Ik ben een seut. Een narcistische.

  
zapnimf1kleinlichtroze-op-wit.jpg   Ik ben een seut.
In plaats van luidkeels te schreeuwen : “Steek dat stokske in uw gat!”, neemt nerdnimf het natuurlijk weer gedwee aan. Met dank aan M-go omdat ze het zo lief vroeg.
  
Wat is er levensnoodzakelijk in mijn leven?
  
Mezelf!
Twee coördinerende hersenhelften, een tikje humor en een hutsekluts karakter.
Zonder mij – mits enkele invloeden van buitenaf ; spermacellen en een minimum aan opvoeding om er enkele te noemen – geen kinders, geen vrijer, geen luilekkerleventje!
  
Nou, dat was een makkie.
  
Als dat geen elegie verdient!
  
Gij zelfuitgeroepen schone blomme,
gevuld met uw resem eigenwaan
Alsof het iemand kan verdommen
uw zelfvoldaan doorstaan afgaan.
  
Gij die u beroept op ironie
alsook op woordenspel en humor
pathetisch hengelend naar ovatie 
simulerende : een triomfator
  
Besef, zapnimf schat,
niet meer dan zestig lezers trekt gij aan
in geen mum ligt gij op uw gat
wie zou u missen bij uw heengaan?
  
Inderdaad, een schone blomme
zijt gij, fris en frivool in de lente
geen dove en geen stomme
misschien zelfs een eloquente
  
Echter verliefd op uw eigen spiegelbeeld
een verfoeilijke eigenschap dat is
uw ego is reeds genoeg gestreeld
Zapnimf, gij bent uw eigen narcis.

  
  
Ik ben een seut.
Maar wel een luie. 
De twee man en de paardenkop die mij vroeger lazen, weten dat het onderste deel uit de recyclagebak komt.
  

Wijvenweek : Specifieke vrouwenproblematiek

  
ww_banner_500x2009.gif
    
Dju.
Al mijn zuurverdiende centen naar die ondingen.
Marc Coucke is rijk geworden op mijn rug!
  
En dan lees je dit :
  
  f20080328-0011pil.jpeg
   
Uit De Morgen 20 maart 2008
  
  

Wijvenweek : Wat mannen niet begrijpen

  
ww_banner_500x2008.gif
    
Mijn oor lag in bed.
Onder mijn oor vond je mij, zijdelings gelegen.
Een vinger die niet van mij was, werkte zich kriebelend op tot mijn oorschelp.
  
(Hier zou ik graag het lieflijke ‘oorschelpje’ willen gebruiken, maar helaas, bij het uitdelen van de uitwendige gehoororganen werd ik om een nog steeds obscure reden in de rij van de reuzen geslingerd. Of zoals de gynaecoloog bij de geboorte van zoonzap het zo tactvol uitdrukte : “Laat ik het zo stellen, mevrouw… uw zoon heeft NIET de oortjes van zijn papa.” Mijn vader is ook begiftigd met hét kenmerk van de Afrikaanse olifant. Dit specifiek zapgen heeft geen van ons drie ooit opgezadeld met een complex, hoezeer de buitenwereld ons dat graag wilde aansmeren. In mijn puberteit vond ik het zelfs een voordeel. Terwijl mijn kluit new wave maatjes hartstochtelijk hun eigenheid wilde tonen met twee tot drie miezerige oorbellen, deed uw zapnimf – geholpen door een veiligheidsspeld – het hele zwik van schaamte in mekaar krimpen : 
“Kijk, ik heb nog plaats over… pompom, hupsakee, nog eentje erbij!”
Ik won op mijn sokken met mijn geperforeerd oor en tussen de zes gaten bleef nog steeds genoeg oor over om het als dusdanig te herkennen. Om maar te benadrukken dat die zijflappen aan mijn hoofd, geen enkele belemmering vormen tot het leiden van een aangenaam leven.)
  
Maar dus, een vreemde vinger werkte zich kriebelend op tot mijn oorschelp. Hij wreef het kantje ervan warm, kneedde zoetjes mijn oorlel, titste fluwelig het geheel af en peuterde de binnenkant murw. 
Ik kon dat verdragen. Mm-m-m.
Na het oor friemelde de vlezige octopus zich vast in mijn haargrens net boven de nek. Hij frunnikte de nekwervels bijna van de de schedel los. Het bindweefsel zoemde en de facetgewrichten kraakten van contentement, mijn hersenstam neuriede : “Zalig zalig zalig zij de Heer” (en zijn tengels). De hand wiegde mijn lokken en de vingers zigzagden zich een weldadige weg over mijn kruin.
Ik kon dat verdragen. Mmm-mm-mm.
Zijn handpalm gleed vervolgens soepel naar mijn heup, streelde en koosde de ronding. Mijn lippen gingen er van krullen en mijn tenen bleven niet achter. Zijn zachtheid streek behaaglijk tot mijn schouder en aaide in die omgeving mijn gezamelijk kippenvel recht…
Ik kon dat verdragen. Mmmm-mmm-mmm.
  
Wel? 
Titel van dit stuk?!
Wat mannen niet begrijpen.
  
Dat ze mij verdoeme moeten omrollen om de andere kant een gelijkaardige beurt te geven!
      

Wijvenweek : Een man van weinig woorden, maar bijna met blauw oog

  
ww_banner_500x2007.gif
       
Oh neen, domme domme brolkoe die ik ben.
Gisteren deed ik het.
Het!
Mijn hele nahuwelijkse leven heb ik erop getraind om Het te vermijden. Nachtelijke vergaderingen met vriendinnen zijn hier overheen gegaan om elkaar te steunen in het ons niet te laten verleiden tot Het.
Het meest erge een vrouw kan uitsteken, wil ze zichzelf oerbelachelijk maken. Wat zeg ik? Wil ze zich ooit nog in het openbaar zonder chronisch schaamtegevoel vertonen…
  
Ik vroeg hem : “Waarom viel/val je op mij?”
  
Hij : “Euh… ik vond/vind je wel sympathiek en niet onappetijtelijk.”
  
DUH-UH!?!
  
En mijn bekoorlijk klaterend gekwinkel dan?
Mijn hypnotiserende betoverende blik? (Van : er staat nog vaat op het aanrecht, doe jij…?)
Mijn talenten om je tot overgave (de verleden tijd van overgeven) te dwingen?  
Mijn sexy oorlellen? (Waar je nog nooit één oorbel voor hebt gekocht!)
Mijn koffieschenken in je mok iedere morgen? Nadat jij hem hebt gemaakt.
Mijn ontegensprekelijke rake analyses van jouw vrienden?
Mijn sierlijk gedrag als het op huishouden aankomt?
Mijn amoureuze strelingen over het toefje haar op je kin?
  
“Sympathiek en niet onappetijtelijk.” Prrt prrrrrrtff! (speekselbellen alom!)
  
En mijn vermogen tot zelfbeheersing om je nu geen doef op je neus te geven dan? 
  

Wijvenweek : Ode aan mijn kroost

  
ww_banner_500x2005.gif
  
(Het meeste effect te sorteren door pompeus en hardop te lezen)
    
Allerliefste puberzap, zoonzap, krulzap en minizap,
ontluikende bloesems van mijn existentie,
viervoudig verrukkelijk voortgeplant vakmanschap,
fraaie knot empathische intelligentie.
  
Gij verzamelde ouderdroom, uit mij geboren,
bijzondere baaropbrengsten, bundel barstende bedrijvigheid,
het gesternte heeft ons een gunstig lot beschoren,
intensiteit van warmte en genegenheid in ons nest verspreid.
  
Gij allen, gelaafd door moedermelk en stromen affectie,
neem mijn onbaatzuchtige okselfrisse omarming in ogenschouw,
voel je vrij onder mijn kloeke vleugels ter protectie,
oogappels toch, wat hou ik van jou en jou en jou en jou.
  
Schitterende parels zijn jullie, mijn kostbaarste bijou,
een taai, talentvol, tureluurs team in topvorm.
Wanneer gaan jullie ook alweer naar papa toe?
Want het is bijna op… mijn flesje chloroform.
  

  

Wijvenweek : Huishouden (?)

  
ww_banner_500x2004.gif
    
” Hey dinkske! Lang geleden dat ik jou nog gezien heb!”
  
” Wat zeg je? Huis houden?”
” Weet je dat dan nog niet? Ja ja, ik heb het huis kunnen houden. Overgekocht van de ex. Poeh poeh poeh, dat had nogal wat voeten in de aarde hoor. Prijs opdrijven, prijs neerhalen. Beetje op het gevoel spelen, je kent dat wel… Boehoehoeee en onze kindekeins dan? Hoe moeten die hun zestien armen en benen dan binnen de perken van een appartementje uitleven? O, jij kent dat niet? Jij hebt een gelukkig huwelijk? Och, niet panikeren, over enkele jaren hang jij er ook wel aan, nog efkes tot midlife zich tussen jullie wringt. Maar soit, hij daar dus tegenover : Al mijn maten zeggen dat ik zot ben om het voor die prijs te laten gaan. Wat maten? Als hij ze allemaal meeneemt naar zijn wc heeft hij nog plaats over bijgod! Uiteindelijk is dat toch nog allemaal in kannen en kruiken gekomen. Maar die notaris. Die no-ta-ris! Is me dat een toch een miezerige grijze muis. De kunst van het articuleren moet iemand die gast toch ook eens dringend bijbrengen. Prevelen in raadsels… en ondertussen zat ik daar voor diens bureau mij voor te stellen hoe het zou zijn om met zo’n gelijkaardig sujet seks te bedrijven. Stel je voo…”
  
“O? Je bedoelde eigenlijk iets anders met huishouden? “
“Huisje, tuintje, boompje, beestje?”
“Hihi, het huisje hebben we al gehad dus. Wel, in die tuin kunnen de beestjes nogal huishouden. Overlaatst nog. Al mijn kippen doodgebeten. Lichting één ging eraan door een losgeslagen hond van de achterburen. Nog een geluk dat die liever kip als kind at, want die speelden toen net in de hof. Wat doet zo’n goeie huismoeder als ik dan? Die koopt nog eens een stuk of wat kippen om hun tranen mee op te drogen en twee weken later is een vos ermee weg. Onderwijl stuurt de gemeente maar briefkes dat ik mijn gevogelte moet aangeven, vogelpestpreventie, maar dooi pluimve…”
  
“Aaaah, ik begreep je verkeerd. Of ik het kan bolwerken, mijn huishouden, de koters, het werk…”
“Moh! Is het al zo laat? Jee.”
“Sorry hoor! Ik moet er nu vandoor.”
“Ik zie je nog wel eens.”
“Toedeloe!”
    

Wijvenweek : Mannen (en hoe ze op slinkse wijze de jouwe te maken)

  
ww_banner_500x2003.gif
     
Vandaag, dames en heren, gaat zapnimf u een niet te missen boodschap meegeven. Opletten dus… gij daar vanachter ook!
    
How to ‘strik’ a perfect ‘vent’.
    
Stel, je bent een moordgriet.
Een moordgriet met een blog maar liefst.
Dat gemeesmuil van twee dagen geleden, over wat er allemaal scheef in je lichaam zit gevezen, beschouw je als een eenmalig zwak moment dat niet voor herhaling vatbaar is. Kortom, je besluit dat je echt wel een coole deerne bent. 
Eentje zelfs die vijf zinnen na elkaar kan schrijven en als ze het hoofd er een beetje bijhoudt, staat er zelfs geen dt-fout in.
U herkent uzelf al? Aha! Fijn!
    
Je hebt al lang verwerkt dat je ex je vijf jaar geleden heeft laten stikken met vier vleesjes van eigen bloed voor een troela die niet half zo ravissant is als jij. Immers, het leven lacht je toe. Die lachballon bevat de staakwoorden : vrolijke kinders, vrienden, gelukkig zijn, foute vrijers, huis overgekocht, leuke job. Met andere woorden, je maakt geen fluit mee, maar behendig als je bent, weet je dat prima te verdoezelen op je weblog en je produceert bijna iedere dag een creatief geformuleerd ei over dat niks.
    
Dan slaat het noodlot toe!
Je ontdekt ergens verscholen in het zompige moeras dat blogistania heet, een karrevracht letters, op zo’n originele/gevoelige/humoristische wijze achter elkaar geplakt, dat je vastgelijmd blijft op je stoel tot je ze stuk voor stuk hebt verorberd. Godbetert nog geschreven door een man ook! Een alleenstaande man zelfs! Omdat je zo’n zwak figuur bent (wat losstaat van het gavemokkelschap), begint er aan de binnenkant van je vel allerlei onbestemds te broebelen, bruisen en klutsen. Die laatsten geraak je en passant ook nog kwijt.
Je negeert de perplexiteit die je stom heeft geslagen en in het wit tussen zijn schrijflijnen ontdek je zijn leeftijd (met dank aan google en Wouter Deprez). 
“Potvolkoffie!”, vloek je meisjesachtig vijftig keer na mekaar heel heel heel erg luid, “die kerel is zes jaar jonger dan ik!”
    
Dan herinner je je weer dat stoere stoten zich niet uit het lood laten slaan door zo’n detail, want zijn aantrekkingskracht sleurt je bijna doorheen je scherm.
De volgende stap is die van het offensief in zijn reactieluik. Kirrend, grappig en je adoratie beheersend, laat je je daar van je beste kant zien. Hij retourneert en reageert. In zijn volledige onschuld, weet hij niet dat je doortrapt wacht op een kans om qua contact een trap hoger te geraken. Mail.
Ha! Haaa! De opportuniteit doet zich voor en je grijpt ze met beide handen. Je eerste mailgerichte woorden naar hem zouden kunnen zijn :
    
“Beste huppeldepup, maar twee stokpaardjes heb ik – noemen en heten en pita met twee t’s – en jij hebt tegen een van de twee gezondigd!”
    
Geloof me, medeblog(g)(st)ers, en geloof in je eigen spitantiness, het is genoeg om een correspondentie op gang te krijgen. Een kwantitatief en kwalitatief schrijfverkeer zelfs.
Daarna is het in de sjakos. Als toffe meid met blog hoef je nu gewoon jezelf nog maar te zijn en te wachten tot hij je, na een maand ofzo, een keer uitvraagt.
    
En dan is het aan u uiteraard.
U kunt het!
    
Wablieft?
Iemand uit het publiek die scandeert? “Keep on dreaming, gij onnozele zap?”
    
Onnozele zap zit hier anders al anderhalf jaar op de schoot van haar virtueel gevonden ware te glunderen.
    
Lees hier ons eerste afspraakje, alwaar ik met mijn kop tegen een balk knotste.
Lees hier ons tweede afspraakje, waar moose wat van zijn vocht verloor.
    
Vraag jezelf af hoe het komt dat het ons na die blunders toch nog gelukt is!!
  

Wijvenweek : Shoppen

  
ww_banner_500x2002.gif
      
Shoppen?
Shoppen.
  
Hmm. Heb ik daar wat mee?
Hmm. Nee.
  
Shoppen rijmt niet voor niks op :
– ’t is naar de knoppen
– floppen
– geld kloppen
– verstoppen
– ‘k wil nu iemand doodschoppen
– kiekenvlees
  
“Wat hangt er dan aan uw gat?” hoor ik u van ver murmelen.
Op dit eigenste moment niks… ik typ graag puur. Als ik mijn kluizenaarshol dan toch eens verlaat, wikkel ik mij in het eerste het beste dat ik tegenkom. Dat kan het gordijn zijn, maar meestal een gerecycleerde lap stof in de vorm van een broek die de jojo-toer van de vriendinnen al drie keer heeft doorstaan. O zap, ik geraak hier niet meer in, past gij eens? Om het geheel netjes af te werken, wurm ik mij in één van mijn twee paar schoenen – caoutchouc botten en klompen even buiten beschouwing gelaten – en tataaaa… uw zapnimf staat klaar om zich te manifesteren in die grote boze wereld.
  
Voor u omvalt van compassie, wil ik u laten kennismaken met iemand die er nóg erger aan toe is :
  
“Ain’t got no home, ain’t got no shoes
Ain’t got no money, ain’t got no class
Ain’t got no skirt, ain’t got no sweater
Ain’t got no parfum. ain’t got no beer
Ain’t got no mine”
  
Een grote madame.
Nina Simone.
Dat rijmt dan weer op : buitengewone wonderschone vrouwspersone
en wauwwijf.
  
  

Wijvenweek : wijflijf

  
ww_banner_500x2001.gif
    
Maar ik moet nog voldoen aan mijn wijvenweekengagement : mijn prachtige wijflijf.
Mijn zachtgegolfd lichaam, beste mensen, heeft mij en anderen al veel plezier bezorgd. Het is een bron van pret, vermaak en vrolijkheid. Om het allemaal wat overzichtelijk te laten overkomen, verdeel ik mijzelf in drie stukken :
  
De kop.
Al ben ik de puberteit al enkele decennia voorbij, zo heel af en toe blijft de natuur mij goed gezind en voel ik ergens onder mijn teer vel het begin van iets leuks groeien. Urenlang kan ik hem liefkozen en strelen tot hij zijn gele toppunt bereikt heeft, die vette, rijpe puist. Als het dan zover is, houden hij en ik het volgende ritueeltje : 
– vreugdedansje gepaard met improvisatiezang waarin de woorden ‘pietsen’, ‘puist’, ‘pletshhh’ dominant aanwezig zijn.
– het richten van volgspot om het proces optisch optimaal te kunnen volgen.
– het opwarmen van de vingers met een vingerversje :
           ‘Naar bed, naar bed,’ zei Duimelot.
           ‘Zijt gij zot?’, vroeg Likkepot.
           ‘Eerst nog knijpen,’ zei Lange Jaap.
           ‘In zapnimfs neus,’ zei Ringeling
           ‘Tot het pletsht,’ zei ’t Kleine Ding.
– de aftasting door middel van een precieze vingerzetting, het verhogen van de druk, observatie van een bijna barstende boebel en ‘plop’ een messenpuntje smurrie zien vliegen tot de spiegel het stopt.
– “Auwauwauw” roepen, glimlachen en triomfantelijk kijken.
  
De romp.
Na een optreden van Monza, stond Stijn Meuris nog gezellig twee meter achter ons aan de toog een drankje te nuttigen. 
Iemand : “Moet je geen handtekening gaan vragen? Op je buik ofzo?”
Ik : “Jaahaaa! Hoor je me al afkomen? Stijn Stijn, mag ik je kribbel? Op mijn buik? Gemakkelijk, de lijntjes staan er al… verticaal.
Alle omstaande buiken schudden de mijne tot mikpunt van spot.
  
De onderkant.
Waarlijk, ik heb mooie voeten. Geen tenen die zich individueel uit de neerwaartse rij hebben gegroeid, geen tip die krommend een andere beklimt, geen likdoorns, vreemde kleurschakeringen of wratten.
Dat ze zowel in de breedte als in de lengte kunnen concurreren met die van een dokwerker van twee meter hoog, doet niets aan hun schoonheid af.
De keuze van mijn avatar viel dus op een bovenaanzicht van mijn voeten. Daarvoor werd een fototoestel opgetrommeld en zijn eigenaar. Moose drukte tientallen prentjes van mijn onderstel af. Het ene al wat experimenteler dan het ander.
– “Jamaar… wat is dat toch op al die foto’s? Zat er iets op je lens? Overal is dat beeld vertroebeld op mijn tenen.”
– “Lief lief, dat is gewoon het toefke haar dat erop staat…”
  
Waarlijk, ik kan ook heel schoon kalligrafieën… zie mijn avatar.
      
                                        handtekening2-rood-op-zwart.jpg  
  
         

Wijvenweek

  
ww_banner_500x200.gif
  
“Toen onlangs de uitslag van de bwards bekend werd gemaakt, weerklonk de kreet dat het weer allemaal wijvenblogs waren die de plak zwaaiden.’Gijlie weet niet wat dat is zekers, een wijvenblog?’; dachten wij meermaals, want vrouwelijke bloggers schrijven helemaal niet constant over puur vrouwelijke onderwerpen. Tot nu! Want nu is er wijvenweek, de vrouwelijkste week van het hele blogjaar. Haal dus uw make-up van onder het stof, laat de coiffeur uw haar proper leggen, trek uw hoge hakken aan, ga lunchen met de vriendinnen en trakteer uzelf op een bloemekee, want vrouwelijker dan dit wordt de blogosfeer niet.”
   
Zo noemen ze dat. Puh puh puh. (Van die bwards had ik zelfs nog nooit gehoord.)
Wat week? ‘k Voel mij al een heel leven wijf. Of nog liever vrouw/huppelkut/madonna/moeder.
Erbovenop smijten ze een archi-lelijk logo met een gekroonde poppenkop. Waar is de tijd gebleven dat de ontwerpers van logo’s nog smaak hadden?
Nu moet ik toegeven dat die kleurtjes van dat logootje wel heel mooi passen bij die van mijn schrijfstek. En je krijgt een link! Link link!
  
Als ik terug ga bloggen, ik zeg als, dan zal ik voortaan nog enkel voor mezelf schrijven en die statistieken laten voor wat ze zijn. Jaja, vanaf nu sta ik boven al dat pr-gedoe.
  
Waarop ze vervolgens terug ging schrijven, verwoed naar nieuwe blogspots zocht en minstens twee keer per dag haar bezoekersaantal checkte.
  

Iedereen is van de wereld en de wereld is… ons vreemd

  
zapnimf1kleindonkerroze-op-paars.jpg   De radiowekker geeft 02:24 aan.
Ik sta op het punt om mijn eerste onderkoelde voet onder de lakens te steken.
  
– “Huh? Is het al zo laat?”
– “Neen, maar ik heb de klok al op het zomeruur gezet.”
– “Oh, dat was ik weeral helemaal vergeten sè. Goed van je.”
  
Het koppel zapmoose ontbijt paaszondag rijkelijk laat. Het koppel zapmoose leest zich sloom de dag door. De helft van het koppel zapmoose belt met D., wiens gemis (die woont terug op haar eigen stek sinds een halve week) ze tracht te compenseren met wat oppervlakkig gewauwel via een lijn en de belangrijke mededeling dat die haar uurwerken niet mag vergeten door te draaien. D. kraait van dankbaarheid want zij wist natuurlijk weer van niks.
  
De klok in de living geeft 19.30 u aan.
Moose tokkelt de vertering van zijn avondmaal op de pc weg.
  
– “Wat raar, die tijd onderaan in de blauwe balk heeft zich niet aangepast.”
  
Twee googleknoppen verder…
“… Misschien dat je best eens even naar D. belt?”
  
Wij zijn niet echt wereldvreemd, dat lijkt alleen maar zo.
  

Hoor wie klopt daar, zapmoose?

  
zapnimf1kleindonkerroze-op-lichtroze.jpg   Boenkeboenkeboenke!!
  
– “Er klopt iemand op het raam beneden!”
   
Op zich is zo’n daad niet verontrustend, ware het niet dat wij beiden nog gezellig in ons adamskostuum onder het dekbed aan het ravotten waren.
Mannelijke wederhelften halen in zulke gevallen eens hun schouders op, terwijl hun nimf werkelijk gelooft dat ze de voornaamste aangelegenheid sinds mensenheugnis mist als ze niet verifieert wie o wie voor de noen zo stoutmoedig hun aandacht probeert te trekken.
Moose werd er dus op uitgestuurd om te gaan gluren.
  
– “Ik hoor een auto stationair draaien… ’t is een postauto.”
– “Op zaterdag?”
  “En?”
– “Niks en… een postauto dus.”
  
Dat heb je met onnieuwsgierige venten, die maken zich niet druk over het feit dat jij misschien ergens in de week een gaatje moet vinden om een aangetekende brief op een bomvol postkantoor te gaan innen. Die maken geen aanstalten om in hun kamerjas de postbode te woord te staan.
De ondernemingslust moest duidelijk van mijn kant komen. Omdat de peignoir al bezet was, trippelde ik, naakt en met wiebelend onbedekt vlees, naar de kinderkamer waarvan het raam zicht heeft op de voordeur. Onderweg drong het besef van mijn blote gesteldheid plots door en gelukkig herinnerde ik me net op tijd de truuk in het kinderzwembad ; de denkbeeldige trap onder water. Alleen een behoorlijk knoperige zapnimfkop stak nog boven de vensterbank uit, toen ik het raam opende en hem zijn ogen ten hemel liet slaan met mijn luide “Joehoe!”
Voor de postbode, een schattig jong baasje van Marokkaanse oorsprong, was dit potsierlijk borstbeeld van de naakte madonna genoeg om uit te barsten in stamelgeluiden. Wellicht dat ze op de post meer belang hechten aan mimespel want hij wees als een bezetene onder onze carport.
  
– “Ik geloof dat hij wil zeggen dat hij zijn pak al ergens heeft achtergelaten.”
  
En ik wuifde één borst bloot ten afscheid.
  
Voor moose was dit het sein om weer onder dons te duiken. Het kon hem niet eens schelen welke schat er onder onze carport op ons lag te wachten. Er kwam een bevel en een sjot richting trap aan te pas voor hij begreep hoe belangrijk het voor een curieuze vrouw is om meteen in die kwaal bevredigd te worden.
  
– “Wat is’t? Wat is’t?”
– “Och, ’t is vooral een slechtziende…  gewoon de gazet… hij zal de brievenbus niet gevonden hebben zeker?”
  
       

Mama lijdt (onder zoveel oelewapperij)

  
zapnimf1kleinpaars-op-zwart.jpg   – “Mama? Waarom rij jij nu ineens zo snel?”
– “Mompelmompelmompel.”
– “Dat is toch ook niet van je gewoonte?”
Verbaasd keek ik eventjes opzij. Zou zoonzap dat echt over zijn lippen gekregen hebben?
Euh… niet echt, maar het klinkt wel verantwoordelijk in zo’n blogstukje. Hij zou het kunnen gedacht hebben!
– “Mompelmompel, dringend grote boodschap, mompelmompel.”
– “Gevaarlijk hoor… het begint nog te hagelen ook.”
– “Mompelmompel, moei je met jezelf, mama lijdt, mompelmompel.”
  
Met een vaart bonkten we over de kuilen van onze oprit. Dit werkte allesbehalve kalmtebevorderend op schreeuwende darmspasmen. De auto bolde nog zijn laatste meters wijl ik reeds de achterdeur uit zijn scharnieren ramde.
– ” Laden jullie alles uit de autooooooooooooooohohoohoooo?” spurtte ik achterovergebogen met een maximale druk op de bilnaden in ballerinahuppelpasjes naar het kleinste kamertje.
  
Helemaal klaar om wederom mijn dagelijkse goedgezinde leven verder te zetten in opgeluchte modus, zocht ik de doos met kopies die ik van mijn werk had meegebracht.
Uiteráárd had ik kunnen voorspellen dat de vruchten van mijn lenden beperkt zijn in het begrijpen van een eenvoudige opdracht zoals : Laden jullie alles uit de auto? ‘Alles’ telt hier in huis precies drie boekentassen en zichzelf. Logischerwíjs had ik daaraan vast kunnen koppelen dat hun functieknop om een koffer dicht te slaan pas in voege zal treden als ze zich zelf ooit hebben kromgewerkt om zich een schrootbak op wielen te kunnen permitteren.
  
Tot zolang kijk ik nog eens berustend naar de dertig fotokopies die aan het droogrekje hangen voor de verwarming… en waar een pel hagel van vijf centimeter vanaf drupt.
  

Creatief en oplossingsgericht denken zonder theepot

  
zapnimf1kleinlichtroze-op-wit.jpg   De waterkoker stond al volop te pruttelen, toen ik ontdekte dat het gerammel in de vaatwasser afkomstig was van mijn theepotje.
Oei.
Nog eens oei.
Beetje ongemakkelijk, leek me dat, thee zetten zonder pot.
In een mok dan maar?
Naaaah. Mijn keel voelde aan alsof ze het volgende uur wel golven thee wilde slikken. “Minstens een liter”, rochelde het verkeerde keelgat tegen het goeie. “En liefst met een flinke hoeveelheid citroensap,” piepte er nog een onbekend gat achteraan.
  
“Komaan zapnimf”, klonk mijn ego, “jij die de creatieveling van de gemeenschap wordt genoemd, jij vindt toch wel een theepotvervanger?”
“Euh… ik doe slechts alsof,” repliceerde ik, “kanikerwataandoen dat alleman dat gelooft?”
  
Mijn ogen gleden langzaam over het verzamelde keukentuig… 
– De plastieken maatbeker!
Nee, die thee gaat dat spel verkleuren.
– Mijn tupperware microgolfovenkannetje!
O… staat ook in het afwasmachien.
– De etensbak van de kat!
Toch maar niet. 
  
Zapnimf keek eens heel erg scheel uit frustratie naar al haar nutteloos gerei, toen zij plots de oplossing dubbel op de vensterbank in het vizier kreeg.
  
En de ruiker rozen die erin stond? Die legde ze voorlopig wel even op het aanrecht…
  
Nog een poosje later, een poosje vol verbrande handen en een morsige tafel, bedacht ze dat er achteraan in de kast nog een thermoskan stond.

  

Het botten van het potlood

  
zapnimf1kleinlichtroze-op-paars.jpg   Bij mijn dagelijks snuifje buitenlucht, kringelde er zowaar een sprankje bremgeur links het neusgat in. Daarop trok ik de wimpers van elkaar en warempel, de forsythia bloeide reeds in alle hevigheid. Nounou, dit vroeg om voortgezet zintuiglijk onderzoek. Op handen en voeten proefde ik het gras, schudde ik de dauw uit de rododendrons, betastte ik het zompige vijverwater en beklom ik de draad van een megaspinnenweb.
“De lente”, vatte ik samen, “de lente doet mijn hof aan!”
Rollebollend in een febele zon parkeerde ik mijzelf tegen de kastanjeboom en tussen alle draainissen ontdekte ik het botten van de bomen.
  
Het botten van de bomen… 
  
Dat zei hij ook : “Sja, juffrake, dat zal het botten van de bomen zijn è.”, die meneer de polies, ergens in 1990.
  
Mijn vriendin en ik soesden doorheen onze middagpauze in het magnifieke park van Wijnegem, toen we op de terugweg naar school enkele bosjes zagen vibreren alsof er een horde Italianen er hun wekelijks discussieuurtje hielden.
  
– “Oh? Kijk, daar staat een vent in die bosjes.”
– “Waar waar?”
– “Hm? Zijn broek hangt ietsjes te laag.”
– “Waar waar?”
– “Daar! Zet je bril dan op, oen!” 
– “Oooooooooh… de vieze!”
– “Jah, viesviesvies!”
  
Een rechtsomkeer later, besloten we te kiezen tussen een saaie godsdienstles of een uitstapje naar het politiebureau. 
– “Ienemienemutte, tien pond gru… ok, de politie dus”
  
Wat voelden we ons belangrijk. Wat kregen we een aandacht. Twee brave normaalschoolstudentjes die opgevangen werden voor de schok van het jaar door allerlei binken in uniform. Woehoeh!
  
De bomen droegen al vruchten, toen ik telefoon kreeg op een vrijdagavond. De politie van Wijnegem, of we zo vriendelijk zouden willen zijn om een opgepakte potloodventer te komen identificeren. Ik zag mijzelf al flaneren voor een superspiegelglas met daarachter acht ongure types waaruit ik er eentje mocht kiezen. Vastberaden zouden mijn vriendin en ik er de dader met een coole wijsvinger uitpikken.
  
In werkelijkheid zat de exhibitionist een beetje in elkaar gekrompen op een scheefgezette stoel in een kantoortje en wij mochten enkele malen voorbij het open deurgat wandelen en loeren. Net als niet in de film!
  
– “Herkennen jullie hem?”
– “Euh… euh….”
– “Hij komt overeen met jullie eerdere beschrijving.”
– “Euh… euh… ik weet het niet.”
– “Denk goed na.”
– “Zijn gezicht kan ik me niet meer herinneren, sorry!”
  
En zo hielp zapnimf in 1990 mee aan de stagnatie van de misdaadcijfers. ’t Leven kan niet altijd even simpel zijn.
  

Over een bijna snedige ouwe

  
zapnimf1kleinlichtroze-op-donkerroze.jpg   Onze ouwe heeft een filie.
Onze ouwe poes bedoel ik.
Alsof ik mijn vader ‘ouwe’ zou durven noemen. Trouwens, die heeft eerder een fobie. Voor koffie zetten bijvoorbeeld, of afwassen of wc-potten ontgeuren.
  
Onze poes heeft dus een filie.
  
Hij heeft wel meer. Diarree op onze parket om zomaar wat te noemen. Daarmee gepaard gaand een flatulentiegehalte om U tegen te zeggen. Omdat ‘U’ zo formeel klinkt, noem ik het meestal gewoon : “Bah!”
Hij heeft ook wat minder. Verstand. En één hoektand om precies te zijn. Die heeft hij achtergelaten bij de dierenarts toen die eens wilde onderzoeken waaruit de stankinvasie aan de voorkant van de kat ontstond. Een abces, een rotte tand en veel tandsteen verdicte de poezendokter en zij sneed de bedorvenheid weg.
  
Boven dit alles heeft Poes dus ook een bijnaam : Stinkie
  
Maar dit terzijde. Poes heeft een filie. Een deurenfilie.
Ziet hij een deur die opengaat, dan trillen de cellen in zijn kattenkop van : “Een deurgat! Rennen! Een gat te dichten!”
Alsof zijn leven ervan afhangt, werpt hij zijn flapperende vacht naar de andere kant. Bij herhaling doet hij het in de andere richting. Het maakt niet uit of hij net zijn etensbak bereikt heeft, als er iemand passeert, zwiept hij mee door de volgende deur.
Dat beest zou bij ons een luizenleven kunnen leiden van zetelkussen naar zeteldeken, maar liever riskeert hij de verplettering van zijn niet al te ontwikkeld kattenlijf.
  
Deze eigenaardigheid brengt voor ons – eigenaars der deuren – nogal wat ongemak met zich mee. De aanblik van een smekend beest naast een gesloten toegang kan ik nog velen, maar het katstruikelen, -rollen, – trappen, is er net teveel aan.
  
Onze ouwe heeft een filie.
En wij binnenkort twee keer een halve kater met voorheen een rare hobby
  
Laat ons hopen dat de diarree zijn darmstelsel dan al heeft verlaten!
    

Bedgeheimen die er nu geen meer zijn

  
zapnimf1kleinlichtroze-op-paars.jpg   ’t Was micheleeuw, jeweetwel, die curieuze
met haar bedgeheimen in d’r hand
die onder onze lakens wilde neuzen
en haar stok in onze maag heeft geplant.
  
   f20080315-009-in-bed1knip.jpg
    
Maar weet… één zapnimf en één moose
beheersen ontelbare finesses,
zelfs gelegen onder een dekbedhoes
delen ze boeiende interesses.
  
   f20080315-017-poezie21knip.jpg
     
Zo worden wij, gezeten in een bedstede
al eens overvallen door een leesgrage bui.
Ontleed onze (poëzie)lectuur en concludeer mede
wat wij vinden van onszelf namelijk : geciviliseerde lui.
  
   f20080315-020-boeken1knip.jpg
    
Ook van visuele kunsten zijn wij niet vies,
een spannende of romantische film op DVD.
Jammer dat ik meestal het bewustzijn verlies,
’s ochtends deelt moose wel weer de plot mee.
  
   f20080315-001-dvd1knip.jpg
    
In tijden van passie bedrijven wij bijbelse zonde,
door de lokroep van de eisprong verleid.
Een heerlijk oord om te copuleren, die sponde,
ook steeds voor aanverwante schunnigheden bereid.
  
   f20080315-004-jump1ei-achtergrondknip.jpg
    
Sterren kijken, nadenken, stinken, converseren…
aan werkwoorden geen gebrek,
lachen, ontbijten, kietelen, begeren…
ons bed is een multifunctionele plek.
     

Gedwongen Bourgondiërs

  
zapnimf1wit-op-donkerroze.jpg    Zoals u al dan niet weet, is het onderwijs mijn branche.
Kwieten, aldaar werkzaam, hebben een reputatie hoog te houden. Die van klager. Vandaag, heb ik zo ééntweedrie beslist, doe ik eens lustig mee.
  
De scholengemeenschap organiseerde een conferentie. De scholengemeenschap heeft wat tegen mij. De scholengemeenschap richt haar pedagogische studiedagen al jaren in op mijn vrije woensdag. Meestal over zaakjes waar ik geen uitstaans mee heb.
Excuusnota’s met : ‘Sorry, ik heb vandaag een berg vuil stinkend ondergoed te wassen.’ of ‘Tot elf uur heb ik eigenlijk een ontbijtje gepland met enkele vriendinnen.’ werden tot op heden niet weerhouden. Opdraven zou ik en opdraven deed ik. Gewald, verdoofd, nog niet opgedroogde slaapkwijl was geen bezwaar, zolang ik de bakken info over bijvoorbeeld het godsdienstonderwijs (dat ik sinds het interbellum niet meer geef) maar over mijn futloze vormen liet glijden.
  
U begrijpt mijn juichende habitus toen ik de voorbije woensdag een uur vroeger dan op een doodgewone werkdag verwacht werd in een onbekende school. De gebruikelijke wakkerwordkoffie sloeg men gemakshalve over, te klein behuisd, klonk het. Tweehonderdvijftig leerkrachten vroegen zich af wat die bende directeurs dan bekokstoofd hadden, want uren verkleumen op een kabouterspeelplaats behoorde niet – ik herhaal – niet tot de mogelijkheden. Wie zich de woensdagse weersomstandigheden nog herinnert, krijgt spontaan neigingen om een motorhelm te gaan kopen… vanaf een meter vijfenzeventig hoogte zag je een zee van verticaal losgeslagen haar dat zijn best deed om zich vast te haken in een grijpbare nabije omgeving. Toen het ernaar uitzag dat we met de hele slomp een ommetje gingen maken, scheurde ik mijn gesprekspartner hardhandig van mijn kop en volgde de massa naar een rij verscholen opgestelde autocars. Die voerden ons naar Mechelen city. Daar hadden ze zich op hun beurt de moeite getroost om alle beschikbare stadsgidsen in te zetten om ons twee uur lang te entertainen. Mijn peergroup mocht de St-Romboutstoren beklimmen. Uit ervaring weet ik dat die vijfhonderddertien trappen meer dan het beklimmen waard zijn. Alsook dat mijn knieën dit niet aankonden en eveneens dat met dit weer er zeven procent kans was dat er eentje van die toren zou waaien. De Bourgondische ommegang leek mij een aanvaardbaar alternatief om me onuitgenodigd bij te smijten. Terecht zou achteraf blijken. 
  
Maria van Bourgondië, Margaretha van Oostenrijk, Filips de Schone… ik weet er nu alles van!
(Net zoals ik alles weet over welke binnenspeeltuinen die vervelende onbekende taterende ongeïnteresseerde kleuterleidsters, in wiens aanwezigheid ik moest vertoeven, frequenteren.)
  
Het pedagogisch aspect van dit uitje ontgaat me wel een beetje, maar mij hoor je niet klagen… o neen! Dat laat ik liever over aan vervelende onbekende taterende ongeïnteresseerde kleuterleidsters die liever over peuterparty’s emmeren.
  

Feestelijkheden in bulk

  
zapnimf1kleinwit-op-lichtroze.jpg   Ha! De hype rond de ploetermoeder is eindelijk voorbij in Humo.
Mooi trendy woord, vooral geschikt voor mama’s die overlopen van schuldgevoel omdat ze veel te veel willen combineren. Die baby’s die ze in de loop der jaren hun baarmoeder hebben laten ontglippen hebben in de meeste gevallen toch ook een vader? Zie je daar de schuldgroeven in het voorhoofd gekrast? Neen toch?
  
Maar ik heb makkelijk schrijven, het gezinsleven zit mij mee, de ingesteldheid zit mij mee, mijn job zit mij mee. En ik vergeet snel, hoe het was om vijf jaar lang 12/14 alleen voor de zaps op te draaien en ze zonder onderbroek/sokken/jas naar school te sturen. 
Noem de kat bij zijn naam : ik ben een luie moeder.
  
Luie moeder zag (al eventjes geleden) weeral een verjaardag aankomen. Dat is een klein nadeel als je vier eigen gebroed hebt gebaard – en niet op 29 februari – dat verjaart maar raak! 
Vroeger, toen ik nog een toffe luie moeder was, presteerde ik het nog wel eens van wandelzoektochten te organiseren in een thema ; een geheimschriftfeest of een pak de boef feest, maar deze keer zocht ik een gemakkelijkere formule : de bioscoop (vorig jaar ook al, geloof ik).
De wagen van onze pa, met vader als chauffeur, werd erbij geronseld. Dat maakte tesamen acht zitplaatsen voor krulzap, minizap en nog zes genodigden.
Zelfs bij de inkopen bleef ik minimalistisch : wat drankjes, enkele zakjes smokkelchips en een pizza of anderhalf om dat laatste driekwart uur te overbruggen tot hun eigen ouders mij weer van mijn kwartjaarlijkse taak onthieven.
  
Drie van de zes hadden al iets beters aan de hand dan Ratatouille te gaan bekijken. Hun inderhaast gezochte vervangers stuurden ook hun kat.
Toen waren ze nog met drie.
Krulzap liet het niet aan haar hart komen.
Eentje werd de avond voordien ziek en belde af.
Toen waren ze nog met twee.
Krulzap liet toe dat ik het gevormde deukje in haar hart er terug uitpraatte. Zoooo erg is dat immers niet, ziekemie kon nog altijd eens op een ander tijdstip komen spelen.
  
Het opgedaagde buurmeisje zag extreem bleek. Dat mag, ik heb in sé niks tegen witte meisjes, vooral niet als ze in een lief omhulsel zitten, maar met de info dat ze die voormiddag in het ziekenhuis medicatie had gekregen om de afbraak van rode bloedplaatjes tegen te gaan, had ik toch liever een zonnebankbruin meisje verwelkomd.
  
– “De dokter zei dat ze er geen last van zal hebben.”
  
Dokters zijn dikke leugenaars. Zeg dat zapnimf het gezegd heeft.
  
Nog voor de pauze had de inhoud van buurmeisjes maag zich met kwakjes verplaatst naar een plastieken zak (van Fun!), één ondeugende deciliter ontsnapte naar mijn broekspijp en wat wegspringende spetters gaven van jetje op de vloer.
Ik ben een ploeterbuurvrouw! Wie bediende de zak, denkt u? Open… dicht… open… gestrekte arm naar rechts, ver van ons reukorgaan… open…
Dit akkefietje kortte buurmeisjes aanwezigheid bij het uitje enigszins in, op de trappen van de cinema droeg ik haar terug over aan de zorgen van haar moeder.
  
Toen was er nog maar één.
Krulzaps hartje reageerde niet al te droef, het had het te druk met vijf rijen opwaarts een geurvrije nieuwe plaats te kiezen en uitte op zijn beurt een dosis compassie voor het buurmeisje.
  
Heel uitbundig kon je onze thuiskomst niet bestempelen, maar kom, ik had nog een feestelijke pizza voorzien!
  
Laatst overgeblevene : “Ik lust eigenlijk geen pizza.”
  
Ik heb ze maar niet gewurgd…
’t Zou opgevallen zijn in de massa.
  

Voel de volumeloosheid van dit schrijven

  
zapnimf1kleinpaars-op-zwart.jpg   Lezers altegader, ik heb één woord voor u : Effiextralight5%trektopmayonaise!!
  
O. Sorry. Neen. Hieronder staan er nog een paar, vijfhonderddrieëndertig om precies te zijn.
  
Moose en ik zijn minizap kwijtgespeeld.
Verloren in de kosmos. Opgelost in het niks. 
Niet zo evident als je zou vermoeden. Minizap is een opvallende brok luidruchtige energie van om en bij de veertig kilo.
Hoe we dat weeral voor mekaar gekregen hebben?
U zegt? Achtergelaten in een diep donker woud, zonder kruimels?
Tsssssss.
  
Opnieuw!
Moose en ik zijn samen de voorbije maanden ruim veertig kilo lichter geworden. Er kan nu een derde mee in de lift! Ik kan in cafés terug met een gerust hart ophoepelen zonder notie te nemen of de stoel nog aan mijn kont geklemd zit. We kunnen ons schaamhaar terug tellen (en ons druk maken over een weerborstel)!
Tof tof! Al was ik uiteraard wel een knappe dikke en hij een lekkere valse magere, laat daar geen misverstanden over bestaan.
Neenee, de esthetische redenen waren onderschikt aan het knikken van mijn knieën, die knikten zichzelf net iets teveel een ontsteking in.
  
Daar zat ik, eind september, tegenover een specialist die alle pro’s opsomde van de maagballon
– Je gaat er niet dood van! (wat niet altijd van een maagring gezegd kan worden)
– Ze zijn mooi. (Als er dan toch versiering in mijn lijf gepropt moet worden.)
– ’t Is geen operatie, na zes maanden gaat die ‘pompelmoes’ eruit en is er niks definitiefs gebeurd.
– Als hij lekt, plas je blauw en krijg je op kosten van de firma een nieuwe.
– Oja, je zou er minder honger van krijgen, want er zit al een kleinigheidje in je buik.
– Gemiddeld gewichtsverlies : twintig tot dertig kg
  
Dit alles zinde me wel.
  
    maagballon.jpg
    
En toen kwam dit :
– De prijs : exclusief ingreep € 1000
– De eerste week zoekt hij koortsachtig naar de uitgang. Dat heet : kotsen, overgeven, spauwen, vomeren, braken, spuwen.
– Iedere twee weken naar de diëtist. (Zot??!)
– Rekening mee houden dat je achteraf toch terug vijf kilo aankomt wegens een vertraagde verbranding in het begin.
  
Ik zou er thuis eens rustig over nadenken. Van al dat gedenk over die week krampen kreeg ik minder honger. Die diëtistontmoetingen in het verschiet waren nefast voor de schransbuien. Die prijs wilde ik liever opmaken aan (dure) aardbeien, frambozen en andere bessen…
  
KHEBHETDUSNIETGEDAAN!
  
Moose, de onvervangbare, nam zich voor om me te steunen : de chocopot en lepel uit mijn pollen sleuren, de vette kaas rap zelf eerst opeten, een alarm monteren op de koekendoos, bondageseks als er chips op tafel stond, me knock-out slaan als ik mijn schoenen al aangetrokken had om naar de Quick te rijden…
Zo zijn wij dus in een stramien gesukkeld dat een hoop minder boterhammen bevat en veel groensels, fruit, vis en kip.
En Effiextralight5%trektopmayonaise!
  
Voortaan mag u ons min zestien en min vijfentwintig noemen.