Coïteren met voorbehoedsmiddel is ook leuk!

  
   Jeeeee.
Al dagen internetloos.
Nog honderden blogs te lezen en er ook af en toe nog eentje te schrijven.
Allemaal de schuld van mijn handenbinders!
   
Vroedvrouwen allerhande, gynaecologen met liefde voor het vak, verstrekkers van anticonceptie, campagnemakers voor het jonge moederschap, waarschuw die arme vrouwtjes met kinderwens nu eindelijk toch eens voor al de toekomstige kommer en kwel die ze zich op hun hals zullen halen, geef de bakens van de moederhartlijdensweggrenzen vooraf aan, hef het vermanende vingertje gerust voor utopische waanvoorstellingen over brave meegaande appels van eigen boom, cornflakesetende filmontbijtkinderen die bij het getoeter van een schoolbus hun reeds volledig ingepakte schooltas oppikken en na een schattige kus en zwaai hun voorbeeldige leven voortzetten op school (Wanneer poetsen die hun tanden dan? Daarbij je badkamer volsmossend, dat al dan niet opkuisen met een propere handdoek die ze dan in het midden van de grond achterlaten. En waarom rijdt er bij ons helemaal geen schoolbus?)
   
Laat iemand je inlichten, would be mama’s en papa’s, over de tijd. De tijd die je vanaf hun geboorte plots kwijtgeraakt. Als je hem na intensief speuren dan toch terugvindt, blijkt hij een petieterig gekrompen restantje te zijn van het exemplaar dat je ooit ter beschikking had. Een miniversie die je constant moet onderbreken om hem te delen met die zelfgeworpen egoïsten die menen dat ze zich altijd tegoed kunnen doen aan die paar minuten die je voor jezelf had gereserveerd.
   
Als je dan toch hardleers bent, poog dan een bevruchting te plannen veertig weken voor een 29ste februari, want anders hang je ieder jaar weer aan al die verjaardagsfeestjes vast. Eentje voor de vriendjes, eentje voor de familie, eentje om de overschotten kwijt te geraken van die twee vorige. Als je pech hebt komt dat allemaal bijeen eind juni. Zowat de drukste periode van het jaar. Toch als je tot het onderwijzend personeel behoort. Ook al baal je de bloemen van het behang, voor je minikoter en haar aanhang arrangeer je dan een opdrachtentocht met véél voorbereiding in de zapdorpse bossen omheen de woonst, stuikt er een onvoorzichtig eentje ver van de bewoonde wereld pardoes in een put onder de spoorweg* – poink – op een handjevol betonnen dwarsliggers. Kan je dat kind met een blauwe tet op haar scheenbeen nog kilometers gaan dragen ook. Toevallig heb je natuurlijk je tube hirudoid thuis laten liggen. En tevens je gsm.
   
Die vriendjes van je kinderen hebben op hun beurt de zaterdag nadien uitgekozen om allemaal tegelijk een wederomfeest te organiseren, zodat je als ouder met weinig tijd zes keer op een dag op en neer mag rijden want hey, rond hetzelfde tijdstip gaan vieren zou natuurlijk helemaal saai worden. Waarmee de opwinding nog niet gedaan is, want per ongeluk ligt de enige verbindingsweg van zapdorp naar dorp b (van de feestjes) in puin tot september en mag je tesamen met de inwoners per auto van vijf achterliggende dorpen samen door een omliggende flessenhals zodat zo’n ritje algauw drie kwartier in beslag neemt (maal zes dus!)
Op al die omwegen spring je de eerste de beste supermarkt binnen en met dat goed mag je dan de bij elkaar geraapte tussendoorse kwartiertjes staan kokerellen voor het familiefeestje van morgen, tafels en stoelen terug naar het midden van de tuin sleuren, je verwaarloosd kot onder handen nemen. 
   
Nog een reden om nakomelingen te bannen : op het einde van het schooljaar moet je hun rapport gaan afhalen. Iedere school kiest daar blijkbaar donderdagavond voor uit. Sta je nog te luisteren naar het geleuter van de ene klastitularis … blablabla a-attest, proficiat… (als je dat rapport dan bekijkt kan je amper geloven dat je die ‘Einstein’ ooit zelf hebt gebaard, net met de hakken over de sloot is blijkbaar ook al reden om ‘proficiat’ te kwelen.) ondertussen moest je al een kwartier op de proclamatie van de ander hebben gezeten en voor of na wip je ook nog even binnen om het rapport van de overige twee uit de handen van hun juf te sleuren.
Niet doen! Rampetampen met condoom of spiraal is ook leuk en veel goedkoper!
   
Omdat terugduwen niet meer kan nadat je onvoorzichtig bent geweest, probeer je dan toch maar het beste van dat pedagogisch levensproject te maken. Waarbij het overschrijden van grenzen wel eens kan leiden tot een sanctie. Ingekort : de oudste mocht niet naar een fuifje. Ook niet nadat ze je blijft bestoken in al dat van hot naar haar geloop met sms’jes om je tot andere gedachten te brengen. Wel mocht er een vriendinnetje blijven slapen. 
Ze gingen die avond eens door de straat wandelen op hun hoge hakken en daarna slapen. Ja eey, in mijn jonge tijd deed ik ook eigenaardige onverklaarbare dingen. Een uur later besefte ik dat haar fiets mee was gaan wandelen. Mijn boodschap op haar gsm kreeg geen gehoor. Nog een uur later leek het of die twee met fiets het begrip ‘onze straat’ heel ruim interpreteerden. Mijn boodschap op haar gsm kreeg uiteraard weer geen reactie. Mijn sms : ‘We komen jullie zoeken‘ wel. Leugens en nog eens leugens vooral. Het werd een donkere nacht van zoeken, vriendinnetje naar huis brengen, nog meer inperking van vrijheden en ingehouden boosheid.
Het internet werd voor enkele dagen afgesloten en ik had op het eind van de dagen geen fut meer om het te repareren.
   
O o o, wat kreeg ik terstond spijt dat ik mijn moeder destijds heb uitgelachen met haar : ‘Kleine kinderen, kleine zorgen, grote kinderen, grote zorgen.’
         
En nog eens o, wat dank ik de bedenker van het co-ouderschap!
Tot over twee weken, kindjes, mama gaat lekker blogjes bijlezen!
Schattige kus en zwaai zwaai.
(Kijkt vooruit naar haar zee van tijd)
   
Zei ik al dat de oudste vlak voor afscheid nog eens vlug een klad nagellak op onze nieuwe tafel heeft gesmeerd? En met dissolvent verwijderd? Baai baai vernis.
   
   
*Een ongebruikt spoor doorheen het bos met ocharme twee keer een droge beekbedding te overkruisen. Het is minder onverantwoord dan het leest.
  
Advertenties

Mond toenieten

  
   Erachterkomen dat je een speciale gave bezit die niemand je kan nadoen.
En dat die inhoudt dat je zeven kilo kan bijkomen op drie weken tijd (blogfeest met overschotten, veertig jaar Sigrid, zesenzestig jaar ons ma, Frankrijk op zijn culinairsbest, verjaardag dochter).
   
Dat is vooral om mijn kas niet op te fretten! Mond toenaaien!
  

Een boze heks met een ongeordend tankstation

     
   “Seg, we hebben toch genoeg geld bij hè?”
“De Argentavent (wij zijn net van bank veranderd) zei toch dat we met onze kaart ook in het buitenland terecht konden?”
(nvdr : De Argentavent is een dik liegebeest!)
“Ah, dat was ik vergeten, we hebben sinds kort toch een visakaart, jeuj jeuj.”
“Dat hebben we, maar op die rekening staat toevallig nog geen geld, dat gingen we nog eens regelen weetjenog?” 
“Ow oeps.”
“In ieder geval, ik ga nog tanken met de kaart in België, volgens mij komen we hier meteen nog een pompstation tegen.”
   
Zijn woorden waren nog niet koud of floep, daar passeerden we de grens. Ons eerste omweggetje was een feit, bruggetje over, afritje terug, pijlen volgen naar een industriegebied met voorziening van diesel. Pomp twee en drie waren beschikbaar om elektronisch te tanken, de andere knopjes bleven dood. Bak twee bevond zich aan de andere kant van mijn tank. Sleuren met darmen, als de afstand meer dan één meter bedraagt, laat ik graag aan de sterke van ons twee over. Terwijl ik me wat stond te vergapen aan het eigenaardige interieur, een miniwinkel met daarnaast zo’n ouderwets cafégedoe, hoorde ik mijn betere helft voor hem ontypische geluiden slaken : gil gil eik vloek. Bij het omdraaien zag ik hem nog net zichzelf springend achteruitwerpen (gat omhoog), de slang op houdend alsof hij er een robbertje mee vocht en uit die teut gutste het zwarte goud roekeloos over die mooie achterkant van onze wagen. Moose had niet eens de tank bereikt. Hij was anders wel snel om dat pruttelende heft terug in zijn houder te duwen.
   
De madame achter de toog kon er niet echt mee lachen. Dat denk ik toch, haar mondhoeken deden geen enkele poging om de zwaartekracht tegen te gaan. Met veel gegrom tussenin ratelde ze mijn kennis van het West-Vlaams voorbij, kiepte met nijdige bewegingen absorberende korrels op de plaats van delict en sleurde ons aan onze mouw mee naar het begin van de drie afgebakende inritten tot tanken. Onze stinkende vierwieler drupte nog wat na in de middelste. 
Sta me toe even vrij te vertalen wat ze ons toebeet : 
“Awèl? Blind misschien?” 
Ze priemt met haar wijsvinger naar links, alwaar aan iedere kant een verbodsbord voor vrachtwagens prijkt.
Het domme duo zapmoose kijkt alsof het mens net heeft gevraagd om naakt op onze handen te gaan staan en de La Bamba te klappen. Wat bedoelde ze toch?
“Daar mogen geen vrachtwagens in!”
Ja? En dan? Dat minispul van ons is heus geen vrachtwagen en staat trouwens in het vak daarnaast.
“Jullie ezels toch, als er geen camions toegelaten zijn, wil dat zeggen dat de auto’s daar moeten gaan tanken. Hoekanjenuzoachterlijkzijn?”
Het schuim op mijn lippen verhindert mij om het gat in haar logica te dichten. Om over een trapezium te beginnen die geen parallellogram is, maar een parallellogram wel een trapezium. Om op haar toontje terug te ketsen dat ze die gulpende attributen van haar mag steken waar het achteraf redelijk onaangenaam op zitten is. Dat wij klanten graag als koning zouden behandeld willen worden. En dat het onze auto is die uren in de wind riekt omdat zij met haar halve verbodsborden in gebreke blijft.
Het bleef echter bij braafjes knikken, de auto eentje linkser te verplaatsen en haar zachtjes erop te wijzen dat een verbodsbord voor auto’s aldaar misschien ook nog een ideetje was.
   
Enkele kilometers verder hervonden we gelukkig ons vakantiegevoel en luidkeels zingend :
“Ich bin wie duuuuu, ahaha, wir sind wie Sand und Meer, ahaha… das macht unsere Liebe anders, das macht unsere Liebe so anders…” waren we die boze heks alweer vergeten.
   

Perfectionisme en zapmoosefilosofie…

  
   Niet meer met ons!
Wij gaan voortaan voor de methodische aanpak.
Een voorbereid mens is er twee waard.
Wij leren uit onze fouten.
   
Zeer wijze woorden die in het begin van die week nog vlotjes in de tekstballonnen van die twee huistuinenkeukenfilosofen zapmoose knipperden. Uw zapnimf rommelde haar werkschema ondersteboven zodat ze de vrijdag van vertrek slechts een halve dag moest arbeiden en zodoende stond ze in de namiddag nog voor een zee van tijd om het vooropgestelde lijstje af te werken. Ok ok, met onrealistische ambities tegenover praktische uitvoeringen hebben wij reeds voldoende ervaring, maar inpakken, oprommelen, planten water geven en was opvouwen, dat zou nog net moeten lukken. Tuinhuis schilderen, hof omspitten schreef ik over op de volgende lijst.
   
Zielig keek ik naar minstens zes overvolle wasmanden, de rommel die in mijn paar uren afwezigheid aangegroeid leek tot het huis van ma flodder (na het feestje) en mijn neusverkoudheid verdubbelde prompt in hevigheid. Mijn innerlijk hoofdje mekkerde alsof Bob Dylan erin een onuitstaanbare toonhoogte aan het uitproberen was, de snot stortte zich ritmisch uit alle holten die neerwaarts gericht waren en er voltrok zich iets rechtevenredigs tussen mijn niesbuien en het prikken van mijn roderwordende ogen.
Ik at mijn to do papiertje op – zelfs de smaakpapillen lieten het afweten – en verzekerde mezelf van een andere slimme uitspraak : een mens moet eerst een beetje voor zichzelf zorgen, om vervolgens vergezeld door al mijn viscose slijmen kreunend in bed te rollen, waar moose mij ettelijke uren later in een plas van datwilunietweten terugvond. Mijn verbeterde lichamelijke toestand merkte op dat die dekselse opruimkabouters het weer hadden verzuimd om van mijn comateuze ligging gebruik te maken om zich eens te bewijzen.
   
Bon, in de rapte werden er enkele niet al te erg vloekende kledingensembles uit de wasmanden gevist, onze tandenborstels meegegritst, liters koffie aangemaakt voor onderweg, picknickvoedsel klaargestoomd, waarvan we de helft reeds opaten omdat we onze avondetenbehoevende inwendige schreeuwende mens niet konden negeren en we vergaten vooral niet een minimum aan bestek in de tas te proppen.
   
Dat zit zo.
Vorig jaar ondernamen we een tripje naar Bretagne… zonder bestek. 
Op een van de daguitstappen knaagde de honger zodanig ons goed humeur naar de vaantjes. Van alle mogelijkheden tot voedsel verzamelen, was daar enkel de supermarkt in onze buurt. Moose kocht de meest afzichtelijk worst salami ooit aanschouwd, opgesmukt met met de goorste reusachtige witte brokken vet. Ik verdacht hem ervan dat hij dat deed om mij te pesten (zo is hij natuurlijk wel, duh) en net toen ik op het punt gekomen was van zijn halsslagader toe te knijpen – sja sorry, honger kan wat met een mens uitvreten – gorgelde hij nog net : “Maar schatje… dat was het enige etenswaar waarbij je een mes in de verpakking meekreeg, hoe gaan we anders ons brood snijden en smeren?”
Kortom, wij leren dus inderdaad van onze fouten!
   
Voordien had ik persé in niet al te overduidelijk termen willen schrijven op de blogstek dat wij er vandoor gingen naar uitheemse oorden. Je weet maar nooit, zo kwistig ik de laatste tijd geweest ben met het uitdelen van ons adres. Ha, wat een zorgen om niks. In de achtergelaten staat van ons huis, zou iedere inbreker gedacht hebben dat iemand hem al voor was geweest. Laden stonden nog open, overal lagen kleren, in de badkamer leek het alsof er een bom was ontploft, maar wij reden toch maar lekker naar het zonnige zuiden (waar het weer drie niveaus slechter was dan hier gedurende die periode heb ik mij achteraf laten vertellen), klaar om mét mes, eten en koffie de avonturen tegemoet te gaan.
   
Ook al was het dan vier uur later dan oorspronkelijk gepland.
Poeh… bij ons, huistuinenkeukenfilosofen, raakt dat niet eens onze koude kleren.
Frankrijk… hier wie kom! 
  

De impact van opgelegde reclame

  
   “Maak eens wat reclame voor mijn vriendin op uw blog.”, zo schreef ze ergens begin mei in een mailtje gericht aan uwer zapnimf.
   
Liefste Dana,
Ik ken je vriendin helemaal niet!
Watte?! Wat wil je dan?
“Uw vriendin ziet er een toffe uit, ze is blond, maar heeft al een man en woont bovendien slechts 857 km zuidelijker?”
   
Toe maar… nog iemand die een gescheurde teennagel of een getaxidermeerde egel heeft om reclame over te maken? Een derdehands oorapparaat? Een misvormde wieldop die u via mijn blog wil laten aanprijzen? Een eega die u stilaan beu begint te raken?
Tsssss, het lef van sommige mensen toch.
   
Onder dat eenzame zinnetje bengelde nog een geforwarde mail met attachment :
“Goed nieuws, we zijn uitgeroepen tot beste Belgische chambres d’hôtes in het buitenland. Er hebben blijkbaar heel wat mensen op ons gestemd! Er staat een artikel in Het Laatste Nieuws in de Reizen-bijlage. We waren compleet verrast en zijn natuurlijk super blij!”
   
Annick en Peter
   
Le Parc des 4 Saisons
   
Meer uit schrik voor Dana en deels uit beleefdheid, drukte ik mezelf met een muisklik Le Parc des 4 Saisons binnen.
   
Dat duurde geen tien minuten of mijn sms-duim timmerde verwoed moose uit zijn concentratie :
“Arrangeer een paar dagen vakantie, want ik weet waar wij binnenkort zullen draaien met ons luie achterste : in het heuvellandschap van het Franse Corrèze!”
   
Nu ik wel weet wat ik toen nog niet wist…
   
Ojaaaa Dana, laat mij reclame maken voor je vriendin!
En voor haar man! En hun magnifieke chambres d’hôtes!
Hun domein, hun gastvrijheid, hun ontbijt, hun kook(kunst is veel te zwak uitgedrukt)dinges, hun prachtige kamers, hun sauna, zwembad en warmwatertobbe in de tuin, hun streek, het ontbreken van muggen aldaar!
 
  
      
  
  
  
  
     
     
En vooral voor die honderd kleine bijna onzichtbare gestes die hen tot zo’n uitmuntend gastkoppel maken :
– Het kaarsje dat jullie stilletjes op tafel plaatsten bij onze picknick in living terwijl wij even in de keuken de oven controleerden.
– De leenparaplu waar je ons nog mee kwam achterna hollen op die regenachtige dag.
– De mand met tijdschriften op de kamers.
– Het gratis mogen bellen naar alle vaste nummers in België.
– Het gemak waarmee ik in Peters klompen mocht schieten als ik een sigaretje wilde roken buiten.
– Altijd bereid om aangeklampt te worden en nooit te beroerd om tips te verstrekken.
– De kaarten van de streek die jullie uitdeelden en waarop jullie met een fluostift de mooiste plekjes aanduidden, met een korte samenvatting erbij wat we zeker niet mochten missen.
– De dvd die we pardoes meekregen ‘ Die krijgen we dan nog wel eens terug als we in België zijn of geef hem mee met Dana die komt in augustus naar hier.’ omdat we die dag zo onder de indruk waren van het kasteel van Beynac waar de film ‘Jeanne d’Arc’ is opgenomen.
   
Of hoe mijn oorspronkelijke verwondering, toen ik erachter kwam dat alle andere gasten al eerder hadden verbleven bij Annick en Peter en hun vierseizoenenpark, omsloeg in een evidentie.
Ons mag je in de toekomst ook nog terug verwachten!
   
Waar wachten jullie, lezers allerhande, nog op om die link open te klikken?! Hup hup!
Mijn blog dient vandaag immers om gewilde reclame te maken.
  

Als God in Frankrijk, stoefen in Huisvrouws hof

  
  
  
Absentia menTis maar van tijdelijke aard.
Animo deliberaTot over enkele dagen.
In dulci iubilOnnozele zap die gij waart,
In opta forMaar tegen Huisvrouw staan zagen.
Propria moTureluurs werd ze ervan.
Haec hacteNustoppen, zap, o horror!
Cum grano sAlis gestoeft dat ik Latijn kan…
…zie maar : Carpe Diemottige snor!
  

Vrij belachelijk

  
   Vijf keer potsierlijk springen (benen wijd, platvoeten) voor die automatische schuifdeuren van de pas verhuisde ziekenkas, met je armen spiraaltjes draaien alsof je ze wil opentoveren.
En dan een negentigjarige die op je schouder tikt en eens vriendelijk wijst naar een paaltje met een sesam-open-u-knopje.
   
Dàt is vrij belachelijk.