Geef toe, zapnimf, je bent een loser

  
zapnimf1wit-op-paars.jpg    Applaus voor mezelf!
Het werkjaar is een week bezig en tot op de dag van vandaag heb ik het gepresteerd om iedere keer weer binnen de schoolpoorten te geraken!
Hetzij nog een beetje omwalmd met slaapgeur.

Hetzij tegelijkertijd met het belsignaal.
Hetzij met wallen die moeiteloos kunnen concurreren met de hangboezem van de buurvrouw.
Maar dat is het punt niet. Het zit namelijk zo  : ik ben mijn sleutel kwijt. Kwijtkwijt. Niet meer te vinden kwijt.
In tegenstelling tot hier thuis, waar terrasdeuren hele nachten per ongeluk voor de verluchting van de living zorgen, sleutels op de buitenkanten van de deuren steken bij terugkomst van uitjes, en waar minstens drie reserveontsluiters ergens in openlucht roesten, sluit men daar waar ik tijdens mijn professionele leven vertoef, wél af.
Knudde is dat!
  
De eerste dagen had ik chance. 
Een werkmens, Swa geheten, dichtte een verzakking nabij het poortje dat hij om praktische redenen en omdat hij de glimp van mijn ongeschoren benen vanuit die put niet wilde missen, geopend liet. 
Daarna werd het zwetend afwachten wie er ’s morgens gehoor ging geven aan mijn zielige hulpkreten en mijn vuistgetrommel.
  
Klotesleutel toch.
De vorige keer vond ik hem terug bij het afkrabben van kattenbrokken op de vloer onder de wasmachine. Of ook al eens gedraaid in een maandverband in mijn handtas. En op het kruidenschapje, in de voering van een jas, bij de bomma in een fruitschaal.
Zij die mij langer dan een maand kunnen verdragen, weten dat mijn geheugen zowat het slechtst werkende instrument is van het heelal, naast mijn peursenal compjoeter dan.
Eveneens ben ik in hun nabijheid al wel meer verloren : 
– mijn sacoche (met stip!)
– mijn verstand
– de onderbroek van een vriendje (en die kende ik niet eens een maand)
– Euh… en verder eigenlijk alles wat los doorheen mijn kosmos zweeft.
Ik ben een verliezer!
Edoch, geboren onder een nog niet eens zo slecht gesternte, de toog van de verloren voorwerpen in mijn geval, is het mij al iedere keer op miraculeuze wijze gelukt een prettig weerzien te verwezelijken met mijn objecten.
Behalve dan met de onderbroek, daar zou ik eerder van een gênante bijeenkomst gewag maken.
Met de arm boven het hoofd, het kleinnood tussen de vingers gekneld, kwam zapje drie redelijk verbaasd haar vondst tonen.
Zij : “Mama, moet je kijken, dit lag onder het kussen van de zetel!”
Ik : ” Euh… wat goed van je… die badmuts was ik al weken kwijt!” 
Meestal is het de horeca, vrienden, collega’s die me erop attenderen dat mijn handtas ettelijke kilometers buiten mijn bereik is achtergebleven en een paar keer de goodwill van een voorbijganger.
    
Zo reed ik ooit doorheen het stedelijke landschap, na een bezoek aan een tuincentrum een kilometer achter me, toen een rood verkeerslicht me dwong om halt te houden. Tussen twee headbangsessies door – er klonk iets leuks op radio één – viel mijn arendsblik op een groezelige griezel langs de kant van de weg.
Groezelige griezels boezemen mij niet echt veel angst in, zolang ze zich in de berm bevinden, (tenzij onbekend, naakt en met open regenjas) maar deze zette zijn statuur in beweging, resoluut zelfs en onvergisbaar in mijn richting.
“Oh God,” bad ik, “laat hem stoppen… met leven ofzo!”
God weet volgens mij dat ik atheïst ben, want de gluiperd naderde met schreden, rasse nogwel!
Rotgod!
In gedachten panikeerde ik dat mijn pas gekapte haar er niet meer zo onberispelijk zou bij liggen na een verkrachting. Van die gedachte was ik nog niet eens bekomen of hij bepotelde met zijn vettige knokels mijn raampje, wees naar de wolken en stootte iets uit dat leek op : “auw è aa è a os o u a.”
“Djeez, ik moet in een vorig leven echt wel Margaret Tatcher geweest zijn dat ik zo gestraft word, ik die zo’n belang hecht aan welbespraakte seks, krijg ik nog een zot met afasie op me afgestuurd,” flitsten mijn hersens. 
Lucht diende gehapt te worden en automatisch draaide ik het raampje open waarop ik in herhaling zijn klinkers iets duidelijker opving :
“Mevrouw, er staat een sacoche op uw dak.”
Wat een vriendelijk fijnbesnaard heerschap toch! Ze bestaan nog!
Plots vond ik het helemaal niet meer zo erg, mocht mijn haar verward geraken.
  

4 Reacties to “Geef toe, zapnimf, je bent een loser”

  1. Hill Says:

    Bolide
    Tiens tiens tiens, zou die dekselse Fotograffiti man toch juist gezien hebben ?

    Een viertal zomers gelezen heb ik, bij het verlaten van mijn bolide, mijn portefeuille teruggevonden op het dak van de vwatuur.
    Anderhalve kilometer moet die erop zijn blijven liggen.
    Wat meteen een goed zicht geeft op mijn flitsende assertieve rijstijl :-p

    Hill http://www.bloggen.be/chocolatemoose McGraw

  2. Meezeulzakkerijbrol als een baksteen (op wiens maag?) « De weergaloze fratsen van ene zapnimf Says:

    […]    Flapdrollerige spelletjes op het net. Het kwam deze week nog ter sprake. De verkleutering die Facebook heet, doet er ook aan mee. “Ikke niet!” gorgelde ik met de accentuering van mijn wijsvinger tegen een amandel. Alsof een authentieke zapnimf zich zou verlagen tot gluiperijen van het soort om toch maar wat vriendjes te vergaren. Laat staan haar ware gelaat te tonen, vindbaar voor iedere plakwaaier met onfrisse bedoelingen. Noch gehinderd door enige ervaring op het facebookveld, noch bewust van de betekenis ervan voor zijn gebruikers, stampvoette ik de argumenten pro de grond in als ware ik mezelf in het zweet aan het dansen op de laatste Afrikaanse tophit. Glimlachjes van de virtuele maatjes quoteren, polls organiseren, prentjes op een ander kunnen rondstrooien (ik herhaal ook maar wat ik opgevangen heb), mijns inziens is het de laatste stap tot de mensheid verteert tot een smeulende brij niks.     “Daar heb ik toch maar mooi mijn punt op hun i van idiote idolatrie gezet.” glom ik nog na. Mijn triomfbui was nog niet eens half opgepeuzeld of Huisvrouw toeterde alweer haar dagelijkse sores in mijn oor door middel van de telefonie. (Ik sla nu gemakshalve anderhalfuur relaas over.) Ze eindigde met : “Enne oja, je hebt een stokske. Van mij. Kieper uw saccoche eens om. Dat kunt ge nog net aan, I presume?” “Heb je poep in je hoofd?” “Ben je een haartje betoeterd?” “Hartstikke besodemieterd misschien?”,  wilde ik hysterisch haar buis van Eustachius ontsteken. Maar ik deed het niet. Omdat ik onder haar knoet lig. En omdat ik Antwerpse ben. Dus riposteerde ik voorzichtig : “Zot?”     …     Dus hier ziet u mijn handtas. Donkerrood, compact en geschikt voor één baksteen. Het beheren ervan is geen lachtertje. U blikt naar het meest vergeten voorwerp dat ik bezit. Reeds achtergelaten in cafés, restaurants, ieder lokaal in onze school, bij vrienden, in een kerk, in een koelkast (opdat ik dan zeker mijn vlees niet zou vergeten dat in die ijskast lag – toch wel!) en op het dak van mijn auto.       […]

  3. #wijvenweek : Guilty pleasures en kleine kantjes, XXL Amerikaans kleine kantjes « De weergaloze fratsen van ene zapnimf Says:

    […] deze blog. Gelukkig voor mezelf -ik zou anders wat af janken* seg- ben ik sterk in zelfrelativeren. Achteraf. Als het leed geleden is. Ik nog leef. Mijn onuitstaanbare trekjes mij de das niet hebben […]

  4. #wijvenweek : Guilty pleasures en kleine kantjes, XXL Amerikaans kleine kantjes | Wijvenblogs Says:

    […] deze blog. Gelukkig voor mezelf -ik zou anders wat af janken* seg- ben ik sterk in zelfrelativeren. Achteraf. Als het leed geleden is. Ik nog leef. Mijn onuitstaanbare trekjes mij de das niet hebben […]


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: