Stress!

  
   Over een uur verwelkomen wij een paar ouwe maten van moose met hun gezin voor een barbeque. Gezellig gezapig, denk je?
NOT!
Als je weet dat er ene ervan voedselinspecteur is,
De andere opleiding geeft aan huisschilders,
de ene een vrouw meebrengt die forensisch onderzoek verricht bij de federale politie
en de andere zijn vrouw is industrieel ingenieur bouwkunde.
   
Voor de eerste keer van mijn leven met de tandenstokers onder de randjes van het kookvuur en de pompbak staan schrapen, mijn vezeldoekje op het muurtje vetspetters achter het fornuis kapotgewreven, zorgvuldig de toegang tot de pas geverfde zones gebarricadeerd en ons dna en genetisch materiaal zo secuur mogelijk verwijderd uit alle hoekjes en kantjes.
Het huis nog raprap aanvaardbaar renoveren is er niet meer van gekomen.
   
Dàt is stress!
   
En dat het zich allemaal zal afspelen in de hof doet daar niks van af.
  

Voor mij een grote met een portie extra zelfcontrole

  
   Hier lagen we dan opnieuw languitgestrekt in het avondlijke gras van ons gemeentepark. Op een rijtje.
Daar hadden we wel wat voor moeten doen. Ons schamen bijvoorbeeld. En vijf kilometer moeten fietsen. Ons schuldig voelen omdat we gans onze kroost de zwoele nacht instuurden op hun tweewieler waar zich op strategische hoogten een mankement openbaarde. Gebrek aan licht om er maar eentje op te noemen. Puberzap hield scheefgrijnzend haar afgebroken dynamo omhoog, moose sukkelde het voorgaande uur nog wat met de batterijenoplader en losse lampjes, maar de schuif ‘lichtvoorziening allerhande’ bleek ontoereikend om iedereen op te lichten. In huize creatie-F-orthenightinflashylight lossen we dat op met zaklampen geklemd tussen bilspleet en broek en de nog wel werkende marchandise een bepalende plaats in de fietsensliert toe te kennen. En de belofte aan het rood op onze kaken om morgen (of overmorgen of toch tenminste tegen september) het euvel definitief naar het verleden te bannen.
   
Hoe fijn ook, wij pedaleerden niet zomaar door de vochtige bosluchtlagen, vermengd met duisternis. Rugliggen en onszelf een natte achterkant bezorgen, dat kunnen we even doeltreffend op onze privépelouze effectueren. Neen, wij zouden het sneu voor onze burgervader gevonden hebben, als hij ons zou moeten missen bij dat jaarlijkse vuurwerkje dat hij afsteekt. Brood en spelen, wij trappen daar gaarne in. Vandaar.
   
Zelfs de criticus, diep verborgen in mij, had weinig negatiefs op te merken over het spektakel. (Nuja, ze hadden misschien het plein vooraf kunnen droogblazen?) Ik bleef bloemmekees tellen. Iets dat uiteraard pleit voor mijn graad van contentement. Tot er onverwacht zo’n kartonnen huls mijn hals besprong. Uweetwel, overblijfselen die het ontploffend kruit overleefd hebben. Een hele resem zaps en een moose om uit te kiezen, maar moeder mocht weeral incasseren. Moeder bleef echter niet zo koelbloedig als van haar in zulke exceptionele omstandigheden verwacht wordt. Zapma gilde het uit en sloeg dolproleterig met alles dat op dat schurftige moment bewegingsruimte had. Een miniem opstootje dat even snel weer gesust was. Eeey, er is meer nodig om mijn uitje te bederven.
   
Bij het opstaan, vond ik twee meter achter mij een gsm van een arme stakkerd. Arm als in : bezitter van hetzelfde goedkoop(ste) modelletje als de mijne. Meer zelfs, het was de mijne! Deze arme stakkerd begreep er niks van, maar transformeerde toch maar meteen in de meest gelukkige stakkerd. Toeval treft mij meestal als er ongeluk te rapen valt. Hoezee!
   
Bij het ontketenen van onze rijwielen een eind verderop vroeg puberzap haar billenlicht terug dat ze uit risico-overwegingen in het open borstzakje van mijn vestje had gepropt. Flukse ik voerde al trappende bewegingen uit, toen ik in linkerborstzakje viste… en er een knoert van een naaktslak mijn vingertoppen beroerde. Eeey, dit is wel voldoende om mijn uitje te bederven. 
Aan diegene die vlak na het gekrijs  – flegmatiek blijven scheen me die avond niet echt te lukken – een vettige substantie in de vorm van een worstje vanuit een boog tegen zich aan gemikt kreeg, wil ik langs deze weg mijn nederige excuses aanbieden. Ik deed het echt niet expres.
   
Zigzaggend van de doorstane commotie, keerde ik terug naar het oorspronkelijke doel, maar ondanks mijn gefriemel vond ik geen zaklampje. Eén onbesuisd moment vroeg ik me af of naaktslakken plastieken lichten lusten, maar toen werkten mijn hersencellen weer. Alle raadsels in één klap opgelost.
   
Er is slechts één liggende zapnimf voor nodig met open borstzakjes onfortuinlijk gelegen op een cup c om een gsm en een licht in haar nek te doen belanden. Neem daarnaast één idiote zapnimf, die die voorwerpen niet als dusdanig herkent en vermoedt dat ze aangevallen wordt door het vuurwerk. De frenetieke zapnimf werkt het geheel verder af door haar eigen gerief achterover te keilen.
   
You win some, you lose some.
   
Ik won die avond een bergbeklimmende slak en verloor tesamen met de lamp ook nog wat zelfbeheersing.
Dat groeit toch terug aan hè?
   

Een groot trooster

  
   Minizap werd terug afgezet na een dagje uit met het buurmeisje naar hun buitenhuisje.
Op mijn gebruikelijke ‘Heb je je geamuseerd?’ brak haar glimlach als een verduurde rekker en besprenkelde ze mijn toch al besmeurd t-shirt met haar tranen.
Tussen haar luidruchtige snikken door, kon ik de volgende vlezige plot samenstellen :
“Wij gingen zwemmen in de zwemvijver en de buurvrouw was ineens nergens meer te vinden. (De opgeloste buurvrouw had zich enkele stoeltjes verplaatst bij kennissen) Snif. En dus gingen wij maar naar het huisje om wat tv te kijken. (Snot terug in de neus slurpen.) ‘Koppen’ begon net. En weetjewat? Daar was een Japanse menee-hee-hee-hee-heer die een meisje had gepakt (drup) en die die daarna heeft opgegeten. Whoehoeoeboe. L. (de buurvrouw) was nog altijd niet terug en toen dachten we dat zij ook was meegenomen en en en, sniksnik, opgegeten was.”
   
“Ach kindje”, troostte ik, een groot trooster waardig, L. is anders net iets te stevig om ze in één dag opgepeuzeld te krijgen hoor. Je zou nog da-gen de tijd hebben gehad om ze te zoeken.”
   
“Whaaaaaaaa! Jank jank.”
  

Een halve draai rechts… onmogelijk in een bros

  
   Gelukkig is hij gezegend met een latlengte sluik haar.
Het vergemakkelijkt de gang van zaken als je er je moederhand in mikt, halve draai rechts en hem op die manier zijn fiets opsleurt voor het leukste festivalletje ooit : Pulptuur. Vijf podia variëteiten, gemoedelijke sfeer en massa’s plezierig volk om na zoveel tijd weer te omhelzen. Dit alles in eigen dorp. Zijn wij eventjes gelukzakken.
   
Zoutzakzoon protesteerde met huid en haar. Nader bepaald de huid rondom zijn spreekorgaan. Neen neen, hij wilde niet mee, hij had voor zichzelf een opgevulde dagplanning uitgestippeld : voor de tv en achter de pc. Wauw!
Er werd een compromis gesmeed : we verplichtten hem. Simpel. Als het echt zo zou tegenslaan als zijn visioenen hem opdrongen, mocht hij naderhand nog eenzaam en even slecht gezind terugfietsen. Ervan overtuigd dat hij een uurtje later het rijk toch weer voor hem alleen had, nam hij geen drinken of trui mee.
   
Luid fluitend begaf de familie zap naar de plaats van actie. Uitgezonderd eentje dat honderden meters achterop fietste met een lange lip. Uitgelaten stuikte de familie zap doorheen het park, uitgezonderd eentje dat mokkend achterop hinkte. Terwijl de zappies zichzelf allen een aparte bron van vermaak hadden gezocht, vond zoonzap dat hij meer levensvreugde in zijn lamlendige toestand zou injecteren als hij bij ons zou blijven met zijn oneindige gezeur over alle regels van oncooligheid die hij ontdekte bij iedere oogopslag.
Het leven van een twaalfjarige is hard. Dat van zijn opvoeders niet te harden. 
   
Toen wandelde er een mirakel voorbij. Ik nam een duik en vatte het bij zijn enkels.
“Adriaan…”, hijgde ik zonder zijn onderstel los te laten, “doe je ouwe juf eens een plezier en neem zoonzap op sleeptouw.”
Als klasgenoot van zapzoon en net oud-leerling, durfde dat joch niet anders dan te gehoorzamen aan mijn gebiedende wijs. 
Of hoe je zoon kwijtmaken kan vergeleken worden met een waterval in alle tinten opluchting. Ons genieten kon eindelijk ook van start gaan.
   
Het gezelschap waar we deel van uitmaakten, koos voor de sfeer. Wat er op neerkomt dat, ondanks de vijf plaatsen van amusement, we de hele namiddag niet van die paar vierkante meters die het dekentje bestreken, weg te slaan waren. Zon, babbels, elkaar en het gevoel dat dit de hemel is. Af en toe kwam er een zap (of andermans kind) aangewaaid om even snel weer door te stuiven naar nieuwe horizonten. Behalve zoon, die de hele dag spoorloos bleef.
Voor Bart Cannaerts, de winnaar van Humo’s Comedycup, wilden we nog wel eens de benen strekken en de traanklieren activeren. (Zijn stukje over Luc Beaucourt was hilarisch.)
   
Ondertussen werd het 21.30u, het uur dat de Paranoiacs geprogrammeerd stonden. Niet dat ik daar zo ondersteboven van ben, maar nu we daar toch waren…
Te omschrijven als pokkeherrie en dan blijf ik beleefd.
Onze aversie tegen teveel beweging in acht nemend, bleven we plakken achteraan het veldje, veilig dicht tegen de dranktent.
   
Tot een van de vriendinnen haar rondhotsend oog toevallig een eigenaardigheid opmerkte :
“Daar daar, zie dat jongetje stoer doen op het podium.”
En een andere : “Euh… kennen we die niet? ’t Is kerdju eentje van zap!”
Moose en ik, wij bleven stil… in stilstand… in bijna hartstilstand.
   
  
  
 
   
(Met dank aan de gsm van Adriaan.)
   
“Bedankt mama, dat je me gedwongen hebt, kwetterde hij (dorstig, koud en breedlachend) op de weg terug naar huis.”
  
Ik denk erover van hem een bros te scheren…
  

Mijn vriendin Sabine

  
   – “Trut!”
– “Tegen wie heb je het?”
– “Niet tegen mezelf!”
 Ik gooi mijn kin met het hoofd een koppel keren richting de buis, maar ze blijft stevig waar ze zit en alleen mijn onderlip doet even van blbllbl.
– “Bedoel je Sabine Hagedoren?”
– “Ja.”
– “???”
– “Die valse tik. Loopt ze eerst dagenlang opgewonden te kakelen over de zomer die zich eindelijk gaat ontplooien, dan is hij een dag te laat en dacht je dat ze daarvoor eens ‘sorry’ zei? Neen hoor, dat is niet van haar gewoonte en zie nu :
morgen : onweer
overmorgen : onweer
de dag nadien : onweer
vervolg : onweer
Tof, we hebben net het zwembadje opgezet. Een zwembad met hagel, dat hebben we nog niet gehad. Het krel!”
– “Daar kan zij toch niks aan doen?”
– “Oooooh nééééééé? OOOOOH NEEEEE?
Blinde vent! Kijk dan! Kijk wat ze nu weer rond haar lijf heeft gedraaid. Iets pluchengroen dat voor trui moet doorgaan. Iedere keer opnieuw probeert ze de innocente volger van het weerbericht een afleidende opdoefer in zijn oog te verkopen met die vodden van god-weet-waar-ze-ze-uit-de-container-graait, geen wonder dat het hier een week gaat donderen. Dat mens is een shitmagneet, die tart in haar uppie eigenborstig alle weergoden : ‘alle onheil naar die bliksemafleider sturen, mannen, poog dat mens haar kleren af te regenen/stormen/blazen, eerder is onze missie niet geslaagd’. Spijtig dat wij wel in een straal van honderd kilometer wonen.
– “Lief, vind je niet dat je nu een beetje overdrijft?”
   
Neuu.
  

Voor als hij op zijn handen gaat staan

  
   Kent u de uitdrukking : ‘De massa is dom’?
   
Laat ik vooral niet veralgemenen, maar ik vind er toch al ene.
  
   
   
Uw reporter ter plaatse vertelt er u meer over.
  

Vanitas vanitatum (stok)

  
   “’t Is komkommertijd, laat ik het mij eens gemakkelijk maken met het uitvinden van volslagen onzin en mij zo een kronkelweg banen tot de diepste regionen van blogspace, misschien blijft er met een minimum aan geluk wat faam aan mezelf plakken.”
   
Een gedachtenworm die ik toedicht aan de bedenker van alweer de volgende stok.
Stokken dienen om in wielen te steken, mijn beste, onthou dat een keer. Of je ex ermee af te ranselen. Of om erop te kauwen als de volksmond er ‘zoethout’ tegen zegt. En in een uitzonderlijk geval kan je er ook mee voor de spiegel tussen je vingers staan draaien, ingepakt in je roze minirok, een ouderwetse waston omgekeerd op je kop en dromen dat je het marjorettenbestand van je dorp aanvoert. Een uitzonderlijk geval dat ik in mijn jeugdjaren wel eens placht uit te beelden bij gebrek aan een goeie film op tv. (De andere mogelijkheid was gaan tapdansen in de garage op mijn klompen, maar laten we dat vooral stil houden.)
  
   
Maar toch, omdat uw zapnimf de kwaadste niet is, strijkt ze nog eenmalig over haar hart. Tweemalig… driemalig… hm? Wat voel ik daar? Neen, onder de bh-beugel. Ja daar. Warempel, een kluit gevlochten ijdelheid, weliswaar ingebed in zachte vlokken euh… vet.
Ai, gestreelde vanitas, neppiger dan dit kan het niet worden, maar ik moet bekennen dat zulke soorten aaitjes mij doen afgaan als een gieter… een fiere. Ik ben er ontvankelijk voor.
   
Of Madameblogt en Passe-vite (update : ondertussen zijn daar Tante Annie, 2complex2understand, Kris Kras, Margo, Elle , Lalena, De Gentse ZwijgerMenckElke (een afteraward), ’t Vliegend Eiland, Luipaard en Storm bijgekomen) daar enige rekening mee hebben gehouden, weet ik niet, maar… tataaaaa… ik werd er vernoemd in eenzelfde zin met ‘briljant’! Owkeey, mijn blog eigenlijk feitelijk. Dat de persoon erachter een fatalistisch kreng is dat het liefst met gefundeerde tobotokkels de mensheid in de grond zou willen boren, heb ik tot hiertoe nog kunnen verdoezelen. Mede dankzij het gegeven dat je voor onderbouwd gezemel misschien ook iets van je onderwerpjes moet weten? Vandaar dat ik mij beperk tot triviale quatsch. Banaliteiten uit eigen huis. Briljante banaliteiten vanaf nu dus! 
Briljant als : ravissant, puissant, exorbitant, charmant, eclatant, frappant, pikant!
   
(Andere ik : “Jaja, vooral.
Ik ken er nog zo’n paar : 
Zap, straks weer navenant gestrand met je kokkel in het zand.
Onderhand nog niet geleerd, simulant?
Toch markant, zo’n minimum aan gezond verstand.
Redelijk gênant, dat vallen door de mand.”
   
Andere ik wordt als een dissonant ontmand, de arrogante vijand!)
   
Maar we wijken af.
Ik hoor nog een paar kandidaten te selecteren die ik op mijn beurt mag meesleuren in het rad der stok. Mijn criteria zijn simpel : Als ik met uw geschriften hardop heb moeten lachen, staat u erbij. Of het hier uitlachen betreft of niet, laten we veilig in het midden.
   
Alfabetisch gerangschikt, want aan voortrekkerij doen we niet :
   
Allez, een flard micronepotisme is natuurlijk nooit verloren. Met de deze moet ik wel lachen. Verplicht. Dat is eigen aan het partnerschap, aan huisjes weltevree en het adagio : ‘Vrolijke vrolijke vrie-ien-den, vrolijke vrien-den da-at zijn wij’. De eerlijkheid tikt nu wel hardhandig op mijn schouder om me te sommeren dat, als hij al eens iets schrijft, de ‘hahahaha’s’ afkomstig uit mijn bek, talrijk zijn. (Ook uit herkenning omdat de familie zap op allerlei ordentelijke manieren plastisch afgebeeld worden.)
   
Het lachen voorbij. In zijn geval heet het proesten en achteraf de tafel met de schotelvod moeten afkuisen. Afgrijselijk foute boel en wie niet doodvalt van het lachen bij zijn Colalollyman, blijft gewoon doorleven… als zuurpruim.
   
Sja. Sja. Waaf en waan. Waanzinnig zelfs. Totaal pedagogisch onverantwoord, dat ze zoiets ooit na de geboorte niet gesmoord hebben, het blijft een van de raadsels in de wereldgeschiedenis. Hoewel, ze blijft geweldig om mee te schuddebuiken, vanop afstand dan, want voor je het weet heeft ze haar slechte invloedklauwen in je billen gezet en dan valt er alleen nog te hopen dat je het telefoonnummer van een goeie exorcist bij de hand hebt.
   
Sabine. Waarvoor ze het woord zelfrelativering hebben uitgevonden. En trezebees. Trezebees van de ex dat is. Meteen twee van de hoofdrolspelers die de kop van jut mogen vertolken en die bewijzen dat bloggen een volwaardige vorm van (leed)vermaak is. Zonder twijfel komen daar binnenkort nog bazen, buurvrouwen en boertige beuzelaars bij. Onmiddellijke omgevingen aan de kaak gesteld. En hoe! 
   
Geen kop van jut hier. Slechts een knot zottinnen en een Coltrui (zie boven), die graven in hun eigen belevenissen, hun fantasieën en in andermans zaken. Nooit normaal, altijd geschift, maar o zo diagonaal geschift. Vermijd koffie drinken tijdens het lezen ervan. Vooral niet als je net propere kledij hebt aangetrokken.
   
Het laatste wat we ervan lazen was ‘Auf wiedersehen’. Ik pak dat letterlijk. Wedden dat Kris dat geen paar weken volhoudt of ze jinglebelt haar absurde kijk op de media, haar kroost en haar ongenaakbare positie als oermoeder weer om onze oren? En anders starten we een petitie. Ze was een dagelijkse bulderlach waard. Hup Kris, hup. Wees kras!
    
Single zijn en de kaap van de dertig gepasseerd. Het zal je maar overkomen. O, toevallig is het me al eens overkomen. Als ik twee jaar terugkijk, zit ik terug in het gefrunnik waar deze deerne zich staande houdt. Herkenning herkenning! En grinniken (snurkend), meevoelen en jaloers zijn omdat ik in tegenstelling tot haar geen steek kan koken, laat staan schminken.
   
Ons kent ons. Omdat ik er eigenlijk maar zeven mag aanduiden (Huh? Zeven dwergen, zeven anjers en rozen, zeven hoofdzonden, zeven blogs?) Tellen we madame er efkes niet officieel bij omdat zij mij deze stok heeft aangedaan. Maar haar tussen de mazen van het net laten schieten zou een schande zijn. Wie nog geen luidruchtig plezier aan deze dame heeft beleefd, steekt nu zijn/haar vinger op en ik maai hem tot de oksel af met de cirkelzaag… wat me nog een billijke straf lijkt. Toch moet er in haar jongere jaren iets vreselijks mis gegaan zijn met madame. Haar geest is nooit meegegroeid met haar leeftijd. Ben ik efkes blij dat mijn moeder (die slechts enkele jaren ouder is) niet met die kwaal worstelt. Zo’n energiebom is onmogelijk te harden als dochter. Als lezer daarentegen… 
    
Ook helemaal alleen op het humoreiland, deze knaap (geen flauw idee welke gezegende leeftijd deze mens reeds in zijn lenden en leden heeft zitten). In plaats van gieren en brullen begin je hardop in jezelf te praten : “Blogbaas, wil je met me trouwen alstublieft?” bijvoorbeeld. Of : “Hugo Matthyssen heeft zijn gelijke gevonden.” En ook : “Dat iemand die kerel hem eens rap een persoonlijke tekenaar cadeau doet en een uitgeverij!” Daarna gniffel ik. Een beetje in het wilde weg.
   
   
Mag ik van de gelegenheid gebruik maken (iemand roept : uiteraard troela, ’t is uwen blog!) om als voetnoot Duvel en Zeezicht een alternatieve bos bloemen onder hun neus te steken?
(Tulp eigenlijk ook, maar die staat nog minstens vijf ruikers bij mij in het krijt, dus voor jou zullen het pisbloemen uit de hof worden, kind!)
Deze drie zou ik willen nomineren in de categorie : commentaren waarmee je zapnimf haar amandelen kan bewonderen. En als je snel bent ook nog het vulsel in de achterste kies.
   
Als we dan toch bezig zijn :
Zabrila : meest opmerkzame lezer
Lalena : meest op de vingers tikkende lezer
Mijn echte vriendinnen : meest onzichtbare lezers
U : volhouder tot het einde van dit stukje! Bravo!
   

De verdommenis ligt slechts twee verdiepingen hoger

  
   Welkom, welcome, bienvenue, willkommen in de hel, beste luitjes.
   
 
  
Vermeng het rood van uw ogen met het interieur, neem zonder schroom de ruwheid van de structuur in u op, laat uw verdrongen mindere kantjes gerust los in deze ruimte. Aankomen mag als u een smetvrije status geniet, maar let op, indien u echter in het bezit bent van vettige vingers of andere bedoezelde uitsteeksels zullen deze zonder pardon en vergezeld van sardonisch gekweel verwijderd worden met de scherpe kant van de gekrakte cd-doos van Iron Maiden (666 The number of the beast). Ook uitspreidende snot, oorsmeer of andere lichaamsvochten houdt u het best in eigen beheer, want de restaurateur van deze ruimte voorziet vagelijk vurige kwellingen als u besluit om deze waarschuwing te negeren.   
Vrees niet, gewaardeerde bezoeker, u zal na deze rondleiding weer naar het voorgeborchte worden geleid, alwaar u uw ziel in de limbus nog alle kanten kunt uitsturen.
   
Voor ene impulsieve zapnimf, die dacht haar ziel te moeten verkopen aan de duivel, een joch van twaalf, satanist in spe, voortgekomen uit -toe maar- nog een onnadenkend moment ergens in een schemerzone der geschiedenis, kwam alle hulp te laat. Zij mocht vele dagen ervaren hoe het voelde beloften, die ze reeds in de zak ‘loos’ had geworpen, alsnog onder druk van een kleine dictator in te lossen.
Zij weet nu dat de hel geen fictie is, maar een waarheid van vier bloederige lagen, die haar in haar gezicht uitlachten en zich doorschijnend maakten van zodra ze uitgesmeerd werden. Een constructie van een lamlendige architect (Tartarus heette die kwiet) die niet eens een zolderconstructie in elkaar kan knutselen zonder ontelbare knotsenbotsbalken tussen te voegen. Geloof me, die zapnimf weet nu dat de onderwereld opknappen zonder fietshelm pijnlijk is. 
Enkele dagen kreeg zij hulp van sympathisanten. Tulp en moose, die realistisch genoeg waren om op tijd te ontsnappen aan de doorgedreven penitentie die die arme zapnimf helemaal mocht doorlopen. Zelfs de meiskes van de Gamma grimasten gemeen toen de gestrafte gebocheld om nog twee potten rood kwam smeken.
   
Plots doken daar als lichtpunten enkele engelen op, vermomd als madameblogt en Heidi. Zij wilden de opgelegde straf van zapnimf verlichten. Edoch, het laatste greintje fatsoen dat nog niet onttrokken was van zaps verblijf in de inferno, gebood haar haar lijden eenzaam te ondergaan en het pittige kapsel en dito ondergoed van madame niet te zullen verbrodden en de verworven blogrelaties geen vroegtijdig einde te laten sterven. (En aan de roze/purperen/groene hemel was al een slot gebreid.)
   
Gewaardeerde bezoekers, u mag mij nu volgen naar de uitgang. Aanvaard bovenvermelde anekdote als een les in nederigheid, een verhaal met een moraal : Tracht uw koters op te voeden met het idee dat de vorige kleuren best doenbaar zijn tot ze op kot gaan. En rood is pervers.
Vergeet u de gids niet?
  

Uitslaand speeksel en zijn gevolgen

  
   Hoe het die maandagavond in de Gamma allemaal begon :
– “Heb jij toevallig de te verven vierkante meters nagekeken?”
– “Nope”
– “Ach wat, dan komen we later nog wel eens terug om al die kleuren te laten mengen.”
(Wat achteraf gebleken de enige goeie instelling was… om het te verschuiven tot ooit.)
   
Aan de kassa wilden ze niks weten van ons kortingsbonnetje, immers, vandaag kregen we op alle produkten 15% korting. Morgen niet meer. Plots herinnerden wij ons haarscherp hoeveel verf we op hun muren wilden kwakken en op een drafje liepen we naar de mengmachine die zichzelf zou beginnen reinigen twintig minuten voor sluitingstijd. Dat had de mens erachter ons op de mouw gespeld. Waarschijnlijk om het spannend te houden. Of ons het gevoel ‘Haha, het is ons op de valreep nog gelukt!’ mee te geven.
   
De juffrouw aan de kassa deed daar nog een duit bovenop : “Hierzie, toch weer een mooie som uitgespaard, daar kan je eens lekker van uit gaan eten.”
Moose, die weinig nodig heeft om meegesleurd te worden in euforische opgewekte vrolijkheden, kwinkeleerde uitgelaten dat we het mens niet zouden teleurstellen en terwijl hij met zijn bankkaart betaalde, droomde hij luidop van borden vol exquise spijzen zonder dat hij er een vinger voor moest uitsteken. “Ik trakteer.”, kon ik nog net ontcijferen tussen zijn ronddruppend speeksel.
   
In het enige restaurant dat hier in omstreken open was op maandag, hadden ze sinds Kerstmis niks meer aan het interieur veranderd. De kerstrozen stonden er zelfs nog in bloei. Een plejade van rood en groen en wij daartussen die eens moesten slikken bij de aanblik op de kaart. Eindejaarsprijzen, zeg maar. We hielden het voorzichtig bij een aperitief, een hoofdschotel en een koffie toe. 
   
“Hoeveel zei dat kassadametje ook alweer dat we uitgespaard hadden?”, neuzelde mijn geliefde bij het ontvangen van de rekening.
Vijfentwintig euro? Waarschijnlijk bedoelde ze dan de Quick, want euh… ik kom nog vijftig euro tekort, zou jij…?”
  

Wel en geen cultureel erfgoed. En dutten!

  
   (Vervolg Frankrijk verbrokkeld deel zoveel.)
   
Wat doet een mens die aan nachtrust heeft moeten inboeten en voor dag en dauw zijn eindbestemming nadert, goed wetende dat hij daar pas tegen drieën verwacht wordt?
Die probeert vooral niet aan slapen te denken. Die ramt een verzamelbox Franse chansons in zijn cd-speler om hem milder te stemmen. Die zoekt afleiding in bijvoorbeeld die schabouwelijke bruine borden die verwijzen naar een bezienswaardigheid te vinden via de volgende afrit.
Alzo geschiedde het dat zapmoose slaapdronken met de wijs van ‘Je ne regrette rien’ in hun kop om acht uur ’s morgens tussen de sprookjesachtige ruïnes van château du Chalusset naar de donjon stonden te loeren. En snuiven. En de geschiedenis ervan te laten doordringen. Terwijl almachtige zonnestralen drukdoende de laaghangende mist wegwerkten en de rest van de wereld nog sliep, waanden wij ons kasteelheersers in een indrukwekkend decor. 
   
Deze toevallige meevaller maakte ons roekeloos. Het volgende bruine bord op onze voortgezette weg met een kasteel erop nodigde ons weer uit tot exploratie. Wie zijn wij – twee sukkels met tijdoverschot – om daar niet aan toe te geven? Helaas lag château de Bonneval vijfentwintig km van de snelweg vandaan. Wat die overduidelijke wegwijzers ons verzwegen tot op tien km ervandaan. Vijftig km omweg om dan op het infoplakkaatje te mogen lezen dat het die dag de eerste keer van het seizoen was dat het kasteel opengesteld werd voor publiek (jochei!) en dat die rondgang zou doorgaan omstreeks half drie ’s namiddags (awoert!). D’r was ook een mooi muurtje om gebouwd, zodat zelfs een vluchtige bezichtiging aan de buitenzijde niet mogelijk was. Dàt is bàlen.
   
Onder het motto ‘vertrouw nooit meer een wegwijzer en verloochen je eigen instinct’ vlooiden we de wegenkaart uit en besloten van de snelweg links te laten liggen om vooral witte en gele weggetjes te volgen naar Corrèze. Onderweg pikten we nog les cascades de Bialet mee. Een geweldig pittoresk watervalletje dat onder de noemer onbekend is onbemind valt. Goed voor ons, want moose overstemde meteen na de picknick het kletsende water met zijn gesnurk en ik las mezelf urenlang vast in Paulo Coelho’s ‘Elf minuten’.
  
  
   
Heuveltje op, heuveltje af, tuften we daarna naar ‘Le parc des quatre saisons’. Daar waar de welkomsaperitief reeds koel stond, het gastkoppel vriendelijk informeerde naar onze tocht en daar waar ik maar aan één ding dacht : “Cut the crap! Ik wil dutten!”
  

Murphy, it’s me, zapnieeeee, o komaan zeg!

  
   Het liep lekker.
Geen veegje tegen het plafond, een ritme als Animal achter zijn drumstel, kleuren als paddo’s – na het verorberen ervan -, in het zicht een draagbare cd-speler van krulzap en een welgemutste zapnimf die dacht : “Laat ik dit alles een kleinigheid schwung bijbrengen met een streepje muziek van wat onsterfelijken.”
   
Waarna zij zichzelf ook bij het rijtje onsterfelijken indeelde…
… die van ‘zij die zich telkens weer onsterfelijk belachelijk moeten maken’.
  
 
      
Vrije vertaling refrein van onderstaande onsterfelijke :
  
Murphy, it’s me, zapnieee, o komaan zeg
I’m so stom genoeg, get out of my lijdensweg
  
    
 
 
 (Wat ze werkelijk zingt :  
Heathcliff, it’s me, Cathy come home
I’m so cold, let me in-a-your window)
  
 

Uit het zicht van de gebuur

  
   Ik :” Wat doen wij nu hier?”
Ik : “Oeps, verloren gelopen, wij horen in de kinderkamer nijvere werken met schilderborstel uit te voeren.”
Ik :” We zijn hier nu toch, laat ons dan meteen iets uit onze botten slaan.”
Ik : (klop klop klop)
      “Haha, gevonden, iets dat bij deze zonnige dag hoort.”
Ik :”Ooh, een gouwe ouwe, vanuit de tijd dat we amper lezers hadden, wat fijn, zo geraakt dat archief ook nog eens tot hier.”
Ik :”Geef toe, wij zijn gewoon goed.”
Ik :”Uhu, behalve dan wat schilderen betreft.”
Ik :”Hups…arbaait magt fraai, fraai oem daarna in oenzeren blote pitjaar in der hof tsoe geen liegen.”
Ik :”’t Is maar wat jij fraai noemt… muren in paars met groen of paars met donkerroze of donkergrijs met rood. Wij hebben bijgod kinderen met een eigenaardige smaak.”
Ik :”Of kleurenblind.?”
   
Uit het zicht van de gebuur
      
’t Was zonnig en met voorbedachten rade.
Zoetjes drukte ik je startknop.
Lager gelegen gebieden smeekten om genade.
Daarop ontblootte ik die driftkop.
   
Het ontbrak je aan een boutade,
je mechanisme kwam in volle bloei.
Ik sloeg je vreugdeknuppel gade,
een liefdesstengel in ware wildgroei.
   
’t Werd hevig en niet te versmaden,
het gebruik van je apparatuur,
zo op het terras voor de facade,
net uit het zicht van de gebuur.
   
Plots vertoonde je instrumentarium een blokkade,
je spurtte naar binnen luid vloekend in vierendertig talen.
Verbouwereerd aanhoorde ik je heuse tirade,
tot ook ik de ex zag die kinders’ spullen op kwam halen.
   

Een strak (moord)plan

  
   Roulez roulez, we pikken de draad weer op. Daar waar we gebleven waren.
   
Meezingen mag.
  
  
Wat onze liefde zo anders maakt, is dat wij ze laten prevaleren op, ik mompel maar wat, veilig een berg beklimmen of kaaskroketten bakken of voordevuistweg voorzienendheid.
 
Anders zouden wij wel geweten hebben dat die Fransen hun hotelinfrastructuur vooral NIET vlak aan de autosnelwegen inplantten!
 
Op onze regelmatige verre reizen naar die hoek in West-Vlaanderen, houdt het gewoontedier in ons de kus- en rookpauze steevast op een parking net voorbij Gent. Laat daar toevallig een immens hotel het uitzicht belemmeren. Onze logica, de schobbejak, fluisterde ons in dat iedere zichzelf respecterende parking in het bezit is van zo’n slaapstek. Ondertussen weten we dat het betrouwbaarheidsgehalte van zelfgebrouwen logica nihil is.
 
In Frankrijk staat er NERGENS zo’n slaapgelegenheid op een parking!
 
Alle onschuldige onwetendheid op een hoopje, stippelden we een zeer eenvoudige formule uit om de vlotheid van onze route naar het zuiden te stimuleren : rijden tot de vermoeidheid de overhand neemt en dan in het eerste het beste hotel dutten zolang nodig is. Om de dag nadien monter en opgewekt het laatste loodje als een lichtgewicht te ervaren. Klaar, helder en voordehandliggend toch?
 
Die Fransen snappen niks van poepsimpele reisstrategieën van hun noorderburen! Knuppels!
 
Toen omstreeks enen mijn wimpers zich vaker dan normaal in elkaar vlochten, seinde mijn verantwoordelijkheidsgevoel de noodzaak, om uit te kijken naar een bed, door. De drie opeenvolgende stopplaatsen maakten ons duidelijk dat wij, luxedieren, soms wel wat te veel verwachten van het comfort in het zuiden. Eventjes naar het dichtsbijzijnde dorpje hoppen om daar wat geluk te beproeven bleek onmogelijk.
 
Wie is nondedju die uitvinder van de péage met snelwegen waar je de eerste tweehonderd kilometer niet meer afgeraakt? Vierendelen ermee!
 
Ondertussen schreven we twee uur (ja, ’s nachts). In Vierzon vonden we dan eindelijk een uitgang naar de bewoonde wereld, om tot de conclusie te komen dat er best wel veel hotels in eenzelfde straat kunnen geplant staan, maar dat die gesloten blijven als je na elf uur nog durft aankloppen. Mijn humeur daalde onder nul. De rest van het lijf volgde. Koud!
 
Is dat nu zo moeilijk om een werkloze Pakistani uit een failliete nachtwinkel een jobke te bezorgen aan een nachtreceptie?
 
Vele zevenmijlslaarsstappen verder berustten we dan maar in het ergste : slapen in je eigen wagen waarvan de zetel niet eens helemaal plat kan gelegd worden, bevriezen in het felle licht van een mammoetparking, een partner meenemen die tijdens de drie uur slaap evenveel keer naar het toilet moet, een stuur tussen je benen tolereren.
Postuum vereerde ik stilletjes, edoch hevig, mijn vorige wagen (een monovolume) tijdens de slapeloze gaten.
 
Het vogelverschrikkersduo zapmoose ontdooiden slechts een hazeslaapje verder, hun tenen/neus/boezem onder de warme luchtblazer in het sanitair blok en wisselden de voorzichtige bedenking dat de eerste etappe misschien niet helemaal was verlopen zoals hun strak plan voorspeld had. 
 
Zij herwonnen nog ergens een boost, zij het een tikkie gematigd door het vozekopsyndroom, en stuurden hun stalen ros omstreeks half zes weerom de uitgestrekte betonstreep op.
Nieuwe impulsen tegemoet.
Met veel zin.
 
Veel zin om iedere Fransman die bij ruimtelijke ordening werkt, wreed en onbarmhartig om te brengen.
    

Deerlijk dronken door disfunctionele doerak

  
   Er zijn zo van die dagen dat er niks gebeurt.
Gisteren was er zo eentje.
   
Of ja, toch iets kleins… de Huisvrouw heeft zich op ons terras geposteerd en we kregen ze niet meer weg.
Oh, om kwart voor vier moet ik zeker doorrijden, files voor zijn, eens gezond eten voor mijn zoon maken. Oh kijk, daar komt moose van zijn werk (kwart over zes). Allez kom nog eentje dan (fles!). Ha de zoon belt. Ja jongen, zie je die pot Miracoli spaghettisaus links van het kookvuur staan? Die draai je open. Uw moeder blijft hier nog efkes.
Verder kan ik mij nog weinig details herinneren, gezien zij mij dwong om vier flessen witte wijn boven te halen. En nog op te boemelen ook!
   
Uw zapnimf verkeerde in hogere sferen, waar geen regenbui ontnuchtering kon brengen.
Slissen, in het Engels beginnen brabbelen omdat ik niet meer op het Nederlandse woord kon komen en nat spreken werden mijn deel. Vraag me niet waarover want dat ben ik alweer kwijt.
Zij daarentegen benadrukte haar superieuriteit en haar alcoholweerbaarheid in archaïsche uitdrukkingen en stiff upper lip stuff en nonsense omhooggevallen gezwets.
   
Een ware schande, mij zo te kakken zetten in mijn eigen hof.
In haar versie van het verhaal laat ze fijntjes de essentie – de braspartij – achterwege, maar ik krijg ze nog wel!
   
Mijn klacht en smeekbede aan Jutta zijn reeds langs de mailbus gepasseerd.
Ha! Wie laatst lacht, best lacht, gij onschuldigezapnimfzatvoederaarster!
   

Beloften in zeeën van tijd

  
   Riep daar iemand : “zeeën van tijd”?
dat was ik, voorbarig en ondoordacht
druk bezig met verdrinken in spijt,
dobberend op een houtje van onmacht.
   
Wieren hormonen als een agressief alibi
verstikten mij de troebele diepte in, 
ongehinderd, naar het rijk der lethargie
verliezend, mijn werkelijkheidszin.
______________________________________
   
Eindige luchtbellen als een superscheet in bad.
Ellendige borrels van toekomstige weerspiegeling.
Er klonk een echo : “Ik ben dat beloven zo zat!”
dat was ik, met zelfs geen minimum aan goesting…
   
…om drie kinderkamers van nieuwe kleur te voorzien
als ik kamp met een premenstrueel syndroom sindsdien.
  
  
  

Een imago-opkikker-sessie?

  
   Slechts twee dagen waren er voor nodig om talloze (ik geraak nog bekend!) argeloze googlezoekers mijn blog te laten aanklikken.
En dan lees je dat ze er geraakt zijn via de volgende zoektermen :
   
superkut
plasseks
ontstopper van een pompbak
seut
overdijver
kantkloswerken in Frankrijk
hete nimf
poezewoefke een beetje geil
bezopen weiven (sic)
kak- en scheetfilmpjes
vlooienbeet bij een mens
   
Misschien moest ik eens over een imago-opkikker-sessie peinzen?
  

Rent-a-zapnimf

  
   Hun jongsten willen ze allen uitbesteden, die kinderrijke lezers van me. Dromen over experimentele beurtrolsysteempjes, een uitleendienst op touw zetten om ongewilde kinderlozen al een voorproefje aan te reiken van wat hun nog te wachten staat – bloggers zijn nu eenmaal altruïstisch – zodat die aanstaande ouders de proefondervindelijke voorbereiding mogen smaken die wij, voormalige onwetenden, hebben moeten ontberen. Het patent laten we over aan Kris, de ontwerpster van deze uitstekende verlichting .
   
Uw zapnimf daarentegen is dan wel weer een gegeerd item om in huis te halen. Het mens kan zich op geregelde tijdstippen vrijmaken, tatert moeiteloos uw stiltes naar de boem. Dit over alles wat u maar aangeeft, ze eigent zich alle denkbare onderwerpen toe, ook al doet ze maar alsof ze op de hoogte is, het blijft handig. Daarenboven is ze goedkoop in onderhoud, met een fles cola-light of liter milde koffie bent u reeds gesteld, beschikt ze over de toegankelijke attributen als daar zijn : auto, gsm, telefoon, email en op uw vraag staat ze binnen de week met haar wijsvinger uw belknop te bepotelen waarbij ze in eenzelfde ruk het spinnenweb veertig centimeter hoger naar de verdoemenis graait.
   
Rent-eenkeer-a-zapnimf.
   
Gingen u reeds vooraf in de kostenloze proefperiode (die half juli en half augustus bestrijkt) : De Huisvrouw.
Dat mens moet vorige maal veel deugd hebben gehad aan mijn aanwezigheid, want ze heeft alweer een bestelling geplaatst voor volgende week. Referenties te verkrijgen op haar en mijn blog.
(Nota aan mezelf : snor scheren zodat de obsedeé niet weer over je onzichtbare lichaamsbeharing begint.)
   
De volgende ‘eenzame’ vrouw die snel begreep dat je snel moet zijn om beslag te kunnen leggen op uw zapnimf : Sabine
Om aan haar noden te voeldoen, doorstond ik twee keer een dik half uur onverwacht fileleed. De ramptoerist in mij werd uiteindelijk bevredigd door de aanblik van een zeer merkwaardig vervormd automobieltuig dat, zo concludeerde ik aan de verspreiding van brokstukken over drie rijvakken en een pechstrook, in zijn rondedans zowel de linkse als de rechtse vangrail meegepikt had. De ramptoerist in mij was echter nog niet zover afgestompt dat zij niet de gepaste hoeveelheid medeleven kon opbrengen voor de persoon die door een ziekenwagenbroeder uit een – gelukkig – redelijk ongeschonden bestuurdersplaats werd gehaald.
Sabine had zich uitstekend voorbereid op mijn komst. Zij voorzag een knusse woning met tuinterras en had massa’s babbels, lachebekjes doorspekt met roloogjes en gesticulaties opgespaard voor mij. Sabine mag mij ook nog eens contacteren, het genoegen lag geheel aan mijn kant. Mijn wellevendheid gebiedt mij ‘dankuwel Sabine’ neer te pennen.
Ze had mij echter wel kunnen dwingen om nog enkele uren langer met haar door te brengen want tijdens de terugweg zag ik mijzelf weerom kostbare kwartieren verliezen in de kilometers voor ik tot de Kennedytunnel toegelaten werd. Spitsuren zinderen tegenwoordig tot diep over zessen.
   
Lalena, de profiteuse van mijn voorlopige gratise diensten, wilde meer. Voor haar heb ik het extraatje moose-na-de-werkuren ingeschakeld. Al mag ik dan niet klagen over haar tegenprestaties. Eerst sleurde ze me mee naar André Van Halewyck, met wie ze nog iets zakelijks wilde regelen over haar boek en waar ik als vijfde wiel aan de wagen probeerde fungeren als muzak. Dat belette de meneer niet om vriendelijk een stoel bij te schuiven voor me en zo nu en dan uit beleefdheid ook eens mijn kant uit te kijken. Mijn ogen dwaalden dan weer over een goed gevuld magazijn. In mijn wensdromen trippelde ik met zo’n gele Ikeazak doorheen de rekken en vulde hem met al die titels binnen handbereik ; Jan Leyers en zijn weg naar Mekka, Rik Torfs die zich op een hellend vlak situeert, Johan Anthierens, Herman Portocarero en als het toch maar voor mee te pakken is, waarom niet over Fabiola en de rest van de koninklijke mik?
Bij het afscheid perst die Lalena nog vlug het volgende zinnetje uit haar geluidsorgaan : “Andrè, zij (wijst naar mij) heeft ook een blog, die zou je eens moeten lezen, ’t is om te lachen.” Mijn kaakblos kreette hulpbehoevend naar de rode variant van zo’n blue – weerbericht -screen om met huid en haar (en rest) in te verdwijnen.
Haar meedogenloze blunder heeft ze daarna wel terug recht getrokken door mij in het Leuvense vol te gieten met drank en smeuiige verhalen. Ik hou toevallig van smeuiige (bevallings)verhalen.
Toen werd het tijd om de bijkomende optie van de trein te plukken en de geplukte en mij te overrompelen met haar heerlijke (geboorte)huis/tuin en haar geheim wapen in de keuken, Karel. Karel kookt een beetje graag. Wij kunnen dat sinds gisteren likkebaardend bevestigen. Karel en Lalena zijn ook graag een beetje boeiend. Wij kunnen dat sinds gisteren beamen.
Het nadeel van zo’n wervelavond is dat hij voor je het weet overgegaan is in diepe nacht.
Het voordeel ervan : een Brusselse en Antwerpse ring zonder ander rijdend volk meemaken. Dit vraagt om herhaling, Lalena!
    
Chelone heeft ook al enkele voorzichtige contacten gelegd om op een zonnige dag mij te laten zien hoe je tuinieren tot kunst verheft en hoe die omgeving je stimuleert tot vrolijke babbels. Alsof ik daar bezwaar tegen kan hebben.
   
Tjonge, geef toe, rent-a-zap, hoe kom ik toch op zo’n geniaal gedacht?
   
PS : Kuisen en onkruid wieden zitten wegens voor de hand liggende redenen (luiheid – onkunde) niet in het pakket.
  

Yukkieyuk

  
   Stel, je bent een nimf en van chronologie heb je geen kaas gegeten. Je reisverslag moet nog in stukjes en beetjes volgen en toch post je al het einde. Dan krijg je dit :
   
Thuiskomen van op reis en drie insectachtige lijken in je bed vinden.
En dat pas doorhebben als je prinses-op-de-erwtige rug wat abnormaals voelt priemen.
   
Dàt is yukkieyuk!
  

Je bent nu eenmaal verstandelijk overbegiftigd of niet

  
   De intelligentsia van de straat namen enkele uren voor de dode lijn hun belastingsaangifte ter hand.
Blakend van vertrouwen in zichzelf en hun te wassen varkentje vouwden ze hun kladbrief van 2006 open. En voor zo’n poepsimpel overschrijfwerkje huren minderverstandelijken dan een boekhouder in. Laat ons niet lachen, want nog meer vrolijkheid bij deze actie kunnen wij echt niet dragen.
   
– “Pssst, moose, vak één, nieuw bankrekeningnummer, dat is voor ons.
… 
Met welk een Chinees komen die nu af?
Iban?
Bic?
Daar heb ik van mijn leven nu nog nooit van gehoord. Weet jij…?”
– (Lange stilte) “Grommel. Nee.”
– “Iets met vinden op een rekeninguitreksel of vragen aan je bank.”
– “Die ben ik nog nooit gaan afhalen, we hebben geen reksels en ook geen bank die nog open is.”
   
Mijn held, de net iets snuggerdere van ons twee, raadpleegde google en een kwartier later waren we helemaal mee met onze Iban en onze Bic, poeh, iets met fluitjes en centen.
   
– “Kerdekke, dat was ik even vergeten, wij zijn nu wettelijk samenwonend. Ik moet aanduiden of jij meer of minder dan € 2660 verdient.”
– “Per maand of per jaar?”
– “Euh… heel erg duidelijk zijn ze hier niet, maar ik vermoed per jaar.”
   
– “Djeezes… alles is anders, de kinderen staan nu bij jou ten laste, rubriek 1030, niet vergeten in te vullen.” 
– “Hoezo? Op één januari 2008? Dit is toch de brief van 2007?”
   
– “Maximale aantal kinderen dat op 1 januari van enig vorig jaar te uwen laste was en met u in deze woning samenwoonde?”
– “Probleemke. Dat gaat hier over jouw kadastraal inkomen, over jouw appartement, waar mijn kinderen die nu bij jou ten laste staan, nooit hebben in gewoond.”
– “Die zijn ineens niet meer aftrekbaar of watte?”
– “Foert, ik zet hier die jong bij mij erbij : van enig vorig jaar… ja, het was een enig jaar vorig jaar en dan? Bedoelen ze nu dat eender welk vorig jaar ze in die woning verbleven? Bij mij dus : 4!”
   
– “Oekandana? Ineens moet ik hier bedrijfsvoorheffing gaan invullen. Dat heb ik nu nog nooit gedaan.”
   
– “Hier, aftrekbaar bedrag van de uitgaven voor opvang van kinderen jonger dan 12 jaar. Tiens? Ik vind geen papieren van de bosklassen van krulzap vorig jaar. Sportkamp, ja, Brandweerkamp, ja, bosklassen, nee. Zal ik er dat dan maar gewoon bijschrijven, dat bedrag? Als ze bewijzen willen heb ik pech. (Vandaag ontdekt dat bosklassen niet tellen omdat die tijdens de schooluren doorgaan.)
   
De intelligentsia ploeterden, vonden documenten waarvan ze niet wisten wat hun herkomst was, mankeerden documenten en met de beschikbare documenten veegden ze het zweet van hun voorhoofd. De minst ingenieuze piepte kreunend dat ze ook een boekhouder wilde.
   
Wat een feest toen het karwei, opmerkelijk later dan voorzien, met het zetten van de handtekening een slot kreeg.
   
Slimmerd één en slimmerd twee wapperden tijdens de rit naar de brievenbus van de dienst fiscaliteit met hun omslagen doorheen het raam alsof het de Spaanse vlag betrof.
Moose kreeg de majestueuze taak de overdracht der gevulde enveloppen van onze auto naar de brievenbus te voltooien. Nauwgezet volgde ik iedere statige pas die hem dichter naar zijn doel zoog. Efkes vloden mijn afgeleide gedachten de andere kant uit  : “O gij succulente lekkere beer, kom terug dat ik dat t-shirtje van je lijf scheur.” Maar gelukkig beschik ik over een enorme zelfbeheersing en richtte ik me opnieuw naar de essentie van deze uitstap. Mijn herwonnen aandacht zag moose ondertussen rare kronkels verrichten met de gleuf waarbij zijn rechterarm plots verdween en de brieven zichzelf naar de stoep gooiden. De consequenties van het gevecht met een overvolle bus. Na poging nummer drie bleven ze achterwege.
   
In een jubelstemming reden wij huiswaarts en betuigden hardop ons medelijden voor al die honderdduizenden sukkels die niet het geluk hebben om zich op een IQ te kunnen beroepen als dat van ons en het schier onmogelijk moet zijn om zo’n pensum tot een bevredigend einde te brengen.
   
Je bent nu eenmaal de intelligentsia van de straat of niet. 
  

Vanavond niet schat, liever op het werk

  
   Mijn gade schrijft ook.
Mijn man schrijft helaas veel te weinig.
Mijn moose wijt dat aan zijn stresserende job, onze alom overheersende kinderschare en te weinig plaats over in zijn concentratieplekkie om zich ’s avonds te buigen over de eigen opbrengsten gekneed tot een inhoudelijk begrijpbaar schriftelijk publiek toegankelijk iets.
Aanporren tot productie helpt niet. Paaien met lezersaantallen evenmin. Ergens in een mapje heeft hij nog tientallen halfafgewerkte ideeën bijeen gebracht, maar die zijn ondertussen gedateerd of hij is de clou vergeten of hij vindt ze toch niet meer zo grappig als voorheen.
   
Waarlijk lastige zooi, zo’n vrijer.
Tot hij tussen zijn vergaderingen en veel werk zich gaat bemoeien met mijn schrijfsels, de lefgozer.
Ons doordeweeks tiktakgemail levert mij echter het onderstaand stukje van bijna helemaal zijn hand, dat ik mij gemakshalve lustig toe-eigen.
   
Zijn eerste uitermate lange mail :
“Minder onverantwoord DAN het leest.  (nvdr : verbetering van de laatste zin van het vorige stuk.)
Zoen zoen”
   
“Wat jij kan, kan ik ook!”, moet ik gedacht hebben en ik drukte hierna op verzenden :
“Muggenzifter!”
   
Toen kreeg ik dit terug :
“Muggenziften? vanwaar zou die uitdrukking eigenlijk komen?
Zou dat een oud verloren gegaan beroep zijn?
   
Ten tijde van de Oost-Indische companie waren Tjika-tjika muggen (Maleisië) zeer gegeerd voor hun vermoede geneeskrachtige werking tegen scheurbuik. (Verpulveren met een vijzel en daarna laten smelten in een oplossing van gin en jodiumtinctuur). Tjika-tjika muggen waren haast niet te onderscheiden van de Maleisiaanse huismug, alleen hadden ze een iets lager soortelijk gewicht. Om de peperdure Tjika-tjika te scheiden van de modale mug werden de gevangen muggen in water gegooid. Gewone muggen gingen kopje onder, onze Tjika bleef drijven. Om de nuttige mug te oogsten, moest men dan alleen de toplaag opscheppen en zeven.
Vandaar muggenzifter.
   
Bekendste muggenzifter was Carelius Willemszoon Ys-Aux-Meau, voorzitter van de muggenziftersgilde te Assebroek. (Zijn kleinzoon vond het piepschuim uit.)”
   

Ikke terug :
“Mierenneuker dan!”
   
Hij :
“Da’s een makkie.
   
Komt uit het Amsterdam van de jaren 20 van vorige eeuw.
Toen al waren de walletjes het centrum van de prostitutie aldaar. Vele vieze kroegen, nog viezere praat en heel vieze zeden. Voor twee keer niks kon je daar een kamertje (meestal boven een smoezelig café) huren met alle venerische ziekten gratis erbij. Alleen enkele ‘gespecialiseerde’ huizen van plezier hielden de hygiëne iets hoger in het vaandel.
Josepha Mieren bvb was veruit de bekendste bordeelhoudster die ervoor zorgde dat haar meisjes -in die tijd- beschikten over een kamer met stromend water. Duur was het alleszins. Maar omdat de beaumonde ook wel eens extern van bil wou gaan, maar zich niet wou vermeien met het gepeupel, gingen die neuken bij Josepha Mieren. De zogenaamde Mierenneukers dus, voor wie het niet om het even wat mocht zijn, maar die gingen voor de haute-classe en daar dus de prijs voor betaalden.” 
   
Ik liet mij niet doen :
“Spijkers op laag water zoeker! Ha!”
   
Maar toemetoeme, weerom hij :
“Euh, die weet ik echt. Hierbij moet ik niks verzinnen.
   
Het is een scheepsterm. Als ze in de werf met een boot bezig zijn en ze laten een spijker vallen, dan zou het dom zijn om dat ding te gaan zoeken in het water, dus werkten ze gewoon voort, omdat de waarde van een spijker omzeggens te verwaarlozen is, zeker als je het vergelijkt met het tijdverlies van het zoeken in het water ervan.”
   
Sja, als hij ineens waarheden gaat verkondigen, is de lol er natuurlijk snel af. Hier eindigde het. Trouwens, mijn synoniemen uit het vuistje waren op.
   
En vooral… met al zijn ‘drukke werkzaamheden’, kan je de vent toch niet eeuwig ophouden?
   
Maar misschien moest ik eens suggereren om zijn blogjes voortaan op het werk te fabriceren?