Het botten van het potlood

  
zapnimf1kleinlichtroze-op-paars.jpg   Bij mijn dagelijks snuifje buitenlucht, kringelde er zowaar een sprankje bremgeur links het neusgat in. Daarop trok ik de wimpers van elkaar en warempel, de forsythia bloeide reeds in alle hevigheid. Nounou, dit vroeg om voortgezet zintuiglijk onderzoek. Op handen en voeten proefde ik het gras, schudde ik de dauw uit de rododendrons, betastte ik het zompige vijverwater en beklom ik de draad van een megaspinnenweb.
“De lente”, vatte ik samen, “de lente doet mijn hof aan!”
Rollebollend in een febele zon parkeerde ik mijzelf tegen de kastanjeboom en tussen alle draainissen ontdekte ik het botten van de bomen.
  
Het botten van de bomen… 
  
Dat zei hij ook : “Sja, juffrake, dat zal het botten van de bomen zijn è.”, die meneer de polies, ergens in 1990.
  
Mijn vriendin en ik soesden doorheen onze middagpauze in het magnifieke park van Wijnegem, toen we op de terugweg naar school enkele bosjes zagen vibreren alsof er een horde Italianen er hun wekelijks discussieuurtje hielden.
  
– “Oh? Kijk, daar staat een vent in die bosjes.”
– “Waar waar?”
– “Hm? Zijn broek hangt ietsjes te laag.”
– “Waar waar?”
– “Daar! Zet je bril dan op, oen!” 
– “Oooooooooh… de vieze!”
– “Jah, viesviesvies!”
  
Een rechtsomkeer later, besloten we te kiezen tussen een saaie godsdienstles of een uitstapje naar het politiebureau. 
– “Ienemienemutte, tien pond gru… ok, de politie dus”
  
Wat voelden we ons belangrijk. Wat kregen we een aandacht. Twee brave normaalschoolstudentjes die opgevangen werden voor de schok van het jaar door allerlei binken in uniform. Woehoeh!
  
De bomen droegen al vruchten, toen ik telefoon kreeg op een vrijdagavond. De politie van Wijnegem, of we zo vriendelijk zouden willen zijn om een opgepakte potloodventer te komen identificeren. Ik zag mijzelf al flaneren voor een superspiegelglas met daarachter acht ongure types waaruit ik er eentje mocht kiezen. Vastberaden zouden mijn vriendin en ik er de dader met een coole wijsvinger uitpikken.
  
In werkelijkheid zat de exhibitionist een beetje in elkaar gekrompen op een scheefgezette stoel in een kantoortje en wij mochten enkele malen voorbij het open deurgat wandelen en loeren. Net als niet in de film!
  
– “Herkennen jullie hem?”
– “Euh… euh….”
– “Hij komt overeen met jullie eerdere beschrijving.”
– “Euh… euh… ik weet het niet.”
– “Denk goed na.”
– “Zijn gezicht kan ik me niet meer herinneren, sorry!”
  
En zo hielp zapnimf in 1990 mee aan de stagnatie van de misdaadcijfers. ’t Leven kan niet altijd even simpel zijn.
  
Advertenties

7 Reacties to “Het botten van het potlood”

  1. De Huisvrouw Says:

    ROFL, dus ge hebt niet zijn euhm… gezicht geïdentificeerd? : D

  2. micheleeuw Says:

    Ik heb al 2 keer zo’n viespeuken gezien. Heel luid gelachen en weg waren ze … 😆

  3. Lex Says:

    Weet je wat pijn doet ?

    Dat je daar je trots staat te showen, het resultaat van dagen moed verzamelen, om dan uitgelachen te worden, door bakvissen of
    tantes onderweg naar een koffieklets.

    Schmerzen ! Ik ben er een week niet goed van geweest.

    Denk aan de dolk. Denk aan mijn zwak geslacht.
    Denk daaraan.

  4. bram Says:

    lente, had ik ook, nu gaat het sneeuwen……..

  5. vandepotgerukte Says:

    Tsja, je kon wel meedelen dat je zijn gezicht niet gezien had maar wel andere identificeerbare onderdelen.

    Was getekend

  6. dana Says:

    ja, ik heb ook eens zoiets meegemaakt, vraag maar aan D. : het verhaal van de viezerik in den auto

  7. zeezicht Says:

    Misschien had je hem kunnen herkennen als hij zijn broek had laten zakken…


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s