Zes oktober tweeduizendenzes

  
zapnimf1wit-op-paars.jpg    Goed, we doen gewoon als in ‘the bold and the beautiful’. Daar krijg je ook telkens de vorige aflevering over de volgende dag uitgesmeerd en de drie daarop volgende weken. Van horen zeggen, natuurlijk.
Met de melding van de speculaties liep het een beetje mank. Niemand die dacht dat ik het (lief) tuig van de richel voor vijf dagen had ingegraven in de zandbak of ter adoptie heb afgestaan, maar laat dat gebrek aan reactie vooral mijn vertelsel niet tegenhouden.
  
Oppernief… poging nummer twee! 
Uitgeblust en murw, begin ik vanaf nu aan mijn nieuwe leven. Geen erg, dat tijdelijke uitgeput zijn, want ik vermag de volgende vijf dagen uitslapen.
Genieten van de stilte!
Structuurloos rondzwabberen!
Toevallig langslopen bij anderen rond etenstijd! 
Eindelijk nog eens een boek met een bad! (Niet te verwarren met een bad met een boek)
En als de rust me de keel uithangt, mijn EIGEN ceedeekes nog eens beluisteren, mijn EIGEN dvd’s smaken ipv K3!
De katten laten verhongeren.
Vuil sokken dragen zonder commentaar te krijgen!
Een eventuele vrijer ontvangen die de zin hierboven niet heeft gelezen
  
Anderhalve maand heb ik uitgekeken naar deze dag : 06.10.2006
  
Half augustus, bracht hij die ooit mijn neukteugels mocht bepotelen (platplat, maar ik wilde het ooit geschreven hebben), na veertien dagen verdrinken aan zee de kinderen terug en sprak bij die gelegenheid de volgende historische zin uit :
“Znim – hij verkort nog steeds mijn naam -, ik mis de kinderen en ik kan de alimentatie niet meer opbrengen, ik wil eens met je praten over co-ouderschap.”
Mijn hersens vormden zich kronkels die zich een fractie van een seconde later zouden verklanken als :
“Sja, ga jij maar reisjes maken naar Afrika met je vlam, koop twee auto’s en een huis, verwek nog een zesde kind samen (zijn huidige vrouw had bij het huwelijk eveneens een dochter ingebracht), zou je niet eens denken over de aanschaf van een 27-delige Winkler Pr…” toen ik de werkelijke toedracht van zijn woorden besefte.
Gauwgauw gaf ik mijn brein het signaal van mijn tong in te slikken en een verbaasde uitdrukking op het gelaat te toveren. Als ik mijn best doe, kan ik uitstekende bevreemdende blikken voor de dag halen. En of ik mijn best deed!
Bovenop schepte ik nog een pondje scepticisme bij. Niet geheel onterecht, al zeg ik het weeral zelf.
Na ruim vijf jaar kwam hij tot het besluit dat hij onze voortplantingsresultaatjes mist?
Hij die toendertijd zelf besloot dat hun pijntjes en de troost, hun billen afvegen, hen leren fietsen, hun monden voeden, hun schoolwerk controleren, hun decibels verdragen, hun rolschaatsen aanbinden, hun daaropvolgende schaafwonden verzorgen, hen boekjes voorlezen, hun dokters- en tandartsbezoekjes, de bemiddeling bij hun ruzies, hun puinhopen opruimen, de namen van de vriendjes onthouden en gelukkig ook lachen met hun plantrekkerijen, het samen dansen, de gezelligheid met vijven… vooral mij werden voorbehouden omdat zijn beroep (ploegenstelsel) niet combineerbaar was met meer dan vijftien procent van zijn tijd en dan nog het liefst tijdens weekdagen. Een situatie die nu nog net dezelfde is dan in september 2001 (de mevrouw hing er toen ook al aan vast).
Dit leest wel wat sarcastisch en dat is het ook. Het gevoel bij de rancune is inmiddels al heel lang verdwenen, maar de reminiscentie blijft.
Waarheidsgetrouw mag ik niet overslaan dat hun vader altijd een modelvoorbeeld was van een nieuwe papa tijdens onze gemeenschappelijke tijd en ook in zijn ingeknot ouderschap nadien dat bleef.
Zijn voorstel werd gelanceerd bij onzer vierkoppige kinderschaar en zonder uitzondering reageerden ze dolenthousiast. Wat toch wel de eerste vereiste was.
September werd benut om praktische afspraken te maken, te berekenen of ik zonder bijkomende geldelijke steun nog wel in leven zou kunnen blijven en om ons mentaal voor te bereiden (hij nog veel meer dan ik, ojee voor zijn nieuwe inboedel!) op wat komen zou… 6 oktober 2006
  
Wie mij durft vragen of ik de kinderen niet mis, zoals mij afgelopen tijd meermaals overkwam als ik eens per ongeluk twee dagen kinderloos op een afgeleefde huisvrouw botste…
  
– “IK zou dat niet kunnen hoor, zo enkele dagen zonder mijn kroost verderleven.”
– “Ze hebben het best naar hun zin bij hun vader, ik hoef mij in niks ongerust te maken en ik zie ze toch nog op school ook.”
(Erbij denkend : gij trut, moei je met je eigen etterbrokken, jij die buiten je gezin niks hebt.
En ook : jeminee, wat zit ik me hier toch te verantwoorden tegen iemand die het ook nooit zal snappen?)
– “Jamaar, IK zou ze zo toch niet in de steek kunnen laten!
– “Oh, mijn parkingticket verloopt over een half uur, ik ga gauw mijn inkopen verder afhaspelen… baai.”
    
… die scheid ik persoonlijk met de nagelknipper het hoofd van de romp.
’t Is maar dat u het weet.
  
  
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s