Hoe overleefde ik mijn eigen stommiteit?

 

calvin__hobbes

Helpt welgeteld tien minuten. Tip van (mw) en Bill uit ‘De Morgen’.

 

chauffage_kapotstreep1_0161

Helpt alleen plaatselijk. Vijf dm² warme dijen.

 

chauffage_kapotbad_0171

Helpt twee uur (onder water) en een kwartier tintelende minuten daarna.

 

veldknip005

veldknip004

veldknip011

veldknip0081

Helpt zolang de wandeling duurt. Daarna krijgt de uitdrukking ‘koud zweet’ een heel letterlijke betekenis.  Op een boogscheut van onze voordeur een desolaat stukje natuur waar het prettig lucht opsnuiven is. Op de twee laatste foto’s zie je hoe natuurbeheer een handje helpt om de struik- en de dopheide terug te laten opleven : bomen worden gekapt (wie nog geen kerstboom had gevonden… ik weet er honderden voor het oprapen liggen!), de grond wordt opzettelijk arm gemaakt door te plaggen en hupsakee, over enkele jaren zou daar op de podzolbodem een schoon heideveldje moeten ontstaan.  Het wandelen was okee, het terug thuiskomen iets minder.

 

chauffage_kapotmuts_0181

Helpt alleen maar om jezelf belachelijk te voelen.

Het gevaarte op mijn kop is een op de trein achtergelaten knoeiboel met schaap en crocheteerpen dat moose zo vol liefde een onderdak heeft gegeven. Dat ‘m er dan zelf mee naar het station fietst hè!

 

chauffage_kapotelectrisch_vuurtje_013

plus

kapotelectrisch_vuurtje_0131

plus

chauffage_kapotbadkamerblazer_014

plus

chauffage_kapotopen_haard_012

Helpt om tot maximum vijftien graden te geraken. Jeuj!

 

TOTAAL COMFORT BVBA 
 Onderhoud en Herstellen Centrale verwarming Keuring van mazouttanks met ultrasoon.

Helpt tot de chauffage nog eens de geest geeft!

Hij is geweest! De redder in nood! De vent waarop ik wachtte! Hoezee!

Eenzamen… trek desnoods jullie bikini aan (behalve jij, S, vergeet je voetenzak niet!) want jullie zullen ontvangen worden met warmte en overdaad van vreugde. Niks dat onze samensmelting nog kan verpieteren, maar laat ons toch stilletjes hopen dat die Ollanders van over de deur hun vuurpijlen beter zullen mikken dan vorig jaar.

Rest mij enkel nog u een 2009 te wensen dat u naar eigen goeddunken mag invullen!

Hoe vertel ik het de eenzamen?

  

zapnimf1kleinpaars-op-zwart   Vertel ik het de eenzamen? Vertel ik het de eenzamen niet? Vertel ik het de eenzamen? Vertel ik het de eenzamen niet? Vertel ik het de…
Lusteloos pluk ik het toch al zo schrale olijfboompje leeg.
 
Nodig dan al eens een slinger eenzamen uit om zich vol te komen gieten van oud naar nieuw.
 
“Hihihi” giechelde ik een week geleden nog. “Dom dom, mazoutketel leeggetrokken. Dit overleven we ook wel weer.”
Die dwaze redenering produceerde ik toen de thermometer buiten nog fluks opklom tot elf graden. Ondertussen twijfel ik of dit debacle mij het leven niet zal kosten. Ik kan kiezen tussen spontane bevriezing, zelfdoding (en zelfontbranding zal het niet worden) of vermoord worden door een eenzame met blauwe tenen. Of meerdere eenzamen : steniging door ijsklompen ofzo.
 
Twee kerstdagen brachten we door ergens waar het wel zwoel was. Het weekend passeerde in bed, onder een dekbed dat min twintig kan doorstaan met de telefoon, de laptop, de boeken, de dvd’s binnen handbereik. En het badkamerblazerke in de aanslag.  De kinderen verbleven vanaf vrijdag bij hun papa, dus van de verplichting om hen ook nog warm te houden waren we ook vanaf. Niks aan het handje toch?
 
Joehoe, gisteren mocht ik dan eindelijk de mens ontvangen die zijn tank in de mijne kwam lossen. Vergeefs, de brander deed ‘meuh’ en sloeg toen terug af. ‘Meuh meuh meuh meuh’ tot in het bijna oneindige. Zolang mijn vinger op de resetknop bleef plokken. En toen was de nimf aan de vinger het beu, die meuh.
 
De vader-alleskunner werd opgetrommeld. De vader-alleskunner is van zijn voetstuk gedonderd : hij kan ook niet alles! De droogkast, de afwasmachine, de magnetron, de boiler, de auto… aan dit lijstje reparatiesuccessen kwam gisteren een eind. De thermostaat bleef zonder resultaat opslaan bij zeven graden.
 
Het internet werd afgeschuimd naar specialisten ter zake.
Nummer één was gestopt.
Nummer twee had congé tot vijf januari.
Nummer drie tot elf deden enkel gasbranders.
Nummer twaalf had geen zin.
Nummer dertien had ook geen zin, hij zuchtte en steunde de koude lucht uit onze hoorn, mekkerend dat hij al drie klanten had en dat het niet helemaal zeker zou zijn of hij zou komen opdagen. Wij smeekten. Wij verzwegen dat we er zelf aan geprutst hadden. Wij lieten de koudebibber in onze stem doorklinken, rilden om compassie op te wekken. Ik deed achtereenvolgens een huilende baby, een hond opgesloten in een ijsblok en een van koude geknakte neus na op de achtergrond.
 
Nog nooit heb ik meer verlangd naar een vent dan nu.
Hij mag zelfs stinken, vuile oliehanden hebben, boertig doen en mij bestempelen als het grootste kieken ooit. Ik smacht naar hem. Laat ik dit stukje internet even nuttig aanwenden als annonce :
 
Vr. zkt. m. om warmte te brengen. Vettig zijn gn bezw. Ontvangt zo snel mogelijk. Koffie voorhanden.
 
Maar hoe vertel ik het de eenzamen?
 
Dat wij zo gelukkig zijn dat we niet in de Gazastrook wonen?
En ze alleen maar hun Noorse sokken hoeven aan te trekken en een warm truitje? Dat is al? Ja toch?

Met de megafoon gericht op het hiernamaals

  

zapnimf1kleindonkerroze-op-wit2   RotStiegLarsson,
 
Jij lacht nu waarschijnlijk in je reeds vergane vuistje.
 
Mijn leven is door jouw toedoen helemaal versjteerd!
Op feestjes vertrek ik alweer met de laatste hap nagerecht nog in mijn mond.
Ik zie eruit als de appel die ik na twee maanden nog in mijn boekentas vond, nadat ik drie uren met je nalatenschap doorbracht in bad.
De nachten? Die gebruik ik sinds enkele etmalen om te Mikael Blomkvisten en te Lisbeth Salanderen. Tijdens de daguren stuur ik de kinderen verplicht naar de ijspiste van het dorp. Van 10 tot 18 uur.
Telefoons laat ik rinkelen en de mannen van de vuilniskar blijven voor de deur staan met hun beste wensen.
 
Allemaal uw schuld.
Waarom moest jij zo’n ongemeen spannende trilogie schrijven vlak voor je dood ging?
 
’t Is dat ik geen tijd heb, anders zou ik je nogal een veeg uit de pan geven, maar ik ben nog maar aan pagina 95 van deel drie. Moet nu verder lezen…

slarsson01

Sta mij toe u hetzelfde te wensen

  

zapnimf1wit-op-paars1   O God. Nog drie dagen school en vierendertig collega’s.
Waarom ik?
Het idee slingert nog vormloos tussen de synapsen. Tijd dringt, ik dring hem terug. Met blogstukjes schrijven over ambetante kerstbomen bijvoorbeeld. Boekje lezen. Kat strelen. Puist op mijn neusvleugel uitknijpen.
 
Nog twee dagen school en vierendertig ambtgenoten.
Actie is geboden. Bedrijvigheid die om een ceintuurknipper en papier vraagt, een zwart stiftje en een breekmes. En een kopiëermachine.
‘Vernuft’ is mijn tweede naam. Recto verso mijn werkinstrument. Ha! Laat ik beiden nu net binnen handbereik hebben.
Op mijn handfabrikaat ziet het er allemaal vanzelfsprekend uit. De meerlingen die het apparaat uitspuwt, presenteren allen vreemdsoortige halve woorden. Tot hier mijn aanbidding voor de voor- en achterkantdruktechnologie. Iedere exemplaar is getekend met ‘zapmo’. Oose is van de rand geduwd.
Je reinste kut met peren! Waarom ik? ( En waarom peren? Waarom kut? Vingerkoot met Pisang Ambon! Oorhaar met sausvet! Uitgetrokken teennagel met prut! Het klinkt evenzeer.)
Onleesbare eindejaarswensen, ik vreet ze nog liever op dan rond te delen. ’t Is dat glas(plaat)breuk door voorhoofdstoek pijn doet. En omdat ik mijn maaltafels nog moet kopiëren. Anders…
 
Nog één dag school en vierendertig confraters.
Een vervelende wekker wijst me om half zes erop dat er nog dozijnen wenskaarten op hun finishing touch liggen te wachten. Waarom ik? Omdat ik een halvegare ben.
Artisanaal geknip, breekmesgeknars en pokkegeplak. Allemaal omdat ik geen postzegel over heb voor mijn vakbroeders en -zusters. Ik moet nodig eens de lotto winnen.
Ei zo na had ik hen een ander gaatje geperforeerd.
 
Trouwens, in mijn kastje op school lagen allemaal van die ouderwetse misbaksels, je weet wel, die je gewoonlijk houdt voor nonkel Pros die je toch al in geen vijf jaar meer gezien hebt.
 
Maar sta mij toe u allen eveneens een aangename kerst te wensen!

  

kerstkaart_met_lichtje021

(voorkant)

kerstkaart_met_lichtje_01

(Binnenkant)

De kerstwarmte zal van onszelf moeten komen

  

zapnimf1kleindonkerroze-op-lichtroze   Voor de zoveelste keer vorige nacht haspelt Frank Deboosere zijn praatje af.
Ik leg mijn boek even neer, lepel een potje yoghurt uit en registreer halvelings wat die meneer aan de Vlaamse bevolking kwijt wil. Dat het binnenkort archikoud gaat worden. Dat de potentiële slachtoffers voor CO-vergiftiging hem nu al mogen knijpen. Dat het grijs nog even blijft waar het is, vastgepind onder de hoge druk.
Bij dit alles denk ik niks.
Zelfs niet : “Hopelijk krijg je deze kerst eens eindelijk een pakketje plastische chirugie cadeau? Dat je van die bennetuitdepampers-look vanaf geraakt?”
Ook niet : “Oostelijke wind… dat wordt weer laagjes aantrekken.”
Of : “Jongen, ga weg, ik ben aan’t lezen!”
    
Nope, ik denk niks. Tenzij misschien : “Volgende keer toch terug aardbeienyoghurt pakken.”
   
Wel, verdekke, ik had beter wel gedacht.
Bijvoorbeeld :
“Stomme koei, je had twee weken geleden al mazout moeten bestellen! Want uw mazoutketel gaat morgenvroeg blublubbl… doen.”
   
Dat wordt dus tot volgende maandag glühwein drinken onder een donsdeken bij de open haard.
   
’t Is hier al twee graden warmer dan vanmorgen jeuj! Zeventien!

Doe mij maar een gps voor mijn onsjes verstand

  

zapnimf1kleinlichtroze-op-wit   ‘Jaloers zijn’ is voor driftgedierte, mensen met haar op hun gat en die bovendien een snijtand missen en zij wiens paar onsjes verstand verloren zijn gelopen.
Definities die vastliggen vergemakkelijken de omgangsregels.
“Een lispelaar met een wollen bilnaad!” gis je en vervolgens loop je er met een boogje omheen. Simpel simpel. ’t Zijn naievelingen die het zelf opzoeken. Ik niet, ik ben onthouder. Naijver is mij vreemd.
   
Met deze zekerheid in het achterhoofd, betrad uw zapnimf verleden week de feestruimte alwaar de receptie van schoonzus doorging. Vanuit een hoek klonken feeërieke zweverijen, alsof gestreeld met een wattenstaafje gedrenkt in nectar. Allen afkomstig uit het keelgat van een kokette jongedame.
Ze toverzong Hooverphonic, euh… en nog vanalles. Net toen ik ‘nog vanalles’ trachtte te ontcijferen, decodeerde mijn oorschelp een twee tonen te hoog schriel gepiep van moose : “Mohow! Dat is Melanie! Maar dat is lang geleden!”
   
Mijn ogen knepen zich tot strepen. ‘Nog vanalles’ werd in de chaos der overpeinzingen onzacht geplet door : “Me-la-nie? Melanie wie? WTF is Melanie?”
Moose glittergrijnsde plots van bakkebaard tot bakkebaard. Tanden bloot. Oogrimpels. Kuiltjes in de wangen. Zijn haar piekte vanzelf in hip-stand.
Mijn lief. Mijn levensgezel waarvan ik altijd dacht dat een vrouw eerst haar tong in zijn oor moest rammen vooraleer hij ze zou opmerken. (Soit, dat was mijn tactiek indertijd.) Die dus. Eén becquerelbom.
“Melanie?”, speekselnevelde ik liefjes naar hem.
“Weljaaa, Melanie, je weet wel, van de harmonie, die zo mooi kan zingen.”
Weljaaa, die Melanie. Ik wist het terug. Van de harmonie. Zijn vlam van lang geleden. Die zo mooi kan zingen. En die hem ondersteboven heeft gezongen. En waar hij niet over uitgepraat geraakte, over hoe fantastisch knap die wel kan zingen! Oe oe oe, zingen dat die kan! Lalalaaalaaaa! Hoe kon ik dat toch vergeten?
Als ik een liedje op cd of de radio stembandelijk kracht bijzet, keutert hij discreet in zijn gehoorgang. Toevallig bij twee oren tegelijk terwijl hij in zichzelf begint te zoemen.
   
Ik meesmuilde : “Had je niet gezegd dat die mollig was?”
“Volgens mij is die minstens twintig kilo kwijt, ze ziet er goed uit hè?”
“Plllffja, en onervaren. Dat kind heeft nog niet eens Elvis weten doodgaan, poehpoeh.”
In één beweging gritste ik twee toostjes van een voorbijkabbelend plateau, mikte ze tesamen in mijn mondholte en kauwde zo hard dat ik hoopte de muzak ermee te overstemmen. Smakken met een pruimenmond is afzien!
    
Moose had eindelijk zijn blik kunnen losscheuren van het heupwiegend rokje van Melanie. Glazig liet hij zijn ogen ronddwalen in het ijle tot ze uiteindelijk ergens op mijn romp bleven rusten. Ik overwoog een seconde om een toiletbezoek in te lassen en terug te komen met mijn rokuiteinde achteraan in mijn onderbroek gehaakt, gewoonweg om te testen of hij het zou merken.
   
Derhalve stond ik daar krampachtig normaal te wezen, wat hem dan weer wel opviel. Hij monsterde mijn overdreven ‘ik-word-hélemaal-niet-verteerd-door-groene-beesten-lichaamstaal’ en greep me om mijn middel.
“Oooo, jij bent jaloers. Hoe schattig.” En ik kreeg een kus bovenop.
“Watte jaloers? Wie jaloers? Krrrrrrrch, alsof ik niks beters te doen heb.”, snoof ik. “Daarbij, ik heb al mijn tanden nog en een haarloze poep.”
   
“’t Is een hele toffe,” ging moose verder alsof mijn bijdrage aan het gesprek onbestaande was, “maar – ik heb je dat al eerder verteld – onze humor was zo verschillend. Vertelde er iemand een grap, kon de andere daar nooit om lachen.”
Ineens daagde me het terug : de mop over het konijn in de cabrio. Een uiterst flauw gedrocht. Moose vertelde ze toendertijd na om zijn bovenstaande stelling te illustreren. Toen de pointe eraan kwam, geeuwde ik de bloemen uit de vaas.
“Jah, heel erg lieverd,” bambi-oogde ik toen nog meelevend, “wie verwacht dat je daarmee gaat lachen, is echt wel een kneus.”
Waarop hij : “Euh… dat was mijn mop.”
   
Die Melanie leek me eensklaps niet meer zo’n krel. Die viel wel mee als je nog eens keek. Best wel een leuke griet eigenlijk.
“Ze heeft even stemrust,” sjilpte ik, “kom, we gaan even ‘dag’ zeggen. ’t Is tenslotte toch een ouwe vriendin van je.”
   
“Maar ik heb tenminste de mannen op de maan nog vanuit mijn wipstoeltje nog meegemaakt.”, dacht ik er stiekempjes achteraan. “En ik heb niet zo’n knokige knieën.”

Ochtendmailtje naar zijn werk

  

zapnimf1kleindonkerroze-op-lichtroze   Skattie,
 
Weet je nog?
Gisterenavond laat?
Weet je nog dat ik uitgeteld in de zetel bungelde?
Mond driehoekig open, een blik als een ressort, reflexen in frut?
Met het plan om drie weken onder dat deken te blijven wonen?
En dat jij zo lief was?
Zo ontzettend lief om de was in de droogkast te steken?
Weet je dat nog?
 
Weet je ook nog waar die grote knuffelbeer van je ligt?
Want toevallig zat je blauwe wollen truitje bij die was.

Honingmanen

  
zapnimf1kleindonkerroze-op-wit   Wat geef je bijna-echtgenoten die alles al hebben?
Een Foster parents kindje?
Fortisaandelen?
Een chip tegen schadelijke gsm-stralen?
Ik dacht het efkes niet.
 
Bijgevolg gingen we de empathische toer op : waarmee zouden wij onszelf kunnen blij maken?
Meer tijd! Meer slapen! Meer dvd! Meer boeken! Meer cd! Boef en drank!
Iemand gaf me ooit gratis de volgende wijsheid mee : Geef wat je zelf wil krijgen… want als het huwelijk niet doorgaat, krijgt ieder zijn eigen cadeau terug. Stel je voor dat je daar met twee kreeftbestekdingen opgescheept zit.
 
We zouden ze dus dwingen om te cocoonen. 
Met poëzie in boek en op een (dubbele) kussensloop, met de hoofdkussens voor daarin, met een boek over het fenomeen Banksy, met drank en chocolaatjes, met muziek van The Bueno Vista Social Club, met serie één en twee van House MD, met kaarsen, sloefen en speeltjes voor de kat (Pineau). Dit alles geperst in twee rieten manden die bij hun interieur passen.
 
(F en M, mogen wij later serie twee van jullie eens lenen, want die hebben we niet meer op voorhand kunnen kijken.)
 
En een rijmsel om voor het uitpakken te raden wat hen te wachten stond.
(De namen zijn een ietsjes veranderd om praaivisieredenen)
 
 
Fien en Mathijs, Mathijs en Fien,

Waar jullie aan beginnen is niet te overzien.

Hierin heb ik geen ervaring, dat weet ik ook wel

Maar wel mijn lief, haar ex en zijn del.

 

Willem Elsschot, je weet wel, de auteur van ‘Kaas’

Schreef ooit een gedicht over ’t huwelijk, helaas!

Wegg’erodeerde liefde en passieslijtage.

(Voor wie ’t lezen wil, ’t staat op de volgende page.)

 

 

O o o, mijn vrijer, uw (schoon)broer, dat licht van mijn leven

Is in het ongegeneerd overdrijven wel kunstig bedreven.

Vergeef hem zijn povere huwelijkse kennis, zijn kosmische onwetendheid

Niks romantischer om elkaar te beloven dan eeuwige kwolletie-tijd.

 

Maar die drukke agenda’s, de plaag van vandaag

-naast grafitti, verkeersagressie, smeltende gletsjers, overal opduikende koeienvlaaien, het vagazine “Goedele”, de kleine lettertjes in verzekeringscontracten waardoor net die ene barst in de vitro-keramische kookplaat niet gedekt is, verdomme, crocs en het gat in de ozonlaag-

Negeren die handel! Ko-koen in de achternoen!

Als kaduke cupido willen we een duit in twee mandjes doen.

 

 

Poëzi(e)ntuiglijke ervaring zoals mijn lief dat schoon zegt,

we hebben d’er warmte voor huis, lijf en leden ingelegd:

een gedicht om in te verzinken, ideaal voor als de passie vlamt,

maar kom niet bij ons klagen, als uw hofstede afbrandt.

 

Liefde, wat zou het? Een paar sloefen, een kat,

hij aan de drank en zij aan de chocolat

Zo zal het wel gaan: calorieën,  alkool

En na het honingmanen, compleet  op den tsjool.

 

Mor  vent toch, raaskal zo niet!

Ze zullen niet meer willen subiet,

Alsof jij niet opkikkert van een streepje muziek,

vol  Cubaanse lust en zoete romantiek.

 

Humor, schat, belangrijk ! Zowel in ’t echt als op DVD.

Het leven is te kort voor uw gezee-

ver, alsook tijd om hier een deftig einde aan te breien.

Laat ons nu maar stoppen met bakkeleien.

 

 

Fien en Mathijs, Mathijs en Fien en ook Pineau

Veel plezier met het consumeren van jullie cadeau

We wensen jullie ’t allerbeste op alle vlakken

(Vergeef ons dat we klunzen zijn in ’t inpakken.)

 

 Zapmoose
puberzap, zoonzap, krulzap en minizap
  
  

Huwelijkstranen met tuiten

  

zapnimf1kleindonkerroze-op-paars   Mijn maandelijkse huildag drong zich op. Virulent en fervent.
Janken om niemandal, het is niet meer dan een lastige bagatel. Het meest vreselijke wapenfeit in mijn ‘ondraaglijk’ leven, is dat ik de laatste twee centimeter van mijn ritslaarzen niet dichtkrijg na het opsmikkelen van een doos pralinen. Toch hang ik er twaalf keer per jaar weer aan. Zo voorbij, als je onder een deken kruipt met een boek plus zakdoek en twee keer bitsig ‘Lotmegerust!’ naar een onschuldige medebewoner keelt, een vriendin belt en als eerste woord ‘boehoehoehoeee’ snottert, je op de duur deuntjes reutelt en bellen blaast met je neusvocht tot de omgeving er de wubbe van krijgt.
   
Maar wat als de hormonenstorm het overneemt op de dag van het huwelijk van mooses zus? Dit is helaas geen hypothetisch geval.
De hele heenweg snifte ik mee met de mantra in mijn hoofd : mijnleveniseenpuinhoop-mijnleveniseenpuinhoop-mijnleveniseenpuinhoop-enmijnvrijerslaaptbegot. Moosesukkel en zaploser. Hij zou zich nog ieder onoplettend moment gedragen alsof hij gestoken was door de tsee-tseevlieg. Ik vond dat triestig.
   
Zus was uiteraard zeer appetijtelijk uitgedost. Als perfectioniste had ze haar gelukkigste dag van haar leven tot in de puntjes geregeld. De rode loper lag voor de deur. Twee minuten later lag de rode loper gekronkeld in de voorhof. Ik vond dat triestig.
   
Niemand vertrouwde me toe dat ik er eveneens mieters uitzag. Ik vond dat triestig. 
Dat heeft zo zijn voorgeschiedenis. Enkele maanden geleden fluisterde schoonzus zeer schokkende woorden in mijn oor. Ze bracht het nochtans goed aan. Psychologie gestudeerd, weetjewel? Met haar trouwfeest in zicht, wilde ze niemand verplichten van een hoed te dragen of in het lang te verschijnen (Joehoe?! De prehistorie is al een eind voorbij hoor! Hoed? Hoed? Mijn bomma droeg haar laatste hoed in 1954! Slechte kwaliteit, de kalkoenpluimen losten.), maar het was wel de bedoeling dat je je optutte naar de norm : chique. Tegelijkertijd keek ze naar mijn versleten jeansbroek alsof ze stront rook.
Ik loog eerder. Het meest vreselijke wapenfeit in mijn ondraaglijk leven was kleren voor deze verbintenis te vinden. Met dank aan Dana en Tulp die hun kleerkast omkeerden omdat ze begrepen dat de gierigaard in mij niet opgescheept wilde zitten met een tenue die slechts één keer gedragen zou worden.
Enfin, ik schreed het feesthuis dus binnen met een zwarte rok met flappen en happen en asymmetrie, nylonkousen (!), en een topje onder een grijze blouse, met punten en tierlantijntjes. En geen mens die in katzwijm viel. Je zou voor minder huilen.
   
De ceremoniewagens reden met zijn allen vlotjes voorbij het gemeentehuis.
Het bruidspaar geraakte niet uit hun auto door een weerbarstig kinderslot.
De bruid bleek haar boeket thuis vergeten.
De schepen van burgerlijke stand hadden ze stevig moeten overhalen om een klein tekstje te lezen. Het werd al gauw duidelijk waarom. Het mens had dyslexie om een tekstballon te doen knallen. Haar helpende hand, vastgenaaid aan het prototype van grijze muis, vond vier op vijf keer de juiste muziek niet.
Lacherige heisa bij alle genodigden, ik pinkte in het geniep een traantje weg.
Aan het eind van de plechtigheid werd het emotioneel. Blij met dit alibi liet ik me volledig gaan. De strepen van mijn zogezegde waterproof mascara hebben we achteraf met het schuursponsje uit moose zijn nek moeten schrapen.
“Amaai, zap, ik wist niet dat jij zo sentimenteel was”, zou de bruidegom later opmerken.
“Ik blèr nooit bij huwelijken! Dit is de duivel die mijn endocriene systeem inpalmt!” wilde ik hem toegrienen, maar ik hield me kranig en slikte krop en knikte eens onbestemd.
De fotograaf reed zijn auto in frennen op een in het gras verborgen paaltje. Dat is best heel erg. Waarom ik toen ineens moest gniffelen?
   
Na de middag was ik leeggeschreid, hoopte ik. De inname van calorieën is voor mij ook een remedie tegen eender welke kwaal. Na de broodjes de receptie, na de receptie een tweede receptie en nog later een copieus maal. De nabije toekomst zag er rooskleuriger uit dan de voorbije uren.
   
Zei ik al dat schoonzus houdt van volmaaktheid in zijn totaliteit? En dat ze daar haar gasten van mee wil laten genieten? Als onderdeel van de suite, werden wij ondergebracht in het meest hippe hotel in Oudenaarde. Opdat we ons niet zouden inperken bij het alcoholisch klinken op hun geluk. Daar werden ook de recepties gehouden. Afgehuurd heet dat.
Onze kamer keek uit op zowel de kerk, de grote markt en het stadhuis. Nounou, wij hebben al in mindere apen gelogeerd.
Mijn humeur plooide zich stilaan naar de juiste koers na de ontdekking van een resem boeken in de zitkamer (ik had eerder ook al een paar tranen geplengd, na het horen dat we onze lectuur thuis vergeten waren) en het dubbel bad op de kamer.
  

   kamerknip

    
Voor, tussen en na de recepties was ons wat tijd gegund om in ons geval die reusachtige badkuip uit te proberen. Moose verbruikte zijn tijd met dutten en ik hield zijn kin met mijn kleine teen boven water terwijl ik las. De volgende pauze nuttigden we op bed. Hij slapende en ik lezende. Ga nooit rechtop zitten op een vreemd bed als er een kunstige mastodont boven hangt! Dat zorgde voor het volgende weenmoment. En koppijn.

  

   oudenaarde27knip

  
   
Tijdens het zoveel gangen diner ’s avonds, was ik er weer helemaal bovenop. De zieligheid kromp omgekeerd evenredig naarmate de bloedstollende buil groeide. Dertig dagen lang terug een controleerbaar lichaam en geest. Niemand die ooit kon vermoeden dat dit spraakwater die dag een liter water uit haar ogen geperst had. (En zich vier keer terug geschminkt heeft!)
Vrolijkheid alom, tot de bruid zich plots met de hand voor de mond naar het toilet haastte. Oei. Braakneigingen en erger. Ai. Eetlust weg.
Nujaaaa. Dat was wel heel meelijwekkend, maar ik kan daar toch niet mijn dag door laten verpesten hè?

Het licht van de vrede… volgend jaar in onze olijfboom

  

zapnimf1kleinlichtroze-op-paars   Het ontgaat mij volledig waarom alleman zo joepiedepoepie doet over de nakende kerst en dan in het bijzonder over hun kerstboom.
“Hoera hoera,” klinkt het uit alle kieren en spleten die blogland rijk is, “mijn kerstboom is prachtig!”
Wie ben ik om dat tegen te spreken, maar nergens – ik herhaal voor de doven en gehoorgestoorden – NERGENS lees ik iets over die jaarlijks terugkerende miserie die het kost om die plant voltooid in je huiskamer te krijgen. Of ligt het weer aan mij?
   
Uiteraard zijn die oorzaken extern te zoeken. Poeh poeh, de gedachte alleen al. Sukkelen met een sparretje? Uw zapnimf? Heldin van het aardrijk? Ga weg! *Gnuif*
   
Rottige factor nummer één : je moet er voor uit je huis komen. Op zoek gaan bij de groenboer, zo’n tien kilometer verder. Tegen de tijd dat je jezelf mentaal hebt kunnen opladen om je rubberen laarzen uit de kast te peuteren, is het donker natuurlijk. Nog zo’n nadeel aan dit jaargetijde : het is altijd donker als je wat wil presteren. En dan zuigen ze een feest van het licht uit hun duim. Om de vrede beter te zien?
De mens in de serre, had deze symboliek niet helemaal begrepen. Zijn kerstbomen lagen tot achteraan uitstald, maar dat ene lichtpeertje reikte maar tot de eerste vijf meter, die waar een tafeltje annex sigarendoos met geld, opgesteld stonden. Op de tast bepotelde ik lengtes en breedtes en vervloekte mezelf dat ik naast de laarzen vergeten was een duikerspak aan te trekken. Naaldbomen prikken! En in je oog nog veel meer. De kastaar van twee meter en half die ik achter me aan sleepte, woog opmerkelijk weinig.
“Je zet hem toch tegen de muur waarschijnlijk?” maakte boertje overbodige conversatie.
“Dat is dan € 10.” ging hij zonder tussenpauze verder.
En toen het geldbriefje van hand was verwisseld : “…want de ene kant ziet een beetje ros.”
Het enige wat me tegenhield om mijn nieuwe bezit niet integraal op zijn verweerde kop stuk te smashen, was de gruwel om opnieuw een helletocht doorheen het duister nepbos te moeten forceren.
   
Een volgende minpunt, eentje dat ik in het verleden al meer met scha en schande heb moeten ondervinden ; de focus van het aankopen, doet je de laadruimte van je auto vergeten. Als ware het een kaars temidden een adventskrans, mijn hoofd kon zich geen richting meer veroorloven zonder zich fakir te voelen. Bovendien smaakt kerstboom eikebah.
   
Beproeving of niet, ik haalde de eindbestemming : huize zapmoose. Meer zelfs, ik vond meteen de megabloempot voorbehouden voor deze jaarlijkse gebeurtenis! Alleen de potaarde ontbrak. Oeps.
Ik meende me te herinneren dat ergens in het hinterland van onze hof een plastieken zak met potgrond lag, die de hele zomer doorn in het oog speelde en die, mits er geen tornado was gepasseerd, er waarschijnlijk nog lag te verteren.
Een evenzeer onaangename inspectietocht leverde drie zakken op. Twee daarvan bevatten nog enkele scheppen humus, de derde een bodempje vijveraarde. Waar is de tijd dat een vijver nog bestond uit water?
De rest werd bloothands aangevuld met het eerste het beste dat op zand geleek uit de tuin. Tof toch, kutkerstversiering!?
   
De boom stond buiten. De boom moest nu binnen geraken. Het kindvrouwtje in mij had er geen goed oog in. Het kindvrouwtje in mij had weeral gelijk. Dertig kilo schuin door een raam naar binnen sleuren, loopt zelden goed af. De spar verloor zijn evenwicht en tuimelde uit de pot het parket op. Was het maar al Pasen!
   
Een half uur restaureringswerken later, kon ik overstappen naar de volgende fase : plek zoeken.
Misschien dat andermans huizen gebouwd worden met plaats voor drie kubieke meter eindejaarstakken, maar hier is die ingenomen door een kale olijfboom en een houten kist.
Mijn schouders waren zowat tot het nulpunt van moedeloosheid gezakt, toen moose, sterke ridder in nood, thuiskwam. Tevens hater van kerstoptuig. Het spul van het zoldertje halen, ja en daarmee eindigt zijn taak.
   
Dat deed me eraan denken dat ik net voor de boom zo vooruitziend was geweest om drie dozen lichtjes te kopen. Immers, de vorige lampjes hadden zich het jaar dat de ex verdween (zeven jaar geleden) om nog onbekende reden in één grote onontwarbare knot gedraaid. Jarenlang pleurde ik het geheel de top in en trok de boel uit elkaar tot ik er paars van werd en vooral onperfectionistisch : dit volstond wel, besloot ik telkens wijs. Vorig jaar was er geen sleuren meer aan. Tot hilariteit van toevallige bezoekers, vertoonde ons groen ergens in het midden een prop lamp.
   
“Kijk wat ik hier vind”, klaterde moose vanop zijn zolderladder.
“Een zak lichtjes, nog een zak lichtjes, mijn lichtjes, nog lichtjes van mij en dan heb jij nog de pas gekochte lichtjes.”
   
“Driewerf hoezee voor het lichtfeest dan…” pruttelde ik.
   
We lieten de boom, zijn nog te ontruimen plek en zijn opsmuk voor wat het was en gingen over tot de orde van de dag. Walsen doorheen de keuken ofzo.

 

lichtjes

Na het cursusje het evaluatietje

  

zapnimf1kleinwit-op-lichtroze   Madame en Chelone gingen me reeds voor. Hun produkt van de cursus ‘cursiefjes en columns’ viel eerder te lezen op hun blog. De eeuwige nakomer in mij hinkelt er slechts een maand later achteraan.
   
Het concept van dag twee bestond uit het bespreken van elkaars toetsenbordvruchten.
   
– Waarover gaat het schrijfsel?
– Stelling van de auteur?
– Voel je de betrokkenheid van de schrijver?
– Is het geschrevene herkenbaar?
   
– Zet de opening je aan om verder te lezen?
– Worden er beelden gebruikt?
– Vertrekt de auteur van een verrassende/controversiële stelling/observatie?
   
– Is de structuur helder?
– Is het verhaal chronologisch verteld?
   
– Eindigt het stukje sterk?
– Wordt er een gedachte rond gemaakt?
   
– Is de titel kernachtig? Zet hij aan tot lezen?
   
– Omschrijf de stijl van de auteur.
– Schrijft hij/zij helder? Kernachtig? Polemisch of satirisch? Luchtig?
– Zit er humor in de tekst? Soort?
   
– Tekstlengte?
   
Tekstlengte? TEKSTLENGTE? Watte tekstlengte?
De cursief mocht maximaal één aaaaa(rgh)viertje bedragen en de column vijfhonderd woorden, waar je er nadien nog eens honderd van moest verwijzen naar de prullenbak. 
Een gescheurde kattenbel in Madonna’s vuilbak brengt duizenden euro’s op en ik zou een vijfde van mijn gekoesterde woorden met één pinkpor het zwarte niets achter de harde schijf moeten insturen? Hallo?
Het besluit tot een cursief was dus snel genomen. Leve de variabele lettergrootte en kantlijnen! Alinea’s gescheiden van elkaar met witruimte? Dat comfort sloeg ik voor het gemak over. Een mens mag wel wat leesbaarheid inboeten voor die paar lijnen extra, me dunkt.
   
Bij het ontvangen van andermans pennenpluksels, viel het me op dat ieder van hen de gave had van hun gedachten te kunnen terugbrengen tot de essentie van een halve bladzijde. Het zette me alleen maar aan tot meer gepoter in word.
   
Hieronder leest u de verbeterde versie, maar ook de niet helemaal verbeterde versie. Sommige opmerkingen (zoals schrappen die handel) heb ik bewust genegeerd. Ik vind dat ik trouw mag blijven aan dat gen dat mij in staat stelt te veel adjectieven tussen te voegen. ’t Is maar een blog hoor. De mijne dan nogwel. Dus ik ben, ik doe, ik word koppig genoemd en zal toch nooit in een echte gazet verschijnen, zodus…
   
   
   
Na het vuurtje het zuurtje
   
Altijd jolijt, vijf bijeengedreven wildvreemden in een visbak. Bij Ikea is het niet anders, alleszins niet in die restauranthoek die ze voorbehouden voor hen die het niet opbrengen hun sigaretten een hele winkeltocht op zak te houden. Het kostte mij slechts een halve stap mist doorploeteren om te worden opgenomen in de groep. Ik onderdrukte net de neiging tot luchtschoolslag toen een van de mederokers vanachter een spiraalwolk sigaar me met één inhaal betrok bij het gesprek : “Sociaal, sociaal zeg ik u, dat zijn wij, gedoemd verbannen soortgenoten, vindt u niet?”
   
“Als we het niet zijn, worden we ertoe verplicht,” monkelde ik.
De binnenhuisarchitect van deze meubelkeet leek mij een regelrechte grapjurk. Hij zette ons achter glas, op hoge krukken terwijl zij – ik gebaarde in gedachten mijn kin in de richting van het stoelzittend publiek – zich kon overgeven aan het rokertjes vergapen. Die gifgroene muur achter ons was waarschijnlijk aangebracht om ons te accentueren.
Hoe zouden wij het in deze omstandigheden in ons hoofd halen ons niet te pletter te amuseren?
Om mijn wijsheid een krachtstoot toe te brengen, gesticuleerde ik er uitbundig op los.
   
“Waar ik ook mijn rookwaar bovenhaal,” kirde een hoogopgestoken blonde knot met aubergine nagels, “ik vind altijd bereidwillige handen met aanstekers erin.” Ze pauzeerde even om de stoom van haar onderwerp uit haar neusgaten vrij spel te geven.
“Vriendelijke mensen, stuk voor stuk, de leukste babbels worden in het sigarettenhol uitgewisseld.”
   
Uit de hoeken van ons gelegenheidsaquarium klonken tal van bevestigende kreten. Ik hoopte maar dat deze plots sprekende protagonisten van de stinkstok hun jeuj-gebaar niet vergaten en het liefst ietsjes spontaner dan de winnaars van ‘Het rad van fortuin’ vroeger uit hun ledematen plachten te schudden. Stel je voor dat we geobserveerd werden!
   
Een oude knar, die te beoordelen naar zijn gele vingers en dito snor, volgens de wetenschap al lang kankergewijs onder de zoden had moeten liggen, rochelde verder : “Weet u nog? Vroeger? Iedereen vrijpostig dampen in zijn eigen besloten kring? Ik heb er alvast geen heimwee naar. Maar ik heb dan ook een abominabel kennissenbestand, blij dat ik daar af en toe mag uitbreken.”
Daar moesten we me zijn allen toch enkele wegtikkende seconden over nadenken. En de gelegenheid bij zijn lurven grijpen om er alras nog eentje op te steken.
   
– “Mja, mja, mja,” sprak iemand die ik spontaan zou willen omschrijven als de intellectueel van het hok, al was het maar door de gedecideerde toon van deze drie uitgesproken woorden die schuilgingen achter twee perfecte blauwe kringen. Dit staaltje kunst is enkel het ware talent geschonken. Twee nog wel!
   
Intussen waaide er een oer-Antwerps koppel binnen. Om dat te ontdekken waren er slechts enkele lettergrepen nodig.
   
“Mja, mja, mja”, herhaalde de intellectueel om de nieuwkomers niet te benadelen, “nurkse vrienden of niet, het blijft een feit dat we onze hobby, geografisch gezien, bijna nergens meer kunnen beoefenen. Soms voel ik mij de Salman Rushdie van de antirokersliga.”
   
“Wat je zegt, Salomon!” interveniëerde de vrouw die dagelijks de schaduw van de Boerentoren moest torsen, onverschrokken onze replieken naar de verdoemenis. “Neem onze Turkse vrienden en onze Marokkaanse. Die mogen alles. Of ze denken dat ze alles mogen!”
   
Wij zwegen. Zij zocht oogcontact. Wij vermeden. Iemand kuchte de stilte aan flarden. Het klonk anders dan het gewoonlijke gekraak van de keel.
“Ik dacht dat roken en drinken niet getolereerd werden in de moslimgemeenschap?” probeerde de gedoemd verbannen sociale sigaar nog, maar Filipa Dewinter spuide knetterende oproertaal, niet eens gehinderd door een IQ van meer dan twee cijfers.
   
De door mij gestimuleerde mimische ondersteuning vond gretig afname. Wie aan de andere kant van de visbak zat, kreeg een schouwspel van vijf bologige vissenkoppen, snakkend naar lucht.
Frisse, racismevrije lucht.
   
   
Bespreking :
– De titel trekt op niks. Maak hem kernachtig, hij zet niet aan tot lezen.
Spijtig, maar ik laat hem staan. Dat zuurtje staat voor de verzuring in de maatschappij en wie niet meteen mee is, tant pis.
   
– Complexe zinnen en veel bijvoeglijke naamwoorden, probeer je stijl te vereenvoudigen.
Sorry sorry sorry… luktmeniet.
   
– Premisse : de lesgeefster zag er dit in : racisten vervuilen de lucht meer dan rokers, maar ze wist niet of elke lezer deze tweede laag beet heeft.
Hm? Diep! Maar ikzelf wilde meer de oppervlakkige gezelligheid (het wij-gevoel) tussen de rokers aan de kaak stellen die als een vervuilde luchtbel uit elkaar spat, van zodra ook in het rookhol (de hier totaal misplaatste) verzuring binnendringt. Je kan er nergens aan ontsnappen.
   
– Wel ok : visueel geschreven en de eufemismen.
   
En vooral : echt gebeurd!

Een luisterend oor vangt altijd en overal intelligentie op

  

zapnimf1kleindonkerroze-op-lichtroze   Ergens in een straat in Brugge.
   
Een voetganger tegen een fietster :
“Heey, Heleen! Ben je terug?”
   
Moose in mijn oor : “Neen lul, ik ben mijn tweelingbroer!”

Wat als je geen 16 goed gelukte foto’s hebt?

 

Ik wilde zo’n fotocollage met negen fotootjes. Pech zeg. Kan ik u afleiden van die zeven overbodige door wat rond te strooien met : De Haan – Oostende – Brugge – Een Fortisbank in Wenduine?

  

collageknip

  

Geheugenverlies begint bij veertig

  

zapnimf1kleinpaars-op-zwart   – “Scha-aaat? Wat deed dat leeg cd-doosje, ingepakt en wel vanmorgen onder mijn ruitenwisser?”
– “Hoezo? Had je het niet begrepen dan?”
– “Ik dacht het niet. Eerst vermoedde ik dat je een ceedeetje had gebrand en dat dit al geluidsklaar in de auto zat, om bij het starten uit de boxen te stromen, maar gutsie, we moesten het doen met ‘High school musical 2’, de weekkeuze van de kinders.”
– “Maar alleeeeez, ik was er zeker van dat je nikkel wel zou vallen!”
– “Nee dus. En die rekening van de Blokker? Had die betekenis? Ze was doorstreept met stift en nog eens met balpen.”
– “Ik vond het al zo raar dat ik geen sms van je kreeg met ‘hiphiphoi mijnvrijeriseen…. euh roi’ van je kreeg.”
– “Jaaaa zeg… wat had ik dan moeten snappen?”
– “Re-ke-ning! Twee jaar geleden? Doet het een belletje rinkelen?”
– “Neu.”
   
Bijna twee jaar geleden schreef hij dit
Hebt u ‘m?