Herfsthersenbriesje

  

   – Kijk! *wijs*
– Een zapnimf!
– Wat doet ze nu?
– Ze pakt.
– Ze pakt?
– Ja, zeg maar graaien.
– Wat graait ze dan?
– Herfstvakantie.
– Ooo. Maar dat is meer dan toegelaten.
– Ze pakt herfstvakantie in haar kop, zegt ze. Efkes.

Mijn straffe eerste zin!

  

   “Uw beginzin moet vlammen!”
“De lezers moeten willen verder lezen.”
“Werk met beelden, maak een webschema, brainstorm tot je aan een treffende voorstelling komt.”
   
Zo werd Madameblogt, Chelone en mijzelf ingeramd, vorige zonnige zaterdag. Wij offerden deze prachtige dag op om het verschil tussen cursiefjes en columns te ontleden, een initiatief van de vzw Creatief schrijven.
   
“Owkeey, wat hebben we geleerd vandaag?” recapituleerde ik die avond, toen het beeldscherm met klavier per ongeluk voor mijn neus kwam aangeschoven.
“Pakkende zinnen, sterke clou, abstractie overslaan…”
   
En ik begon mijn stukje voor Jutblogt, vandaag aldaar te bewonderen :
   
“Er was eens een boom.”
   
Als dat niet een echte keelgrijpende inleiding is…
Enne, echt gebeurd hè! Ooit.
Allen daarheen!

Een staaltje van goed bestuur

  

   Mijn sociaal leven ligt in de goot.
De diepvries is rijp voor ’t stort.
Mijn hoop is niet bijster groot
bij het zien van pubers rapport.
   
Inspiratueel ben ik aan ’t floppen.
Nefast voor de bloedsomloop.
Maar vooral :
De nieuwe laptop is sinds gisteren naar de knoppen
Zapnimf, uw leven is een groteske puinhoop!
   
En je had dat kunnen lezen in uw horoscoop.

Met de matras in de hand, vermijd je mislukte handstand

  

   Mijn wallen groeien als de wortelstok van onze bamboe door naar mijn oorlellen, waarbij ze ongenadig mijn wangen doorkruisen. Straffer nog, ik verdenk ze ervan, onzichtbaar maar vernietigend, al via het oor doorgedrongen te zijn tot de bovenkamer en daar als puntige speren ieder restje denkvermogend behang af te krabben.
   
De afgelopen week was er eentje om u tegen te zeggen. Al zou ‘verprutszevendaagse’ het plaatje beter illustreren. Zo verknoeide ik menig schoolarbeid, vatte ik geen essenties meer van gesprekken, vergat ik wat ik vergeten was en toen ik een middag over huis snelde om die vergetelheid alsnog op te halen, vergat ik ze opnieuw. Maar ik had in tussentijd wel een lekker stuk chocolade onder mijn verhemelte gemoeffeld. Negativiteit valt altijd wel te nuanceren.
   
“Slaaptekort,” sprak ik streng, “dit is de laatste dag van uw triomf. Frisse monterheid zal mij vanaf morgen, of overmorgen, of de dag nadien, terug kenmerken. Kruip alvast in je hol.”
Dit wijs voornemen met zich meedragend, sleepte ik mij omstreeks half drie ’s nachts – voor de allerlaatste keer op een werkendag, zeker weten – eveneens naar mijn duistere nest. Vertederd luisterde ik naar de slaapgeluidjes van mijn partner. Hij ronkte reeds in het stadium ‘durfmenietwakkermaken… nee,ooknietvoordatte’, dus ontweek ik in alle stilte de voor het bezoek verstopte wasmanden, de stapeltjes om ooit nog eens op te bergen, het nog te repareren kleerkastspiegelpaneel en zowaar, het was me gelukt zonder geluid aan mijn zijde van het bed te geraken zonder hulp van lichtgeschijn.
   
Het is op dit punt dat ik wil pleiten voor een grondige analyse van uw bedinstap. Gaat u eerst zitten om vervolgens uw benen te laten volgen? Kruipt u met handen en voeten onder uw dons en ploft u daaraan gekoppeld languit in positie? U duikt?
Ik interpelleer u hierover in uw eigen belang, mijn beste. Er kan hier wat worden bijgeleerd en vooral vermeden.
   
Immers, uw zapnimf doet het via de-turner-aan-het-paard-methode : plant de rechterhand stevig het matras in en springt dan, met het onderlijf als een half schroefje in de lucht, hoepla, zichzelf rechtstreeks op haar rug de droomkosmos binnen. Misschien dat er nog net een zoen afkan aan haar voorganger. 
Inderdaad, ik ben mij ervan bewust, deze gang van zaken is ingewikkeld, neigt naar acrobatie en mag uitsluitend beoefend worden door ervaren bedlegerigen. Maar vooral! Probeer dit niet uit als uw hoofd aan kortsluiting lijdt!
   
Want dan zou dit uw deel kunnen worden :
Hand : “Waar is de matras? Ik voel niks! Waar is…aaah!”
Bekken : “Niks dat me tegenhoudt, waarom draai ik nog een kwartslag door?”
Rug : “Dit klopt niet. Help! Wat is dat? Een nachtkastje? Een afgebroken handvat van dat nachtkastje? Dat schrijnt! Dat boenkt! En waarom lig ik daar holderdebolder half op?”
Been : “Ik ben een spiegel aan het vermorzelen! Ik ben een spiegel aan het vermorzelen! Neeeeee, de spiegel is mij aan het vermorzelen! Doe iets! En rap!”
Ander been : “Er is niks dat ik kan doen, ik hang vast aan de bedrand! Ongemakkelijk!”
   
Deze apotheose van de dag ging gepaard met een gedonder dat de eerstkomende apocalyps ruimschoots zal overtreffen.
Moose klikte sneller recht dan een knipmes : “Zapzapzappie, wat is er gebeurd?!”
   
“O niks speciaals,” verklaarde ik vanonder brokken meubilair, blij dat ik de wekkerradio niet met mijn tong had meegeraspt, “mijn manier van verpozen als de helderheid me in de steek heeft gelaten.”
   
Fris en monter, het zal nog niet voor morgen zijn want mijn rug en gat doen zeer. Dat leidt de concentratie af.

In wezen zijn we alle vijf hoger opgeleid van inborst

  

   – “Vagina?”
– “Nee, dat klinkt te afstandelijk.”
– “Spleet(je) dan?”
– “Dan denk ik aan verkrachtingsscènes, laat het!”
We zwegen altegader, niemand die weten wilde wat Mme Zsazsa in haar eigen erotische tijd uitvreet in grotten en kloven op muren of waar zij ook kieren, scheuren, barsten mag tegenkomen.
   
– “Vulva?”
– “Zot? Dochterlief, was je vulva een keer… te medisch.”
– “Yoni?”
Het stuit op een universeel vomeergebaar, verstaanbaar voor doven en gehoorgestoorden.
– “Ik ken een kleine die zo heet. Die associatie wil je toch niet op je geweten hebben?”
   
– “Kut?”
– “Aaaargh, zwijg Leen, vroedvrouwen mogen van mij zo’n woorden niet in de mond nemen. Die moeten boven alle verdenking verheven worden zulke vulgariteiten te hanteren!”
Moeilijk mens, die Zsazsa. Het is dat ze van inborst hoger opgeleid is, of ze mocht buiten het terrein van de Huisvrouw haar ambities omtrent juiste woordkeuzes voor de intieme delen gaan waarmaken. Gekwalificeerd enquêteur, een kolfje naar d’r hand, als je het mij vraagt. Maar niemand die het vroeg dus de hoogstaande conversatie nam een verdere vlucht :
   
– “Gleuf-scheur-doos-muis-pruim-poes-snee-flamoes-voorpoep-schede?”
– “Er moet toch een woord voor bestaan dat niet kunstmatig klinkt?”
   
“Mijn foef jeukt,” kwam ik tussen.
   
De dames vertoonden plots een overdreven interesse voor hun mojito, de afgekloven limoenen en de deegrol waar eerder de ijsblokken door gemarteld waren. Dit zou duren tot de laatste druppel rum uit de kan in een bevallig keelgat zijn einde vond.
Wat later moesten de… euh… soort pannenkoeken met gehakt, een advocadopapsel en het groen eraan. Er bestaat vast een naam voor, maar welke ook alweer?
   
De korte tussentijd dat de mond ruimte liet, begon er iemand aan een astrant en overmatig marginaal verhaal. Zo droef dat we er een competitie van moesten maken om een collectief tranendal te mijden :
– “Drie keer? Vrouw toch! Proest. Zoveel jaar? O.M.G.!
– “Een kasteel? En waar precies zit het ranzig randje aan deze vertelling? O? Zonder verwarming en zonder water? Tjing tjing! Vijf pluspunten erbij!”
– “Ochot, de snoodaard! Dees is eel errug! Woewoeha! Dat mag dubbel tellen.”
– “Nog niet zo heel erg lang geleden zeg je? Tjakkaaa! Goed voor een bonus!
– “Maar gij deugniet! Ok, een halfke dan. Allez vooruit, nog een halfke.”
– “Wat een marginaal aspect! Voor mij ben je al gewonnen! Zeker weten.”
   
Het was een op voorhand verloren strijd voor uw zapnimf. Haar foef mag dan al jeuken, maar dat leverde haar amper een stijging in de top op.
– “Mijn vrijer is een jonkie? Ik heb al eens gewaterd op een meubelstuk van een ander?”
In plaats van punten kreeg ik boegeroep : “Flauw! Passé! Zwak!”
   
Als troost waren er gelukkig nog de éclairs van Chelone, mijn zelfbeeld en vier gave andere vrouwmensen.
Oef!

Bowling voor beginners

  

   ’t Is schemerdonker en half acht. Mijn hoofd nog vol vergadering. Plukjes hersenspinsel cirkelden chaotisch tussen de schedelpan en autodak. In die toestand bemerk ik rechts in de berm allerlei bedrijvigheid van fluo vestjes met een pet erop. Zijnde geïnteresseerd in de antropologische gedragingen van de arm der wet, kegel ik bijna een afgescheiden individu, eveneens behorend tot het korps, omver met mijn motorkap. Mijn ooghoek had zijn heftig gezwaai met de lichtgevende worst niet als dusdanig herkend. Het remgebaar dat erop volgde was navenant.
   
“Zozo, mevrouw rijdt sportief?”
   
Als hij ‘politie kegelen’ als een sport wil beschouwen… wie ben ik om hem tegen te spreken?
(Volgende keer ga ik voor de strike.)
   
Maar ik verbeterde hem toch. Ik zei : “Nee hoor, ik stopte enkel wat sportief, afgeleid door uw collega’s.”
   
“Ok dan, nog een prettige avond verder.”
   
Daar ging de clou van dit blogstukje!
Had ik nu maar durven toegeven dat ik toch tien km per uur te snel reed.
Maar – beschouw u als bemind – zoooooveel bent u me toch ook niet waard, beste bloglezer.

Schiet eens in gang!

  

   Plaats : klas
Wat : muzisch project, drama
Opdracht : Zo en zo en zo schuiven jullie die banken aan de kant.
   
Iedereen op volle toeren en niet behept met de gevraagde voorzichtigheid, sleurde mijn groepje als een vork over een bord de lessenaars naar hun staanplaats voor de komende uren. Settakit, onze Thai en sinds twee jaar op school, vond dat hij het verdiende om zich op een stoeltje neer te zetelen.
   
“Settakit, schiet eens in gang, jong!” overstemde ik het gekras.
   
Energiek veerde hij recht en zoefde de klas uit.
Mijn verbazing stond me niet toe hem tegen te houden. Ik keek verbouwereerd naar de deur. In datzelfde deurgat piepte drie seconden later een zwartharig hoofdje met de vraagtekens uit een stripverhaal erboven zwevend :
   
“Wat moet ik precies in de gang gaan doen, juf?”
   
“Probeer misschien eens ‘pang’ ‘pang’?” imiteerde ik een alert opspringende Clint Eastwood in een van zijn duels.
   
En ik noteerde in mijn ‘datikhetnietvergeet!’-schriftje : NT2’ers (Nederlands tweede taal) : werken aan figuurlijk spreken en begrijpen.