Gad raaj rev. Verdraaid nog aan toe

  

zapnimf1kleindonkerroze-op-lichtroze   O ramp. O horror. O sidder en beef.
Zakkend vlees, haperend geheugen en sputterend sap.
Wie werd er gisteren – pfffff – gitreev?
Mor jawel, ikke, moi, ouwe nimfige zap
   
   
En ’t was een heel leuk feestjen.

Stinkerds onder elkaar

  

zapnimf1kleindonkerroze-op-wit    “Mnjummnjummnjum… jij ruikt naar whisky”, kusproefde ik.
    
“Jij naar dode muis”, snuffelde hij (liefdevol ?).
   
Ik overwoog :
   
a) Zijn scrotum te herleiden tot oorbellen.
b) Een ontkennende hulplijn in te schakelen.En daarna een logeerbed voor een week.
c) De whisky af te pakken en de rest van de fles zelf soldaat te maken.
d) Zelfmoord door verstikking met een GB-zak.
    
    
Maar ik verkoos om toch maar hard in de lach te schieten en me hardop af te vragen hoeveel dode muizen hij zoal gezoend had.
   
Dode muis.
Bijna dode moose, ja.

Meezeulzakkerijbrol als een baksteen (op wiens maag?)

  

zapnimf1kleindonkerroze-op-lichtroze   Flapdrollerige spelletjes op het net.
Het kwam deze week nog ter sprake. De verkleutering die Facebook heet, doet er ook aan mee.
“Ikke niet!” gorgelde ik met de accentuering van mijn wijsvinger tegen een amandel. Alsof een authentieke zapnimf zich zou verlagen tot gluiperijen van het soort om toch maar wat vriendjes te vergaren. Laat staan haar ware gelaat te tonen, vindbaar voor iedere plakwaaier met onfrisse bedoelingen.
Noch gehinderd door enige ervaring op het facebookveld, noch bewust van de betekenis ervan voor zijn gebruikers, stampvoette ik de argumenten pro de grond in als ware ik mezelf in het zweet aan het dansen op de laatste Afrikaanse tophit. Glimlachjes van de virtuele maatjes quoteren, polls organiseren, prentjes op een ander kunnen rondstrooien (ik herhaal ook maar wat ik opgevangen heb), mijns inziens is het de laatste stap tot de mensheid verteert tot een smeulende brij niks.
   
“Daar heb ik toch maar mooi mijn punt op hun i van idiote idolatrie gezet.” glom ik nog na.
Mijn triomfbui was nog niet eens half opgepeuzeld of Huisvrouw toeterde alweer haar dagelijkse sores in mijn oor door middel van de telefonie. (Ik sla nu gemakshalve anderhalfuur relaas over.) Ze eindigde met : “Enne oja, je hebt een stokske. Van mij. Kieper uw sacoche eens om. Dat kunt ge nog net aan, I presume?”
“Heb je poep in je hoofd?”
“Ben je een haartje betoeterd?”
“Hartstikke besodemieterd misschien?”,
 wilde ik hysterisch haar buis van Eustachius ontsteken.
Maar ik deed het niet. Omdat ik onder haar knoet lig. En omdat ik Antwerpse ben. Dus riposteerde ik voorzichtig : “Zot?”
   

   
Dus hier ziet u mijn handtas. Donkerrood, compact en geschikt voor één baksteen.
Het beheren ervan is geen lachtertje. U blikt naar het meest vergeten voorwerp dat ik bezit. Reeds achtergelaten in cafés, restaurants, ieder lokaal in onze school, bij vrienden, in een kerk, in een koelkast (opdat ik dan zeker mijn vlees niet zou vergeten dat in die ijskast lag – toch wel!) en op het dak van mijn auto.  
   

saccoche_011knip
   
Omgedraaid en de inhoud ervan mooi-ogend opengevouwen, krijgen we dit :

saccoche_012knip

      
– O kijk. Op de achtergrond. Een landschap waarin een kaal, naakt Sneeuwwitje zich zou kunnen verstoppen. Vereeuwigd in die twee uren tussen de pré-modder en de post-modder. Genieten!
   
– En daar! Links. Hoe toevallig zeg, ‘Tirza’ van Grunberg. Net uitgelezen en achteloos op het randje van de tafel achtergebleven. Goh, wat ben ik toch een lezertje, nounou. Gestoorde figuren die bezig zijn met te sterven, maar daarin niet altijd even succesvol blijken. Gebonden in een boek wonnen ze dan ook nog De Gouden Uil. Het is een meug. Misschien ook die van u in het verleden of de toekomst?
   
– Ook per ongeluk op de foto verzeild (rechts) : mijn enkellaars. Inderdaad LAARS, want wie zijn meetlat erbij neemt, berekent een fijne maat 44. Het herbeleven van deze prent bezorgt me terstond een huppiepuppie kippenvleesje, opnieuw en opnieuw en opnieuw. Na een queeste van zowat twintig jaar eindelijk in mijn bezit, een vrouwenschoen. Zolang duurde het tot het de commerciële schoeiselwereld daagde dat deftige dames die op grote voet leven, het ook breed laten hangen. Tot deze vondst mijn leven opvrolijkte, moest ik genoegen nemen met het herenequivalent dat ruim genoeg was om mijn in alle richtingen uitgestrekte zool aan te kunnen. Straks laat ik hem aan sinterklaas zien! En aan de buitenwereld! Maar u krijgt de primeur!
   
– Wie met aandacht zijn focus richt, kan – ook geheel onopzettelijk op dit prentje uiteraard – een stukje verwaande tronie zap herkennen, gespijkerbed in een aandenken van Leen. Leen die het binnenkort een heel stuk zuidelijker gaat zoeken en wilde dat er bij zapmoose nog dikwijls aan haar gedacht werd. We hebben er een nagel in ons neusgat voor over, Leen!
 
   
U zei? Meezeulzak? Inhoud?

saccoche_013knip
   
Hm.
– Verloren geslopen briefjes : bankuitreksels – boodschappenlijstje van 2003 – inkomkaart Wim Helsen, ‘Het jaar van de prutser’ (wat precies was wat hij deed tijdens die voorstelling : in het wilde weg prutsend improviseren. Boehoe boe!), twee cinematickets.
   
– Portefeuille en bruine geldbeugel voor het kleingeld. Volgens kenners is deze laatste mij verschaft door een geslachte struisvogel. Wist ik veel? Noppen bekoren mij nu eenmaal. Veel twee euromuntstukken erin ook.
   
– Een groen doosje muntjes. Aldispul. Uw mond pikt ervan als een stijgijzer aan een bergbottin in een gletsjerspleet, maar geef toe, het is een mooi doosje. Volgende keer ga ik voor het blauwe. Oceaankrullen geprikt op een haaivin waarschijnlijk.
   
– Nog een portemonneetje. Leeg en donkerblauw. Met de naam en toenaam van een dochter erop. Wat dat te zoeken had in mijn sacoche? Evenzeer voor mij een raadsel. Ik gok op de rol van afleidingsmanoeuvre voor zakkenrollers. Kunnen ze daarna lekker wraak komen nemen als ze, eenmaal bekomen zijn van de beetneming, haar naam googlen.
   
– Mooi assorti met de cadeau voor gauwdieven, een minitupperwarepotje, gevuld met koffiezoetjes. Hoe onverantwoord zou het tonen om achter een kwart appeltaart met ijs en slagroom te gaan likkebaarden en dan uw koffie te bezoedelen met echte suiker? Neen, een zapnimf neemt haar verantwoordelijkheid tegenover een glurende omgeving : kijk kijk, ik denk aan mijn lijn en als we die lijn doortrekken, ook aan mijn gezondheid. Waarna ik nog een sigaret opsteek en met de tongpunt een hartje teken in de crème fraîche snor. Het leven is aan de durvers zeg ik u!
   
– Dankzij u, Huisvrouw, dankzij u diepte ik uit de diepste plooien nog wat restjes schmink. Mascara uit het jaar dat Jezus is geboren. Thans gebruiken we hem als pook voor het aanmaakhout in onze open haard. En een oogpotlood dat, geslepen en wel, ondertussen als steekwapen kan doorgaan. Pepperspray is voor gemakzuchtige zielepoten!
    
– Noodgevallenmaandverband. Na zes maanden ziet het eruit als een camouflagenet voor een poolijsinvasie. In tijden van behoeftigheid reken ik meestal op vrouwelijke omstaanders. Immers : het is plezanter voor de onderkant, als je een andermans hygiënedoekje in je ondergoed plant, want dat van jezelf is ei zo na groezelige Brugse kant.
   
– Als laatste item herbergt die tas mijn lievelingsspeldjes en haarrekkers. Goed voor een succesnummer op ieder feestje. Is sta er geweldig mee.
Duh… ik herken die dingen niet eens. Wie heeft zijn haarafval in mijn open rits gepropt? Wie?
 
   
Trouwens, gesloten kan je met dit ding trefzeker meppen.
De volgende waarop ik dat ga uittesten zijt gij, Huisvrouw, effenaf.
Kan je me daarna eens uitleggen hoe ik een account aanmaak bij facebook? Erger dan deze brol kan het niet zijn.

Taktaktaktak-ongemak

  

zapnimf1kleindonkerroze-op-lichtroze   Haar logeerpartij was winstgevend geweest.
Behalve een geut lol, had dat slapen op een ander ook nog een ongeschonden paar cowboybotten opgebracht. Te klein voor haar vriendinnetje, zo verzekerde krulzap. Blote voeten of niet, dat schoeisel mocht alleen meereizen naar huis, gesetteld aan haar voeten. Tussendoor kreette ze van ‘oooo’ en ‘wauw’ en ‘chance dat Leen haar voeten zo snel groeien’.
   
Minizap spleette haar ogen en liet ongehinderd het groene monster toe bij het observeren van haar twintig maanden oudere zus, die de rest van de dag niks beters wist te verzinnen dan mannequin voor laarzen te spelen.
   
“Toktoktoktoktok.” tikten de hakjes een ritmeoefening op het parket.
   
“Bah, lelijke hakken hè?” fluisterde mini- tegen puberzap.
   
“Taktaktaktaktak.”
   
“Iedereen zal haar uitlachen.”
   
“Klakklakklak.”
   
“Be-la-che-lijk. Alleen het paard ontbreekt nog.”
   
De volgende morgen, de dag had nog niet eens gekriekt, sloop minizap vanonder het donsdeken rechtstreeks naar het schoenenrekje.
Als normaalfunctionerenden van deze maatschappij, vonden wij het lichtelijk irritant om twee uur vooraleer wij onze wekker meppen te moeten aanhoren hoe onze jongste dochter – zo gokten wij correct – als de stiefzus van Assepoes haar tenen wurmde in een te kleine maat schoeisel. Zucht en kreun klonk het uit de badkamer. Twee tellen later werd er getapdanst op de rand van het bad, de grootste spiegel in huis hangt immers op tandenpoetshoogte. Nadat ook dat niet het gewenste resultaat van bewonderen met zich meebracht, forceerde ze met een bonk een nog uit te vinden balletpose met de voet op de wasbak, ging ze op een krukje staan, de wc en probeerde wankelend haar evenwicht te bewaren op de stapel handdoeken waarmee ze nog een fase later het krukje en de pot trachtte te verhogen.
Eindelijk bereikte het eurekamoment onze negenjarige Archimedes. Ze stond tenslotte al lang genoeg in de badkamer. Niet eens rekening houdend met ons, gehoor-gestoorden, draafde ze de trap af om de woonkamer in gebruik te nemen als een catwalk. Met alle lichten aan en de gordijnen open, verkreeg ze haar raamspiegeling tot op de grond.
   
Aan het ontbijt hebben we haar met vijf man moeten overmeesteren om die laarzen te recupereren.
   
Sindsdien heeft dat vergiftigd geschenk nog geen ademtocht rust gekend. Het verhuist constant van zus naar zus. Met gratis gekibbel erbovenop.
“Van mij!”
“Ook voor mij!”
“Nietes!”
“Jawel!”
   
Waar de ene ze buitenshuis mag aantrekken (voor in’t echt!), mag de ander er al eens binnen mee pronken (om te ‘spelen’).
   
Deze wijze van verdeling met hevige woordenwisseling werd lustig verdergezet op woensdag tijdens ons wekelijkse lunch bij bomma en bompa.
Bompa, wijs en verstandig, zou eens snel een eind breien aan de ruzie.
“Minizap kindje, je begrijpt toch wel, zulke laarzen, dat is eigenlijk voor tieners. Daar ben jij nog net iets te jong voor.”
   
Waarop krulzap heftig inpikte : “Nènènèènèèè… en jij bent een neger! Geef hier!”
   
Ik besloot ter plekke dat cowboybotten iets voor cowboys is. Doe ons maar klompen.

En hoe was uw pauze?

  

zapnimf1wit-op-paars   “Ha!” dachten jullie. “Ha!”
“Zapnimf neemt het ervan. Woestenijen van tijdseenheden enkel vol te proppen met ledigheid.”
In die trant had ik het ook voor mezelf uitgedroomd op voorhand. Blogjes en boekjes lezen met de onderzijde naar omhoog of toch minstens horizontaal. De dvd-kast afschuimen, een kwart van de tijd doorbrengen in heet sop, en dan bedoel ik niet de afwas, de natuur en de zintuigen combineren en veel gelummel tussendoor.
   
Een nabije toekomstziener zal ik echter nooit worden.
De eerste zetelstrijk van het lichaam was nog niet voltooid of mijn levensgezel had alweer een lotsbestemming waarin ik mee mocht figureren. Zijn appartement zou binnenkort zijn eerste huurder ontvangen. Dit gegeven is ondertussen een feit, maar vooraleer die etage bewoonbaar werd voor derden, spreken we toch van vele emmers zwoegzweet. Het terrasje herken je ondertussen terug als… euh… terrasje. Voordien dacht ik nog dat moose een privévuilnisbeltje had aan huis. Hoewel we dachten dat die woonst quasi leeg gemaakt was, kan ik de autoritten met gestompt restmateriaal naar containerpark en ons huis niet meer op twee vingers tellen. Daarna herbergde onze carport een ton nog te sorteren moosegerief. Altijd garantie voor een bijkomende humeurdip, zo’n verplaatsing van rommel die niet als dusdanig mag beschreven worden door zijn eigenaar. 
   
Daarnaast ben je nog altijd niet af van de bemoeizuchtige vriendinnen. Zij die de besmetting van bovenstaande arbeid opslurpen en vervolgens uw nederige zapnimf, die net opnieuw haar kont op een zacht bedje van kussen en dons geïnstalleerd had, bevelen van die volgestouwde carport en de aanpalende gebouwen onder handen te nemen. Alsof herfstvakantie zich leent tot schoonmaak, pffft. De ‘lente’ had ze gemakshalve van het woord geknipt. Zodoende en zeer tegen mijn wil raakte ik enkele dagen kwijt aan het herinrichten van vijzenbakjes, plaatsen creëren voor werkmateriaal waarmee je toch maar slechts twee keer per jaar het gras mee maait, het onprettig weerzien met verloren gewaand alaam, de herontdekking van de wipzaag, de snoeischaar en zowat alles dat ik meestal bij anderen ga lenen. Het spreekt voor zich dat ik overliep van zin om mijn vriendin (die Tulp van de commentaren) mee te dumpen bij het groot vuil waarvoor ik – weeral – enkele ommetjes naar de gemeentelijke stort moest maken. (Nee Frank, gij daar bij de slagboom van het containerpark, ik heb echt geen oogje op u, ik word gewoon gedwongen om hier driemaal daags aan uw poort te staan aanschuiven.) En als ik dan toch echt iets positiefs moet neerpennen over Tulp : ok, ze heeft op die dagen veel meer verzet dan ikzelf. Bij deze haat ik het dat ik iedere keer moet telefoneren om te vragen waar ze de verfpotten/de hamer/de fietspompen heeft tussen gefoefeld.
   
De roedel wilde zich ook niet onbetuigd laten.
Het verzamelde gecomputerde in huis liet ons al eerder in de steek. Werkte nog wel : de ouwe laptop.
Het vervelende aan kinderen is, dat zij vinden dat ze ook recht hebben op hun uurtje digitaal wezen. Dat hun arme moedertje af en toe een gezinslid van het toetsenbord moest slaan om enkel haar mails te kunnen lezen, kon op weinig compassie rekenen.
Om haar helemaal te pesten, brachten zij hun toetsenschema mee van school en eisten zij volledige medewerking, dubbele uitleg en het controleren van de leerstof en dit het liefst als zij uitgeteld naar rust verlangde.
   
Als rode draad doorheen mijn zogezegde rust, vlocht zich een netwerk van een schoolproject dat ik op mijn hals heb gehaald. Het scheelde geen haar of ik had die draad omheen diezelfde nek gelust. Zeer binnenkort hoop ik het einde daarvan in zicht te krijgen. Toch als ik mijn ogen sluit. Grr grr.
   
Besluit : ik ben toe aan een vakantie of de uitroeiing van de entourage.
   
Besluit 2 : een blogstukje vol klaagzangen trekt ook maar op niks. Morgen beter!

Loft in twee dimensies

  

zapnimf1kleinlichtroze-op-donkerroze1   Hmm.
Laat ons zachtjesaan terug het klavier beroeren.
Alle herbegin is moeilijk.
    
Vooral als je de dag voordien vré-se-lijk hebt afgezien.
Wat zeg ik? Affreus lijden. Schabouwelijke pijnen verbijten. Bijna knappen van miserie.
   
Dan heb ik het (weeral) over een lichaamsfunctie die – ik wil het niet eens uitrekenen hoeveel die procentueel van mijn tijd/acties/bestaan beïnvloedt – te vlot werkt.
   
Maar kom, ik mag mijzelf nog ontzien in het schriftelijk ontrafelen ervan, het is immers mijn eerste poging om terug in blogroutine te geraken.
De Huisvrouw heeft zich aan die taak gekweten. En met verve. Het moet gezegd worden.
Allen daarheen.
   
Makkelijk zeg.