten had bij een geslaagd schoolreisje.

Op de bus naar school verheugde ik me al op vrijdag. De hele dag de juf van het vierde vervangen. Met de verwarming op hoog.

Sandberg versus de schuldgevoelensberg

zapnimf1kleinwit-op-lichtroze   In de krant van vandaag lees ik over facebooktopvrouw Sheryl Sandberg.
Online hebben ze die griet geschrapt, dus een link zit er niet in vandaag.

Zegt ze :
“De afgelopen jaren verschrompelde de belofte van vrouwelijk leiderschap. Al tien jaar boeken we geen vooruitgang meer (…) en moeten we iets doen.”

Jaaaaaah! Brul ik in de bescheidenheid van mijn woonkamer! Doe iets! Hup Sandbergje, hup!

Zij weer:
“De productie van onze bedrijven zal stijgen als we beginnen met het talent van de hele bevolking te gaan gebruiken.” En veel verder : “We weten dat vrouwen aan de top een beter vrouwenbeleid hebben. In de leiding kunnen zij dingen veranderen.”

Ikke : Jeuj! Meer, beter, hoger, verder!

Zij zegt ergens dat haar dochter aan haar been hing terwijl zij net een zakenreisje wilde aanvatten, maar dat schuldgevoelensmanagement even belangrijk is als timemanagement. Maar wij vrouwen moeten leren dat we niet alles kunnen hebben en dat we niet perfect hoeven te zijn.

Inderdaad, beaam ik, mijn vuisten nu geagiteerd bonkend boven mijn kop. Weg met die jong als ze in de weg zittten. En daarbij, ze zijn hier toch nog allemaal in leven… De perfecte vrouw is voor mannen zonder verbeelding! Watte? Ik extrapoleer: voor een maatschappij zonder verbeelding! Werken willen wij! Arbeit macht frei!

“Uw huwelijk wordt beter”, gaat ze verder, “meer seks en minder echtscheidingen.”

“Moah!”, dat klopt als een bus, word ik nu helemaal zot, “vier jaar in loopbaanonderbreking en mijn vent ging lopen!” Awoert voor thuisblijfmoeders! De seutebezen.

Ze is op dreef, ons Sherylleke, “de dag na de bevalling van mijn kind was ik alweer aan het werk.”

“Oooooh gij superwoman,” zak ik als een baggerdrab in elkaar van zoveel hoogachting, “oermoeder der zwoegende godessen.”

“Het is cultureel bepaald en niet zozeer de natuur. Vrouwen hebben last van discriminatie en seksisme.” Niet alleen weet zij waaraan het ligt, zij kent ook de oplossing : “Ga midden in de vergaderzaal zitten. Steek je hand op. Schroef je ambities niet terug, neem risico’s, vraag promotie, daag jezelf uit, durf te falen, wacht niet tot je de macht krijgt aangeboden, want dat gebeurt niet.”

Ondertussen lig ik al op de grond te kronkelen over zoveel erkenning. Met mijn bekken ritmisch ‘I will survive’ schokkend op mijn eigen gezangen.

Bovendien neemt Sandberg die wijven met een mentale schuldenberg ‘niks kwalijk’. (Ook nog vergevingsgezind, wat een vrouw!) “Ik weet hoeveel vrouwen aan het worstelen zijn. Niet iedere vrouw hoeft naar de top te willen.”

Uit het oud papier vis ik de ‘Vacature’ op en omcirkel driftig met mijn rode alcoholstift alle functies voor CEO of minstens toch op managementniveau. “Hierzie! (rondeke) Daarzie! (uitroepteken erbij) En nog! (dubbel onderstrepen)”
Een.Poepie.Zullen.Ze.Ruiken.
Die seksistische zwijnen van de economie.
Dat mannelijk bastion van zakelijke egotrippers.
Bedrijfleiders van mijn voeten.

Eerst trek ik mijn mantelpakje aan met naaldhakken.
Dan regel ik een kant en klaar pizza voor mijn vier verslindende eetbrokken.
Bel ik moose dat hij de volgende weken het huishouden maar op zijn alleeneke moet draaiende houden, ik heb een missie te vervullen.
De hobby’s veeg ik met een krachtdadige armveeg van tafel: dag zwemmen, dag boeken, dag blog, dag lummeltijd, dag leuke maar onbeduidende halftime job, dag uitslapen.

In de stilte die daarop volgt denk ik : Waarom moet werken je leven zijn? Primeren op het gezin? Ambitie tegenover rust? Stress als norm?

Sheryltje zal het vast wel weten.
Maar ze heeft het jammer genoeg nagelaten het te vertellen in het interview.
Ik trek algauw weer makkelijke kleren aan en schrijf een ‘relevant’ blogstuk.
Op mijn gemak.
Want mijn natuur roept te sterk.

Niet alle pausen zijn heilig. En buschauffeurs nog minder.

zapnimf1kleindonkerroze-op-lichtroze1   Het vervelende aan kinderen, is dat ze bij wijlen een flinke verspilling van ruimte kunnen zijn.
Dan spreek ik meer bepaald over de plek voor de tv. Of nog gedetailleerder : mijn zitbank. Ingenomen door een meerkoppig vormeloos hoopje tienervlees dat bij voorkeur overdag -weekendoverdag- -naschooloverdag- de kijkkast afstelt op belabberd Amerikaans puberentertainment. Het soort dat overdubbed wordt door schreeuwerige Hollanders met een accent. En waar zonder twijfel krullerige blonde bimbo’s de hoofdrol voor hun rekening nemen.
Af en toe waag ik mij aan de machtsstrijd om ter eerst de afstandsbediening buiten het bereik van de tegenpartij krijgen en houden. In het kort komt het hier op neer : ik heb thuis niks te zeggen.
Sport? Schoolwerk? Een boek lezen? Hoor ik u denken. Helaas, alle drie de activiteiten behoren mij toe. Het dichtst aanleunend bij sport bij die jochies, is het speedbewegen van de duim over een plat apparaatje en het om ter snelst vastgrijpen als het piept. Zoonzap deed vroeger nog enkele geslaagde pogingen tot atletiek, maar sinds hij door een knie is gezakt tijdens het lopen, gaat hij enkel nog naar een maat met een huisfitness… frieten eten.

U begrijpt, met zulke duffe exemplaren moet mammie zich heiliger dan de paus voordoen. Dat gaat van hardop veroordelen van die kwaliteitsarme bocht, verklaren dat zij zich houdt aan wat verantwoord kijkmateriaal heet. Iedere dag promoot ik een portie actualiteit en hersenloze beeldvulling wordt hier onomwonden beperkt tot het minimum.
Zogezegd.
Heimelijk sla ik de goorste brol op op de digibox. (En ook wel wat canvas hoor, op rotzooi alleen kan je niet teren.)

Met nog slechts vier procent plek op die recorder en weersomstandigheden die erom vroegen, plande ik vandaag een hele vrije dag onderuitgezakt op mijn zetel. Aspe (waarin ik de acteurs zo bedroevend slecht vind spelen), Castle (altijd hetzelfde plot, de beste vriend heeft het gedaan), ik vertrek (Nederlanders die hun geluk gaan beproeven in het buitenland en dikwijls verkeerde inschattingen maken.), alle bouwprogramma’s (mijn zwakke plek), George Gently, Silent Witness, Downton Abbey en in dat kielzog de hele bbc-reutemeteut, Groenland, Met man en macht… allemaal zat dat op mijn onverdeelde aandacht te wachten.
Bij het uitwuiven van mijn schattige kroost deze morgen, klapwiekte ik mijn handjes ras van vergenoegdzaamheid tegen elkaar. Beeldbuisje… here I co-ome!

Niet eens het eerste programma uitgekeken of daar tuimelden onverwacht drie vrouwelijke bevrozen bulten sneeuw naar binnen : de bus kwam niet opdagen. Aaaagrrrh.

Deze pedagogisch gefundeerde moeder heeft vandaag heel veel soep gemaakt. En nog eens soep.
En buschauffeurs op bloedstollende wijze afgemaakt, tijdens het roeren in de soep.

Het delirium van de orka

zapnimf1kleinlichtroze-op-wit    Mijn omgeving is bevolkt met dominantjes.
Naast mijn kinders, de bomma, de rechtergeburen, alle verkeersovertreders op mijn pad, een vierde van mijn leerlingen, nu ook de badmeester.
Anderhalf jaar enkele keren per week spetploeteren; vier lengtes schoolslag en eentje crawl maal tien, en pas dan roept die pief naar mij : “Wat doe jij nu?!” (wadoedegaana?)
Mijn baantjes waren afgewerkt voor die dag, ik stond rechtop in het water, klaar om te gaan douchen.
Ik kijk verwonderd om me heen of hij tegen mij praat. Hoezo, wat doe ik nu? Ik heb toch niet in het water geplast? Iemand op zijn neus geslagen? Mislukt waterballet afgedraaid?
Ondertussen molenwiekt hij beide gestrekte armen rond zijn schouderas (denk aan Popeye die rap zwemt in de tekenfilm) : “Jij probeert het wereldrecord crawl te breken of wat?”
Deze makke tuthola snapt het nog steeds niet en kijkt geïntimideerd naar de struise kaalkop. Zo’n Popeyehoedje zou ‘m beslist staan.
“Je moet uit-drij-ven. Uit-drij-ven met die armen. Jij zwemt te snel. Zo verlies je te veel energie. Komaan, probeer eens en minstens één seconde gestrekt blijven met die arm.”
Mijn grote bek moet blijven liggen zijn in mijn kleedkastje, want ik durf niet anders dan zijn bevelen op te volgen. Vervolgens verzuip ik de boel bijeen. Het proces van ademhalen correleert niet meer met de beweging en wil te pas en vooral te onpas lucht happen. De imitatie van een dronken orka, zeg maar. Mijn leermeester is niet geamuseerd. Hij verplicht mij tot nog enkele lengtes, terwijl hij aan de kant meetrippelt en de lucht droogmaait. Geëngageerd is de tiep wel.
Terwijl de rest van mijn medezwemmers met een sluik half oog dit tafereel gadeslaat en onder water ongegeneerd uitblaast van : ‘Chance dat hij die troela heeft uitgepikt en niet mij.’ klinkt het :
– “Waarmee denk je nu dat je bezig bent met je benen?”
– “Ik dacht dat dat zwemmen heette?” piep ik.
Als ik in het verleden al dacht dat ik sierlijk kon waterklieven (en in dat idee soms bevestigd werd door nitwits- blijkt nu), is dat inzicht nu in twee strenge badmeesterblikken verpulverd.
– “Je steekt je arm te snel in het water, je moet verder reiken.”
– “Zo’n benen gebruik je alleen maar in de spurt. Nu moet je trager peddelen.”
– “Naast je oor blijven met dat hand, je gaat schuin. Evenwijdig steken, die armen.”
– “Onder water rechtdoor trekken.”
Wanneer hij afkomt met zo’n reuzebikkel om tussen je benen te steken, boer ik alle borrels terug uit en waag het toch om te zeggen : “Jamaar, ik wil nu wel mijn petatten thuis gaan schillen.”
De orka zit zowat tegen het delirium aan.

De dagen daarna, als hij er niet is, oefen ik en oefen ik en oefen ik tot ik inderdaad in 18 slagen de overkant kan bereiken (ha! probeer een keer, beste lezertjes), maar met de ademhaling zit het nog niet helemaal koosjer. Nog steeds dreig ik te ontploffen van gevangen luchtbellen die niet het verhoopte parcours schuiven.
Maar Vik, ik mag ondertussen Vik tegen Popeye zeggen, lost met zijn tips ook deze onvolkomenheid weg.
Alsook de okseltik en de arm die niet te hoog uit het water mag komen.
En het spelen met de bikkel, die in ’t echt poolboy heet (niet te verwarren met een hete poolboy) heb ik ook al boven de knie.

                                       
De keer erop meent Vik dat ik een duikbrilletje nodig heb. Uiteraard stapt Brave Hendrika vanonder de droger meteen de Decathlon binnen. Dat had ik wel eerder mogen doen. Ineens zie ik iedereens fouten onder water. Uit-drij-ven! bubbel ik bij mezelf! Uit-drij-ven!

Tegenwoordig zwem ik vijf banen crawl op enkel armen met de bikkel tussen mijn dijen en vijf baantjes schoolslag. Nu en dan steek ik zelfs een heerschap voorbij dat op het eerste zicht keurig krachtig voortbeweegt, maar die eigenlijk maar wat zenuwachtig zwaait met die armen. Tssssss.

Vik vindt dat ik goed bezig ben.
Hij speurt alweer naar een volgend slachtoffer. Gegarandeerd een vrouw.
De rest van de redders vinden Vik een praalhans.
Ik glimlach als een dolfijn als ik hem tegen zijn volgende slachtoffer hoor : “Wat doe jij nu?” (Wadoeddegaana?)

Tasten in (het) Duister(s) geldbeugel

zapnimf1kleindonkerroze-op-lichtroze    De brievenbus is leeg op twee brieven na.
Twee loonbrieven zelfs.
Twee loonbrieven die een geïndexeerd bedrag zouden tonen. Yeah yeah.
De mijne draagt altijd zo’n leeuwtje links bovenaan. Ondergetekende krijgt haar pree van de Vlaamse overheid. Jeweetwel, zo’n verguisde ambtenaar die maar de helft van de tijd doet alsof ze werkt.

Vierkantige Vlaamse leeuwtjes zijn bijgevolg altijd voor mij. Deftige brievenopeners daarentegen zijn niks voor mij. Eén ruwe vingerhaal, één verminkte enveloppe en één blik daarna doen de vraagtekens uit mijn lieflijke hoofdje slaan. Bijna 1000 euro te betalen? Hoezo dokken? Ik moet krijgen! En mag het wat meer zijn? Ik frons, ik grom, ik overloop in gedachten, ik vermoed een boete, mijn humeur verdonkert eensklaps vijf maten in een nog te oerknallen eigen wereldbestel, ik onderzoek iedere letter op die brief om een reden voor deze ploerterige streek te ontdekken.
Van Duister?
Onze straat nummer 31?
Gossie, dat is de overbuurman…
… en zijn jaarlijkse verkeersbelasting die ik hier in repels gescheurd heb!

Hoeveel toeren mag je cilinderinhoud draaien voor 1000 euro? Mijn rekening bedraagt slechts een fractie van de zijne.
Nuja, bij ons staat er dan ook niet ineens een zweefvliegtuig op de oprit uit een zelfbouwpakket. Al zit daar niks van paardenkracht in. Vermogen des te meer. Je bent nu eenmaal een rijke Hollander of niet.

En ik ben het arme domme blondje dat het mag gaan uitleggen.

Sorry! schreef ik op de versnipperde briefomslag, nadat niemand in het volledig verlichte huis opendeed en ik op mijn hakken weerkeerde.
Sorry! Ik dacht dat het mijn loonbrief was. Hij zat in onze bus.
Helaas, het is een rekening. Voor u.
Nogmaals sorry.

En schaf u een lichtere wagen aan. Zijt ge niet beschaamd?
Maar dat durfde ik niet hardop te schrijven…

O maar, ik wil wel korting als ik uit ga.

zapnimf1kleinlichtroze-op-paars    Ergens vorige week plofte een mail in mijn bus.
Iemand nodigde zichzelf uit om bij mij een gastartikel te komen schrijven.

Ongeveer zo.

Geachte webmaster van zapnimf.wordpress.com,

Ik mail u namens de website Uitmetkorting.be en ik vroeg mij af wat de mogelijkheden zijn tot het plaatsen van een gastartikel op uw website; zapnimf.wordpress.com.

Ik kijk uit naar uw reactie!

Hartelijke groeten,

En ik zei terug : “Gij wilt gratis reclame? Steekteminuwgat!”
Maar dan beleefd.

Enkele maanden geleden kreeg ik ook al een aanbod van iemand anders die vond dat ze bij mij een forum moest krijgen voor het aanprijzen van weetikveel.
Toen ik anderhalf jaar geleden bij iemand anders las dat er ineens iets van alcoholische drank aan de achterdeur stond, viel ik als een naïef trutje uit de lucht : “Waarom word ik niet overgoten door lekkere drankjes?” schreef ik in het reactieluik. Mijn woorden waren nog niet koud of er bonkte al een gladde jongmens op mijn mijn virtuele deur van mijn postadres. Of ik geïnteresseerd was om allerlei produkten uit te proberen en er dan iets over te schrijven op mijn blog? Huh?
Ik dacht er twee dagen over na en droomde dat ik moest schrijven over over over… dingen die ik in het dagelijkse leven nauwelijks gebruik en wat voor een saai stuk dat zou opleveren, gezien ik teer op de kleine (herkenbare) mislukkingen des leven. Wat kan er mislopen met een dagcrème op je teut? In het beste geval een hallucinante uitslag? Fijn! De belevenissen van een vliegenmepper? How to use deze ketchup? Creatief met talkpoeder?

Plots merkte ik op andere blogs wel op dat er aan productplacement werd gedaan. En veel. Wat me daarvoor niet zo meteen opviel. Wild werd ik er niet van. Behalve dan die keer dat er een reis naar Oostenrijk werd uitgedeeld. Wild van jaloersheid. Ik reis niet graag, maar dat vond ik toch een schone cadeau.

Natuurlijk weet ik nu nog niks.
– Hoe zou zo’n gastartikel eruit zien?
– Schuift dat wat? Frullen uittesten en er dan over gaan stoefen? (Ik hou meer van consuminderen, maar ik ben toch nieuwsgierig.)
– Waarom doen jullie het wel of niet?
– Krijg jij ook zo van die recruterende mails? Vinden jullie het ook lastig om ‘neen’ te antwoorden? (Ik ben van nature een ja-knikker)

Hoe denk jij hierover?

Viesviesvies. Als ik dat probeer, drupt de tuf van mijn kin.

zapnimf1kleindonkerroze-op-paars     Onderweg passeerde ik een jonge gast op een fiets. Ik reed met de auto. Hij draaide zijn hoofd, zijn kin ging een beetje de hoogte in en een fluim flikkerde met kracht de bosjes naast het fietspad in. Mijn gezicht nog op walg, zag ik dat het zoonzap was. Jakkes, zo heb ik dat joch niet opgevoed.

Het had evengoed de jogger kunnen zijn.
Of de werkmens die straatbeplanting snoeit.
Of de wandelaar met zijn hond.
Maar altijd iets mannelijk. Nog nooit zag ik een vrouw een groene snottebelslijm opsnuiven met de keel en weg schieten met een vreemdsoortige vering van de tong.

Naast :
– Waarom moet je niezen als je je wenkbrauwen epileert? (meestal vrouwen deze keer)
– Waar stonden Atlas zijn voeten op als hij de wereld op zijn rug droeg?

Vraag ik me vooral af : waarom rochelen mannen?
Iemand?

Berichtje uit Egypte

zapnimf1kleinwit-op-lichtroze    “Ik zit niet in de ballon!” sms’te zijn moeder naar moose die ergens in vergadering gestrikt zat.

“En? Wat kan ik daaraan doen? Pak dan een boot op de Nijl? Een kameel door de woestijn?” dacht hij.

(Of hij dacht dat niet, maar dat doet er niet zoveel toe, want het is toch mijn blogstuk en ik schrijf nog steeds wat ik wil.)

Het journaal zag hij pas ’s avonds.

Waar is Jezus met zijn handoplegging als je hem nodig hebt?

zapnimf1kleindonkerroze-op-lichtroze    De eerste sneeuw van het seizoen viel op zes december.
In het geheugen gegrift, die datum, want ik viel ook. Hard. En niet voor de eerste keer.
Ik schoof onderuit met mijn stalen ros op weg naar ’t werk. Daar wachtte die tist op zijn schimmel op me. Uw zapnimf is namelijk het begeleidmeisje van de goedheilige man. Deze keer echter het ernstig gehandicapte meezeulmeisje van sinterklaas. Mijn rechterkant bleek blauw bevlekt en het schoudergewricht voelde aan als de uitgerukte arm van mijn vroegere barbiepop die er lukraak weer ingefloept werd door de debiele buurjongen.

Ondertussen zijn we aan de laatste sneeuwstuiptrekkingen van het seizoen (hoop ik) en die schouder zeurt nog steeds uit het gelid. Niet smartelijk genoeg om mezelf gillend voor een ambulance te werpen, maar serieus genoeg om medelijden met mezelf te krijgen. Vooral als ik een jas aantrek, iets zwaar moet tillen, op mijn rechterkant lig, bij het dansen doe alsof ik verdrink.

Vanmorgen vond ik een moment en ik gebruikte het om mezelf bij de dokter uit te nodigen tijdens het open spreekuur.
Wat was me dat?
Een twintigkoppig omhulsel van een besmettelijke griepplaag hoestte en reutelde me tegemoet.
De laatste keer dat ik keek was ik nog steeds geen influenzavirusvorser met zeeën van tijd.
“O maar”, wapperde ik hun infectie terug de kamer in, “ik ben blijkbaar toch nog niet ziek genoeg. Toedeloe!”

Ik maak wel een afspraak met Jomanda.

Hoe een ballon zich voelt nadat er iemand op gaan zitten is… ik weet dat.

zapnimf1kleindonkerroze-op-paars4    Al even wervelend als de processie van Echternach groeit het aantal textiel in mijn kleerkast.
Dat heeft een reden : ik heb een natuurlijk opgebouwde hekel aan kledingszaken. Aan paskotjes. Aan meeloerende winkeldames.
Sinds mijn volumekentering, is dé vraag van de dag of ik al veel nieuwe kleren heb gekocht. Misschien is het eerder als hint bedoeld, want die gratenteven zien mij toch ook al maandenlang rondhossen in welgeteld twee lange broeken? De derde hou ik verborgen, die dient om thuis schamel en schraal in te aarden.
Alle hoon en/of erbarmen van ’s werelds fashionista’s ten spijt, keuzestress, dat ken ik niet : eentje in de was en eentje aan het achterwerk. Het overzicht blijft bewaard zo. Simpel.

Ik wilde dat het blogstukje hiermede aan zijn sluitstuk was, maar helaas kwam een voormalige ‘schoonmoeder’ van puberzap wat roet in het eten strooien. Drie kleedjes stopte die tik in een zak voor mijn dochter die op haar beurt dacht dat ze mijn vergeten moederdag ermee kon afkopen.
Voor te lachen trok ik er eens eentje aan. De trut heeft maat 40. Eén minder dan ik. Bijgevolg is de mooiste niet rekbare little black dress enkel geschikt voor smaakvolle recepties waar ik mag blijven rechtstaan met beide armen gestrekt omhoog en mijn adem inhoudend als een parelvisser. Als ik toch respireer of ga zitten, ontploft de jurk met zekerheid. Nuja, dan hoeven ze mij niet meer met vier man languit in de wagen te schuiven zoals op de heenweg.
Voor te lachen trok ik bovenstaand niemandalletje dus niet aan. Het werd een aanspannend rekbaar retrostofje. Niet het minst mijn ding, maar ik moest zowaar gaan schuilen van de complimentjes als ik het op publiek uittestte.
(Zoonzap verdacht mij van anorexia. Zoonzap is foutief gefocust op wiskunde en wetenschap en kent niks van vrouwenaangelegenheden.)
Wie mij twee keer gelezen heeft, weet ook dat mijn ijdelheid zeer ontvankelijk is voor prikkelingen. Maar als ik in de spiegel keek, viel mij vooral veel boebelboebelboebel op. Het ontbreken van een strak lichaam. Dat bedoel ik dus met het laatste woord van de eerste alinea. Ineens moest ik van mezelf een kousenbroek, laarzen en surtout corrigerend ondergoed gaan zoeken in de meedogenloze kosmos van de modeverschijnselen.

Toen het lekker ding dat homo is en tegelijk de peter van krulzapje vond dat we nog eens uit moesten met zijn allen, voelde ik me verplicht om in zijn modieuze nabijheid mij ook op te tutten met jurk en snoerharnas onderaan. Pizza en film werd het die keer. De jongens merkten op dat ik er frivool voorkwam, maar een beetje bedrukt. Dat was de precieze uitdrukking, be-drukt. Tegen die tijd kneep het knellende lingerielijfje die halve pizza zowat terug uit mijn darmen naar diverse innerlijke pijnpunten. Tijdens de film, die naar het schijnt een lachfilm was, lag ik allesbehalve elegant onderuit pogingen te ondernemen om de romp te ontlasten. Iets horizontaals met de heupen naar boven. En de rest maar lachen. Ik maak me graag wijs dat het met de film was.
Kreunend sloeg ik het napraatdrankje over. Nog voor het portier van de auto van het slot knipte, stond ik er al halfnaakt naast te zuchten van hervonden genot. De terugweg werd er eentje van gierend lucht happen en lozen. Langs welke openingen, daar wil ik discreet over blijven.

Thuis pulkte ik driftig een vuile joggingbroek uit de wasmand en zwoer van eerst vijf kilo af te vallen vooraleer ik me ooit nog aan een kleed van magere geep waag.
Zonder speciallekes.

Tjonge, blaaskaakje moet verborgen talenten gehad hebben, denk ik dan zo

zapnimf1kleinpaars-op-zwart    Ze bracht hem mee naar ons huis, onze gezamenlijke vriendin, om kennis te maken.
(Minstens drie jaar geleden. Ik had nog nooit van een tablet gehoord.)
Later zouden we samen naar een gratis toneelfestival in een buurgemeente gaan.

Of we fijngevoelig wilden reageren, want de arme man was zijn nagelnieuwe faillissement nog aan het verwerken. Een tijdschriften- en boekenwinkel met drankgelegenheid. Maar dan voor lezende snobs. Allez, toch niet voor marginalen. Hij mocht graag dralen in de nabijheid van centen. Die van een ander, die van hem, het maakte niet uit als de wet van het fortuin maar gold. Allebei lieten ze hem gelijktijdig in de steek. Maar in de zaak stond wel een hele mooie koelkast voor drankjes te verkommeren.
Ja, oeps, onlangs uit zijn appartement gezet, wegens vele maanden huurachterstand. En toen kon ze toch niks anders dan hem onderdak verlenen, haar kraakverse vrijer van anderhalve week liaison amoureuse? Ach, op de (mis)koop toe een snuifje depressief, maar daar had ze nog niet zoveel van gemerkt, want grappig was de kerel echt wel. En lief. Vooral als ze alleen waren. Op een ander liep het nog wel eens mis. Een vleug arrogantie die soms doorschemerde. Misschien een overblijfseltje van zijn vorig leven, jeweetwel, dat met de rijke nepvriendschappen?
Natuurlijk zag ze wel dat het met besparen nog niet helemaal wilde vlotten. Geen vervanginkomen na zijn leven als zelfstandige, maar wel een schuldenberg en een Mercedes onder zijn gat. Met een gepersonaliseerde nummerplaat, iets met 911. Van een Porsche overstappen naar een Mercedes, dat was wat hij verstond onder zuinig leven. Hij had gevloekt toen hij onze oprit onder zijn wielen voelde : “Met mijn Porsche had ik me nog vast gereden in die putten hier!”

Of we fijngevoelig wilden reageren? De meneer was momenteel een beetje kwetsbaar. “Jullie weten van niks, laat hem in de waan.”
Dus bleven wij onze gewoonlijke zelf : beleefd en gastvrij.
De gabber legde zijn laatste model I-toestand met internetontvangst op tafel en probeerde ons te overtuigen dat wij onze prut waarmee je kan bellen en sms’en moesten inruilen voor iets gelijkaardigs. Slechts zoveel honderd euro. Een beetje verder in zijn relaas zocht hij een naam waar hij niet meer opkwam en wilde hem zoeken met zijn stoefgerief. Oei, ai, wij wonen in ontvangstluw gebied. Sta je daar met je duim op een waardeloze 600 euro te timmeren.
Even later passeerde de Rolex nog en zijn prijs (thuis had hij er nog een) en zo’n e-reader was toch ook wel interessant. Hij las al zijn boeken op zo’n ding, de veellezer. Interessante stuff only. Of moose al had gehoord van ‘The art of war‘, van een of andere Chinees, die… O maar, dat had moose wel. In zijn studententijd nota bene was dat voor zijn richting verplichte stof. De tactiek van Sun Tzu als krijgsheer werd later toegepast in de zakenwereld.
Bij nader inzien, was de broze kerel toch nog niet zo ver in het boek. Eigenlijk helemaal in het begin. Hij had de inleiding al gelezen.

Op dit punt was ik allang afgehaakt en verkocht ik wat olijk gezwets met onze vriendin, waarvan ik probeerde te doorgronden hoe zij in hemelsnaam erbij kwam zo’n geldbeluste zakkenwasser te willen redden/opvoeden.
Het heerschap zelf trachtte moose te imponeren met feiten en kennis en plaatsen in de wereld die hij al van dichtbij bezocht had. Moose gaf geen krimp en ik kromp in de tegenovergestelde richting : op reis gaan? Dat doen wij niet. Duur dinges? Welk nut heeft dat? Chique autobak? Ik rij fiets en niet eens bak.
Bovenop de beschreven mankementen, leek de gozer ook nog doof, want hij vroeg of we al eens in het enige zevensterrenhotel van de wereld waren geweest. Ja vooral : opgespoten zand, te warm en winkelcentra (zo stel ik me Dubai voor), daar wil ik echt naartoe.

Niks te vroeg brak het uur van vertrek aan. We vroegen aan blaaskaakje of hij met ons wilde meerijden. Neen, dat deed hij niet, met iemand meerijden. Neen natuurlijk niet, stel je voor, met iemand meerijden!? Andersom was ook niet aan te raden, verried onze vriendin, want tesamen met blutmans, had eveneens zijn kwijlende, ruiende hond intrek genomen. En zijn drie tieners in het weekend. Het was het beest dat de achterbank tot een geurig harig tapijtje herschapen had.

Onderwijl zijn pogingen om slim te lijken (terwijl mij het enige verstandige, ‘verkoop uwe dure brol en zoekt werk’, leek), wilde hij net voor vertrek toch nog even het kleinste kamertje opzoeken. Op de terugweg bleef hij hangen bij de boekenkast. DE BOEKENKAST, mijn grootste trots, mijn kleinood, mijn verzameling, mijn fijnste bezit. Euh… en ook die van moose een beetje.

Ziehier een fotootje uit de oude doos.

Hmm. tegenwoordig ziet ze er wel wat meer verwilderd uit, die boekenkast.

Gelijk vergaf ik de mens zijn zonden. Hoogmoed, iedereen lijdt daar toch een beetje onder? Verblind zijn door geld, sja, hij zou het nog wel leren. Alle begin is moeilijk. Tenslotte kwam de kerel toch uit de literatuurbranche? Als hij ons leespakket appreciëerde, was dat zijn volste recht en pluimen in mijn gat.

Toenmaals sprak hij :
“Amaai jullie hebben een kleine tv. Die kan zes keer in de mijne.”

De. Kwal.

Pik ik het wel of pik ik het niet?

zapnimf1kleindonkerroze-op-lichtroze1    Meestal schrijf je je uit de naad.
Zelf meegemaakt of zelf verzonnen. Lang en bezweet. Met veel poeha en te veel (bijvoeglijke naam)woorden. En zinnen zonder werkwoorden.

Behalve die ene keer.
Die ene keer pik je een paar foto’s van een ander.
Iemand onbekend pikt op zijn beurt dat rijtje op en linkt via facebook.
Ik weet niet wie, maar het moet iemand uiterst populair zijn, want ineens… tjakkaaaa

Kunt ge zien welke dag ik weer begonnen ben met schrijven?

Duizendennegen keer page geviewd.
Zeshonderdennegen bezoekers.
Dat is nog nooit vertoond bij de zapnimf, zegt wordpress.

Stoem hè?

Koud als een bevrozen huilebakje wiegend op Adèle

zapnimf1kleinlichtroze-op-paars    De chauffageketel was kapot.
Natuurlijk net wanneer er ’s nachts en buiten hartstikke gruwelijke koude temperaturen werden opgemeten.
En omdat het lot gemeen is, op zondag. Wanneer verwarmingslui niet lastiggevallen mogen worden omdat ze op hun enige vrije dag hobby’s moeten uitvoeren, ijsvissen ofzo.
Als overlevingsstrategie herinnerde ik mij onze ingebouwde houtkachel. Zelfs zonder aanmaakhoutjes -krulzap gaat haar schoolwerkjes van houtbewerking waarschijnlijk toch niet missen- friemelden we vele kwartieren later ‘behaaglijk’ in 18 °C. Onder een dekentje. Met alle opgewarmde kersenpittenkussentjes rond gevoelige organen geschikt.

Op maandag wist de vrouw van de CV-keteloplapper aan de telefoon dat de man al begonnen was aan zijn werktaken, maar zonder gsm, want die lag zonder batterij op de tafel thuis. Duh! Waarom had het mens geen CB-ontvangst met haar vent? Een Walkie Talkie? Een babyfoon voor mijn part? Neen, een platte mobiel.
Maar, zij zou hem laten terugbellen, ooit.

Ook nog op maandag, fikte ik de laatste blok droog geboomte op. De ooit-om-te-knutselen-plankjes gingen er vervolgens aan. De stukken schroten die in de open haard passen, volgden. Daarna ondernam ik met de kruiwagen een speurtocht in de tuin naar brandbaar materiaal.

Omwille van iets met weinig zoden en een dijk paste ik de koers aan :
Ik jogde ter plaatse. Ik sprong touwtje. Ik danste op mijn laatste muzikaal cadeau van moose : Adèle. Maar wegens wat wiegen, gezien het muziektempo, hield ik dat snel voor bekeken. Ik baalde mezelf een stekker. Een stekker aan een ingebeeld strijkijzer.

We spreken kwart voor acht ’s avonds.
De haardroger stond net gericht op de onderste ledematen als de loodgieter annex installateur/reparateur me aan de lijn vroeg.
Of ik de zekeringenkast al had nagekeken?
Uiteraard, ik ben niet volledig uilskuiken.
Of ik het opstartknopje al geprobeerd had aan de ketel zelf?
Allicht, wat dacht hij wel?
Mazouttekort konden we uitsluiten?
Tjeeeee. Komaan! Twee keer die fout maken in een ver verleden was genoeg. Nee! Duizendvijfhonderdliter op zijn minst nog in die tank.
Alles in orde met de thermostaat? Daar ligt de oorzaak nog wel eens : batterijen op.
Zot! Het scherm was leesbaar en die batterijen waren nog niet zo lang geleden vervangen.

Raar. Hij zou de volgende morgen voor zijn andere verplichtingen langskomen.

Moose bekeek toch maar eens de batterijen. Die zagen er niet uit zoals het moest. Beetje smurrie her en der.
Tegen middernacht, na het laden van andere batterijen, ontdekten we dat er in sé niks mis met de brander was.
Twee dagen kleumen omdat een batterij het niet ineens tegoei begeeft.
Aaaarggghhh.
(en ook een beetje oef.)

Van uw blogvriendinnen moet je het hebben

zapnimf1kleindonkerroze-op-wit    Weliswaar heb ik mijn kroost er dan wel voor verminkt, maar zo’n eerste bril, dat is toch heel speciaal hoor.
Geen ruit of spiegel of ik blijf er secondenlang pronkend hangen als een navelstaarderige fat.
Geen tv-programma of toneelstuk of ik zet met veel vertoon mijn bruin-blauwe sieraad op de neus.
(Als je de kans krijgt om ‘De God van de slachting‘ op het podium te zien : doen doen doen! Met Els Dottermans, Frank Focketyn, An Miller en Oscar Van Rompay. In een regie van Jan Eelen.)

Iedere keer ik een nieuw bekend persoon zie, doe ik van ‘tataaaaaaa’ en schud ik als een parkinsonner mijn omkroonde glazen in de kijker.
Zo ook toen ik Leen Sanseveria en Afwas-elke mocht ontvangen. Die kwamen wandelen en koken.
Leen :
“Mjaaaaaaaaaa?”
“Zet uwen ouwe eens terug op?”

Ik roloogde eens heel ostentatief, dat valt nu extra op.

Lachen is gratis

zapnimf1kleindonkerroze-op-lichtroze   Deze dag zal weer volgepropt zitten met allerlei egoïstische motieven van al-dan-niet-tevreden paren die hun partner in de kijker willen zetten.
Smakkerdesmak.
Lurveeeeeeee is in the air.
Zie ons eens verzwelgen in gelukzalige weelde.
Dolletjes.

Ik ben zo niet.
Allez, ik ben zo wel.
Eigenlijk ben ik zelfs schaamtelijk keihard zo wel.
Maar vandaag expres niet.
Eeey oooo, ik ben ook eeuwen alleenstaande geweest met alleen een reep chocolade en een vibrator binnen handbereik.
Ik ben zelfs eeuwen getrouwd geweest met alleen een reep chocolade en een vibrator. En een seksloos horrorfiguur.
Eigenlijk? Vibrators en chocolade, dat is toch altijd en voor alles goed?

Daarom vertel ik jullie uitgerekend vandaag over onze missie als koppel die verder reikt dan onszelf.
Altruïsme ten top.
Voor alle mensen op aard; verzuurde of verzoete, monsterboelekes of glansrijke spetters, luimige of beuzelachtige.

Zappelmoose is geroepen.
Gezonden om een kleine taak op ons te nemen die de wereld een betere plaats maakt.
Namelijk :

Valentijn muts

Wij maken mensen vrolijk. Woordenloos

Op straat, in het bos, op de fiets, in de trein. Overal waar wij opduiken met onze muts, verschijnen er glimlachjes bij de vleet.

Dat wij kussen berust op louter toeval.
Wij doen niet mee aan valentijn.

Oplosbaar in melk

zapnimf1kleindonkerroze-op-paars1    Het boodschappenlijstje ging al een paar dagen mee.
Eens lag het op de keukentafel.
Dan slingerde het op de livingtafel. Op een gangkastje. In mijn jaszak.
En bij gebrek aan winkeltijd terug op de keukentafel.
Gestaag groeide het aan.
Zoonzap wenste er eigenhandig camembert bij.
Een ander kinderschrift plakte er chocolade tussen.
Deo. Vogelzaad. Paprika’s. Voor ieders geur en smaak.

Vandaag trok ik dan eindelijk met dat gemeenschappelijke briefje op pad om de lege voorraadkast aan te vullen.
Wat lees ik helemaal onderaan? Zo middenin het warenhuis?

“pakje liefde (oplosbaar in melk)”