De toverdrank die de vergeetachtigheid niet tegenhield

      
   Het weekend was in zaligheid voorbijgegeleden.
   Vanonder een parasol gekeken naar de torso’s van de twee werkmannen in de tuin. Een koppel hele lekkere brokken ; zweet vermengd met zand op hun gezicht, spieren die rolden en bolden en af en toe kwam er eentje bedelen om een zoen ; de volwassen versie van het tweetal. Moose en zoonzap groeven putten. Minizap stond wat verderop kluiten aarde tegen de kastanjeboom te schurken. Ze werd er evengoed onrein van.
   
Bij het avondmaal op het terras weekten de drie van hierboven hun afgrijselijk zwarte voeten in een emmer, de overige drie bedienden de tafel van spijs en drank, een comfortvoorziening die de zweters heus verdienden. Het natafelen verliep in opperste sfeer. Sterke verhalen ontglipten krulzap over toverdrankjes die moose verliefd hadden laten worden op mij, alleen had ik dat immers nooit voor elkaar gekregen. “Jamaar,” wierp ik tegen, “dat brouwsel moet nu toch al lang uitgewerkt zijn? Hoe verklaar je dat dan?” O maar, ook daar had ze een plausibele uitleg voor : “Zeg mama, dat spreekt toch voor zichzelf… hij zag ons, lieve kindertjes, en hij was meteen verkocht. Hij blijft voor ons natuurlijk.” Zelfs het buurmeisje, die de gave heeft om zich er steeds midden in ons buffelmoment gezellig bij te poten, bedeelde zichzelf een stukje van de eer toe, waarom moose zijn hart aan mijn entourage verpand had. 
Wat hadden ze lol. Vooral krulzap vond dat zij deze keer het middelpunt van de belangstelling in haar zakken mocht steken. Zoonzap beeldde een vinger in zijn keel uit en teende als eerste in de richting van een weldoend bad.
Enkele seconden later tringelde de telefoon.
   
Wat je moet weten over die telefoon, is dat zijn laadstation in de gang een zoekmijknop heeft. Druk je daarop, ringt dat ding enkele malen en ondertussen kan jij hem terug vanonder de zetel vissen, op de kamer van puberzap terugvinden, in het kleinste kamertje gaan zoeken. Handig wel.
   
Dus ongeveer toen zapzoon de gang doorkruiste, waar ook nog dat ouwe belding met draad staat, luidde de loopfoon herhaaldelijk.
Krulzap zat nog helemaal in haar rol van animator en schalde voor wie het horen wilde : “Och, dat is toch maar die onnozelaar, die met het knopje speelt. Dat zullen we eens gauw oplossen.” Daarop nam ze de hoorn en brulde erin : “Hang eens op, lul!” Klik. Ostentatief blikte ze rond om haar heldendaad te onderstrepen.   
De moeder met het vingertje in mij, stond op het punt van een zeep-mond-wassen-terechtwijzing, toen de telefoon deed wat hij net daarvoor ook al had gedaan. Krulzap nam op en haalde adem om opnieu… “O. Dag Bompa. Wat zeg je? Jij hebt daarnet ook gebeld?” Haar excuses werden opgeslorpt door ons hoongelach. 
   
Het weekend was in zaligheid voorbijgegleden.
Op het eind ervan draalden moose en ik nog een afronding met een laatste sigaretje in de buitenlucht. Hij vond op de vensterbank mijn portefeuille.
“Jij verstrooide vergeetkop, kijk wat ik hier nog zie liggen. Zonder mij had je daar morgen mooi staan blinken met een doorregende portemonnee. Gelukkig dat ik, de oplettende mens, er ben om dit hele huishouden in goeie banen te leiden…”
   
Inderdaad, na het geweldige weekend begon de werkweek terug met bakken regen en dagelijkse werkjes. Winkelen bijvoorbeeld. En wat vond ik op diezelfde plek op de vensterbank? Zijn maaltijdcheques… natter dan doorweekt.
   
“Gelukkig is hij er nog om mijn vergeetboel recht te houden.”, dacht ik en ik pakte het strijkijzer.
  

La vie en (bijna) maigre

  
   “La Vie en Rose”, het levensverhaal van Edith Piaf in onze dvd-speler was nog niet ten einde en dit vermelden heeft niks met het volgende te maken maar we dwaalden van die kleine magere mus af en verzeilden in een deinende knuffelsessie.
   
– “Auw auw, voorzichtig jong, het vet rond mijn sleutelbeen is intussen bedwongen en het doet zeer als je daarop steunt.”
– “Oeoeoe, niet daar! Dat is mijn heup! Sinds kort ook herkenbaar als heup met been! Straks mijn bottenstelsel in frut vaneen!”
   
– “Hoe zouden dunne mensen vrijen? Dat moet toch pijnlijk zijn?”
– “Vraag dat eens aan die ondervoede collega van jou.”
– “O maar, die heeft al jaren geen seks meer.”
– “Hoe weet jij dat nu?”
(Stilte)
– “Eum, wij vrouwen weten dat. Wij klappen tijdens onze rookpauzes over ons al dan niet bestaand seksleven. Jeweetwel, tips enzo, beetje vergelijken, sprekende Flairs onder mekaar.”
– “Zwijg maar al, ik hoef het al niet meer te weten.”
– “We zouden natuurlijk ook alles er terug kunnen bijboefen? Hmm hmmm, stel je voor… een zomer vol ijsjes, slagroom, chocolade, barbeque’s, pizza’s en andere vettige brol!”
– “… En de trap opnieuw niet meer opgeraken met je knieën…”
– “Djemmmhmpftrrrrr.” (Met een gezicht die bij deze onvrolijke klank hoort.)
   
– “Stel dat wij ooit heel mager worden, dan zullen we heel voorzichtig moeten vrijen?”
– “Uhu, of elk om beurt… met zichzelf.”
– “Djemmmhmpftrrrr!”
   
– “Zeg, nu ik bijna gehalveerd ben, zou mijn ziel ook nog slechts een halfje zijn?”
– “Lief, zeker weten van niet! Daar zit nog steeds meer ziel in dan ik aankan. Integendeel, procentueel heb jij nu veel meer ziel in je, met andere woorden, jij bent nu zieliger dan ooit!” (sardonisch mondtrekje).
   
– “Heb je daar al eens aan gedacht? Die tweeënvijftig kilo overschot die we verloren hebben, dat is allemaal energie die wij niet verbruikt hebben, die zit nu ergens anders, maar waar?”
– “Alvast niet in of rondom mij, want ik heb het nog dagelijks steenkoud.”
– “Hij is vast vertrokken naar de warme landen.”
– “Ja, zo zijn we en passant ook nog verantwoordelijk voor een stuk opwarming van de aarde. We zouden er natuurlijk ook alles weer kunnen aanboef… – smakkuskuszoenlik – “
   
– “Kom, zet die Piaf nu maar af, ik heb op dit moment mijn buik vol van schriele kwelende pinkdunne mensen.”
  

Stokje – Gastenblogje (door Madameblogt)

 

Zapnimf wierp het stokje: schrijf een gastenblogje (zie e-mino). Madame dacht: ““Het is gewaagd, zei de maagd, maar omdat je het zo schoon vraagt.” 

Het zou leuk zijn – doch geen verplichting – moest de blogpost in kwestie iets te maken hebben met mijn blog (stijl, inhoud, een parodie, whatever)”, stond er bij.

Ok, Zapnimf, hou je vast aan je beha bandjes, hier komen drie flodderige hoofdstukjes met madame’s impressies over de populaire nimf die zapt.

  

She

Struin even rond op Zapnimfs blog en je vindt een summiere beschrijving van haar eerste persoon enkelvoud: kindvrouwtje, bescheiden ego, rustige aard, doordacht.

Kindvrouwtje – Ze bedoelt waarschijnlijk: vrouwtje met kinderen.

Bescheiden ego – Volgens P. Bouvard is bescheidenheid de kunst om de anderen al het goede te laten zeggen dat je van jezelf denkt. 😉

Rustige aard – Niet meteen terug te vinden in haar levendige blogs.

Doordacht –  That’s right! Een muzikale ode aan Zapnimf The Smart Woman. Tadadadaa!

  

Is

Van beroep leerkracht. Madame sympathiseert met dat beroep. Ze stamt namelijk zelf uit een onderwijzersfamilie. Vader, broer, schoonzus, nicht, nichtje, echtgenotes van neven, de helft van haar familie stond/staat in het onderwijs. Het scheelde trouwens geen haar of ze was ook leerkracht, ware het niet dat ze in het regentaat door een Hollandse intellectueel, die Nederlands doceerde, te licht(zinnig) bevonden werd.

Voor het feit dat Zapnimf naast haar zware onderwijstaak – en durf niet zeggen dat het niet zwaar is, want dan heb je het (ook) met madame aan de stok – nog de zorgtaak voor vier telgen op zich neemt, doet madame haar hoed af en maakt een zwierige, respectvolle buiging op z’n D’artagnans.

  

Wonderful

Qua schrijfstijl is Zapnimf une grande dame. Lees één van haar weergaloze fratsen en je bent verkocht, dan wil je dagelijks relaxen en herbronnen in haar literaire ontboezemingen. Ze schrijft levendig, lichtvoetig, snedig, humoristisch met een schepje (soms een pollepel) ironie. Hugo Claus had een rijke woordenschat. Wel, de zappende nimf is een Huguette Claus. Open vooraleer je haar blogje leest je elektronische Van Dale, want het zou kunnen dat je verzuipt in haar erudiete woordenschat. 😆

Voor onderhoudende blogjes, gelardeerd met scherts en spot, moet je bij Zapnimf zijn. Ze is de echte humorist wiens vrolijkheid van haar hart naar haar hersenen is verhuisd.

 

Tot zover de lofzang uit het evangelie van Madame, vers 12 tot en met 23. Ze geeft het gastenstokje door aan Blah en Nagolore.

 

Geschreven door Madame

 

(NVDO (opgehemelde)R : Hartelijk dank, Madame!)

 

  

Sauna (door Mieke)

  
   In het kader van het gastbloggen, lees je hieronder de bijdrage van Mieke. Bedankt Mieke!
    
Ergens gelezen in een  blog, maar, sla me dood (alle ja, bij wijze van spreken), ik weet echt niet meer dewelke, en ja, ik zou nu kunnen gaan zoeken, en ik heb echt waar een poging tot ondernomen,  maar, zucht, geen beginnen aan,  elke blog heeft zijn eigen blogroll en al rollend dwaal je maar verder en verder verwijderd van de oorspronkelijke blog, een soort van Alice in Blogland, en zo weet je op den duur echt niet meer waar je wat gelezen hebt, ook al blijft het gelezene hangen. Wie schrijft die blijft, niet dus, eerder: wat je schrijft, dat blijft.

    

Gelezen dus van iemand die in de sauna zat, haar ogen opendeed en een ongelooflijk breedbeeldzicht kreeg van iemands achterste met aangroeisels (zelfs de naam zou ik al eens moeten gaan opzoeken, maar acht wat maakt het uit) toen die zich vooroverboog om zijn/haar handdoek netjes op de bank te spreiden.  Ik heb er gisterenavond dikwijls aan gedacht, toen ik in de sauna genoot van een zoals dat heet welverdiende ontspanning na een drukke werkweek, en dat dan nog in bijzonder aangenaam gezelschap. Elke keer er iemand binnenkwam en aanstalten maakte om zijn handdoek te ‘placeren’, dacht ik:  Niet kijken, niet kijken! Wegdraaien die blik!

Gelukkig was het behoorlijk kalm, maar het aanwezige volk was wel iets ouder dan gemiddeld ( ja, zelfs ouder dan ik, zal ekik zeggen wa gij denkt, ja?) , en dan is de kans dat er ongewenste aanwassen zijn des te groter. Vooral niet kijken was dus de boodschap. En toch, elke keer wordt je blik getrokken naar waar die vooral niet wil blijven hangen. Zoals naar de man die met zijn veel te korte badjas in de zetel ging relaxen met zijn benen gespreid. Denk toch na, man! Vanuit zijn perspectief was alles netjes bedekt,  maar voor mij, die tegenover hem zat aan de open haard, die trouwens niet brandde, aangezien het geen winter meer is, nou moe. I don’t need it! En tis echt niet dat ik preuts ben hoor. Not.

Mijn ex-schoonmoeder heeft zich ook ooit eens laten opereren aan haar, eikebah, aanwassen. Gruwel. We kregen het hele verhaal te horen achteraf. Het voor en na zeg maar, hoe lelijk toen, en hoe schoon nu, de bijverschijnselen. Oh my god, i really don’t wanna know! Dacht ik toen al. Mens, alleen al daarvoor ben ik blij van haar verlost te zijn, maar  geloof me, er zijn nog 100 andere redenen.     

Soit, het sauna-avondje was geslaagd. Geen dingen gezien of meegemaakt die het vermelden waard zijn. Er zijn mooie mensen en er zijn er minder mooie. Zo is dat nu eenmaal in het leven. En wat ik mooi vind, vindt een ander niet mooi. En maar goed ook.

En nu ga ik maar eens een aspirinneke pakken. Te veel gezweet gisteren en te weinig gedronken. Ja, dat zal het zijn. Dat ik om 4.30 ben thuis gebracht door dat bijzonder aangenaam gezelschap man,  dat heeft er niks mee te maken. Neenee.

   

En word ik verondersteld dit stokje door te geven? Effe denken. Mijn gedacht gaat natuurlijk eerst en vooral in de richting van Beo, oostblog, en Joe Bradley. Dan hebben die ook weer eens iets te doen. En, nee, ik heb het niet mooi op voorhand gevraagd. Als, dan, dan betaal ik hen wel een pint. Maar wie ben ik om iemand tot iets te verplichten?

  

Uitnodiging voor u, u en u

 

 

      blogfeestje-blogfeestje

 

Bij zapmoose.

Met alvast Chelone, Zeezicht, Madameblogt, Menck, moose en zap.

 

U, u en u (vingerwijs), u komt toch ook?

 

Zaterdag 31 mei 2008

 

Meer uitleg : zie pagina boven (nog eens vingerwijs)

Voor uw reacties, ook boven aub.

 

 

 

U, u en u (vingerwijs), u komt toch ook?

Luitjes-lezers van allerlei pluimage,

Het kerncomité Chelone, Zeezicht, Menck, Madameblogt, moose en ikzelf hebben dagenlang gedobbeld met verscheidene data, agenda’s verknipt, trouwfeesten verzet, en communicanten besmet met klierkoorts, maar het is ons gelukt!
Joehoe! We hebben een gezellig samenzijn gepland!

En wel op zaterdag 31 mei 2008

Ga nu weg van het scherm, breek de pennenzak van uw kinderen open, zoek een fluostift en markeer deze dag, die ongetwijfeld onvergetelijk zal worden, in uw agenda.
Als u wil dat het laatste etmaal van mei onvergetelijk met bovenstaanden wordt, dan kan dat ook. U mag dit schrijven als een uitnodiging opvatten om samen rond een dis te zetelen die u zelf mag decoreren met allerlei heerlijks, het liefst eetbaar, van eigen makelij.
Die tafel zal ter uwer beschikking gesteld worden door moose en ik en als het weer een beetje meevalt, gebeurt dat in onze tuin. Noteren we een minder ideaal weertje, dan verkassen we de zitplaatsen naar de carport (voorzie aangepaste kledij en/of dekentje) en bij windkracht tien zal u het moeten doen met een schupsteel staande in een snelsnel vrijgemaakt van rommel ruimte met dubbel glas ; onze living. (Deze verzameling mogelijke verblijfplaatsen bevinden zich ten noorden van Antwerpen.)
Uw aanhangsels van het menselijk ras, zowel meerderjarig als minderjarig zijn uiteraard ook welkom als ze niet urineren op onwelvoeglijke plaatsen. Deze laatste voorwaarde durven we ook u opleggen. Let wel, ons quartet jong geweld is die dag op verplaatsing en kan uw kroost dan niet entertainen.
Wij willen u ontvangen vanaf 15.00 u. voor die tijd loopt u het risico dat u met hark, beitel, afwasborstel aan het werk gezet wordt.
Onthoud alstublief ook dat wij ten huize zapmoose allergisch zijn voor snijbloemen of kamerplanten en verder alles wat naar cadeau riekt. Onze vazen dienen om thee in te zetten en ter compensatie van uw eventueel presentje, zullen wij en alle medegenodigden liever van uw tafelbereiding genieten. Vloeibare calorieën, die als niet buitenissig gelden (frisdrank, koffie, thee, pils, wijn), verstrekken wij.

Als u zich hierin kan vinden, verwacht ik graag een reactie in het luikje onder dit stukje (altijd leuk voor de anderen en mogelijkheid tot afspreken om samen te rijden of te treinen) én indien u ook nog een mailtje stuurt, beschouwen wij u als ingeschreven en krijgt u een onmogelijkverkeerdrijbare routebeschrijving naar stulp zapmoose. Ongure figuren met slechte bedoelingen, gelieve zich te onthouden.

Even resumeren :
– Feestje op zaterdag 31 mei 2008 bij zapmoose vanaf 15.00u.
– Voor drinken zorgen wij, u mag een deeltje van de overige catering op u nemen. Gelieve hierbij niet al te doordringend te rekenen op ons keukenarsenaal, behalve een microgolf en een gammel kookplaatje vindt u er niks.
– Partners en/of kinderen welkom, als u ze zelf in het oog houdt.
– Inschrijven verplicht via mail, graag ook een kleine publieke reactie.
– Bereid u voor op buitentemperaturen.
– Bloemen noch kransen.
– Foto’s enkel als u ze van het net houdt.
– Vergeet niet uw leuke kantjes mee te pakken.

Tot dan!

Moose :
Zijtgijhelemaalzotgeworden?!
Stel, je hebt driehonderd lezers en die komen allemaal af met hun partner en kinderen, dan zitten wij hier wel met tweeduizendhonderdelf mensen op ons erf!
Ik ben zo’n asociaal geval. Dan ga je weer kwaad zijn op mij omdat ik mijn mond niet opentrek. Als ik dan een poging onderneem, zie ik het me al zeggen : “En, huppeldepup, hoe gaat het met de kinderen?” Antwoord : “Ik ben steriel.”
En onze hof! Onze hof! Ik ben net begonnen met het uitsteken van die bamboe, dat is hier een ravage! Schrijf dat maar è, zeg dat maar è… het gaat hier geen gezellig zicht zijn met die omgeschepte tuin, ze gaan verongelukken! Ene put!
Of die vijver, laat ook maar weten dat minizap daar al eens bijna in verdronken is. (reactie van puberzap : is dat zo?) Nee, maar dat hoeft niemand te weten.
Als het er meer zijn dan twintig, ga ik werken in mijn appartement! Stuur een mail naar de laatste duizendvijfhonderd dat het volzet is, te laat! Spijtig!
Daarbij, ik ken je. Jij gaat weer onnuchter vrolijk socialiseren, moet ik weer de hele verantwoordelijkheid torsen van de boel. Een gastheer als ik krijgt daarvan kiekenvlees.

Zapnimf : Ach ach, al kan hij af en toe panikeren, die moose is toch een hele aaibare schat hoor, ontziet u hem een beetje als hij wat raar begint te doen? Hij meent het niet.

Hit me, hit me… hi-t mee!

  
   Toe maar, ik sta hier nu toch in het zicht, besto(o)k me, hit me with your rhythm stick!
    
Interludium! (om eens een jaren ’70 woordje terug op te rakelen)   
     
     
Genoeg gelanterfant, het echte werk nu!
    
Maar dat ga je voor één keer niet hier vinden.
Deze meneer heeft eerst heel beleefd via mail gevraagd of ik zijn zelfuitgevonden estafettedingetje zou willen aanpakken zonder te laten vallen.
Of ik op zijn persoonlijk plek op het internet als gastblogger iets zou willen posten.
Ik en ik hebben daarover even moeten overleggen :
    
Ik : “Asjemenou, wat gaan die pipo’s toch nog allemaal uitvinden om ons te weerhouden om over ons eigen belangrijk leven te schrijven?”
Ik : “Ons eigen leven is niet altijd even belangrijk, toch?”
Ik : “Uils-kiek! Wij kunnen anders heel goed doen alsof, dat is wat telt.”
Ik : “Daar zeg je wat, maarre, wij kunnen toch gewoon over ons eigen leven schrijven, daar dan?”
Ik : “Daar dan… daar dan… wie weet wat voor een crapuleus geval dat is, alsof ik daar onszelf wil gaan blootgeven.”
Ik : “Dat heb ik lang opgezocht hoor : vader, echtgenoot, dertiger, advocaat, filmfanaat, F.A.C.T.S., Hotel Costes, Commodore Amiga, text adventures, Nick Hornby, Paul Auster, Paul Van Dyck, snooker, enz.”
Ik : “Ik ken daar een paar dinges niet van en snooker… is dat geen sport voor die plebejers afkomstig van de zelfkant van de maatschappij?”
Ik : “Gelukkig zijn wij zo niet, wij bewateren alleen maar zetels van een ander.” *oogrol* 
Zie, ’t is anders wel een advocaat! Wow! Straks brengt hij ons nog in contact met confraters, knappe collega’s die euh… euh… niet snookeren!”
Ik : “Hmja, een gestudeerde, dat geeft wel wat aanzien eigenlijk, kennen wij er zo nog?”
Ik : “Ons bloedeigen zuster heeft ook rechten gestudeerd, remember?”
Ik : “Owja, maar die is al sinds jaar en dag huisvrouw, kunnen we daar naar opkijken?”
Ik : “Als we daar nu eens bij hem een schrijfseltje over maken? Dat je bent wat je doet.”
Ik : “Zijn we dat?”
Ik : “Dat zullen we lezen als ‘t klaar is.”
   
Ik : “Kijk, die snellerd heeft dat ding al online naar onze kop geknikkerd.”
Ik : “En die voorwaarden, krijgnuwat, niet mals… die was ‘m efkes vergeten te vermelden in zijn mailtje, de leeperd.” 
    
1] zoals gezegd is het thema absoluut vrij. Voor hetzelfde geld krijg ik hier dus drie linkposts binnen. Het zou natuurlijk wel leuk zijn – doch geen verplichting – moest de blogpost in kwestie iets te maken hebben met mijn blog (stijl, inhoud, een parodie, whatever), dan wel met het stokje zelf. Maar nogmaals: dat is absoluut geen vereiste.
   
2] hij/zij die het stokje verzendt, is verplicht de ontvangen posts als dusdanig te publiceren (dus inclusief schrijffouten e.d.m.), zonder er iets aan te veranderen. Eén uitzondering: manifest illegale posts (how to make a bomb, scheldproza t.a.v. derden, enz.) worden uitgesloten.
    
Ik : “Pfffft. Dat zie je van hier. Als wij iemand uitnodigen en die durft daar een flagrante fout in te maken, je zal eens zien hoe snel ik mijn potje typ-ex binnen bereik heb.”
Ik : “Lekker poeh, ’t is dan toch onze blog, wij kunnen de spelregels veranderen naar eigen goeddunken : geen dt-fouten in ons speelveld!”
Ik : “Kijk, zou je tegenwoordig ook al geen bommen mogen maken via tinternet? Flauw!”
Ik : “Hèhè, schelden mag ook al niet… wat een moraalridder zeg.”
Ik : “We kunnen ons nog bedenken…”
Ik : “Kuch, niet echt, ‘k heb achter jouw rug al toegezegd.”
Ik : “Ook kuch, eigenlijk heb ik het al geschreven en je kan het hier lezen.”
   
3] de ingezonden blogpost moet eindigen met een uitnodiging naar een of meerdere andere bloggers om deel te nemen aan het stokje.
   
Ik : “Ha, eindelijk iets waar we mee akkoord kunnen gaan.”
Ik : “Wie zullen we vragen?”
Ik : “Ja wie? Wie is er fijngevoelig genoeg om ons niveau aan te kunnen?”
Ik : “Niveau? Iedereen zowat?”
Ik : “Laat ons een gezamenlijke denkstonde houden.”
Ik : “Inderdaad, dit kan niet zonder diepgaande contemplatie.”
   
    
Mieke en Madamblogt, zouden jullie… jeweetwel?
  

De stok gesneden in een driesliertige totem

  
  Zou het zijn omdat ze denken : “Die zapnimf is toch een dikke? Als we daar ons stokske naar gooien is’t -pats- raak?”
   
Maar ha! En nog eens ha! En een opgetrokken neus naar Kris en Pharailde!
Ik pak dat houtje aan, zoek het scherpste keukenmes en kerf het -hèhè- toch lekker naar de vorm die ik wil dat het aanneemt.
   
Klik de onderstaande foto open.
Bestudeer een keer heel aandachtig.
                                                                                   
                                                                          
                                                                                 
                                                                                         
                                                                                       
  
   
En dan vragen jullie mij om het dichtsbijzijnde boek vast te pakken?
Stap ik links? Rechts? Schuin naar voren?
     

1. Neem tot u het dichtstbijzijnde boek van 123 (of meer) pagina’s.

   

Niks daarvan. Ik neem gewoon het boek dat ik het meest geschikt vind om u wat educatie bij te brengen. Wat zeg je daarvan?

Of nog beter, kijk, ik heb er -hoepla- drie vast! Kwantiteit primeert!

   

Wat zit er zoal in mijn handpalm?

– ‘Daar zijn woorden voor’ van Toon Tellegen

– ‘Bandeloze gedichten’ van Luuk Gruwez

– ‘Wijze uitspraken voor een gelukkig leven’ van een hele hoop mensen 

   

Inderdaad, beste lezers, ik haal mijn ingesteldheid uit de boekskes, een beetje wijsheid uit een potteke, wat poëzie van een blaadje geschraapt.

   

2. Open het boek op pagina 123 en zoek de vijfde zin.

   

3. Noteer de volgend drie zinnen.

Ben ik nu de enige die dit wel een heel eigenaardig stokje vindt?

Op vraag één hoef je niet te antwoorden, dat is een doe-opdracht. Twee en drie zijn gesplitst om niet gewoon ‘schrijf zin vijf tot en met zin acht over’  in je maag te splitsen.

    

Stel dat ik een autist ben.

Dan zou ik mij er vanaf kunnen maken met :

    

“Toen verloor hij zijn evenwicht. Een gil weerklonk. In een reflex liet hij zijn zwaard los. Het viel recht naar omlaag en kwam neer op het beton aan de voet van de toren.”

    

(Iemand die het stukje herkent? Een heel bekend (van eigen bodem) boek uit 2005.)

   

Maar ik ben geen autist. Ik ben een lastigaard. Zin vijf? Daarna zin zes, zeven, acht?

Dat zie je van hier. Je zal alle zinnen moeten doorlopen van bladzijde 123.

   

Een man dacht :

wanneer zal ik eens één minuut niet aan haar denken?

Nu?

Hij ging zitten

en dacht één minuut niet aan haar.

   

Toen stond hij op en wandelde verder, dacht verder,

steeds verder, zonder tussenpozen,

aan haar.

   

Toon Tellegen

   

———————

   

Dood, wees nu hoffelijk, want mijn moeder komt.

Zij komt met handtas en haar beste hoed,

gekrenkt tot in haar poederdoos,

arm ding, dat alle glorie verloor.

   

Zij komt : een juf gestikt in een mevrouw.

Haar ziel nog in een zakdoek gesnikt,

haar lichaam zo gerantsoeneerd

dat het maar goed was voor een halve eeuw.

   

Dit liefelijk karkas met pruikenbol,

ik kan het domweg niet vergeten.

Hoe zij in alles was gesjeesd,

misschien in doodgaan nog het meest.

   

Luuk Gruwez

   

————————-

   

’t Geluk vliegt.

Wie een beetje vangt die heeft het.

   

Fernand Lambrecht

   

   

Met die doorgedreven liefde voor de doorgeefstokken, ga ik er meteen nog eentje introduceren.

Pak een foto (die van hierboven) en schrijf er drie verschillende blogstukken over.

Bij deze nomineer ik zapnimf, mijzelf en ikke.

Straf hè?

   

Mijn vraag aan u : waarover zullen die twee andere schrijfsels gaan?

   

De week van de stok : Linkenliefde

  
   Allemaal de schuld van ene Els, die haar blog Eve noemt.
   Als je dat al presteert – het heeft me al eens een borstenwijvenblogverwarring opgebracht met een andere Eve – mag je natuurlijk alles verwachten.
Dat ‘alles’ is in één woord te omschrijven als linkenliefde. Of blogstoksteek.
   
Met nauwelijks onverholen trots, werd ik anderhalve week geleden plots gewaar dat ‘De weergaloze fratsen van zapnimf’ drie keer een verbinding toegesmeten kreeg. Nederig dank ik De Gentse ZwijgerPharailde en Melissa daarvoor. Deze eerste krijgt er een luchtverplaatsende uppercut gratis bij omdat hij mij ‘geëxalteerd, overspannen en op het randje van hysterisch’ heeft genoemd. Pffrrt, moi… de beheersbaarheid zelve.
    
Mijn keuze gaat naar drie uiteenlopende genres.
       
Probeert u Blogbaas eens uit, die ’t Vliegend eiland in het leven heeft geroepen. Op regelmatige basis serveert hij u de meest fijnbesnaarde stukjes, veelal gebaseerd op het spelen met letterlijke en figuurlijke betekenissen. Het gevoel dat Toon Tellegen telkens bij me doet sidderen, krijg ik eveneens op dat vliegende eiland. ’t Is als zitten op iets wervelends poëtisch en je laten meevoeren, zondermeer.
   
Of anders Sabine, die hoopte dat ze (het) zou overleven… de brute scheiding van een man die deed wat meer overspelige mannen doen. En of ze haar plan trekt. Haar overlevingstochten zijn nooit gevrijwaard van een gezonde dosis relativering en humor. Zij schrijft alles ongezouten wat ik al wel eens gedacht heb over mijn ex, de durver! Gaan lezen en beginnen bij het begin! Oja, het mens kan ook nog schoon fotograferen.
   
Vervolgens nomineer ik Kris de krasse. Tjonge, een taalhantering waar ik jaloers op ben. Een hoeveelheid gezin waar ik niet jaloers op ben. Een grapjurk wiens grollen de pan uit swingen (daar hoef ik niet jaloers op te zijn, ‘k voel mij bijna haar evenknie) en de trotse bezitter van een uniek kapot fornuis. Daarvoor alleen al! Haast je, rep je!
   
En toch ook alle anderen aan die ———> zijde, maar daar moet je de muisknop een beetje voor verschuiven.
  
 

Niet parelmoer, wel een geweldig parelvaartje

           
   Herinnert u zich deze nog?
   
De tijd van de fiets was eindelijk aangebroken. Zoonzap bereikte zijn twaalfde levensjaar en voor die prestatie en zijn ik-doe-mijn-vormsel-niet-maar-het-had-gekund-en-dan-had-je-ook-in-je-buidel-moeten-tasten, gooiden we onze zaptwee in de auto, voor de gelegenheid verrijkt met een fietsenrek en sleurden we hem naar de dichtsbijzijnde Decathlon. We zochten een tweewieler, betaalbaar en voldoende om enkele jaren te overbruggen, want we zijn in blijde verwachting van zijn groeischeuten.
   
Veel veel veel fietsen vielen daar te betasten. Hippe kleuren, macho-accessoires, gestroomlijnde kaders… alles behalve spatborden en bagagedragers. Het tijdperk van de mountainbike is voorwaar nog niet over.
Laat mijn praktische en pedagogische inslag mij nu net influisteren dat een schoolfiets zonder spatbord of boekentasdrager slechts een halfje is, waar je bovendien een hele vuile rugpartij aan overhoudt als het weer niet meezit. Om het ons gemakkelijk te maken bleef er nog één fiets over die voldeed aan onze eisen en binnen de vooropgestelde prijsklasse.  
Met belachelijke figuurtjes erop geplakt.
Half zwart, half de kleur van fletse babyuitwerpselen als die de dag voordien spinazie uit een verlopen potteke heeft gegeten, met in verhouding te veel petatten.
Desondanks poogden we dit gedrocht toch aan onze zoon aan te smeren, een alternatief gaan zoeken in nog eens vijf andere fietsenwinkels leek ons nog minder aantrekkelijk.
Zijn protesten negerend, duwden we zoon op die vélo voor een proefrit door de middengang. De ultieme test om gade te slaan hoe behendig hij controle kon houden over een stuur dat tientallen dwarsende passanten moest ontwijken, een aanvoelen van gerieflijkheid, tapijt(weg)ligging en zitcomfort.
Dat zat allemaal wel snor, maar wat met die gruwelijke lelijkheid?
   
Omdat wij geen onmensen zijn en vooral omdat wij ons nog kunnen verbeelden dat je als tiener op een seutenfiets jezelf voelt alsof je net je zwembroek hebt verloren bij het duiken van de hoge springplank (en je rug in frennen hebt gereten bij dat mislukte staaltje pocherij.) fezelden moose en ik een oplossing bij elkaar.
“Wat, allerliefst jong, als we op de terugweg eens een spuitbus zouden kopen en jij de beste bompa van het universum mag overtuigen om dit model om te toveren tot een blits racemachien?”
Zowel de kleinzoon als de bompa – jaja, alweer mijn vader die in zijn eerste leven nog carrossier is geweest – zagen die inspanning zitten. 
   
(Altegader! Drie hoeraatjes voor de meest verdienstelijke pa van de wereld! Hipperdepip!) 
   
We kieperden zoonlief met zijn rijdende uitrusting, een pyjama en iets roodachtigs in een spuitpotje rechtstreeks af bij de redder in nood.
   
Daags nadien hielden we een feestje voor de jarige. Bomma en bompa leverden mijn trotse nazaat af tesamen met de meest keineige bangelijk chique gespoten fiets.
   
Pa : “Amaai, gezweet dat ik heb met dat karwei. Die spuitbus werkte niet mee, met twee handen moest ik op dat topje duwen en dat bemoeilijkte een vlotte spuitbeweging.”
   
Kleine zap : “Ik weet hoe dat komt, bompa. Je hebt de veiligheid voor kinderen er niet afgehaald, kijk, dit riempje onder het topje had je eerst moeten verwijderen.”
   
Bompa : “Daar kom je nu mee af, waarom heb je dat gisteren niet gezegd?”
   
Kleine zap : “Euh… ik lees het ook maar net, hier op de zijkant van de bus, zie, daar staat het.”
   
Zo knoeien en toch nog zo’n parel creëren… merci pa! Kuskuskus!
  
   
  

Joehoe! Dyscal-CUL-koe!

       
   Paasvakantie!
   Twee weken geen oksels scheren!
Veertien dagen geen verplichtingen!
Je pyjama drie dagen aan een stuk kunnen aanhouden!
Toegeven aan je blogverslaving!
   
Om dan ineens het witte lege vlak in je agenda ontsierd te zien met :
maandag 31 maart
Navorming dyscalculie, Destelbergen 9.00u.
   
Hoe oenig kan je zijn om midden in je vakantie een bijscholing te gaan plannen?
Antwoord : zapnimfoenig.
   
Het deed zeer die morgen, voor het krieken van de dag met twee collega’s en een mappyprint op je schoot richting Gent rijden. Het was nog één dag wachten op één april, maar bij mappy vonden ze het toch lollig om ons via een hele andere kant dan de meest logische op pad te sturen. Dat ontdekten we pas nadat we Liefkenshoektunneltol betaald hadden, twintig minuten vastzaten in werken op de R4 en toen we geen enkel van de straatnamen/borden van op het papier herkenden in het echte verkeerse leven. Op de terugweg merkten we dat Destelbergen just naast de snelweg richting huis ligt.
   
Slechts vijfendertig minuten later dan theoretisch voorspeld was, vonden we de juiste locatie. De koffie geurde krachtig en mijn geest stuurde mijn proeforganen reeds vooruit voor zo’n kopje dampend vocht, maar die werden krachtig terug getrokken door een arm die aan een van de collega’s hing. Wij lellebellen uit het onderwijs horen ons te schamen als we te laat zijn en onderwijl een reeks verontschuldigigen repeterend moeten wij naar het schijnt op een drafje op zoek hollen naar het leslokaal. Mijn statuut van meeloper indachtig, kon ik niet anders dan achter die twee anderen sukkelen.
De ruimte zat al behoorlijk vol. Eén oogopslag berekende dat minstens tachtig procent van de medecursisten achter een heerlijke mok koffie zat. Baaaaalen!
De lesgever ontbrak echter. Een organiserend persoon kwam vooraan gewag maken over ene docent die ze telefonisch maar niet konden bereiken ; de onze toevallig.
Een geluk bij een ongeluk betekent niks als je het niet omzet in daden. Zodoende sprintte ik rechtstreeks terug naar af en beloonde mezelf met grote hoeveelheden zwart goud. Jeee… beter dan antidepressiva, me dunkt, want een tiental minuten later chachacha’te ik zowat naar mijn eerder tafeltje en eronder pleegde ik nog quickstepje met het benenwerk.
   
Volgens de laatste info had de meneer die het ons allemaal zou komen uitleggen al wel zijn telefoon opgenomen… vanuit zijn bed dat gepositioneerd staat op Antwerps grondgebied. En ja, de fout lag volledig bij hem en zijn verstrooide invulling van zijn takenlijst, de honderd man in de zaal stonden per ongeluk geboekt op twee april en nee, hij had nu geen zin meer om nog te voldoen aan zijn verplichtingen, we mochten eens luid vloeken en zijn hoofd erbij verbeelden. Mij kon het weinig schelen, ik tankte nog een keer bij, pakte een koekje en voelde me voor de rest gelukkig.
   
Het was blijkbaar de dag van de meevallers. Moestenwijnueenswatweten? In Destelbergendorp woont toch wel dé autóriteit op gebíed van dyscálculie zekers! Uhu. Professor Dr. Annemie Desoete! En dat lief vrouwtje was zelfs bereid om op te komen draven met haar kant en klare uiteenzetting! Fantastisch toch!
En niemand die zich afvroeg waarom ze die in de eerste plaats dan al niet gevraagd hadden.
   
Een gekregen paard (en nu lieg ik halvelings, ze kostte ons evengoed € 30) mag je niet in de bek kijken, dus keek ik naar mijn notities en besefte dat ik in drie uur tijd alles wist over de internationale benamingen van dyscalculie, over het discrepantiecriterium, het ernstcriterium, het mild exclusiecriterium en het resistentie criterium waaraan voldaan moet worden vooraleer we de stoornis als dc kunnen beschrijven, hoe het zit met het prevalentiecijfer, de comorbiditeit en dewelke als predictief en niet-predictief beschouwd worden. Ze kabbelde verder over de etiologie om verder vier vormen in het spectrum aan te geven : semantische geheugendc, procedurele dc, getalkennisdc en de visuospatiële dc. Hoe we in de klas, zowel prenumerisch als numerisch, signalen kunnen herkennen (let ook op de tekorten aan metacognitieve vaardigheden!), waarna je een handelingsgerichte diagnostiek laat opstellen om tenslotte je remediëring af te stellen, al dan niet met behulp van sticordimaatregelen, op maat van het kind en zijn specifieke dc waarbij we een lijst van instrumenten meekregen.
   
Volgt u nog?
   
Joehoe? Waar bent u?
  
 

Coup de fou… tristesse

  
 
  
De liefde bracht mij
een slag toe
een slag in het water.
Ik verloor mijzelf
en verdronk.
   
Op de bodem zonk ik
en wachtte
wachtte op een waterkans,
een tweede adem
die mij met zijn kus
nieuw leven zou inblazen.
      
De liefde bracht mij
overal waar ik niet wilde zijn,
nergens.
Ik wachtte nog lang
en verschrompelde
tot een plas niets…
  

Zolang wij maar doodnormaal blijven!

  
   Er hinken wat rare mensen rond op de aardkluit. Anderen huppelen, strompelen of schuimen af. Maar raar blijven ze.
Hier niet zover vandaan ken ik er ook zo’n paar. Waarlijk gekke snuiters. Van die eigenaardige lui die dubbel zoveel kaarten kopen voor een vertoning dan ze er nodig hebben.
   
Ongerijmdheid troef, dat soort, getroffen door een slagje van de molen, contacteert uitgerekend uw allerserieus-ste zapnimf. Via een middel dat doorgaans als telefonie herkend wordt.
   
Mevrouw oortje : “Ha zap! Zeg, ik heb voor vrijdagavond nog een kaart op overschot. Als je zin hebt…?”
   
Tegelijkertijd komt de pappie van de kinderen de oprit opgestoven om hun spullen op te laden.
   
Ik : “O tof, waarover gaat dat spel?”
   
Oortje : “Wacht, ik lees even voor uit het foldertje.”
   
De zapspruiten bemerken hun vader en tevens hun lacune in het klaarzetten van de dingen die mee moeten. Zij spurten de trappen op, schreeuwen en brullen bevelen en aanwijzingen naar elkaar,
   
Oortje : “Het voorprogramma heet Lenny en de Wespen…”
   
vallen over mekaars voeten, duwen alles naar de verdommenis wat in de weg loopt…
   
Ik : “Haja, daar hebben we een paar deuntjes van op cd, ik ben er nog niet over uit of ik die bij beluisterbaar of niet wil ordenen.”
   
doen een aanval op de achterdeur met hun persoonlijke prullaria in de hand…
   
Oortje : “De hoofdmoot bestaat uit…”
   
hinkstapspringen tot bij papa om hem te begroeten, rapen hun fietsen bijeen…
   
Oortje : “Uit het … met je broer…”
   
vertellen hoe het hen die dag op school is vergaan en de rest van hun leven…
   
Oortje : “Dan is je … gewonnen…”
   
Ex stelt een irrelevante vraag aan mij.
   
Oortje : “Om half negen in…”
   
Ik : “Goed hoor, ik zie jullie daar!”
   
Financiële koetjes en kalfjes worden met de ex in een halve minuut afgehaspeld en hij neemt afscheid. Morgen haalt hij de kinderen van school.
   
   
Zo. Vanavond ga ik dus mijn cultuur opstoten.
Een uitgekiend programma zo te horen.
Het klonk alvast zeer boeiend.
Moose heeft andere Chinese vrijwilligers verplichtingen, jobgerelateerd.
   
   
Och zut, weet ik veel wat er gaat komen, maar met Oor erbij kan het niet anders dan gezellig worden!
  
    

Weerzinwekkend!

  
   Als je met je kin omhoog en je ogen opengesperd in de spiegel staat te draaien en denkt : “Hmuhm, goed geconserveerd, zapnimf.”
En nauwelijks een halve dag later met de pasfoto’s voor je nieuwe identiteitskaart in je hand schrikt : “Wie is in godsnaam die gecraqueleerde ouwe heks met dat piepoog die ze hier afgedrukt hebben??!”
   
Dàt is weerzinwekkend!
  

Over de ziel van de voorkeur van alle teken van de wijde omgeving

  
   Onze rosse, verslinder van levende en dode natuurelementen, koning der ambraszoekers in de familie van de katachtigen, arrogant beest in de meest overtreffende trap, zat op zijn dooie gemak onder de carport de onderkant van zijn poot te likken toen de familie zapmoose bij het binnenrijden van het erf diezelfde plek voor hun automobiel wilde voorzien.
   
Minizap : “Oeoeoe, voorzichtig mama, voor Whoppy, want iedereen weet dat Whoppy een heel gevoelige poes is.”
   
Iedereen in de wagen keek elkaar een secondelang aan en besloot tegelijkertijd geen rekening te houden met de gevoeligheden van minizap en haar letterlijke spraak en barstte in lachen uit. Tot groot ongenoegen van de rossen-redster.
   
Maar ze schijnt meer te begrijpen van de diepe innerlijke kattenziel dan wij beseffen en specifiek van die van Whoppy, ‘de zeer gevoelige poes’, want gisteren bemerkte ze een eigenaardig ontlastingspatroon bij haar pluizige oogappel :
   
“Dat is raar, Whoppy gaat op de kattenbak, doet niks en wil dan ineens naar buiten.”
   
Mijn repliek bestond uit een opgetrokken wenkbrauw, als kleine aanmoediging voor het vervolg van haar redenering.
   
“Ik weet al hoe dat komt. Ik zou ook niet graag kakken als er nog twee andere poezen op staan te zien. Dan ging ik ook liever in de bosjes.”
   
En ze huppelde naar buiten om zich te vergewissen van de echtheid van haar theorie… katten prefereren immers een minimens om hen te bespieden bij de oplevering van de grote boodschap, hoe zou u zelf zijn?
  

De verschrikkelijk vochtige verklaring van een flater

  
   Waarschuwing voor de gevoelige lezer. Keer nu terug waar u vandaan komt. Wat komt is vies, voil en vettig. Marginaliteit ten top.
   
Nu het zeker is dat die divan van D. (brand, verzekering weetjenog?) ook vervangen zal worden, durf ik.
Durf ik te melden dat hij meespeelt in mijn meest gênante moment ooit. Ziehier, Gerda, een antwoord op je blogstok van lang geleden. Belofte maakt schuld.
Geloof me, ik ben ervaren in het arsenaal der blunders. Er bestaat zelfs een blog van mijn hand die erop teert.
   
We spreken over de tijd dat de liefde nog losbollig fladderde in het universum en mijn schepnetje constant te gehavend was om er ook maar één spikkel van te kunnen vangen. De tijd dat vrije avonden zich afspeelden in donkere kroegen, op fuiven of bij vriendinnen op de bank. Twee jaar geleden. 
   
Deze keer was het D.’s zitmeubel dat verkozen werd om samen een filmpje te consumeren. Over die twee wilde grieten, Thelma en Louise. Whoehoe! Avontuurlijk!
   
En toen piste ik de zetel onder.
Niet zo van : o oeps, een drupje urine op je lichtbeige kussenoppervlak.
Nee. Gulp (lachsalvo’s) (of salvo, de mijne… de hare vertrok in een gesmoorde grimas) gulp gulp gulp gulpdegulp. Gulp.
   
Ach, meen ik u in gedachten te verstaan, als je je bij je vriendinnen niet meer eens goed mag laten gaan… waar dan nog wel?
Ook priemt hier de prangende vraag : waarom sprong je niet recht en holde je niet naar het toilet?!
   
Omdat verdoeme de andere zetel bezet werd gehouden door een onbekend manspersoon! Waar we gulpdegulpdegulp voor verborgen wilden houden, tiens. Dat hij in dit geval dacht dat wij twee uit de psychiatrie ontsnapte lachbekgekken waren, dat wilden we er nog bij nemen. Dat denken ze ook van ons als we niet plassen op ongewone voorwerpen.
   
Iemand bij de pinken die wil weten wat een onbekende manmens in het appartement van mijn vriendin deed? Wel euh… daar kunnen we zelf geen sluitende verklaring voor opdreunen, iets met een onvoorzichtige sms-duimerij-partij en paniek.
Edoch, jezelf uitnodigen naar een onbekende woning, inhoudende twee sappige deernes, is geen garantie op een boeiende avond. De meneer was een doodsaai exemplaar. Daarvoor misten we dan het einde van de film! 
   
Onze krankzinnigheid (door zijn ogen) en onze lol (onze visie) begon allemaal met een klein oncontroleerbaar windje. Laat ik even in het midden houden uit wiens aars het glipte. Ik weet het, lachen met een scheet is kinderachtig, getuigt van weinig intelligentie en is boertig. Noem ons boerin, dom en infantiel… D. en ik bulderden de grondvesten van het gebouw zowat los.
   
(Ik lag gedeeltelijk op mijn zijkant gedraaid en D. zat net achter/naast mij. Met stip de beste rij om het niet meer kunnen opspannen van mijn bekkenbodemspieren van dichtbij te volgen.)
   
– “Zeg, mors niet met die rode wijn op mijn witte zetel hè!”
Hiksniklach… gulp… gulp… 
– “Bij nader inzien… smos toch maar liever met de rode wijn dan!”
Bijnadoodgegier… stroom… stroom…
Vloed… vloed…
Enzonogeenhelepoosverder.
   
Kleurloze man begreep er niks van. Ook niet dat we hem met aandrang wilde buitenwerken. Onze hints, hahahahaahaha is het al zoooo laat hahahahahaaa, of whohohohoo moet jij morgen niet werken whoehoehoe, bereikten de bestemming niet.
Tot hij naar de wc moest.
   
– “Eey, hikhik, zottin! Gij hebt mijn zetel ondergezeken! Trut! knorknor.”
– “Proest, goed dat je het zegt, dàt wist ik nog niet. Moehaaa.”
   
Toen het heerschap beëindigd had waar ik al een half uur mee bezig was, blokkeerden D. en ik de doorgang naar de woonkamer. Ik had gemakshalve een dekentje omgeslagen rond de cruciale zone. De enige weg voor de vent was die van weg weg, achteruit door de voordeur weg.
   
We schaterden nog wat na en ik kreeg een onderbroek en een rok met rekker om mijn droge thuiskomst te bewerkstelligen. Met mijn flamboyante bottines eronder gaf dat een vrij debiel uitzicht. Ten afscheid paste ik een even stompzinnig dansje toe.
Het begin van een nieuwe slappe lach.
Het begin van natte schoenen.
Het begin van mijn spoor over de trap naar beneden.
   
Het begin van het einde. ’t Is sindsdien nooit meer goedgekomen met mij.
      

De teloorgang van de mandarijn

  
   Pak het looprek af van een honderdentweejarige.
Observeer diens (on)vrije val.
Vorm u naar aanleiding van dat beeld een idee van mijn blogstatistieken : Pieuuw… toenk.
   
Nooit gedacht dat ik dit nog zou schrijven, maar IK MIS DIE WIJVENWEEK!
Op twee dagen tijd zag ik de bezoekersaantallen verdriedubbelen. Inderdaad, maal drie.
   
Maar dus, de wijven, dames of mojjers en hun volgelingen bleken niet standvastig genoeg om de fratsen van zapnimf te blijven volgen. Ieder zijn meug.
   
Hoewel, is het al iemand opgevallen dat ik de meug de voorbije dagen had aangepast? Een driedelige kroniek over onze shopgedragingen! Een ontslaping forceren bij mannen die ze echt niet begrijpen!
   
Of over die keer dat ik opstond en mijn spiegelbeeld een slangenmens terugkaatste. “Getroffen door een vergevorderde vorm van schurft,” dacht de blubberzone achter die huidverwisseling. Gelukkig had mijn wijflijfgezicht net iets gelezen over een moisturizer, naar het schijnt is dat wat vocht in een potteke (bij ons is vocht synoniem voor water ipv zalf maar dàt verergerde mijn ontvelling slechts) euh… over die keer ga ik geen stuk besteden. Schurft is ondertussen opgelost in het niets.
   
Blijft over : huishouden en kinderen. Van het eerste heb ik te weinig in mij, van het laatste had ik er ooit veel in mij. Tegenwoordig probeer ik één aan te leren aan twee. De resultaten zijn vooralsnog pover.
   
Soms, heel erg soms, niet vaak want daarvoor heb je een ingebouwde afscherming gecreëerd, overkomt het zelfs mij dat de hangrommel mij een gevoel van onbehagen bezorgt.
Op de kist in de schaduw van de keukentoog smeet ik maandenlang mijn nog-te-klasseren-schoolpaperassen, gebruikt-voor-één-les-materiaal ooit nog eens op te bergen, mappen-die-zelden-vastgepakt-worden, alles-wat-ooit-in-die-zeldenkaften-moet-geraken, restschoolgerief-waar-ik-even-geen-blijf-mee-weet.
Mijn plotse huivering voor de te sorteren berg, zo gebiedt eerlijkheid mij te bekennen, sproot voort uit de druk om eindelijk die leerlingzorgplannen op te stellen, een verslag te schrijven over een bijscholing, mijn dagklappers up to date te maken. Ik wachtte op een volgende opstoot van energie en employeerde hem voor een dagje kistopruim.
   
Ik vond : 
– “Mama, ik moet van de juf dat boekje over de studierichtingen voor volgend schooljaar terug meenemen tegen maandag.”
– “Dat heb ik helemaal niet, jongen. Zorg eens beter voor je eigen gerief.”
– “Jawel, ik heb dat aan jou gegeven omdat je dat moest handtekenen. Het lag op de keukentafel.”
– “In dat geval heb ik je dat al teruggegeven. Op de keukentafel ligt niks. Je moet niet altijd alles op mij willen steken, als jij iets kwijtspeelt.”
Hum, ik vond dus.
   
Ik vond nog een chocolade sinterklaas, een geschenk van mijn directeur.
   
Ik vond in een zakje, gekneld tussen twee prentenboeken (‘Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft.’ en ‘Een gat in mijn emmer’ – voor de liefhebbers.) aangewend bij een vervanging in het eerste leerjaar, vrijdag voor de krokusvakantie, dit :
   
 
  
  
   
   
Jeeminee.
Het fruit van tegenwoordig is toch ook niet meer je dat.
Het wordt niet meer rot.
Je kan ermee sculpturen.
Jezelf mee voor het hoofd slaan.
  
 

Gromgrom

  
   De wekker fliederde een boeket melodieën over zijn ver-DOOF-de conditie.
Een resoluut lief schopje van mijnentwege vond zijn scheenbeen.
“Lalalaalalaaalaa… opstaan luie wammes. Krul- en minizap staan te popelen voor hun dansles. En die geraken daar niet alleen.”
    
– “Gromgrom.” (Niet interpreteren in de seksuele betekenis, beste lezers)
   
“Eey, zie, de zon schijnt volop, jeuj!
   
– “Gromgrom.” (Gewoon zoals je het leest : neigt naar het nurkige)
   
“Zeg knorpot, komaan. Ik help je enkel toch maar…”
   
– “… om zeep!”
   
“… om je goed humeur terug te vinden in ons bed. Wat plakt daar aan je tenen?”
   
   
   
Het allerergste op de markt : een onuitgeslapen vent.
Blijf eraf.
Het bijt.
  
 

Drama, moeheid en de Pfaffs

  
   (vervolg)
    
– “Koekie heeft een camion… tje!”
– “Jamaar, die mens kennen we van haar noch pluim, gewoon omdat hij de vriend is van N. Ik durf dat niet vragen hoor.”
– “Michel! Van L.”
– “Heb jij de binnenkant van diens bestelwagen als eens bekeken? Daar geraakt geen rolstoel meer bij, misschien nog net de lamme* zelf, als hij niet te struis is en ze hem er op zijn zij inschuiven.”
   
– “Zeg, overlaatst stond er toch een aanhangwagen op de oprit van je vader?”
– “Oooo, helemaal vergeten. Onze pa heeft een kar, maar die staat bij mijn zus (in Nederland). Bellen die pee!”
   
Als we dan eens iets doen, doen we het rap. De kortslaper in de familie kwam ons met aanhangwagen bij het begin van dag en dauw oppikken. De langslapers onder ons lieten er hun humeur niet onder lijden en alras suisde het drietal over de expresweg hun toekomstige eetkamer tegemoet. Even snel stond het trio op diezelfde snelweg potvast. Uuuuren. Op de autoradio hoorden we dat vijfhonderd meter verderop twee wegenwerkers waren aangereden door een vrachtwagen (op het laatavondjournaal was een ervan overleden). We werden er sereen van. In het licht van zo’n drama betekent fileleed niks. Al waren we toch opgelucht dat we van een opgedoken zwaantje achteruit mochten rijden tot aan de vorige afrit. “Achteruit? Met zo’n remorque?”, mijn vader scheet zowat een floeren aap, waarna hij de gemotoriseerde politiemens ompraatte tot die begreep dat spookrijden voor ons de enige mogelijkheid was als de vangrails onbeschadigd moesten blijven.
   
In de winkel hoorde ik mijn vader bellen met het thuisfront : “Voor het donker, denken we toch wel thuis te geraken.”
Ik keek hem eens schuin aan : “Allez pa, wat raaskal jij nu? Voor het donker? ’t Is twee uur.”
Toen ik dat uitsprak, had ik geen rekening gehouden met de voorliefde van mijn verwekker om te onderhandelen over prijzen. (Dag, ik ben pa zap, ik ben 67 en mijn hobby is afdingen.)
Aan de stoelen hing één strootje los. Er ontbrak een velletje hout aan het tafelblad, het karakterkastje had zoveel pit dat het bovenste schuifje klemde en aan het wc-meubel mankeerde niks, maar als ze daar een procentje op wilden geven, was dat mooi meegenomen.
Geen vriendelijker personeel dan dat dat in Depot Zeven werkt, het mag niet onvermeld blijven. Terwijl moose en ik met blooskaken onverwacht een abnormale belangstelling veinsden voor een troep nepboeddha’s tussen de bloempotten, ging die beminnelijke hulp telefoneren met al de desbetreffende fabrikanten en keerde een ruime poos later terug met een gezamenlijke korting van om en bij de € 150. Voor dat bedrag wil ik af en toe wel eens een aanval van plaatsvervangende schaamte ondergaan.
   
In onze koopwoede hadden we eigenlijk niet stilgestaan bij de afmetingen van de aanhangwagen. Ha! Dat viel voor alles met platte kant geweldig mee. Maar die onstapelbare stoelen…
Met mijn talent voor liplezen, herkende ik bij het verlaten van de parking minstens vijf Nederlandse monden die vormden : “Schaaat, kijk, een domme Belg, vermomd als een rijende piramide.”
   
Deze constructie werkte op onze ongerustheid. Onze pa op onze zenuwen.
“Neenee, niks dat er kan gebeuren, ik heb die toren met een tros snelbinders met kundigheid vastgehaakt. Die geraakt nooit los uit zichzelf.”
De positivo uitte net een keer te veel soortgelijks naar mijn zin, alsof hij zichzelf aan het overtuigen was.
Naarmate wij erop reden, evolueerde het wegdek van de N49 van belabberd naar barslecht. De aanhangwagen wipte en ik hield mijn hart vast voor het er van schrik ook uit zou flippen. 
   
Over de staat van een straat schrijf je natuurlijk alleen als er dit gebeurt : 
“Kcccchhhhhhhhhhhhhhh kchhhhhhh KCHHHHHHHHHHHHHH !!!!”
De zijspiegel gaf enkel een regen van vonken weer en in de verte bespeurde ik iets zwarts op het rijvak. Moose riep : “Die twee stoelpoten die erboven uit staken zijn verdwenen!” Ik gilde een speenvarken naar huis, kreeg eensklaps visioenen van onoverzichtelijke ravages en ergens tussen de twee in beval ik hysterisch dat we naar de pechstrook moesten.
Mijn vader zou mijn vader niet zijn als hij weerom geen gelijk zou gehad hebben… de hele troep hing nog steeds muurvast gebonden (dat zwarte ding in de verte was een kapotte buitenband van een vrachtwagen), maar hij had de metaalmoeheid van zijn kar op een balorige betonlaag onderschat. Dat spel was achterover gekiept en de reden waarom ziet u hier.
   
                                                
                 
Nice, daar sta je dan, in het eind januari’s schemerdonker, op een pechstrook waar enkele kilometers vandaan aan de overkant die voormiddag een tientonner een dodelijk ongeluk heeft veroorzaakt met een dessel die nog slechts met een metaalplaatje van twee haar dik aan je auto hangt. Zou er iemand daarboven een pik op ons hebben?
   
De taken werden als volgt verdeeld : vader met fluovest mocht het gevaarlijke werk opknappen. Met riemen snoerde hij de bovenkant driehoeksgewijs met de achterkant van de auto weer aan de gescheurde onderkant van de kar. Zoiets.
Moose hielp een handje aan de betere zijde van de snelweg en ik stond aan de kloof van de beek (vier meter lager) paraat om alarm te loeien als er een vehikel zich niet aan de juiste kant van de volle streep zou houden, klaar om mij in een mulle afgrond te storten met aan het eind ervan ijskoud water.
   
Toen moesten we nog thuisgeraken. De juiste beschrijving heet ‘een slakkengang met dubbel knipperlicht op de pechstrook’, geloof ik. En met een ei zo groot als onze broek het toeliet op die plaats. Vooral wanneer die pechstrook plots ophield met bestaan en er drie rijvakken van een andere snelweg zijn plaats in namen. Wij moesten zonder brokken pogen van uiterst links voor te sorteren, een brug te beklimmen en volgen naar de konijnenpijp in Antwerpen. Nog nooit zag u drie zo’n zwetende figuren uitbundig wezen als die vooravond in januari toen het vijf kilometer aanschuiven was om de stad binnen te schuifelen. Verder misbruikten we aan twintig km per uur busstroken, binnenwegeltjes – o uitdaging – zonder verkeersdrempels. Tijd genoeg om uit te rekenen hoeveel uren we zouden moeten duwen als dat ding achteraan zou beslissen om te breken. Om het helemaal af te maken begon het ook nog te druppelen op onze zooi onbehandeld hout. 
Iemand heeft blijkbaar niet zo’n heel erg grote pik op ons want het allerergste overkwam ons niet. (Mijn vader doorstond nadien nog een emotionele slapeloze nacht gepaard met herhaaldelijke kuitkrampen veroorzaakt door een schokloze rit te persen uit zijn gaspedaal, maar een kniesoor die daarover struikelt.) 
   
Het donker had ons al lang ingehaald toen we juichend de eindbestemming bereikten.
Een half uur later, zakten we puddingsgewijs op ons nieuw meubilair in elkaar en ik weet nog dat ik toen dacht :
   
“Allez, en dan willen ze persé met een camera achter saaiheden als de Pfaffs of de Planckaerts hollen… ons leven is véél spannender!”
  
  
   
(*Politiek correcte woordenschat op deze plaats bekte langs geen kanten. Alvast een welgemeend excuus aan alle immobiele personen die zich in hun gat gebeten voelen.)
      

Infaam

  
   Als je afgepeigerd van je werk komt, je pc opent en ziet dat je op een blogje van drie zinnen vijftien commentaren hebt vergaard.
En de ondertoon van de meerderheid klinkt als : Gij blond kieken.
    
Dàt is infaam!