De zomer van de val(abele acties met pijnlijke gevolgen)

  

zapnimf1wit-op-donkerroze.jpg    Bloemen verwelken, scheepjes vergaan
Aids is nog altijd niet uitgeroeid
en de zomer is weeral gedaan

Er bestaan zo van die vastigheden in het leven : het niet vinden van een fatsoenlijke vrijer, huisvuil en vuil huis, bad hair days en contemplatie over de voorbije zomer.
Die achterliggende maanden kenmerkten zich door een steeds wederkerend gegeven : de val. De letterlijke fysieke nederdaling van het corpus ten gronde dus.
Boem. Of baf.

De kruisval
Ergens in juni werd mijn hulp ingeroepen door een van mijn onweerstaanbare vriendinnen wiens inboedel om een verplaatsing vroeg. Het werd een legendarische verhuis, jeweetwel, het soort waar omwille van de stress iedereen mekaars capaciteiten bekritiseert, waar een bijna ex met betraande puppyogen komt rondhuppelen en de boel ‘opvrolijkt’ (“Mijn koeienovenwantje is weg! Boehoehoehoe! Dat had ik nog van mijn moeder gekregen.”) en waar een paar vuil truken van de foor aan te pas komen :
– (Telefonisch naar mannelijk specimen) “Hey huppeldepup, zou je ons even kunnen komen helpen met het afkoppelen van de wasmachine?”
– “Geef me één goeie reden waarom.”
– “Euh, wij zijn hier met enkel vrouwen, gekleed in minirok en hoge hakken, en wij kunnen wat mannelijke expertise gebruiken?”

Man doet er slechts een kwartier over om zich van punt a naar punt verhuis te reppen.

– “Nu je er toch bent… boven staan nog drie gigantische kasten die ontmanteld moeten worden en vier kilometer verder weer opgesteld, zou je ook nog die zware meubelstukken via het dak willen neerlaten en deze doos is te zwaar voor me, wil jij even…?

De laatste aanhangwagen werd gevuld met allerhande prullen toen ik behoorlijk stripverhaalachtig struikelde over een miniscule oneffenheid in het pad. Twee seconden lang poogde ik het lijf en toeverwanten tollend in alle windrichtingen overeind te houden, maar het baatte niet. Schaden deed het echter wel. Juist op de plek waar mijn keel en borstplaat de aarde zouden raken had het joch van K. ooit een DOOI DUIF begraven. Nu weet iedereen dat je op dooi duiven best zacht valt… als er tenminste niet een zelfgeknutseld houten kruis de valbaan belemmert. Daar lag ik te kronkelen, niet wetende of ik nu moest huilen of lachen, maar gezien ik genoot van een publiek, kozen we allen saam zonder overleg toch maar voor een slappe lach. Dit alles met een een balk doorheen mijn keel! Dacht ik. Het hout hing als een loodrechte op uw zapnimf dankzij een haakje dat mijn t-shirt niet meer wilde lossen.
Het koeienovenwantje werd terug aan de rechtmatige eigenaar bezorgd en ik bleef verder leven met een blauwe plek van een dm² ter hoogte van het borstbeen.
Het leven kan mild zijn.

De god-is-een-man-val
Oeoeoeoeoe! Wat was ik trots op mijn gloednieuwe Teva-sandalen. Die waarvan op de schoendoos wereldreizigers prijken die bergen beklimmen, rivieren doorsteken en hobbelige ondergronden overwinnen. Een nat terras daarentegen… 
Ik sufte een druilerige woensdagmorgen weg en het eerstvolgende agendapunt gemarkeerd, was de schoolophaling van de kindjes zap, na het sluiten van de terrasdeur. De regen viel… en niet alleen de regen. Een kleine stap voor een vrouw, maar een reuzensprong voor… mijn terrasplanten. Toch toen mijn onderste ledematen er zich schuifsgewijs tussen knalden. Ik herinner mij nog dat ik dacht : “God is een vent.” Vanop een afstandje zag ik mijzelf ruggelings liggen, temidden de ouwe wijven neerslag, een linkerarm waarop steunen onmogelijk bleek, wachtende tot er nog een dakpan of een bliksem me zou treffen.
Goddelijke venten kunnen zich dan al ledig houden met zulke fratsen, maar ik diende aan de noden van een kroost te voldoen. Als zo’n neergeschoten filmcowboy sleepte ik de bodymassa naar de drempel en probeerde me op te richten (dat lukte), mezelf te verschonen met iets dat minder doorweekt was (dat lukte niet) en forceerde een autorit van twaalf kilometer.
Ongedurig als ze zijn, waren die jong van me niet het minst geïmpressioneerd door mijn bengelende arm, maar zeurden als vanouds om voer. De ondankbare honden. Ver-voer konden ze nog net krijgen, naar de grootouders. Waarna ik lekker alleen op zoek ging naar een plaaster. Als bonus kreeg ik er nog drie weken vervroegde congé bovenop!
 
De festi-val
Zwoel weer en zin in wijn en schoon volk? Dan neem je toch wel de fiets naar de wekelijkse parkavonden van ons dorpje. Warmte, alcohol en leuke mensen waren in overvloed present. Mijn fiets niet meer bij het afronden van de avond. De politie mijn vriend scheen zijn zoeklicht in allerlei bosjes – wat slechts een verloren gelegen paartje opleverde – en wachtte geduldig tot ik iemand vond die zich mijn gsm-nummer en andere gegevens nog wél herinnerde. Daarna stuurde hij me de parklaan uit met de opbeurende woorden : “Spijtig, maar die fiets zie je waarschijnlijk nooit meer terug.” Van de troostende intimi kwam er eentje op een voortreffelijk voorstel : mij naar huis brengen met de wagen. Een rilling op een helder moment deed me beseffen dat ik mijn trui nog ergens ten velde had laten slingeren. Fluks, ontnuchterd en pissig dreinde ik het duistere terrein weer op. Ik zag schimmen die een vrachtwagen laadden en stumperds die met zaklampen en vuilniszakken het achtergelatene verzamelden. Vlak daarna zag ik vooral sterretjes. Een onzichtbare dansvloer deed mijn voet blijven haken. Als superman, de arm gestrekt naast het oor, beschreef mijn romp en wat eraan vast hing een boogje doorheen de nachtelijke lucht, om dan met een ferme bonk onelegant te landen op een planken vloer. Trop is te veel, zelfs voor een zapnimf. Onbeheerst richtte ik mijn woorden naar de pineuten op de vrachtwagen : 
“Kunnen jullie potverdekke niet zeggen dat hier iets ligt!?”
Iemand : “Pas op, daar ligt iets.”
Ja, ikke… te creperen. 
Soit, de rib werd gekneusd en de trui gevonden.

Wil er dan nu iemand zo vriendelijk zijn mijn petitie te tekenen tegen grafornamenten, Teva’s en duisternis?

    

Advertentie

Eén reactie to “De zomer van de val(abele acties met pijnlijke gevolgen)”

  1. Waar is Jezus met zijn handoplegging als je hem nodig hebt? | De weergaloze fratsen van ene zapnimf Says:

    […] viel op zes december. In het geheugen gegrift, die datum, want ik viel ook. Hard. En niet voor de eerste keer. Ik schoof onderuit met mijn stalen ros op weg naar ‘t werk. Daar wachtte die tist op zijn […]


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: