Stress!

  
   Over een uur verwelkomen wij een paar ouwe maten van moose met hun gezin voor een barbeque. Gezellig gezapig, denk je?
NOT!
Als je weet dat er ene ervan voedselinspecteur is,
De andere opleiding geeft aan huisschilders,
de ene een vrouw meebrengt die forensisch onderzoek verricht bij de federale politie
en de andere zijn vrouw is industrieel ingenieur bouwkunde.
   
Voor de eerste keer van mijn leven met de tandenstokers onder de randjes van het kookvuur en de pompbak staan schrapen, mijn vezeldoekje op het muurtje vetspetters achter het fornuis kapotgewreven, zorgvuldig de toegang tot de pas geverfde zones gebarricadeerd en ons dna en genetisch materiaal zo secuur mogelijk verwijderd uit alle hoekjes en kantjes.
Het huis nog raprap aanvaardbaar renoveren is er niet meer van gekomen.
   
Dàt is stress!
   
En dat het zich allemaal zal afspelen in de hof doet daar niks van af.
  
Advertenties

Voor mij een grote met een portie extra zelfcontrole

  
   Hier lagen we dan opnieuw languitgestrekt in het avondlijke gras van ons gemeentepark. Op een rijtje.
Daar hadden we wel wat voor moeten doen. Ons schamen bijvoorbeeld. En vijf kilometer moeten fietsen. Ons schuldig voelen omdat we gans onze kroost de zwoele nacht instuurden op hun tweewieler waar zich op strategische hoogten een mankement openbaarde. Gebrek aan licht om er maar eentje op te noemen. Puberzap hield scheefgrijnzend haar afgebroken dynamo omhoog, moose sukkelde het voorgaande uur nog wat met de batterijenoplader en losse lampjes, maar de schuif ‘lichtvoorziening allerhande’ bleek ontoereikend om iedereen op te lichten. In huize creatie-F-orthenightinflashylight lossen we dat op met zaklampen geklemd tussen bilspleet en broek en de nog wel werkende marchandise een bepalende plaats in de fietsensliert toe te kennen. En de belofte aan het rood op onze kaken om morgen (of overmorgen of toch tenminste tegen september) het euvel definitief naar het verleden te bannen.
   
Hoe fijn ook, wij pedaleerden niet zomaar door de vochtige bosluchtlagen, vermengd met duisternis. Rugliggen en onszelf een natte achterkant bezorgen, dat kunnen we even doeltreffend op onze privépelouze effectueren. Neen, wij zouden het sneu voor onze burgervader gevonden hebben, als hij ons zou moeten missen bij dat jaarlijkse vuurwerkje dat hij afsteekt. Brood en spelen, wij trappen daar gaarne in. Vandaar.
   
Zelfs de criticus, diep verborgen in mij, had weinig negatiefs op te merken over het spektakel. (Nuja, ze hadden misschien het plein vooraf kunnen droogblazen?) Ik bleef bloemmekees tellen. Iets dat uiteraard pleit voor mijn graad van contentement. Tot er onverwacht zo’n kartonnen huls mijn hals besprong. Uweetwel, overblijfselen die het ontploffend kruit overleefd hebben. Een hele resem zaps en een moose om uit te kiezen, maar moeder mocht weeral incasseren. Moeder bleef echter niet zo koelbloedig als van haar in zulke exceptionele omstandigheden verwacht wordt. Zapma gilde het uit en sloeg dolproleterig met alles dat op dat schurftige moment bewegingsruimte had. Een miniem opstootje dat even snel weer gesust was. Eeey, er is meer nodig om mijn uitje te bederven.
   
Bij het opstaan, vond ik twee meter achter mij een gsm van een arme stakkerd. Arm als in : bezitter van hetzelfde goedkoop(ste) modelletje als de mijne. Meer zelfs, het was de mijne! Deze arme stakkerd begreep er niks van, maar transformeerde toch maar meteen in de meest gelukkige stakkerd. Toeval treft mij meestal als er ongeluk te rapen valt. Hoezee!
   
Bij het ontketenen van onze rijwielen een eind verderop vroeg puberzap haar billenlicht terug dat ze uit risico-overwegingen in het open borstzakje van mijn vestje had gepropt. Flukse ik voerde al trappende bewegingen uit, toen ik in linkerborstzakje viste… en er een knoert van een naaktslak mijn vingertoppen beroerde. Eeey, dit is wel voldoende om mijn uitje te bederven. 
Aan diegene die vlak na het gekrijs  – flegmatiek blijven scheen me die avond niet echt te lukken – een vettige substantie in de vorm van een worstje vanuit een boog tegen zich aan gemikt kreeg, wil ik langs deze weg mijn nederige excuses aanbieden. Ik deed het echt niet expres.
   
Zigzaggend van de doorstane commotie, keerde ik terug naar het oorspronkelijke doel, maar ondanks mijn gefriemel vond ik geen zaklampje. Eén onbesuisd moment vroeg ik me af of naaktslakken plastieken lichten lusten, maar toen werkten mijn hersencellen weer. Alle raadsels in één klap opgelost.
   
Er is slechts één liggende zapnimf voor nodig met open borstzakjes onfortuinlijk gelegen op een cup c om een gsm en een licht in haar nek te doen belanden. Neem daarnaast één idiote zapnimf, die die voorwerpen niet als dusdanig herkent en vermoedt dat ze aangevallen wordt door het vuurwerk. De frenetieke zapnimf werkt het geheel verder af door haar eigen gerief achterover te keilen.
   
You win some, you lose some.
   
Ik won die avond een bergbeklimmende slak en verloor tesamen met de lamp ook nog wat zelfbeheersing.
Dat groeit toch terug aan hè?
   

Een groot trooster

  
   Minizap werd terug afgezet na een dagje uit met het buurmeisje naar hun buitenhuisje.
Op mijn gebruikelijke ‘Heb je je geamuseerd?’ brak haar glimlach als een verduurde rekker en besprenkelde ze mijn toch al besmeurd t-shirt met haar tranen.
Tussen haar luidruchtige snikken door, kon ik de volgende vlezige plot samenstellen :
“Wij gingen zwemmen in de zwemvijver en de buurvrouw was ineens nergens meer te vinden. (De opgeloste buurvrouw had zich enkele stoeltjes verplaatst bij kennissen) Snif. En dus gingen wij maar naar het huisje om wat tv te kijken. (Snot terug in de neus slurpen.) ‘Koppen’ begon net. En weetjewat? Daar was een Japanse menee-hee-hee-hee-heer die een meisje had gepakt (drup) en die die daarna heeft opgegeten. Whoehoeoeboe. L. (de buurvrouw) was nog altijd niet terug en toen dachten we dat zij ook was meegenomen en en en, sniksnik, opgegeten was.”
   
“Ach kindje”, troostte ik, een groot trooster waardig, L. is anders net iets te stevig om ze in één dag opgepeuzeld te krijgen hoor. Je zou nog da-gen de tijd hebben gehad om ze te zoeken.”
   
“Whaaaaaaaa! Jank jank.”
  

Een halve draai rechts… onmogelijk in een bros

  
   Gelukkig is hij gezegend met een latlengte sluik haar.
Het vergemakkelijkt de gang van zaken als je er je moederhand in mikt, halve draai rechts en hem op die manier zijn fiets opsleurt voor het leukste festivalletje ooit : Pulptuur. Vijf podia variëteiten, gemoedelijke sfeer en massa’s plezierig volk om na zoveel tijd weer te omhelzen. Dit alles in eigen dorp. Zijn wij eventjes gelukzakken.
   
Zoutzakzoon protesteerde met huid en haar. Nader bepaald de huid rondom zijn spreekorgaan. Neen neen, hij wilde niet mee, hij had voor zichzelf een opgevulde dagplanning uitgestippeld : voor de tv en achter de pc. Wauw!
Er werd een compromis gesmeed : we verplichtten hem. Simpel. Als het echt zo zou tegenslaan als zijn visioenen hem opdrongen, mocht hij naderhand nog eenzaam en even slecht gezind terugfietsen. Ervan overtuigd dat hij een uurtje later het rijk toch weer voor hem alleen had, nam hij geen drinken of trui mee.
   
Luid fluitend begaf de familie zap naar de plaats van actie. Uitgezonderd eentje dat honderden meters achterop fietste met een lange lip. Uitgelaten stuikte de familie zap doorheen het park, uitgezonderd eentje dat mokkend achterop hinkte. Terwijl de zappies zichzelf allen een aparte bron van vermaak hadden gezocht, vond zoonzap dat hij meer levensvreugde in zijn lamlendige toestand zou injecteren als hij bij ons zou blijven met zijn oneindige gezeur over alle regels van oncooligheid die hij ontdekte bij iedere oogopslag.
Het leven van een twaalfjarige is hard. Dat van zijn opvoeders niet te harden. 
   
Toen wandelde er een mirakel voorbij. Ik nam een duik en vatte het bij zijn enkels.
“Adriaan…”, hijgde ik zonder zijn onderstel los te laten, “doe je ouwe juf eens een plezier en neem zoonzap op sleeptouw.”
Als klasgenoot van zapzoon en net oud-leerling, durfde dat joch niet anders dan te gehoorzamen aan mijn gebiedende wijs. 
Of hoe je zoon kwijtmaken kan vergeleken worden met een waterval in alle tinten opluchting. Ons genieten kon eindelijk ook van start gaan.
   
Het gezelschap waar we deel van uitmaakten, koos voor de sfeer. Wat er op neerkomt dat, ondanks de vijf plaatsen van amusement, we de hele namiddag niet van die paar vierkante meters die het dekentje bestreken, weg te slaan waren. Zon, babbels, elkaar en het gevoel dat dit de hemel is. Af en toe kwam er een zap (of andermans kind) aangewaaid om even snel weer door te stuiven naar nieuwe horizonten. Behalve zoon, die de hele dag spoorloos bleef.
Voor Bart Cannaerts, de winnaar van Humo’s Comedycup, wilden we nog wel eens de benen strekken en de traanklieren activeren. (Zijn stukje over Luc Beaucourt was hilarisch.)
   
Ondertussen werd het 21.30u, het uur dat de Paranoiacs geprogrammeerd stonden. Niet dat ik daar zo ondersteboven van ben, maar nu we daar toch waren…
Te omschrijven als pokkeherrie en dan blijf ik beleefd.
Onze aversie tegen teveel beweging in acht nemend, bleven we plakken achteraan het veldje, veilig dicht tegen de dranktent.
   
Tot een van de vriendinnen haar rondhotsend oog toevallig een eigenaardigheid opmerkte :
“Daar daar, zie dat jongetje stoer doen op het podium.”
En een andere : “Euh… kennen we die niet? ’t Is kerdju eentje van zap!”
Moose en ik, wij bleven stil… in stilstand… in bijna hartstilstand.
   
  
  
 
   
(Met dank aan de gsm van Adriaan.)
   
“Bedankt mama, dat je me gedwongen hebt, kwetterde hij (dorstig, koud en breedlachend) op de weg terug naar huis.”
  
Ik denk erover van hem een bros te scheren…
  

Mijn vriendin Sabine

  
   – “Trut!”
– “Tegen wie heb je het?”
– “Niet tegen mezelf!”
 Ik gooi mijn kin met het hoofd een koppel keren richting de buis, maar ze blijft stevig waar ze zit en alleen mijn onderlip doet even van blbllbl.
– “Bedoel je Sabine Hagedoren?”
– “Ja.”
– “???”
– “Die valse tik. Loopt ze eerst dagenlang opgewonden te kakelen over de zomer die zich eindelijk gaat ontplooien, dan is hij een dag te laat en dacht je dat ze daarvoor eens ‘sorry’ zei? Neen hoor, dat is niet van haar gewoonte en zie nu :
morgen : onweer
overmorgen : onweer
de dag nadien : onweer
vervolg : onweer
Tof, we hebben net het zwembadje opgezet. Een zwembad met hagel, dat hebben we nog niet gehad. Het krel!”
– “Daar kan zij toch niks aan doen?”
– “Oooooh nééééééé? OOOOOH NEEEEE?
Blinde vent! Kijk dan! Kijk wat ze nu weer rond haar lijf heeft gedraaid. Iets pluchengroen dat voor trui moet doorgaan. Iedere keer opnieuw probeert ze de innocente volger van het weerbericht een afleidende opdoefer in zijn oog te verkopen met die vodden van god-weet-waar-ze-ze-uit-de-container-graait, geen wonder dat het hier een week gaat donderen. Dat mens is een shitmagneet, die tart in haar uppie eigenborstig alle weergoden : ‘alle onheil naar die bliksemafleider sturen, mannen, poog dat mens haar kleren af te regenen/stormen/blazen, eerder is onze missie niet geslaagd’. Spijtig dat wij wel in een straal van honderd kilometer wonen.
– “Lief, vind je niet dat je nu een beetje overdrijft?”
   
Neuu.
  

Voor als hij op zijn handen gaat staan

  
   Kent u de uitdrukking : ‘De massa is dom’?
   
Laat ik vooral niet veralgemenen, maar ik vind er toch al ene.
  
   
   
Uw reporter ter plaatse vertelt er u meer over.
  

Vanitas vanitatum (stok)

  
   “’t Is komkommertijd, laat ik het mij eens gemakkelijk maken met het uitvinden van volslagen onzin en mij zo een kronkelweg banen tot de diepste regionen van blogspace, misschien blijft er met een minimum aan geluk wat faam aan mezelf plakken.”
   
Een gedachtenworm die ik toedicht aan de bedenker van alweer de volgende stok.
Stokken dienen om in wielen te steken, mijn beste, onthou dat een keer. Of je ex ermee af te ranselen. Of om erop te kauwen als de volksmond er ‘zoethout’ tegen zegt. En in een uitzonderlijk geval kan je er ook mee voor de spiegel tussen je vingers staan draaien, ingepakt in je roze minirok, een ouderwetse waston omgekeerd op je kop en dromen dat je het marjorettenbestand van je dorp aanvoert. Een uitzonderlijk geval dat ik in mijn jeugdjaren wel eens placht uit te beelden bij gebrek aan een goeie film op tv. (De andere mogelijkheid was gaan tapdansen in de garage op mijn klompen, maar laten we dat vooral stil houden.)
  
   
Maar toch, omdat uw zapnimf de kwaadste niet is, strijkt ze nog eenmalig over haar hart. Tweemalig… driemalig… hm? Wat voel ik daar? Neen, onder de bh-beugel. Ja daar. Warempel, een kluit gevlochten ijdelheid, weliswaar ingebed in zachte vlokken euh… vet.
Ai, gestreelde vanitas, neppiger dan dit kan het niet worden, maar ik moet bekennen dat zulke soorten aaitjes mij doen afgaan als een gieter… een fiere. Ik ben er ontvankelijk voor.
   
Of Madameblogt en Passe-vite (update : ondertussen zijn daar Tante Annie, 2complex2understand, Kris Kras, Margo, Elle , Lalena, De Gentse ZwijgerMenckElke (een afteraward), ’t Vliegend Eiland, Luipaard en Storm bijgekomen) daar enige rekening mee hebben gehouden, weet ik niet, maar… tataaaaa… ik werd er vernoemd in eenzelfde zin met ‘briljant’! Owkeey, mijn blog eigenlijk feitelijk. Dat de persoon erachter een fatalistisch kreng is dat het liefst met gefundeerde tobotokkels de mensheid in de grond zou willen boren, heb ik tot hiertoe nog kunnen verdoezelen. Mede dankzij het gegeven dat je voor onderbouwd gezemel misschien ook iets van je onderwerpjes moet weten? Vandaar dat ik mij beperk tot triviale quatsch. Banaliteiten uit eigen huis. Briljante banaliteiten vanaf nu dus! 
Briljant als : ravissant, puissant, exorbitant, charmant, eclatant, frappant, pikant!
   
(Andere ik : “Jaja, vooral.
Ik ken er nog zo’n paar : 
Zap, straks weer navenant gestrand met je kokkel in het zand.
Onderhand nog niet geleerd, simulant?
Toch markant, zo’n minimum aan gezond verstand.
Redelijk gênant, dat vallen door de mand.”
   
Andere ik wordt als een dissonant ontmand, de arrogante vijand!)
   
Maar we wijken af.
Ik hoor nog een paar kandidaten te selecteren die ik op mijn beurt mag meesleuren in het rad der stok. Mijn criteria zijn simpel : Als ik met uw geschriften hardop heb moeten lachen, staat u erbij. Of het hier uitlachen betreft of niet, laten we veilig in het midden.
   
Alfabetisch gerangschikt, want aan voortrekkerij doen we niet :
   
Allez, een flard micronepotisme is natuurlijk nooit verloren. Met de deze moet ik wel lachen. Verplicht. Dat is eigen aan het partnerschap, aan huisjes weltevree en het adagio : ‘Vrolijke vrolijke vrie-ien-den, vrolijke vrien-den da-at zijn wij’. De eerlijkheid tikt nu wel hardhandig op mijn schouder om me te sommeren dat, als hij al eens iets schrijft, de ‘hahahaha’s’ afkomstig uit mijn bek, talrijk zijn. (Ook uit herkenning omdat de familie zap op allerlei ordentelijke manieren plastisch afgebeeld worden.)
   
Het lachen voorbij. In zijn geval heet het proesten en achteraf de tafel met de schotelvod moeten afkuisen. Afgrijselijk foute boel en wie niet doodvalt van het lachen bij zijn Colalollyman, blijft gewoon doorleven… als zuurpruim.
   
Sja. Sja. Waaf en waan. Waanzinnig zelfs. Totaal pedagogisch onverantwoord, dat ze zoiets ooit na de geboorte niet gesmoord hebben, het blijft een van de raadsels in de wereldgeschiedenis. Hoewel, ze blijft geweldig om mee te schuddebuiken, vanop afstand dan, want voor je het weet heeft ze haar slechte invloedklauwen in je billen gezet en dan valt er alleen nog te hopen dat je het telefoonnummer van een goeie exorcist bij de hand hebt.
   
Sabine. Waarvoor ze het woord zelfrelativering hebben uitgevonden. En trezebees. Trezebees van de ex dat is. Meteen twee van de hoofdrolspelers die de kop van jut mogen vertolken en die bewijzen dat bloggen een volwaardige vorm van (leed)vermaak is. Zonder twijfel komen daar binnenkort nog bazen, buurvrouwen en boertige beuzelaars bij. Onmiddellijke omgevingen aan de kaak gesteld. En hoe! 
   
Geen kop van jut hier. Slechts een knot zottinnen en een Coltrui (zie boven), die graven in hun eigen belevenissen, hun fantasieën en in andermans zaken. Nooit normaal, altijd geschift, maar o zo diagonaal geschift. Vermijd koffie drinken tijdens het lezen ervan. Vooral niet als je net propere kledij hebt aangetrokken.
   
Het laatste wat we ervan lazen was ‘Auf wiedersehen’. Ik pak dat letterlijk. Wedden dat Kris dat geen paar weken volhoudt of ze jinglebelt haar absurde kijk op de media, haar kroost en haar ongenaakbare positie als oermoeder weer om onze oren? En anders starten we een petitie. Ze was een dagelijkse bulderlach waard. Hup Kris, hup. Wees kras!
    
Single zijn en de kaap van de dertig gepasseerd. Het zal je maar overkomen. O, toevallig is het me al eens overkomen. Als ik twee jaar terugkijk, zit ik terug in het gefrunnik waar deze deerne zich staande houdt. Herkenning herkenning! En grinniken (snurkend), meevoelen en jaloers zijn omdat ik in tegenstelling tot haar geen steek kan koken, laat staan schminken.
   
Ons kent ons. Omdat ik er eigenlijk maar zeven mag aanduiden (Huh? Zeven dwergen, zeven anjers en rozen, zeven hoofdzonden, zeven blogs?) Tellen we madame er efkes niet officieel bij omdat zij mij deze stok heeft aangedaan. Maar haar tussen de mazen van het net laten schieten zou een schande zijn. Wie nog geen luidruchtig plezier aan deze dame heeft beleefd, steekt nu zijn/haar vinger op en ik maai hem tot de oksel af met de cirkelzaag… wat me nog een billijke straf lijkt. Toch moet er in haar jongere jaren iets vreselijks mis gegaan zijn met madame. Haar geest is nooit meegegroeid met haar leeftijd. Ben ik efkes blij dat mijn moeder (die slechts enkele jaren ouder is) niet met die kwaal worstelt. Zo’n energiebom is onmogelijk te harden als dochter. Als lezer daarentegen… 
    
Ook helemaal alleen op het humoreiland, deze knaap (geen flauw idee welke gezegende leeftijd deze mens reeds in zijn lenden en leden heeft zitten). In plaats van gieren en brullen begin je hardop in jezelf te praten : “Blogbaas, wil je met me trouwen alstublieft?” bijvoorbeeld. Of : “Hugo Matthyssen heeft zijn gelijke gevonden.” En ook : “Dat iemand die kerel hem eens rap een persoonlijke tekenaar cadeau doet en een uitgeverij!” Daarna gniffel ik. Een beetje in het wilde weg.
   
   
Mag ik van de gelegenheid gebruik maken (iemand roept : uiteraard troela, ’t is uwen blog!) om als voetnoot Duvel en Zeezicht een alternatieve bos bloemen onder hun neus te steken?
(Tulp eigenlijk ook, maar die staat nog minstens vijf ruikers bij mij in het krijt, dus voor jou zullen het pisbloemen uit de hof worden, kind!)
Deze drie zou ik willen nomineren in de categorie : commentaren waarmee je zapnimf haar amandelen kan bewonderen. En als je snel bent ook nog het vulsel in de achterste kies.
   
Als we dan toch bezig zijn :
Zabrila : meest opmerkzame lezer
Lalena : meest op de vingers tikkende lezer
Mijn echte vriendinnen : meest onzichtbare lezers
U : volhouder tot het einde van dit stukje! Bravo!