Hoe overleefde ik mijn eigen stommiteit?

 

calvin__hobbes

Helpt welgeteld tien minuten. Tip van (mw) en Bill uit ‘De Morgen’.

 

chauffage_kapotstreep1_0161

Helpt alleen plaatselijk. Vijf dm² warme dijen.

 

chauffage_kapotbad_0171

Helpt twee uur (onder water) en een kwartier tintelende minuten daarna.

 

veldknip005

veldknip004

veldknip011

veldknip0081

Helpt zolang de wandeling duurt. Daarna krijgt de uitdrukking ‘koud zweet’ een heel letterlijke betekenis.  Op een boogscheut van onze voordeur een desolaat stukje natuur waar het prettig lucht opsnuiven is. Op de twee laatste foto’s zie je hoe natuurbeheer een handje helpt om de struik- en de dopheide terug te laten opleven : bomen worden gekapt (wie nog geen kerstboom had gevonden… ik weet er honderden voor het oprapen liggen!), de grond wordt opzettelijk arm gemaakt door te plaggen en hupsakee, over enkele jaren zou daar op de podzolbodem een schoon heideveldje moeten ontstaan.  Het wandelen was okee, het terug thuiskomen iets minder.

 

chauffage_kapotmuts_0181

Helpt alleen maar om jezelf belachelijk te voelen.

Het gevaarte op mijn kop is een op de trein achtergelaten knoeiboel met schaap en crocheteerpen dat moose zo vol liefde een onderdak heeft gegeven. Dat ‘m er dan zelf mee naar het station fietst hè!

 

chauffage_kapotelectrisch_vuurtje_013

plus

kapotelectrisch_vuurtje_0131

plus

chauffage_kapotbadkamerblazer_014

plus

chauffage_kapotopen_haard_012

Helpt om tot maximum vijftien graden te geraken. Jeuj!

 

TOTAAL COMFORT BVBA 
 Onderhoud en Herstellen Centrale verwarming Keuring van mazouttanks met ultrasoon.

Helpt tot de chauffage nog eens de geest geeft!

Hij is geweest! De redder in nood! De vent waarop ik wachtte! Hoezee!

Eenzamen… trek desnoods jullie bikini aan (behalve jij, S, vergeet je voetenzak niet!) want jullie zullen ontvangen worden met warmte en overdaad van vreugde. Niks dat onze samensmelting nog kan verpieteren, maar laat ons toch stilletjes hopen dat die Ollanders van over de deur hun vuurpijlen beter zullen mikken dan vorig jaar.

Rest mij enkel nog u een 2009 te wensen dat u naar eigen goeddunken mag invullen!

Hoe vertel ik het de eenzamen?

  

zapnimf1kleinpaars-op-zwart   Vertel ik het de eenzamen? Vertel ik het de eenzamen niet? Vertel ik het de eenzamen? Vertel ik het de eenzamen niet? Vertel ik het de…
Lusteloos pluk ik het toch al zo schrale olijfboompje leeg.
 
Nodig dan al eens een slinger eenzamen uit om zich vol te komen gieten van oud naar nieuw.
 
“Hihihi” giechelde ik een week geleden nog. “Dom dom, mazoutketel leeggetrokken. Dit overleven we ook wel weer.”
Die dwaze redenering produceerde ik toen de thermometer buiten nog fluks opklom tot elf graden. Ondertussen twijfel ik of dit debacle mij het leven niet zal kosten. Ik kan kiezen tussen spontane bevriezing, zelfdoding (en zelfontbranding zal het niet worden) of vermoord worden door een eenzame met blauwe tenen. Of meerdere eenzamen : steniging door ijsklompen ofzo.
 
Twee kerstdagen brachten we door ergens waar het wel zwoel was. Het weekend passeerde in bed, onder een dekbed dat min twintig kan doorstaan met de telefoon, de laptop, de boeken, de dvd’s binnen handbereik. En het badkamerblazerke in de aanslag.  De kinderen verbleven vanaf vrijdag bij hun papa, dus van de verplichting om hen ook nog warm te houden waren we ook vanaf. Niks aan het handje toch?
 
Joehoe, gisteren mocht ik dan eindelijk de mens ontvangen die zijn tank in de mijne kwam lossen. Vergeefs, de brander deed ‘meuh’ en sloeg toen terug af. ‘Meuh meuh meuh meuh’ tot in het bijna oneindige. Zolang mijn vinger op de resetknop bleef plokken. En toen was de nimf aan de vinger het beu, die meuh.
 
De vader-alleskunner werd opgetrommeld. De vader-alleskunner is van zijn voetstuk gedonderd : hij kan ook niet alles! De droogkast, de afwasmachine, de magnetron, de boiler, de auto… aan dit lijstje reparatiesuccessen kwam gisteren een eind. De thermostaat bleef zonder resultaat opslaan bij zeven graden.
 
Het internet werd afgeschuimd naar specialisten ter zake.
Nummer één was gestopt.
Nummer twee had congé tot vijf januari.
Nummer drie tot elf deden enkel gasbranders.
Nummer twaalf had geen zin.
Nummer dertien had ook geen zin, hij zuchtte en steunde de koude lucht uit onze hoorn, mekkerend dat hij al drie klanten had en dat het niet helemaal zeker zou zijn of hij zou komen opdagen. Wij smeekten. Wij verzwegen dat we er zelf aan geprutst hadden. Wij lieten de koudebibber in onze stem doorklinken, rilden om compassie op te wekken. Ik deed achtereenvolgens een huilende baby, een hond opgesloten in een ijsblok en een van koude geknakte neus na op de achtergrond.
 
Nog nooit heb ik meer verlangd naar een vent dan nu.
Hij mag zelfs stinken, vuile oliehanden hebben, boertig doen en mij bestempelen als het grootste kieken ooit. Ik smacht naar hem. Laat ik dit stukje internet even nuttig aanwenden als annonce :
 
Vr. zkt. m. om warmte te brengen. Vettig zijn gn bezw. Ontvangt zo snel mogelijk. Koffie voorhanden.
 
Maar hoe vertel ik het de eenzamen?
 
Dat wij zo gelukkig zijn dat we niet in de Gazastrook wonen?
En ze alleen maar hun Noorse sokken hoeven aan te trekken en een warm truitje? Dat is al? Ja toch?

Met de megafoon gericht op het hiernamaals

  

zapnimf1kleindonkerroze-op-wit2   RotStiegLarsson,
 
Jij lacht nu waarschijnlijk in je reeds vergane vuistje.
 
Mijn leven is door jouw toedoen helemaal versjteerd!
Op feestjes vertrek ik alweer met de laatste hap nagerecht nog in mijn mond.
Ik zie eruit als de appel die ik na twee maanden nog in mijn boekentas vond, nadat ik drie uren met je nalatenschap doorbracht in bad.
De nachten? Die gebruik ik sinds enkele etmalen om te Mikael Blomkvisten en te Lisbeth Salanderen. Tijdens de daguren stuur ik de kinderen verplicht naar de ijspiste van het dorp. Van 10 tot 18 uur.
Telefoons laat ik rinkelen en de mannen van de vuilniskar blijven voor de deur staan met hun beste wensen.
 
Allemaal uw schuld.
Waarom moest jij zo’n ongemeen spannende trilogie schrijven vlak voor je dood ging?
 
’t Is dat ik geen tijd heb, anders zou ik je nogal een veeg uit de pan geven, maar ik ben nog maar aan pagina 95 van deel drie. Moet nu verder lezen…

slarsson01

Sta mij toe u hetzelfde te wensen

  

zapnimf1wit-op-paars1   O God. Nog drie dagen school en vierendertig collega’s.
Waarom ik?
Het idee slingert nog vormloos tussen de synapsen. Tijd dringt, ik dring hem terug. Met blogstukjes schrijven over ambetante kerstbomen bijvoorbeeld. Boekje lezen. Kat strelen. Puist op mijn neusvleugel uitknijpen.
 
Nog twee dagen school en vierendertig ambtgenoten.
Actie is geboden. Bedrijvigheid die om een ceintuurknipper en papier vraagt, een zwart stiftje en een breekmes. En een kopiëermachine.
‘Vernuft’ is mijn tweede naam. Recto verso mijn werkinstrument. Ha! Laat ik beiden nu net binnen handbereik hebben.
Op mijn handfabrikaat ziet het er allemaal vanzelfsprekend uit. De meerlingen die het apparaat uitspuwt, presenteren allen vreemdsoortige halve woorden. Tot hier mijn aanbidding voor de voor- en achterkantdruktechnologie. Iedere exemplaar is getekend met ‘zapmo’. Oose is van de rand geduwd.
Je reinste kut met peren! Waarom ik? ( En waarom peren? Waarom kut? Vingerkoot met Pisang Ambon! Oorhaar met sausvet! Uitgetrokken teennagel met prut! Het klinkt evenzeer.)
Onleesbare eindejaarswensen, ik vreet ze nog liever op dan rond te delen. ’t Is dat glas(plaat)breuk door voorhoofdstoek pijn doet. En omdat ik mijn maaltafels nog moet kopiëren. Anders…
 
Nog één dag school en vierendertig confraters.
Een vervelende wekker wijst me om half zes erop dat er nog dozijnen wenskaarten op hun finishing touch liggen te wachten. Waarom ik? Omdat ik een halvegare ben.
Artisanaal geknip, breekmesgeknars en pokkegeplak. Allemaal omdat ik geen postzegel over heb voor mijn vakbroeders en -zusters. Ik moet nodig eens de lotto winnen.
Ei zo na had ik hen een ander gaatje geperforeerd.
 
Trouwens, in mijn kastje op school lagen allemaal van die ouderwetse misbaksels, je weet wel, die je gewoonlijk houdt voor nonkel Pros die je toch al in geen vijf jaar meer gezien hebt.
 
Maar sta mij toe u allen eveneens een aangename kerst te wensen!

  

kerstkaart_met_lichtje021

(voorkant)

kerstkaart_met_lichtje_01

(Binnenkant)

De kerstwarmte zal van onszelf moeten komen

  

zapnimf1kleindonkerroze-op-lichtroze   Voor de zoveelste keer vorige nacht haspelt Frank Deboosere zijn praatje af.
Ik leg mijn boek even neer, lepel een potje yoghurt uit en registreer halvelings wat die meneer aan de Vlaamse bevolking kwijt wil. Dat het binnenkort archikoud gaat worden. Dat de potentiële slachtoffers voor CO-vergiftiging hem nu al mogen knijpen. Dat het grijs nog even blijft waar het is, vastgepind onder de hoge druk.
Bij dit alles denk ik niks.
Zelfs niet : “Hopelijk krijg je deze kerst eens eindelijk een pakketje plastische chirugie cadeau? Dat je van die bennetuitdepampers-look vanaf geraakt?”
Ook niet : “Oostelijke wind… dat wordt weer laagjes aantrekken.”
Of : “Jongen, ga weg, ik ben aan’t lezen!”
    
Nope, ik denk niks. Tenzij misschien : “Volgende keer toch terug aardbeienyoghurt pakken.”
   
Wel, verdekke, ik had beter wel gedacht.
Bijvoorbeeld :
“Stomme koei, je had twee weken geleden al mazout moeten bestellen! Want uw mazoutketel gaat morgenvroeg blublubbl… doen.”
   
Dat wordt dus tot volgende maandag glühwein drinken onder een donsdeken bij de open haard.
   
’t Is hier al twee graden warmer dan vanmorgen jeuj! Zeventien!

Doe mij maar een gps voor mijn onsjes verstand

  

zapnimf1kleinlichtroze-op-wit   ‘Jaloers zijn’ is voor driftgedierte, mensen met haar op hun gat en die bovendien een snijtand missen en zij wiens paar onsjes verstand verloren zijn gelopen.
Definities die vastliggen vergemakkelijken de omgangsregels.
“Een lispelaar met een wollen bilnaad!” gis je en vervolgens loop je er met een boogje omheen. Simpel simpel. ’t Zijn naievelingen die het zelf opzoeken. Ik niet, ik ben onthouder. Naijver is mij vreemd.
   
Met deze zekerheid in het achterhoofd, betrad uw zapnimf verleden week de feestruimte alwaar de receptie van schoonzus doorging. Vanuit een hoek klonken feeërieke zweverijen, alsof gestreeld met een wattenstaafje gedrenkt in nectar. Allen afkomstig uit het keelgat van een kokette jongedame.
Ze toverzong Hooverphonic, euh… en nog vanalles. Net toen ik ‘nog vanalles’ trachtte te ontcijferen, decodeerde mijn oorschelp een twee tonen te hoog schriel gepiep van moose : “Mohow! Dat is Melanie! Maar dat is lang geleden!”
   
Mijn ogen knepen zich tot strepen. ‘Nog vanalles’ werd in de chaos der overpeinzingen onzacht geplet door : “Me-la-nie? Melanie wie? WTF is Melanie?”
Moose glittergrijnsde plots van bakkebaard tot bakkebaard. Tanden bloot. Oogrimpels. Kuiltjes in de wangen. Zijn haar piekte vanzelf in hip-stand.
Mijn lief. Mijn levensgezel waarvan ik altijd dacht dat een vrouw eerst haar tong in zijn oor moest rammen vooraleer hij ze zou opmerken. (Soit, dat was mijn tactiek indertijd.) Die dus. Eén becquerelbom.
“Melanie?”, speekselnevelde ik liefjes naar hem.
“Weljaaa, Melanie, je weet wel, van de harmonie, die zo mooi kan zingen.”
Weljaaa, die Melanie. Ik wist het terug. Van de harmonie. Zijn vlam van lang geleden. Die zo mooi kan zingen. En die hem ondersteboven heeft gezongen. En waar hij niet over uitgepraat geraakte, over hoe fantastisch knap die wel kan zingen! Oe oe oe, zingen dat die kan! Lalalaaalaaaa! Hoe kon ik dat toch vergeten?
Als ik een liedje op cd of de radio stembandelijk kracht bijzet, keutert hij discreet in zijn gehoorgang. Toevallig bij twee oren tegelijk terwijl hij in zichzelf begint te zoemen.
   
Ik meesmuilde : “Had je niet gezegd dat die mollig was?”
“Volgens mij is die minstens twintig kilo kwijt, ze ziet er goed uit hè?”
“Plllffja, en onervaren. Dat kind heeft nog niet eens Elvis weten doodgaan, poehpoeh.”
In één beweging gritste ik twee toostjes van een voorbijkabbelend plateau, mikte ze tesamen in mijn mondholte en kauwde zo hard dat ik hoopte de muzak ermee te overstemmen. Smakken met een pruimenmond is afzien!
    
Moose had eindelijk zijn blik kunnen losscheuren van het heupwiegend rokje van Melanie. Glazig liet hij zijn ogen ronddwalen in het ijle tot ze uiteindelijk ergens op mijn romp bleven rusten. Ik overwoog een seconde om een toiletbezoek in te lassen en terug te komen met mijn rokuiteinde achteraan in mijn onderbroek gehaakt, gewoonweg om te testen of hij het zou merken.
   
Derhalve stond ik daar krampachtig normaal te wezen, wat hem dan weer wel opviel. Hij monsterde mijn overdreven ‘ik-word-hélemaal-niet-verteerd-door-groene-beesten-lichaamstaal’ en greep me om mijn middel.
“Oooo, jij bent jaloers. Hoe schattig.” En ik kreeg een kus bovenop.
“Watte jaloers? Wie jaloers? Krrrrrrrch, alsof ik niks beters te doen heb.”, snoof ik. “Daarbij, ik heb al mijn tanden nog en een haarloze poep.”
   
“’t Is een hele toffe,” ging moose verder alsof mijn bijdrage aan het gesprek onbestaande was, “maar – ik heb je dat al eerder verteld – onze humor was zo verschillend. Vertelde er iemand een grap, kon de andere daar nooit om lachen.”
Ineens daagde me het terug : de mop over het konijn in de cabrio. Een uiterst flauw gedrocht. Moose vertelde ze toendertijd na om zijn bovenstaande stelling te illustreren. Toen de pointe eraan kwam, geeuwde ik de bloemen uit de vaas.
“Jah, heel erg lieverd,” bambi-oogde ik toen nog meelevend, “wie verwacht dat je daarmee gaat lachen, is echt wel een kneus.”
Waarop hij : “Euh… dat was mijn mop.”
   
Die Melanie leek me eensklaps niet meer zo’n krel. Die viel wel mee als je nog eens keek. Best wel een leuke griet eigenlijk.
“Ze heeft even stemrust,” sjilpte ik, “kom, we gaan even ‘dag’ zeggen. ’t Is tenslotte toch een ouwe vriendin van je.”
   
“Maar ik heb tenminste de mannen op de maan nog vanuit mijn wipstoeltje nog meegemaakt.”, dacht ik er stiekempjes achteraan. “En ik heb niet zo’n knokige knieën.”

Ochtendmailtje naar zijn werk

  

zapnimf1kleindonkerroze-op-lichtroze   Skattie,
 
Weet je nog?
Gisterenavond laat?
Weet je nog dat ik uitgeteld in de zetel bungelde?
Mond driehoekig open, een blik als een ressort, reflexen in frut?
Met het plan om drie weken onder dat deken te blijven wonen?
En dat jij zo lief was?
Zo ontzettend lief om de was in de droogkast te steken?
Weet je dat nog?
 
Weet je ook nog waar die grote knuffelbeer van je ligt?
Want toevallig zat je blauwe wollen truitje bij die was.