Wij hebben zoals steeds alles onder controle!

    
   Ik : “Wat doe jij zo vroeg al op?”
   Ik : “Hoor wie spreekt!”
Ik : “Jamaar, ik heb een excuus! Ik heb over Tantieris gedroomd. Die had ook een feestje volgens haar blog. Eentje waar ze steeds één cryptisch zinnetje over losliet. En ikke daar maar telkens complexe commentaren onder neerpennen. In die mate dat ik zot werd van mijzelf en maar besloot van wakker te worden.”
Ik : “Ocharme jij. Ik kon gewoon niet meer slapen van de zenuwen.”
Ik : “Zo typisch jij. Zogezegd je hand niet omdraaien om wat te organiseren en als dan puntje bij paaltje komt…”
Ik : “Ja eey. Wistikveel dat ons kot zooooo vuil was.”
Ik : “Tiens, dat ben jij toch steeds hè, die op een ander gaat uitroepen dat schoonmaken ondergeschikt is aan de sfeer van het feestje?”
Ik : “Mmmmpfmmpfmeu. Al die plantjes voor het terras moeten ook nog in potten geraken.”
Ik : “Je vergeet de carport leegmaken en uitvegen, stel dat het onverwachts begint te plonsen, moeten we toch een vuchtoord hebben?”
Ik : “Moet nog naar de winkel ook, ben wat vergeten.”
Ik : “Jeee… zouden we het nog kunnen afbellen?”
Ik : “Dacht het niet, of heb jij het telefoonnummer van al die mensen misschien?”
Ik : “Mmmmpfmmpfmeu.”
Ik : “Inderdaad : mmmmpfmmpfmeu.”
Ik : “Stel je voor dat ze lachen met ons platform, dat die arme moose gisteren tot half één ’s nachts, gedwongen door ons, heeft moeten leggen.”
Ik : “We zeggen gewoon dat het onze helikopterlandingsplaats is, beetje ongelukkig midden in het gazon. We zouden er nog rap een witte cirkel op kunnen kalken.”
Ik : “O? Ik dacht dat dat diende om het zwembadje, als het eens ooit zwembadjesweer wil worden tenminste, op te poten?”
Ik : “Ja. En om het gebrek aan gras eronder te verbergen, maar dat hoeft geen kat te weten te komen.”
Ik : “Van hieruit gezien liggen die planken ook niet allemaal waterpas.”
Ik : “Zeveraar… ken jij één iets dat bij ons recht ligt als het ook krom kan? Onze charme, ik… onze charme.”
Ik : “Ook weer waar. Wie ermee lacht, hangen we met zijn neusgaten aan de doornstruiken!”
Ik : “Laten we de vijver opsnuiven!”
Ik : “Mag onze boeken alfabetisch rangschikken!”
Ik : “En afstoffen!”
Ik : “Wel?”
Ik : “Wat wel?”
Ik : “Zouden we er niet eens invliegen?”
Ik : “Sèg! Even sigaret nog opzuigen.”
Ik : “Je weet toch wel dat het vandaag anti-tabakdag is, huh?”
Ik : “Ja? Dat vergeet ik dan stante pede ook weer. Ben veel te opgedraaid.”
Ik : “Komaan… tien keer diep in- en uitademen. Ontspan je.”
Ik : “Voel jij wat ik voel? Dat begint hier te druppelen… help!”
Ik : “Wij wonen toch niet in het oosten? In het oosten, Frank! In het oosten zei je, kans op een bui… rotte vent!”
Ik : “Ik voel het. We moeten nu dringend beginnen aan die carport. Nu!”
Ik : “Wat zou ik aantrekken?”
Ik : “Ik ga je een sjot geven hè, zo meteen.”
Ik : “Zou Tantieris echt een feestje geven? Zou ik voorspellend kunnen dro…”
Ik : *Stamp alterego deze opgefokte letterberg uit*
     *Volg haar voor ze zich van kant maakt met de hark*
    
    
Advertenties

Of zapchocolate? (4)

     
  (vervolg)
  
 Eenmaal thuis kon ik het niet laten van toch nog even achter de pc te kruipen, als je dag- en nachtritme ordeloos omgekeerd hun gangen gaan, kan dat er ook nog wel bij.
De slaap werd verdrongen door nog enkele onduidelijkheden die ik in deze staat van gevoeligheid wis en waarachtig niet op de man af had durven uitlokken of vragen :
Wat denk je nu werkelijk van mij, vent?
Het was leuk, maar vond jij het leuk genoeg om mij in jouw leventje toe te laten, jeweetwel, met alles erop en eraan?
Heb ik signalen gemist? Heeft hij me aangeraakt? Arm vastgepakt? Platte hand op mijn rug? Haar uit mijn gezicht gestreken? Euh… neen, dat deed hij allemaal niet.
Ok, hij moest werken en wilde duidelijk niet naar huis, maar kan ik daaruit besluiten dat hij zich niet kon losmaken van mijn gezelschap? ’t Is misschien gewoon zo’n fuifnummer.
Hoe moet dat nu verder?
Is samen lachen en niet uitgeklapt geraken genoeg om die kerel hopeloos verliefd op mij te laten worden? Zou ik dat willen? Dacht het wel.
   
Ik zocht mijn stoute schoenen, kneedde mijn vingers en bracht een opeenstapeling – toch wel brave – letters tot stand. En dat nog om vijf uur ’s ochtends, chapeau voor mezelf!
   
“Om een of andere reden zit ik hier met meer adrenaline dan slaap.
Tijd genoeg dus om je toch nog even te schrijven dat ik het daarstraks wel heel gezellig heb gevonden en dat ik al preventief compassie met je heb als je binnen enkele uren je vermoeide corpus uit dat bed moet sleuren. Vergadering dus, zei je? Probeer je ogen open te houden!
   
Euh euh euh, vooraleer ik lyrisch ga worden, kan ik best jouw mail afwachten, denk ik.
Bij nader inzien heb ik al geblunderd tegen alle regels van een eerste afspraakje.
En zeer onelegant met je kanis tegen een balk boven een trap knallen is ook niet meteen het typevoorbeeld van over te komen als ‘zij die situaties sierlijk onder controle heeft’.
Zeg alstublieft dat je vond dat ik toch deftig kon eten!!”
    
Het antwoord liet niet lang op zich wachten : 
Ik filter er – het is mijn blog uh uh! – voor u de zinnen uit die nog lang gloeiende sliertjes in mijn maagstreek achterlieten :
   
“Dat tegen die balk opstuiteren was misschien geen  typevoorbeeld van om het even wat, maar je lach daarna was heeeeeeerlijk. Jij eet als de beste, zap, echt waar, euche euche.

Nou ja, ik ben veel te braaf zeker. Beetje onzeker. Veel te veel met mijn kop tegen de muur gelopen vroeger. Afwachtend. Veel te afwachtend. Dus, even vergeten dat ik timide ben : Lief nimfke, je bent een geweldige vrouw. Doen we dit gauw opnieuw ? Of iets soortgelijks ? Goh, wat kan jij vertellen zeg. En goh wat luister ik graag naar jou.     

En die nek, ach zap, die oren zijn toch wel echt impressionant. Neen, niet waar, ik vind je een heel knappe vrouw. (ik kan hier nu stuk per stuk opnoemen wat ik zo mooi aan je vond, maar met vrouwen, je moet er mee oppassen, als je dan één onderdeeltje vergeet, dan denken ze dat net dat stukje lelijk is,…). 

Je beseft niet half hoeveel energie je mailtje me gegeven heeft. Ik denk hierdoor zelfs wakker te blijven tot na het middage… rrrrrrrrrrrrr <snork>
   
Dat gevoel, ja, telkens je lachte, had ik dat. Je lacht zo mooi zap. En zo graag. Mmmm.
   
En die complimentjes : Och, nimfje ik kan het toch niet laten : je ogen, je handen, je stem… je alles (en da’s maar gewoon het uiterlijke).”
   
Ook gelezen?
Hij wilde dit gauw overdoen!
En heel afstotelijk vond hij me niet! Yiehaa!
   
Donderdag zaten we dus alweer tegenover elkaar.
   
Dit waren mooses zinnetjes over dat uitje : 
   
“Meneer, bent u dat die zo lekt ?
Ze kwam het vragen met haar allerverlegenste glimlachje.
   
De meneer in kwestie was aan het genieten van een goed glas bier, maar vooral van de blinkende ogen van zijn tafelpartner. Een uurtje geleden nog hadden ze samen gezeewierd in een Thais restaurantje in de Grote Pieter Potstraat (Ilha Formosa, een aanrader voor de vegetariërs. Zijn jullie dan vegetariërs ? Moet dat dan, neen, maar soms staat ons groentenniveau zo laag, dat we dit alleen maar op peil kunnen houden door extra bladgroen in te slaan, onder de vorm van zeewier of spinazie. Vegetarisch eten kan daarbij een oplossing zijn.)
Daarna wou zij nog iets drinken en nu rondden ze af in het Patersvaetje, een donkerbruin cafeetje onder de kathedraal. Ze zaten op de mezzanine, de halfopen eerste verdieping, hij dronk een Tuborg, zij warme chocolade.
  
En nu stond de serveuze dan, een grappig ding, gekleed in eighthies stijl, voor hun neus, te vragen of meneer soms lekte. Ja, er drupt een vreemd goedje vanuit de mezzanine naar beneden het café in, en het lijkt te komen van de plaats waar U zit, meneer.
Hij volgt haar blik en kleurt al even rood als haar truitje. Hij ziet zijn rugzakje staan in een plas, die sneller groter wordt. Excuseer dat zal mijn thermoskan wezen. Met veel te vlugge stuntelige handen probeert hij de situatie recht te zetten en hij plaatst zijn druppend rugzakje op tafel. Onder de geamuseerde blik van zijn tafelgenote, diept hij er een blikken thermoskan uit, waar het deksel van opengeschoven is. 
Hij stottert zich vast in verontschuldigingen, en haalt ook nog twee doorweekte mattetaartjes boven, twee lege kopjes, een handdoek, een chocopotje,… alles donkerbruinkoffiebevlekt.
We hadden toch gezegd dat we nog een wandelingetje langs het water zouden maken, en ik dacht, het zal koud zijn, en toen dacht ik maar, op een bankje, ik zou misschien voor een hartversterkertje kunnen zorgen, maar de thermos was niet goed toe, en dan wou, ik bedoel zou… Wel. Neenneen, ik… Nou ja.
   
De sukkelaar geraakt niet meer uit zijn woorden. Het is plots tachtig graden in het café, zweet parelt op zijn rode kop. Heb jij dat ook als je je wil verantwoorden, je het alleen maar erger maakt?, probeert hij nog.
Samen kijken ze over de reling naar de vloerverdieping waar een litertje koffie, een hele plas, ligt, een laatste scheut druppelt nog naar beneden.
In een poging nog iets te redden, veegt hij de tafel schoon met zijn handdoek en al doende veegt hij meteen zijn sjaal van tafel, die pardoes in de plas valt. Oh neen. Maar zij ligt alweer dubbelgevouwen van het lachen. Steek die toch in je mouw die sjerp, giechelt ze. Hij rolt de mouw van zijn trui naar beneden, en wil daar die volledige sjerp inproppen, bemerkt het onmogelijke van de situatie, kijkt haar vragend aan, In de mouw van je jas ! Zij komt niet meer bij.
  
En hij lacht dan ook maar mee. Groen op rood.”
   
De nacht was toen nog jong… er geraakt zelfs nog een vervolg achter. (sorry! Nog eentje dan?)  
  

Of misschien moose-nimf? (3)

  
   Tuurlijk verplaatsten we ons daarna naar een eetgelegenheid.
Wie mij wil, moet eerst mijn niet mentale honger stillen. De beste wil van de wereld kan mij niet helpen te herinneren wat we zoal in onze inwendigheid hebben gepropt, maar het was lekker en vooral zeer onpraktisch om tussen het kletsen nog wat vast voedsel binnen te gooien.
Tussendoor maakte ik me naar goeie gewoonte weer eventjes belachelijk :
   
Dit schreef ik daags nadien erover. (Excuses voor diegenen die dit al voor de derde keer mogen herkauwen.)
   
Oog voor detail, maar niet voor obstakel  (08/11/2006)
   
Hoe opmerkelijk!
Dat zit hier allemaal te hengelen naar details uit mijn privéleven.
Wie vraagt die krijgt! (Ober, voor mij een appetijtelijke jonge snaak aub! A point, in een romig sauske en niet te timide!)
   
Dus…
gisteren bevond ik mij in een zeer aangenaam gezelschap.
Stappekes aan het zetten.
Eén van die stappekes bracht mij een verdiep hoger van een etablissement omdat daar kon voldaan worden aan een primaire behoefte, namenlijk : het plassen.
Ornamentorisch was daar aan de buitenkant van de toiletdeur een sterk uitvergrote lever aangebracht. Tweedimensionaal welteverstaan. Met benoemingen van alle onderdelen die er los of vast aan een lever kunnen zitten. Helaas kan ik u daar geen verslag van uitbrengen, want mijn drang om water af te laten was sterker dan mijn ingewandenkennis bij te schaven.
De praktijk was sterker dan de theorie, zeg maar.
Beetje stom van die eigenaars om niet te beseffen dat praktijk en theorie wel degelijk zouden kunnen samengaan, mochten ze lucide genoeg geweest zijn om hun blikvanger langs de binnenzijde te laten schilderen. Ik vermoed dat ze gingen voor de kwantiteit van het aantal blikken. Prestigeprobleem zoiets.
Toen ik dat allemaal bedacht had (een mens denkt wat af op zinvolle momenten), had ook mijn activiteit een mooi afgerond einde bereikt.
   
Opgelucht en helemaal klaar om er terug in te vliegen, je kent dat wel… haar nog eens door mekaar warrelen, eens verleidelijk pogen te kijken naar je spiegelbeeld terwijl je het nat van je handen staat af te zwieren, jezelf afvragen hoe je ineens aan die pandalook komt en dan ineens beseft, bij twintig centimeter dichter, dat het restanten van mascara zijn die niet meer op hun oorspronkelijke plaats hangen, die nog natte vingers gebruiken om tevergeefs te proberen van die waterproof af te vegen om uiteindelijk te berusten in het onvermijdelijke en jezelf wijs te maken dat je zelfs met zwarte vegen toch wel heel sexy eruit ziet vandaag. Bon zo dus, tippel je heel vrouwtjesachtig en zwierig en al een voorbereidende glimlach op het gelaat die trap terug af, onderwijl kijkend naar prachtige versiersels in nissen aan de zijkant…
en dan KNAL!!…
tegen een godverdekselse balk die in dat mooie decor juist vijf centimeter te laag hangt om je een onbelemmerde doorgang te verzekeren.
   
In slow motion gaat dat als volgt : kijk opzij, bewonderend en lachend, tanden half bloot, je draait je net terug naar een vooraanzicht, je mooie lange blonde lokken lijken op een commerciële spot van een Fructis Laboratoire Garnier shampoo… en dan PLOOOINK, terugslag… je kijkt nu heel verwonderd omdat je niet weet wat er gebeurt, geëpileerde wenkbrauwen schieten (maar dan traag) de hoogte in, je spant je nekspieren om te vermijden dat je achterover valt als zo’n doodgeschoten cowboy en die vallen dan nog meestal gewoon op de grond, terwijl jij op die trap wel eens ergere salto’s zou kunnen uithalen. Dit alles terwijl je ooit achteloos die cursus stuntvallen bij het oud papier hebt gesmeten en nu dik spijt daarvan natuurlijk. Het spannen van die nek drijft je terug naar voren en zo veroorzaak je een tweede PLOINK, maar deze keer niet meer zo knoerthard.
   
Bon.
’t Deed geen pijn.
Patrons mogen dan al geen verstand hebben van versiersels op wc-deuren, ze waren wel zo vriendelijk geweest om die balk in te pakken met een pel isolatiematerieaal dat je normaliter rond buizen ziet in het sanitaire equipement.
   
Van mijn hele pose bleef geen grein meer over en gebukt (je zou voor minder) onder mijn eigen gebulder zette ik mijn tocht naar het gelijkvloers als een krom wijffie verder.
   
   
Wat ik pas twee dagen later te weten zou komen ; moose kan mij in het al dan niet figuurlijke uitglijden moeiteloos evenaren. Hij vond het – hoopte ik – wel schattig dat ik niet zo perfect was als mijn geschrijf liet uitschijnen.
We hingen aan mekaars lippen (nog steeds platonisch) tot die restauranthouder zich daartussen keuterde en ons op de leegheid van zijn ‘Elfde gebod’ wees en of we alstublieft zouden willen afrekenen.
   
Hup naar een volgende toog, waar zich ongeveer hetzelfde scenario afspeelde : of we wilden ophoepelen, gezien de nieuwe weekdag alweer drie uur en half begonnen was. 
We zochten nog naar een andere kroeg, maar Antwerpen by night stelde ons danig teleur in onze verlangens. 
   
Een kuise kus ten afscheid, daarmee moest ik het rooien, die eerste afspraak.
Ik weet dat ik een beetje chagrijnig intiemkusloos dacht : “Ha ha! Ik kan morgen uitslapen en jij mag werken gaan. Just goed! Trage!”
   
(wordt vervolgd… als je het beu bent, zeg het, want dit kan nog even verder gaan)
  

Of hoe chocolate moose en zapnimf ook chocolate nimf hadden kunnen heten (2)

  
   (vervolg)
Toen werd ik dus pas echt nieuwsgierig.
   
Wachten tot die afspraakdinsdag met deze karige informatie werd onhoudbaar. Ik stelde voor om stemmen te wisselen over de telefoon. Goed wetende dat ik, als ik niet word gadegeslagen, mijn stem kan doen zakken tot de zwoelste versie die Chris Lomme er ooit uitperste. Ha, hij zou de eerste niet zijn die ik op deze manier gehypnotiseerd kreeg. Tien minuten en die chocolate moose zou zich voor eeuwig willen verstrikken in mijn auditieve netten, zeker weten.
   
Het werd nummer één in de hitparade der miskleunen mijner telefoongesprekken.
Daags voordien vond er in de vriendinnenkring een nogal euh… wilde uitgangsavond plaats en al die naweeën van dat geswing, gelach en hoog van de toren blazerij had zich als een nieuwe straffe wasspeld vastgeklemd op mijn stembanden.
Ik moest hem minstens vijf persoonlijke codewoorden toespelen vooraleer hij geloofde dat hij het niet met een of andere zwaarlijvige reusachtige frituuruitbater te doen had. De rasp in mij deed nochtans zijn best om zich verstaanbaar te maken, maar slaagde daar niet in. Bovendien had ik verkeerd ingeschat dat die jongen, die reeds tien jaar Antwerpen als zijn woonplek beschouwde, nog steeds het plaatselijke dialect niet machtig was. 
Alsof dit gestuntel op zichzelf nog niet erg genoeg was, viel de verbinding om de haverklap uit. De gsm is leuk als je eens wil sms’en of er nog een chocopot kan meegebracht worden van de supermarkt, maar als je wanhopig de toekomstige liefde van je leven probeert te overtuigen dat je tegelijk een vamp, een femme fatale, een intelligentiequeen én de bereikbare meid van de buren bent, is het maar prutspul hoor. 
Mijn woorden brachten in ieder geval niet de verhoopte bloemmekee van ons vonkenvuurwerk met zich mee.
   
Integendeel. Achteraf mocht ik vernemen dat hij op het moment dat hij de hoorn afdrukte, besloot om toch maar geen restaurant te boeken. Als hij of ik na het inleidende drankje eronder uit wilden muizen, was er niks verloren. Tssssssssss. *giftige blik bij het schrijven van deze waarheid.*
   
Rauwe kelen genezen snel en op dinsdag voelde ik mezelf alweer als een kip zo lekker. Ik had zelfs nog tijdsoverschot om mijn auto drie kilometer verder te keren en weerom naar huis te rijden omdat ik mijn knalcadeautje voor hem nog op de tafel had laten liggen : een gedichtenbundel van Bart Moeyaert ‘Verzamel de liefde’. Met onderliggende boodschap : de mijne welteverstaan! En doe een beetje je best daarvoor! 
Geweldige vondst nietwaar? Nuja, ik had hem toch dubbel en de versie met de harde kaft hield ik voor mezelf, maar dat hoefde hij allemaal niet te weten.
   
Zodra ik de wagen in een vrij gat geboord had, belde ik hem : “Moose, leg je haar goed, want ik ben onderweg naar ‘De Muze’ (= café in Antwerpen) en je mag mij zo meteen verwachten.”
Hij : ” Over zeven en een halve minuut ben ik daar ook.”
Zeven en een halve minuut?
Mijn moeder heeft me nog zo gewaarschuwd voor mensen die niet kunnen afronden. “Dat zijn pietlutten.”, drukte ze me telkens op het hart. Dat deed ze trouwens ook voor mannen die op hun eerste afspraakje later dan jij arriveren. 
Maar neen, ik moest doorzetten, al was het maar met eerst nog vijf rondjes langs de kathedraal te lopen want ik wilde niet als eerste de kroeg binnenstappen.
Hij (weer telefonisch) : “Ik ben er, je gaat me wel herkennen.”
Bij mijn entree kreeg ik minstens vijftig mannen tegelijk in het vizier, maar slechts eentje gebaarde iets aandoenlijks dat op een wuifje moest lijken. Naast hem stond een kleine rugzak op een stoel, er staken twee fameuze geweitakken uit en de bovenkant van zijn pluchen elandenkop (eigenlijk is het een hert!) die duidelijk de schots en scheve gevolgen droeg van de moeite die het gekost had om dat ding erin te proppen.
 
  
  
 Jaja, ik had hem herkend. *
Het eerste wat me te binnen schoot was : “Jee, die mens heeft een volle (korte) baard!”
En het tweede : “Maar verder mankeert hij precies niks.”
   
Om de plechtigheden achter de rug te hebben, overhandigde ik hem meteen mijn te lezen kleinigheid. Oja, kijk, dit heb ik nog voor je meegebracht, voor eenzame nachten.
Hij schuifelde wat ongemakkelijk op zijn stoel, wekte de indruk dat hij geraakt was door mijn gift, versterkte dat gevoel door er even in te bladeren en een gedichtje diagonaal te lezen en kreeg toen een kop als een pioen.
“Zozo, manneke,” glibberde het onderling tussen mijn grijze cellen, “pak aan, zo zijn wij dames… hoffelijk, wij denken aan een presentje. En nu gij weer.”
   
“Wel euh…”, sputterde hij, “eigenlijk heb ik ook iets bij.”
Hij moest al zijn krachten gebruiken om dat arm hert uit zijn rugzak te wringen. Daaronder piepte een pak omwikkeld met cadeaupapier (ow, mijn Moeyaert zat bloot in het zakje). Onder het inpakpapier verscheen ‘Werk’ van Josse De Pauw, een dikkerd van vierhonderd bladzijden.
Ow, nu begreep ik ineens waarom hij ooit had gemaild : “Ken je Werk van Josse De Pauw?” Waarop ik schriftelijk terug : “Een paar films, ja.”
Plots pasten we qua pioenkleur zeer goed samen.
Op het schutblad had hij bovendien nog enkele woorden naar mij gericht. (Ow, iets erin schrijven, daar had ik niet eens aan gedacht.)
     
     
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
Dank je, zap, voor de fijne avond. En een moosehoofd getekend.
   
“Tiens? Is onze avond dan al voorbij?” murmelde ik om mijzelf een houding te geven.
   
En we pioenden samen de avond de nacht in.
   
(wordt vervolgd)
  
*Dezelfde foto (2)
  
  

Hoe chocolate moose en zapnimf zapmoose werden (1)

  
   (Wie van de voorafgaande kronkels nog geen weet heeft, rep u als de wiedeweerga naar : How to strik a perfect vent. En lees dan verder)
   
Op het eerste mailtje volgde er een antwoord, ook heel kort.
Hij zorgde er wel voor dat er toevallig een vraagje in sloop. Wij vrouwen kunnen het dan niet verhelpen daar een antwoord op te voorzien, dat moet waarschijnlijk aan een of andere louche universiteit al wel eens wetenschappelijk bewezen zijn. 
In een mum van tijd zagen we onze sporadische uitwisseling van enkele nietszeggende zinnetjes uitgroeien tot mails van ettelijke bladzijden die iedere dag over en weer stoven, kruiselings en soms met meerdere tegelijk. Meestal op zeer onchristelijke momenten. Ik liet er mijn slaap voor, adrenalinedoeffers lieten mij oogluikend toe om in die periode toe te komen met luttele uurtjes rust en zelfs daarna nog flamboyant fluitend op de werkvloer te verschijnen.
Hij daarentegen, zette gewoon zijn wekker op twee uur om te gaan kijken of er die nacht al iets in zijn mailbus was verschenen. Bovendien genoot hij enkele weken vakantie. Hij kon het zich permitteren om een messenpuntje verliefd te worden op onorthodoxe wijze.
   
De ene associatie bracht typend de andere met zich mee. Vrienden, verlangens, vrijheden, vermogens, alsook anekdotes en gevoeligheden, ze kregen allemaal een plaats tijdens het schrijven. Tjonge, ik moet zowat het meest sensitieve meiske geweest zijn dat hij in jaaaaren was tegengekomen. Of ik kon het althans goed fingeren. Dat weet ik zo zeker want hij kwam, ongelooflijk maar waar, de laatste tijd geen voorbeelden van het vrouwelijk geslacht meer tegen. Heel voorzichtig ging ik enkele weken later polsen… of hij eigenlijk iets mankeerde, gezien hij precies toch niet de Casanova van de straat was.
Op dat moment was er reeds een eerste schoorvoetende afspraak geregeld voor de week die zou volgen.
   
Dit kreeg ik als antwoord van die knappe :  
   
“En dan durven vragen of ik iets mankeer ? Maar kom, je gaat mij toch binnenkort zien, ik kan het maar gewoon zeggen. Ik mankeer inderdaad iets. Een flink stuk van mijn linkeronderarm. Geplet in een auto-ongeval. Ze hebben nog een heel stuk kunnen recupereren, gelukkiglijk ook de pezen rond de pols. Zo heb ik een protese die ik kan aansturen via mijn eigen zenuwstelsel. Je ziet het natuurlijk (een soort vleeskleurig plastiek, maar wel met metalen gewrichten). Zoals iemand zijn vingers kan doen kraken, kan ik mijn gewrichten doen klikken. Het is wel heel goed gedaan, ik kan zelfs nog steeds klarinet mee spelen of teksten intikken. Al gaat dat natuurlijk trager dan bij een ander. Ik heb ook een protese met een haak eraan, maar die doe ik zelden buitenshuis aan. Je wordt nogal vaak aangestaard en kinderen zijn er bang van. Alleen om thuis te werken, dingen te versleuren of op Björn zijn werf zet ik die haak erop. Met Halloween was het een succes nummer vooral toen ze zagen dat ze echt was. Ja, het is even schrikken als je het ziet, maar het went wel hoor. I. zag het al niet meer.”
   
De Tinkelbel in mij vroeg zich al af hoe een strelende kapitein Haak zou aanvoelen, beeldde zich de mogelijkheden in tijdens ruige vrijerijen. Jaja, als het moet, durf ik al eens vooruit te denken. Toen viel mijn oog op een verloren zinnetje, helemaal op het eind van zijn zeer omvangrijke brief : “Dat van die arm is niet waar hoor nimf, gewoon een kleine wraak omdat je ervan uitging dat ik iets mankeerde.”
   
Zeg nu zelf, iemand die je in fase nul al zo voor de gek kan houden (al zag ik wel dat er iets niet klopte met de pezen en het veranderen van arm/haak), en daarbovenop klarinet kan spelen, daar val je toch voor als een blok zeker?
   
Aan fotootjes delen, daar deden wij niet aan. Nieuwsgierigheden naar uiterlijke kenmerken zouden we pas live kunnen bevredigen. Wat mij er niet van weerhield om mijn oren op voorhand al uitgestrekt te beschrijven, de mens moest nu ook weer niet achteroverslaan bij de eerste kennismaking. In ruil voor die bekentenis, wilde ik lospeuteren of hij een baard had. Op mannen met baarden dien ik mij meer voor te bereiden dan op anderen wegens niet echt een voorkeur voor baarden. Moose wilde het mij moeilijk maken en gaf als repliek :  
   
“Of ik een volle baard heb en zo ja waarom ?
Wel, eigenlijk heb ik een gezicht als een bloot gat. En als ik mijn baard laat staan heb ik een gezicht als… een behaard bloot gat, okee, vergeet dit, wissen die handel.
Neen, weinigen weten dat, maar ik ben W. Van Laere, de broer van Tom. Ik moet mijn baard laten staan van mijn broer om opdringerige fans in de backstage te misleiden.
Neen, overnieuw, ik heb alleen een stoppelbaard tijdens mijn verlof, omdat ik dan te lui ben om die af te scheren, en na twee dagen Bonn sta ik dan wegens vreselijksnelgroeiendhuidgewas met volle baard. Neen, da’s niet waar, ik heb wel een volle baard, maar dan een kortje, kortgeknipt met de tondeuze. Of toch niet. Tsja, je weet het niet hé 🙂 .”
   
Toen werd ik pas echt nieuwsgierig.
   
(wordt vervolgd)
  

Slepend weedom

  
   De zielensmart liet zich niet om de tuin leiden,
dus sleepte ik hem mee langs de straatstenen.
Maar zelfs daar raakte ik hem niet kwijt.
   
Ik kon er geen touw aan vastknopen,
maar onmacht des te meer
en tranen
en hulpeloosheid
   
Hij woog.
  

Kleine herinnering 31 mei 2008

  
   Ok. Goed.
In dat gapende gat gaan we niemand meer kunnen begraven, dat is een zwarte zandbak geworden. Neem uw ponderkes mee.
De stofzuiger werkt nog, goed om weten voor het eind van de week.
Wie boven wil gaan snollen wordt verzocht van dat seksspelletjesooglapje om te gorden dat ik voor de gelegenheid bovenaan de trap aan een haakje zal hangen. Mensen met een stof- of rommelallergie worden met aandrang verzocht het noodlot aldaar niet te tarten.
De wc zal in gebruiksklare toestand voor u tentoongesteld worden, tenminste als u die het eerste uur na aankomst gaat bezichtigen.
Servetten zijn reeds aangekocht, een item dat op de feestjes hier meestal schittert door afwezigheid wegens stomweg vergeten.
Rode en witte wijn gulpten de voorbije weken al onze keelgaten binnen als voorproefje, we zouden het onszelf amper – het zou toch wel een week duren, dat schuldgevoel – vergeven, mocht er iemand met vergiftigingsverschijnselen afgevoerd worden.
Dat gras is voor de eerste keer dit jaar gemaaid, hoger dan uw knieholten zal het nu niet meer reiken.
De leid-ons-op-de-laatste-nipper-in-goede-banen-want-wij-vallen-om-van-de-stress-vriendin is zojuist geboekt voor vrijdag en zaterdag
De mentale oppepping van mekaar nadert stilaan zijn laatste fase, vriendelijker en gastvrijer worden als dit zullen we de komende twintig jaar niet meer kunnen nastreven.
   
Voilà, wij zijn er bijna klaar voor.
Rest ons nog net om de twijfelaars te vragen die activiteit af te ronden en als de bliksem een mailtje te sturen als het geaarzel neigt naar zin om te komen. Die bliksem had ik graag vóór woensdag gelezen, want dan beginnen we aan het afluizen van tafels en stoelen van familie, vrienden en kennissen die in een straal van tien kilometer wonen.
   
Deze onderstaanden zullen alvast de sfeer op- en de honger ontluisteren :
   
– Zeezicht (met H, een vriendin)
– Madameblogt (met meneer)
– Chelone
– Menck van Mohow (met zijn madame)
– Beo van Kribbelpunt
– Zabrila
– Lalena van Diep-Rood (met partner)
– Mieke van Still crazy after all these years
– Tulp (van den brand)
– Dana (van de middagboterhammen op het werk)
– Patrick van Patrick droomt (met partner)
– Heidi van heidischoefsblog (met partner)
– Chocolatemoose
– Zapnimf
– Margo van Tussen ons gezegd en gezwegen (komt ‘tussen misschien en waarschijnlijk’) 
– Sabine van I hope I survive
– Nog niet met zekerheid, maar wel met goesting : De Huismoeder, Coltrui van zinloos, Mme Zsazsa
   
U kan er nog bij, jaja, maar niet zeuren dat je die kapotte kruk onder je gat geschoven krijgt è?
   
Even opfrissen : 
   
Vanaf 15.00u verwachten wij u op zaterdag 31 mei met een teljoor lekkers.
Kussen mag, iets anders dan eten meebrengen niet.
Overgeven in de boskes, uit het zicht.
Foto’s alstublieft niet publiekelijk internetionaal posten.
Verboden te vechten.
   
Tot dan! 
   
PS : Oja, dit heb ik nog verzwegen… wapen u tegen de muggen, we hebben dit jaar te weinig vleermuizen en kikkers om u een muggenvrij verblijf te garanderen.