De toverdrank die de vergeetachtigheid niet tegenhield

      
   Het weekend was in zaligheid voorbijgegeleden.
   Vanonder een parasol gekeken naar de torso’s van de twee werkmannen in de tuin. Een koppel hele lekkere brokken ; zweet vermengd met zand op hun gezicht, spieren die rolden en bolden en af en toe kwam er eentje bedelen om een zoen ; de volwassen versie van het tweetal. Moose en zoonzap groeven putten. Minizap stond wat verderop kluiten aarde tegen de kastanjeboom te schurken. Ze werd er evengoed onrein van.
   
Bij het avondmaal op het terras weekten de drie van hierboven hun afgrijselijk zwarte voeten in een emmer, de overige drie bedienden de tafel van spijs en drank, een comfortvoorziening die de zweters heus verdienden. Het natafelen verliep in opperste sfeer. Sterke verhalen ontglipten krulzap over toverdrankjes die moose verliefd hadden laten worden op mij, alleen had ik dat immers nooit voor elkaar gekregen. “Jamaar,” wierp ik tegen, “dat brouwsel moet nu toch al lang uitgewerkt zijn? Hoe verklaar je dat dan?” O maar, ook daar had ze een plausibele uitleg voor : “Zeg mama, dat spreekt toch voor zichzelf… hij zag ons, lieve kindertjes, en hij was meteen verkocht. Hij blijft voor ons natuurlijk.” Zelfs het buurmeisje, die de gave heeft om zich er steeds midden in ons buffelmoment gezellig bij te poten, bedeelde zichzelf een stukje van de eer toe, waarom moose zijn hart aan mijn entourage verpand had. 
Wat hadden ze lol. Vooral krulzap vond dat zij deze keer het middelpunt van de belangstelling in haar zakken mocht steken. Zoonzap beeldde een vinger in zijn keel uit en teende als eerste in de richting van een weldoend bad.
Enkele seconden later tringelde de telefoon.
   
Wat je moet weten over die telefoon, is dat zijn laadstation in de gang een zoekmijknop heeft. Druk je daarop, ringt dat ding enkele malen en ondertussen kan jij hem terug vanonder de zetel vissen, op de kamer van puberzap terugvinden, in het kleinste kamertje gaan zoeken. Handig wel.
   
Dus ongeveer toen zapzoon de gang doorkruiste, waar ook nog dat ouwe belding met draad staat, luidde de loopfoon herhaaldelijk.
Krulzap zat nog helemaal in haar rol van animator en schalde voor wie het horen wilde : “Och, dat is toch maar die onnozelaar, die met het knopje speelt. Dat zullen we eens gauw oplossen.” Daarop nam ze de hoorn en brulde erin : “Hang eens op, lul!” Klik. Ostentatief blikte ze rond om haar heldendaad te onderstrepen.   
De moeder met het vingertje in mij, stond op het punt van een zeep-mond-wassen-terechtwijzing, toen de telefoon deed wat hij net daarvoor ook al had gedaan. Krulzap nam op en haalde adem om opnieu… “O. Dag Bompa. Wat zeg je? Jij hebt daarnet ook gebeld?” Haar excuses werden opgeslorpt door ons hoongelach. 
   
Het weekend was in zaligheid voorbijgegleden.
Op het eind ervan draalden moose en ik nog een afronding met een laatste sigaretje in de buitenlucht. Hij vond op de vensterbank mijn portefeuille.
“Jij verstrooide vergeetkop, kijk wat ik hier nog zie liggen. Zonder mij had je daar morgen mooi staan blinken met een doorregende portemonnee. Gelukkig dat ik, de oplettende mens, er ben om dit hele huishouden in goeie banen te leiden…”
   
Inderdaad, na het geweldige weekend begon de werkweek terug met bakken regen en dagelijkse werkjes. Winkelen bijvoorbeeld. En wat vond ik op diezelfde plek op de vensterbank? Zijn maaltijdcheques… natter dan doorweekt.
   
“Gelukkig is hij er nog om mijn vergeetboel recht te houden.”, dacht ik en ik pakte het strijkijzer.
  

La vie en (bijna) maigre

  
   “La Vie en Rose”, het levensverhaal van Edith Piaf in onze dvd-speler was nog niet ten einde en dit vermelden heeft niks met het volgende te maken maar we dwaalden van die kleine magere mus af en verzeilden in een deinende knuffelsessie.
   
– “Auw auw, voorzichtig jong, het vet rond mijn sleutelbeen is intussen bedwongen en het doet zeer als je daarop steunt.”
– “Oeoeoe, niet daar! Dat is mijn heup! Sinds kort ook herkenbaar als heup met been! Straks mijn bottenstelsel in frut vaneen!”
   
– “Hoe zouden dunne mensen vrijen? Dat moet toch pijnlijk zijn?”
– “Vraag dat eens aan die ondervoede collega van jou.”
– “O maar, die heeft al jaren geen seks meer.”
– “Hoe weet jij dat nu?”
(Stilte)
– “Eum, wij vrouwen weten dat. Wij klappen tijdens onze rookpauzes over ons al dan niet bestaand seksleven. Jeweetwel, tips enzo, beetje vergelijken, sprekende Flairs onder mekaar.”
– “Zwijg maar al, ik hoef het al niet meer te weten.”
– “We zouden natuurlijk ook alles er terug kunnen bijboefen? Hmm hmmm, stel je voor… een zomer vol ijsjes, slagroom, chocolade, barbeque’s, pizza’s en andere vettige brol!”
– “… En de trap opnieuw niet meer opgeraken met je knieën…”
– “Djemmmhmpftrrrrr.” (Met een gezicht die bij deze onvrolijke klank hoort.)
   
– “Stel dat wij ooit heel mager worden, dan zullen we heel voorzichtig moeten vrijen?”
– “Uhu, of elk om beurt… met zichzelf.”
– “Djemmmhmpftrrrr!”
   
– “Zeg, nu ik bijna gehalveerd ben, zou mijn ziel ook nog slechts een halfje zijn?”
– “Lief, zeker weten van niet! Daar zit nog steeds meer ziel in dan ik aankan. Integendeel, procentueel heb jij nu veel meer ziel in je, met andere woorden, jij bent nu zieliger dan ooit!” (sardonisch mondtrekje).
   
– “Heb je daar al eens aan gedacht? Die tweeënvijftig kilo overschot die we verloren hebben, dat is allemaal energie die wij niet verbruikt hebben, die zit nu ergens anders, maar waar?”
– “Alvast niet in of rondom mij, want ik heb het nog dagelijks steenkoud.”
– “Hij is vast vertrokken naar de warme landen.”
– “Ja, zo zijn we en passant ook nog verantwoordelijk voor een stuk opwarming van de aarde. We zouden er natuurlijk ook alles weer kunnen aanboef… – smakkuskuszoenlik – “
   
– “Kom, zet die Piaf nu maar af, ik heb op dit moment mijn buik vol van schriele kwelende pinkdunne mensen.”
  

Stokje – Gastenblogje (door Madameblogt)

 

Zapnimf wierp het stokje: schrijf een gastenblogje (zie e-mino). Madame dacht: ““Het is gewaagd, zei de maagd, maar omdat je het zo schoon vraagt.” 

Het zou leuk zijn – doch geen verplichting – moest de blogpost in kwestie iets te maken hebben met mijn blog (stijl, inhoud, een parodie, whatever)”, stond er bij.

Ok, Zapnimf, hou je vast aan je beha bandjes, hier komen drie flodderige hoofdstukjes met madame’s impressies over de populaire nimf die zapt.

  

She

Struin even rond op Zapnimfs blog en je vindt een summiere beschrijving van haar eerste persoon enkelvoud: kindvrouwtje, bescheiden ego, rustige aard, doordacht.

Kindvrouwtje – Ze bedoelt waarschijnlijk: vrouwtje met kinderen.

Bescheiden ego – Volgens P. Bouvard is bescheidenheid de kunst om de anderen al het goede te laten zeggen dat je van jezelf denkt. 😉

Rustige aard – Niet meteen terug te vinden in haar levendige blogs.

Doordacht –  That’s right! Een muzikale ode aan Zapnimf The Smart Woman. Tadadadaa!

  

Is

Van beroep leerkracht. Madame sympathiseert met dat beroep. Ze stamt namelijk zelf uit een onderwijzersfamilie. Vader, broer, schoonzus, nicht, nichtje, echtgenotes van neven, de helft van haar familie stond/staat in het onderwijs. Het scheelde trouwens geen haar of ze was ook leerkracht, ware het niet dat ze in het regentaat door een Hollandse intellectueel, die Nederlands doceerde, te licht(zinnig) bevonden werd.

Voor het feit dat Zapnimf naast haar zware onderwijstaak – en durf niet zeggen dat het niet zwaar is, want dan heb je het (ook) met madame aan de stok – nog de zorgtaak voor vier telgen op zich neemt, doet madame haar hoed af en maakt een zwierige, respectvolle buiging op z’n D’artagnans.

  

Wonderful

Qua schrijfstijl is Zapnimf une grande dame. Lees één van haar weergaloze fratsen en je bent verkocht, dan wil je dagelijks relaxen en herbronnen in haar literaire ontboezemingen. Ze schrijft levendig, lichtvoetig, snedig, humoristisch met een schepje (soms een pollepel) ironie. Hugo Claus had een rijke woordenschat. Wel, de zappende nimf is een Huguette Claus. Open vooraleer je haar blogje leest je elektronische Van Dale, want het zou kunnen dat je verzuipt in haar erudiete woordenschat. 😆

Voor onderhoudende blogjes, gelardeerd met scherts en spot, moet je bij Zapnimf zijn. Ze is de echte humorist wiens vrolijkheid van haar hart naar haar hersenen is verhuisd.

 

Tot zover de lofzang uit het evangelie van Madame, vers 12 tot en met 23. Ze geeft het gastenstokje door aan Blah en Nagolore.

 

Geschreven door Madame

 

(NVDO (opgehemelde)R : Hartelijk dank, Madame!)

 

  

Sauna (door Mieke)

  
   In het kader van het gastbloggen, lees je hieronder de bijdrage van Mieke. Bedankt Mieke!
    
Ergens gelezen in een  blog, maar, sla me dood (alle ja, bij wijze van spreken), ik weet echt niet meer dewelke, en ja, ik zou nu kunnen gaan zoeken, en ik heb echt waar een poging tot ondernomen,  maar, zucht, geen beginnen aan,  elke blog heeft zijn eigen blogroll en al rollend dwaal je maar verder en verder verwijderd van de oorspronkelijke blog, een soort van Alice in Blogland, en zo weet je op den duur echt niet meer waar je wat gelezen hebt, ook al blijft het gelezene hangen. Wie schrijft die blijft, niet dus, eerder: wat je schrijft, dat blijft.

    

Gelezen dus van iemand die in de sauna zat, haar ogen opendeed en een ongelooflijk breedbeeldzicht kreeg van iemands achterste met aangroeisels (zelfs de naam zou ik al eens moeten gaan opzoeken, maar acht wat maakt het uit) toen die zich vooroverboog om zijn/haar handdoek netjes op de bank te spreiden.  Ik heb er gisterenavond dikwijls aan gedacht, toen ik in de sauna genoot van een zoals dat heet welverdiende ontspanning na een drukke werkweek, en dat dan nog in bijzonder aangenaam gezelschap. Elke keer er iemand binnenkwam en aanstalten maakte om zijn handdoek te ‘placeren’, dacht ik:  Niet kijken, niet kijken! Wegdraaien die blik!

Gelukkig was het behoorlijk kalm, maar het aanwezige volk was wel iets ouder dan gemiddeld ( ja, zelfs ouder dan ik, zal ekik zeggen wa gij denkt, ja?) , en dan is de kans dat er ongewenste aanwassen zijn des te groter. Vooral niet kijken was dus de boodschap. En toch, elke keer wordt je blik getrokken naar waar die vooral niet wil blijven hangen. Zoals naar de man die met zijn veel te korte badjas in de zetel ging relaxen met zijn benen gespreid. Denk toch na, man! Vanuit zijn perspectief was alles netjes bedekt,  maar voor mij, die tegenover hem zat aan de open haard, die trouwens niet brandde, aangezien het geen winter meer is, nou moe. I don’t need it! En tis echt niet dat ik preuts ben hoor. Not.

Mijn ex-schoonmoeder heeft zich ook ooit eens laten opereren aan haar, eikebah, aanwassen. Gruwel. We kregen het hele verhaal te horen achteraf. Het voor en na zeg maar, hoe lelijk toen, en hoe schoon nu, de bijverschijnselen. Oh my god, i really don’t wanna know! Dacht ik toen al. Mens, alleen al daarvoor ben ik blij van haar verlost te zijn, maar  geloof me, er zijn nog 100 andere redenen.     

Soit, het sauna-avondje was geslaagd. Geen dingen gezien of meegemaakt die het vermelden waard zijn. Er zijn mooie mensen en er zijn er minder mooie. Zo is dat nu eenmaal in het leven. En wat ik mooi vind, vindt een ander niet mooi. En maar goed ook.

En nu ga ik maar eens een aspirinneke pakken. Te veel gezweet gisteren en te weinig gedronken. Ja, dat zal het zijn. Dat ik om 4.30 ben thuis gebracht door dat bijzonder aangenaam gezelschap man,  dat heeft er niks mee te maken. Neenee.

   

En word ik verondersteld dit stokje door te geven? Effe denken. Mijn gedacht gaat natuurlijk eerst en vooral in de richting van Beo, oostblog, en Joe Bradley. Dan hebben die ook weer eens iets te doen. En, nee, ik heb het niet mooi op voorhand gevraagd. Als, dan, dan betaal ik hen wel een pint. Maar wie ben ik om iemand tot iets te verplichten?

  

Uitnodiging voor u, u en u

 

 

      blogfeestje-blogfeestje

 

Bij zapmoose.

Met alvast Chelone, Zeezicht, Madameblogt, Menck, moose en zap.

 

U, u en u (vingerwijs), u komt toch ook?

 

Zaterdag 31 mei 2008

 

Meer uitleg : zie pagina boven (nog eens vingerwijs)

Voor uw reacties, ook boven aub.

 

 

 

U, u en u (vingerwijs), u komt toch ook?

Luitjes-lezers van allerlei pluimage,

Het kerncomité Chelone, Zeezicht, Menck, Madameblogt, moose en ikzelf hebben dagenlang gedobbeld met verscheidene data, agenda’s verknipt, trouwfeesten verzet, en communicanten besmet met klierkoorts, maar het is ons gelukt!
Joehoe! We hebben een gezellig samenzijn gepland!

En wel op zaterdag 31 mei 2008

Ga nu weg van het scherm, breek de pennenzak van uw kinderen open, zoek een fluostift en markeer deze dag, die ongetwijfeld onvergetelijk zal worden, in uw agenda.
Als u wil dat het laatste etmaal van mei onvergetelijk met bovenstaanden wordt, dan kan dat ook. U mag dit schrijven als een uitnodiging opvatten om samen rond een dis te zetelen die u zelf mag decoreren met allerlei heerlijks, het liefst eetbaar, van eigen makelij.
Die tafel zal ter uwer beschikking gesteld worden door moose en ik en als het weer een beetje meevalt, gebeurt dat in onze tuin. Noteren we een minder ideaal weertje, dan verkassen we de zitplaatsen naar de carport (voorzie aangepaste kledij en/of dekentje) en bij windkracht tien zal u het moeten doen met een schupsteel staande in een snelsnel vrijgemaakt van rommel ruimte met dubbel glas ; onze living. (Deze verzameling mogelijke verblijfplaatsen bevinden zich ten noorden van Antwerpen.)
Uw aanhangsels van het menselijk ras, zowel meerderjarig als minderjarig zijn uiteraard ook welkom als ze niet urineren op onwelvoeglijke plaatsen. Deze laatste voorwaarde durven we ook u opleggen. Let wel, ons quartet jong geweld is die dag op verplaatsing en kan uw kroost dan niet entertainen.
Wij willen u ontvangen vanaf 15.00 u. voor die tijd loopt u het risico dat u met hark, beitel, afwasborstel aan het werk gezet wordt.
Onthoud alstublief ook dat wij ten huize zapmoose allergisch zijn voor snijbloemen of kamerplanten en verder alles wat naar cadeau riekt. Onze vazen dienen om thee in te zetten en ter compensatie van uw eventueel presentje, zullen wij en alle medegenodigden liever van uw tafelbereiding genieten. Vloeibare calorieën, die als niet buitenissig gelden (frisdrank, koffie, thee, pils, wijn), verstrekken wij.

Als u zich hierin kan vinden, verwacht ik graag een reactie in het luikje onder dit stukje (altijd leuk voor de anderen en mogelijkheid tot afspreken om samen te rijden of te treinen) én indien u ook nog een mailtje stuurt, beschouwen wij u als ingeschreven en krijgt u een onmogelijkverkeerdrijbare routebeschrijving naar stulp zapmoose. Ongure figuren met slechte bedoelingen, gelieve zich te onthouden.

Even resumeren :
– Feestje op zaterdag 31 mei 2008 bij zapmoose vanaf 15.00u.
– Voor drinken zorgen wij, u mag een deeltje van de overige catering op u nemen. Gelieve hierbij niet al te doordringend te rekenen op ons keukenarsenaal, behalve een microgolf en een gammel kookplaatje vindt u er niks.
– Partners en/of kinderen welkom, als u ze zelf in het oog houdt.
– Inschrijven verplicht via mail, graag ook een kleine publieke reactie.
– Bereid u voor op buitentemperaturen.
– Bloemen noch kransen.
– Foto’s enkel als u ze van het net houdt.
– Vergeet niet uw leuke kantjes mee te pakken.

Tot dan!

Moose :
Zijtgijhelemaalzotgeworden?!
Stel, je hebt driehonderd lezers en die komen allemaal af met hun partner en kinderen, dan zitten wij hier wel met tweeduizendhonderdelf mensen op ons erf!
Ik ben zo’n asociaal geval. Dan ga je weer kwaad zijn op mij omdat ik mijn mond niet opentrek. Als ik dan een poging onderneem, zie ik het me al zeggen : “En, huppeldepup, hoe gaat het met de kinderen?” Antwoord : “Ik ben steriel.”
En onze hof! Onze hof! Ik ben net begonnen met het uitsteken van die bamboe, dat is hier een ravage! Schrijf dat maar è, zeg dat maar è… het gaat hier geen gezellig zicht zijn met die omgeschepte tuin, ze gaan verongelukken! Ene put!
Of die vijver, laat ook maar weten dat minizap daar al eens bijna in verdronken is. (reactie van puberzap : is dat zo?) Nee, maar dat hoeft niemand te weten.
Als het er meer zijn dan twintig, ga ik werken in mijn appartement! Stuur een mail naar de laatste duizendvijfhonderd dat het volzet is, te laat! Spijtig!
Daarbij, ik ken je. Jij gaat weer onnuchter vrolijk socialiseren, moet ik weer de hele verantwoordelijkheid torsen van de boel. Een gastheer als ik krijgt daarvan kiekenvlees.

Zapnimf : Ach ach, al kan hij af en toe panikeren, die moose is toch een hele aaibare schat hoor, ontziet u hem een beetje als hij wat raar begint te doen? Hij meent het niet.

Hit me, hit me… hi-t mee!

  
   Toe maar, ik sta hier nu toch in het zicht, besto(o)k me, hit me with your rhythm stick!
    
Interludium! (om eens een jaren ’70 woordje terug op te rakelen)   
     
     
Genoeg gelanterfant, het echte werk nu!
    
Maar dat ga je voor één keer niet hier vinden.
Deze meneer heeft eerst heel beleefd via mail gevraagd of ik zijn zelfuitgevonden estafettedingetje zou willen aanpakken zonder te laten vallen.
Of ik op zijn persoonlijk plek op het internet als gastblogger iets zou willen posten.
Ik en ik hebben daarover even moeten overleggen :
    
Ik : “Asjemenou, wat gaan die pipo’s toch nog allemaal uitvinden om ons te weerhouden om over ons eigen belangrijk leven te schrijven?”
Ik : “Ons eigen leven is niet altijd even belangrijk, toch?”
Ik : “Uils-kiek! Wij kunnen anders heel goed doen alsof, dat is wat telt.”
Ik : “Daar zeg je wat, maarre, wij kunnen toch gewoon over ons eigen leven schrijven, daar dan?”
Ik : “Daar dan… daar dan… wie weet wat voor een crapuleus geval dat is, alsof ik daar onszelf wil gaan blootgeven.”
Ik : “Dat heb ik lang opgezocht hoor : vader, echtgenoot, dertiger, advocaat, filmfanaat, F.A.C.T.S., Hotel Costes, Commodore Amiga, text adventures, Nick Hornby, Paul Auster, Paul Van Dyck, snooker, enz.”
Ik : “Ik ken daar een paar dinges niet van en snooker… is dat geen sport voor die plebejers afkomstig van de zelfkant van de maatschappij?”
Ik : “Gelukkig zijn wij zo niet, wij bewateren alleen maar zetels van een ander.” *oogrol* 
Zie, ’t is anders wel een advocaat! Wow! Straks brengt hij ons nog in contact met confraters, knappe collega’s die euh… euh… niet snookeren!”
Ik : “Hmja, een gestudeerde, dat geeft wel wat aanzien eigenlijk, kennen wij er zo nog?”
Ik : “Ons bloedeigen zuster heeft ook rechten gestudeerd, remember?”
Ik : “Owja, maar die is al sinds jaar en dag huisvrouw, kunnen we daar naar opkijken?”
Ik : “Als we daar nu eens bij hem een schrijfseltje over maken? Dat je bent wat je doet.”
Ik : “Zijn we dat?”
Ik : “Dat zullen we lezen als ‘t klaar is.”
   
Ik : “Kijk, die snellerd heeft dat ding al online naar onze kop geknikkerd.”
Ik : “En die voorwaarden, krijgnuwat, niet mals… die was ‘m efkes vergeten te vermelden in zijn mailtje, de leeperd.” 
    
1] zoals gezegd is het thema absoluut vrij. Voor hetzelfde geld krijg ik hier dus drie linkposts binnen. Het zou natuurlijk wel leuk zijn – doch geen verplichting – moest de blogpost in kwestie iets te maken hebben met mijn blog (stijl, inhoud, een parodie, whatever), dan wel met het stokje zelf. Maar nogmaals: dat is absoluut geen vereiste.
   
2] hij/zij die het stokje verzendt, is verplicht de ontvangen posts als dusdanig te publiceren (dus inclusief schrijffouten e.d.m.), zonder er iets aan te veranderen. Eén uitzondering: manifest illegale posts (how to make a bomb, scheldproza t.a.v. derden, enz.) worden uitgesloten.
    
Ik : “Pfffft. Dat zie je van hier. Als wij iemand uitnodigen en die durft daar een flagrante fout in te maken, je zal eens zien hoe snel ik mijn potje typ-ex binnen bereik heb.”
Ik : “Lekker poeh, ’t is dan toch onze blog, wij kunnen de spelregels veranderen naar eigen goeddunken : geen dt-fouten in ons speelveld!”
Ik : “Kijk, zou je tegenwoordig ook al geen bommen mogen maken via tinternet? Flauw!”
Ik : “Hèhè, schelden mag ook al niet… wat een moraalridder zeg.”
Ik : “We kunnen ons nog bedenken…”
Ik : “Kuch, niet echt, ‘k heb achter jouw rug al toegezegd.”
Ik : “Ook kuch, eigenlijk heb ik het al geschreven en je kan het hier lezen.”
   
3] de ingezonden blogpost moet eindigen met een uitnodiging naar een of meerdere andere bloggers om deel te nemen aan het stokje.
   
Ik : “Ha, eindelijk iets waar we mee akkoord kunnen gaan.”
Ik : “Wie zullen we vragen?”
Ik : “Ja wie? Wie is er fijngevoelig genoeg om ons niveau aan te kunnen?”
Ik : “Niveau? Iedereen zowat?”
Ik : “Laat ons een gezamenlijke denkstonde houden.”
Ik : “Inderdaad, dit kan niet zonder diepgaande contemplatie.”
   
    
Mieke en Madamblogt, zouden jullie… jeweetwel?