Twee weken geen LO, toch ook niet te versmaden?

  

   Voormiddag
“Komaan zeg, doe niet zo flauw, ik zie niks. Een beetje zalf erop en dan is dat weer helemaal in orde. Over een beek springen is leuk, maar je moet ook wel goed neerkomen hè?”
   
Namiddag
“Allez vooruit, ga wat met de andere kindjes in die supermaïsdoolhof dolen. Mama blijft hier op dit zonnig terraske gezellig koffiedrinken met de vriendinnen. Hup hup! En mank een beetje minder, je overdrijft.”
   
Vooravond
“Jaaaaa, dat is nu eenmaal zo, ’t is dorpsdag en ik heb mij opgegeven om mee te helpen opruimen op school. Maar jij mag met je vriendinnen over de jaarmarkt en de kermis huppelen. O? Doet hij nog zeer? Ik zal er straks thuis nog eens naar kijken. Stop met dat op je tip lopen, straks forceer je die nog. Nee, ik vind geen parkeerplaats dichter in de buurt. Niet zeuren.”
   
Avond
“Als je een nachtje hebt geslapen, zal hij wel genezen zijn. Jij mankeert iedere dag wel iets. Zo erg zal het niet zijn zeker? Je hebt de hele dag gewandeld en gespeeld.”
   
Volgende morgen
“Hoe? Waarom hinkel jij? Pijn? Je kan er niet op steunen? Weet je dat wel zeker? Heel zeker? Hmm.”
    
Kerel bij het röntgenmachien :
“O madam, dat ziet er dik en blauw uit.”
Ik : “Euh Ja? Ik zie niks.”
Ik : “Blablabla… krulzap beetje hypochonder meestal… ”
Kerel maakt zich klaar om me het woord hypochonder te gaan uitleggen, alsof ik – godbeware – het in een hele verkeerde context gebruik.
   
Middag
Afijn… krulzap veilig op de schoolterreinen afgeleverd.
Met krukken en een plaaster.
En gewrichtsbanden die een trek hebben gekregen.

Advertenties

Wat een speleding kan overkomen

  

   Ik Fez, jij Fezt, wij fezzen.
En eergisteren Fezde ik.
Dé Fez, het Marokkaanse restaurant in de kloosterstraat in Antwerpen. U voedert zichzelf daar toch ook?
Uw zapnimf reeds voor de tweede maal. En waarschijnlijk tevens de laatste keer.
Indien u van het nieuwsgierige type bent, verwijs ik u gaarne naar jutblogt alwaar enkele relaasjes reeds hun plek hebben gevonden. Omdat het nu eenmaal met die troep losgeslagen mossels was, waarmee ik mij aan het schransen waagde.
   
Maar maar. Blijft u vooralsnog hier. Want ik ga het lekker over een vibrator hebben! Jaja, zo’n trilding voor de verzachting van pijnlijke nek- en schouderspieren en zijn afdwalingen naar minder oppervlakkige stimulering : het diepteonderzoek zeg maar.
Van een vibrator terug naar Fez, het is slechts een klein (gedachten)trapje. Het trapje onder tafel afkomstig van de laars van Huisvrouw die mij deed opschrikken uit mijn dagdroomspiraal.
   
Met het staren naar de lampionnen aan de lambrizering, terwijl ik daar voor pampus lag, ingebed in veloeren kussens op een bankje, stak de herinnering weer de kop op : mijn eerste kennismaking met de uitheemse maaltijd geserveerd in dezelfde eetgelegenheid.
Dat was met mijn homovriendjes en een bevriend koppel, die hun spaarcentjes hadden uitgelegd omdat ik zo’n toffe ben en toevallig jarig toen. Tussen de couscous en wat zelfingenomen blikken door kreeg ik een langwerpig pakje toegeschoven.
U weet uiteraard al wat, daar ik hierboven de clou al in uw maag heb gesplitst.
   
Het leek wel trendy, in het eerste jaar na de scheiding. Iedere gelegenheid was prima om die zielige turf zapnimf wat surrogaatplezier te verstrekken in de amoureuze en pornografische sfeer. Naast een tiental anonieme valentijnkaarten van lepe vriendinnen, kreeg ik dat eerste jaar ook nog : Chinese balletjes met zoemfunctie, die shampoo waar de hoofdrolspeelster in de reclamespot onder de douche zo hard kreunt alsof ze postuleert voor de erotische prent die in de studio ernaast werd opgenomen, niet eens ordentelijk uitgescheurde zoekertjes van vrijgezelle mannen uit de flair, kikkerprinsen op tassen en kaarten, fallusrietjes, een boek kaarten met blote venten en allerlei verwijzingen naar Jacky met zijn lamme arm. (Die mediageile gigolo die naast de fiscus ook nog vele vrouwen rolde(bolde). De minder mobiele sukkelaar leefde van een uitkering toen hij de ideale zwarte job vond. Zwart als in nacht, moet hij gedacht hebben, want overdag kwam hij te pas en te onpas zijn boek – ‘Mijn leven tussen de lakens’ – en zijn begaafdheden etaleren op tv en in de boekskes. Op een dag vind je de job van je leven, Jacky Secke, en dan word je gejost natuurlijk!)
Zo ontving ik van vriendelijke collega’s een grote pot yoghurt, van het merk Jackie, met aan de zijkant twee kartonnen armpjes geplakt waarvan er slechts eentje kon bewegen via een splitpen. Spitsvondig genoeg, mijn vriendenkring, maar een tegoedbon… ho maar!
   
In bovenstaand licht bekeken, keek ik niet eens scheel bij het openmaken van een bewegende dildo. Trouwens… in datzelfde licht, kreeg ik de invitaties destijds tot deelnemen aan talloze upperdare party’s niet meer verwerkt – goed gerief pertang – en had ik mijn voorraad hulpmiddelen reeds ingeslagen.
Ik bekeek het staafje argwanend. Moest dit een speeltje naar mijn formaat voorstellen? Gierige projecteurs van eigen (aars)maten! Zo’n miezerig stukje plastiek in mijn bijzijn! Ik voelde me terstond in de poep gepakt. Yo mannen, serieus blijven hè, er zit hier wel iemand voor jullie die al vier keer de rek in de uterus en zijn uitloopsels heeft meegemaakt. Flexibel. Omdat het nagerecht nog moest verschijnen en ik daar nog van wilde genieten, hield ik deze grondinborende flitsen voor mezelf en zei braaf : “Dankuwel lieverds, mmmm mmmm!”
   
Daags nadien holde ik met het geschenk naar S., net uit de echt gescheiden, met een taille als de steel van een parasol en bovendien slechts twee keer barend geweest. Zij moest haar experimenten maar voorzichtigjes opstarten zo redeneerde ik en ik kon haar daarmee blijmaken! Ok, beige is ook niet bepaals mijn meest lustopwekkende kleur, maar S., sinds wanneer ben jij aanhanger van ‘ondank is ’s werelds loon’? Aanpakken! En rap!
   
Ze leerde er mee leven. Ze leerde er zelfs vrij regelmatig mee leven. In harmonie.
Soms in iets mindere omstandigheden. Die keer toen ze ging zitten en vergat dat…
   
Tot op een dag dat leven letterlijk overhoop werd gehaald door een inbreker. De rotzak had haar hele huis ondersteboven gedraaid.
“Ma, pa, kom snel”, zo hyperventileerde ze aan de telefoon, “bezoek van een dief gehad!”
Haar ouders, de politie, de buren… ze hadden in die mate empathie voor haar dat ze mee alle kamers kwamen inspecteren.
   
“Wat is dat daar op het midden van je bed?” vroeg een curieus iemand nog.
En een ander : “S? Wat doe je nu? Waarom spring je ineens tussen al die rommel? Je verknoeit de sporen!”
   
We hebben nooit nog iets vernomen van haar speelgoed.
   
Sjotsjotsjot.
Huisvrouw bracht me op haar eigen zachtaardige manier terug in het heden. Jutblogt en Fez.
En nu allen daarheen!

Foute dicht(b)oel(ewapper)

  

   (vervolg op vorige)
 
Ik voelde mij Jacques Prévert.
Daar midden in de nacht.
Met rijmsels, zo spectaculair
en helemaal zelf bedacht.
 
Tijd om te evalueren.
Jee, ik heb het weer gelapt.
Zillion keer kut met peren,
geen kat die het heeft gesnapt.
 
Die poëet in mijn reet,
de geinponem, de malloot,
had me weer eens goed beet.
Ik schaam me alvast een beetje dood.
 
Een beetje.
Weinig.
Bijna.

Niks dan de medische waarheid!

  

We komen elkaar tegen,
na ’t werk en onverwacht.
Gij hebt mij dat verzwegen.
Ik vind dat vrij verdacht.
   
Wat doet gij hier, gij snotneus?
Indisch doof aan één oor?
Te klapperen als een koortskneus.
In de wachtzaal van mijn doktoor?
   
O gij zielige zeur, gij zieken boer,
waar is begod uw geduld?
Ook gij moet wachten op uwen toer.
Wat teent ge nu met mij op consult?
   
Voorkruipen… niet netjes hè maat?
’t Kan me niet schelen, manco of frustro,
maar bij wijze van traktaat
krijg ik van u mijn uitstrijkje cadeau!

Stokkerdeboere! Potvolscheetineenfles!

  

   Wat voor een kinky opgeblazen peutengedoe is me dat nu weer?
   
“Geef zes saaie onbetekenende details vrij over jezelf.”
   
Als er een gelegenheid komt aanwaaien om dolkjerugsteekje te spelen… ze zullen het niet laten, hè Huisvrouw? In mails klink je nog als : “Mag ik vriendin tegen je zeggen, o supernimf?” En ik mezelf maar inhouden om iets anders te schrijven dan : “Ok, je mag eerstkomende woensdag mijn tenen likken.” Neen, beleefd als ik ben forceer ik mijn pinken om ‘ja hoor, huisvrouwie’ terug te plokken via de dezelfde weg. Truttemie.
   
Laat het toeval nu wezen dat uw zapnimf uit één homp te verwaarlozen saaiheid bestaat. U maakt het zelfs bijna dagdagelijks mee. Slaapverwekkend vervelend tot in het kwadraat. Dat pikt eens een open monumentendag mee, dat wordt na jaren opgevist door verloren gewaande ouwe buurmeisjes, dat ontdekt dat de cola light op is en schiet in paniek. Dat soort. Niks van belang om over te rapporteren dus. Anderen springen nog wel eens van een berg met stoffen vleugeltjes of krijgen af te rekenen met het energieverlies dat de huidige maatschappij zo kenmerkt of kweken hun eigen deliriums. Spannend!
Helaas, een ander toeval in hetzelfde universum heeft uw zapnimf ingefluisterd dat het haar lotsbestemming is om al die niksigheden in quasi onleesbare zinnen te gieten. En u, dommekloot, leest dat dan ook nog. Waarmee u medeschuldig bent aan het ontstaan van de vicieuze cirkel die hier, hetzij een tikkel ironisch, ‘weergaloze fratsen’ heet.
   
Maar kom. Dat is het einde van de wereld niet. En nu de deeltjesversneller alweer op zijn gat ligt, zit dat ook niet zometeen eraan te komen. Tijd om mezelf te focussen op een ander zwart(geblakerd) gat. Indien u er niet zo expliciet achter had gehengeld, lieve Huisvrouw, en als ik er al niet minstens een vierde van mijn bloggies eraan gewijd had, dan zou ik met klem verzwijgen dat de term ‘oorverdovende flatulerende ontsnapping’ mij niet geheel onbekend is. De parabel van de talenten indachtig, probeer ik heden ten dage dit gegeven te ontwikkelen tot het het niveau van neusverdovend heeft bereikt. Hoewel, eerlijk is eerlijk, deze kunde zou ik niet op mijn uppie kunnen bolwerken. Mijn dank ging de laatste keer uit naar mijn gierige zus die vond dat een Chinese rijsttafel voor vijf personen volstond om tien hongerige familieleden te voeden. Nadat neefjes, bompa en de snelle beslissers met de bovenste laag uit de bakjes hun innerlijke mens versterkten, bleef er voor uw zapnimf vooral veel ajuin over. Moet ik er een tekeningetje bij maken? (veel wolk)
   
Gerelateerd aan deze problematiek, hoest ik losjes uit de mouw nog twee nietige en onbenullige details. Liegen en lachen. Weliswaar mij ingegeven door de druk van de gemeenschap. Naar het schijnt is het niet zo heel erg netjes om uw darmstelsel toe te laten waar het op dat moment hoge nood aan heeft. Stomstomstom. Liever dan petomanie te vereren als een gevarieerde kunstvorm, loopt de gecultiveerde mensheid dubbel van de kramp louter omdat het niet hoort van ongevraagd geluid/geur te produceren voor zijn beurt. Welk een ramp zou zo’n lucht kunnen toebrengen aan het binneninse persoon? Aan het inwendige stelsel van het scheetstimide individu met een lek! Dit vraag ik mij dus af. Gewoon hypothetisch. Want ook al dient uw zapnimf zich in dichtbevolkte gebieden al eens aan te passen aan haar medemens er is een grens aan haar toegevingen. Ze aarzelt bijgevolg niet om het leugen om bestwil te hanteren. Haar bestwil. “Maar Ingrid! Wat doe je nu?!” is een populaire. Of berispend : “Poes!!!” (gelet dat er een poes aanwezig is.) Of druk gesticulerend : “Ikke niet hoor!” en een onschuldig iemand vorsend viseren. Schijnheilig wegkijken wil ook wel eens helpen.
   
Onze lieve Heer weet hoezeer ik omtrent deze hele reutemeteut serieus tracht te blijven, maar het lukt me nooit. Even ongezond als uw onderste winden terug te zenden waar ze ontstonden… uw met decibel gepaard plezier onderdrukken. Ik weet het, het is zoooo schorem gelinkt, zo gespuisachtig, zo goedkoop, zo pariaminded, maar de hinnikende lach is mijn deel bij gebeurtenissen als bovenstaand. ‘Trek eens aan mijn vinger’, het zou bij wet verboden moeten worden. Ik zou clandestien opereren.
   
Bleve het maar beperkt tot dit unicum (ok, een regelmatige eenmaligheid, maar soit), mijn omgeving zou het mij nog kunnen vergeven, denk ik. Maar op gebied van lachen weet ik geen maat te houden. Doe uw ogen dicht want wat volgt is mijn intiemste geesteloos detail : ik ben zo’n sul die met zichzelf lacht. Vergeet iedere verwijzing naar relativering. Neenee, letterlijk. Walgelijk ergerlijk zoals in : nounou zapnimf, jij bent me er eentje, whoehahahahaha! Wat ben ik toch goed! Gnuifgnuif. Hihihihi, heb ik dat zelf uitgevonden? Er is duidelijk iets misgelopen bij het uitdelen van de ego’s. O o o, wat erg! Streel streel.
In mijn voordeel zou ik willen pleiten dat ik thans opgescheept zit met een egostrelend geboren moose die het nalaat van deze kwaal hardhandig de kop in te drukken. Als hij er mij al eens op wijst, is het steeds te liefdevol. Alweer mijn schuld niet dus!
   
Naast het aaien van mijn ik, doet hij dat op gepaste momenten ook wel eens met mijn andere kant, bekend als voeten.
Hoe vervuld met afschuw keek ik destijds naar de prentjes in een roddelblad dat toen zijn winst opstreek door de publicatie van Fergie (nog iemand die zich haar herinnert?) met een tenenlikkend kaalhoofdig minnaarssujet aan haar ligbedeind naast een zwembad. Hm. Tij kan keren, ik was nog erg jong en onervaren. Hier verschijnt alweer mijn gegibber als er tenenkusjes uitgedeeld worden, lebbers en zachte bijtbewegingen. Haha! Ziehier, dat is nog eens een onbeduidend detail dat u niet wilde weten hè? Zapnimf ondergedompeld in (blote)voetenfetisjisme!
   
Het laatste onnozele weetje over mijzelf, is er eentje waar anderen mij op attent maken. Zelf ben ik me daar geheel niet van bewust. Volgens zij die het kunnen weten ben ik best een toffe griet, een meid die een gesprek – als het niet over kwantumfysica gaat – kan volgen, een deerne die zich kan manifesteren in meervoudige situaties, een moeder met principes, iemand met een minimum aan culturele bagage. En toch, nog steeds de kenners aan het woord, zou ik helemaal niet zo overkomen.
Gij zijt precies een van ’t kantje! Een vettige troela. Een hersenloos schepsel. Dikke mee met haar twaalf stielen en dertien ongelukken. Proletarisch seksbeslust geteisem. Als ge u leest toch.”
   
Ja? Echt?
Geen idee waar dat beeld vandaan komt.

Wie het stokje past, trekke het aan.

Ben je er nu weer?

 

“Waarom kijk jij alweer naar ons?” 

“Dat zijn vogels mama, af en toe hebben die nood aan euh… vogelen.”

Hoezo? Wij?

 

  

Zapjong : “Maar neen, wij hebben die snippen niet eens aangeraakt!”

 

 

“En daarbij, volgens ons hebben die vogels zo’n bek!”