Doe mij maar een gps voor mijn onsjes verstand

  

zapnimf1kleinlichtroze-op-wit   ‘Jaloers zijn’ is voor driftgedierte, mensen met haar op hun gat en die bovendien een snijtand missen en zij wiens paar onsjes verstand verloren zijn gelopen.
Definities die vastliggen vergemakkelijken de omgangsregels.
“Een lispelaar met een wollen bilnaad!” gis je en vervolgens loop je er met een boogje omheen. Simpel simpel. ’t Zijn naievelingen die het zelf opzoeken. Ik niet, ik ben onthouder. Naijver is mij vreemd.
   
Met deze zekerheid in het achterhoofd, betrad uw zapnimf verleden week de feestruimte alwaar de receptie van schoonzus doorging. Vanuit een hoek klonken feeërieke zweverijen, alsof gestreeld met een wattenstaafje gedrenkt in nectar. Allen afkomstig uit het keelgat van een kokette jongedame.
Ze toverzong Hooverphonic, euh… en nog vanalles. Net toen ik ‘nog vanalles’ trachtte te ontcijferen, decodeerde mijn oorschelp een twee tonen te hoog schriel gepiep van moose : “Mohow! Dat is Melanie! Maar dat is lang geleden!”
   
Mijn ogen knepen zich tot strepen. ‘Nog vanalles’ werd in de chaos der overpeinzingen onzacht geplet door : “Me-la-nie? Melanie wie? WTF is Melanie?”
Moose glittergrijnsde plots van bakkebaard tot bakkebaard. Tanden bloot. Oogrimpels. Kuiltjes in de wangen. Zijn haar piekte vanzelf in hip-stand.
Mijn lief. Mijn levensgezel waarvan ik altijd dacht dat een vrouw eerst haar tong in zijn oor moest rammen vooraleer hij ze zou opmerken. (Soit, dat was mijn tactiek indertijd.) Die dus. Eén becquerelbom.
“Melanie?”, speekselnevelde ik liefjes naar hem.
“Weljaaa, Melanie, je weet wel, van de harmonie, die zo mooi kan zingen.”
Weljaaa, die Melanie. Ik wist het terug. Van de harmonie. Zijn vlam van lang geleden. Die zo mooi kan zingen. En die hem ondersteboven heeft gezongen. En waar hij niet over uitgepraat geraakte, over hoe fantastisch knap die wel kan zingen! Oe oe oe, zingen dat die kan! Lalalaaalaaaa! Hoe kon ik dat toch vergeten?
Als ik een liedje op cd of de radio stembandelijk kracht bijzet, keutert hij discreet in zijn gehoorgang. Toevallig bij twee oren tegelijk terwijl hij in zichzelf begint te zoemen.
   
Ik meesmuilde : “Had je niet gezegd dat die mollig was?”
“Volgens mij is die minstens twintig kilo kwijt, ze ziet er goed uit hè?”
“Plllffja, en onervaren. Dat kind heeft nog niet eens Elvis weten doodgaan, poehpoeh.”
In één beweging gritste ik twee toostjes van een voorbijkabbelend plateau, mikte ze tesamen in mijn mondholte en kauwde zo hard dat ik hoopte de muzak ermee te overstemmen. Smakken met een pruimenmond is afzien!
    
Moose had eindelijk zijn blik kunnen losscheuren van het heupwiegend rokje van Melanie. Glazig liet hij zijn ogen ronddwalen in het ijle tot ze uiteindelijk ergens op mijn romp bleven rusten. Ik overwoog een seconde om een toiletbezoek in te lassen en terug te komen met mijn rokuiteinde achteraan in mijn onderbroek gehaakt, gewoonweg om te testen of hij het zou merken.
   
Derhalve stond ik daar krampachtig normaal te wezen, wat hem dan weer wel opviel. Hij monsterde mijn overdreven ‘ik-word-hélemaal-niet-verteerd-door-groene-beesten-lichaamstaal’ en greep me om mijn middel.
“Oooo, jij bent jaloers. Hoe schattig.” En ik kreeg een kus bovenop.
“Watte jaloers? Wie jaloers? Krrrrrrrch, alsof ik niks beters te doen heb.”, snoof ik. “Daarbij, ik heb al mijn tanden nog en een haarloze poep.”
   
“’t Is een hele toffe,” ging moose verder alsof mijn bijdrage aan het gesprek onbestaande was, “maar – ik heb je dat al eerder verteld – onze humor was zo verschillend. Vertelde er iemand een grap, kon de andere daar nooit om lachen.”
Ineens daagde me het terug : de mop over het konijn in de cabrio. Een uiterst flauw gedrocht. Moose vertelde ze toendertijd na om zijn bovenstaande stelling te illustreren. Toen de pointe eraan kwam, geeuwde ik de bloemen uit de vaas.
“Jah, heel erg lieverd,” bambi-oogde ik toen nog meelevend, “wie verwacht dat je daarmee gaat lachen, is echt wel een kneus.”
Waarop hij : “Euh… dat was mijn mop.”
   
Die Melanie leek me eensklaps niet meer zo’n krel. Die viel wel mee als je nog eens keek. Best wel een leuke griet eigenlijk.
“Ze heeft even stemrust,” sjilpte ik, “kom, we gaan even ‘dag’ zeggen. ’t Is tenslotte toch een ouwe vriendin van je.”
   
“Maar ik heb tenminste de mannen op de maan nog vanuit mijn wipstoeltje nog meegemaakt.”, dacht ik er stiekempjes achteraan. “En ik heb niet zo’n knokige knieën.”

Advertenties

13 Reacties to “Doe mij maar een gps voor mijn onsjes verstand”

  1. veerle Says:

    Dat je dat er op je maandelijkse huildag nog bij moest krijgen. Arme Zapnimf, toch!

  2. Patrick Says:

    Had Melanie netkousen aan ?

  3. fotomart Says:

    Denk je dat die knokige knieën bij mannen opvallen?

  4. madameblogt Says:

    Zelf aanpappen met de knappe griet is de beste manier om de groene duiveltjes in te tomen. 😉

  5. zeezicht Says:

    Volledig akkoord met madame: aanval is de beste verdediging!
    Ik voel mij helemaal opgepept na dit schrijfsel gelezen te hebben. 🙂

  6. Laleña Says:

    Oh oui, Melanie, elle est moins bien que vous
    Melanie, porte moins de jartelles
    c’est vrais que Melanie a des faux genoux
    c’est vrais que Melanie, elle est cruelle…

    Ha Ha Ha
    wie riep daar op ‘r verjaardagsfeest dat ze nog noooiiiit jaloers geweest was en het noooit zou worden, want geen reden?

  7. zabrila Says:

    Hihi… en zo schattig dat hij jouw groen duiveltje je schattig vond staan!

  8. micheleeuw Says:

    Doe ik ook altijd : zelf gaan ‘gedag’ zeggen, maar hem niet loslaten en vertellen hoe goed we het hebben en hoe gelukkig we zijn en …
    Laat hem maar een goed kijken zo weet hij weer hoe gelukkig hij is dat hij met jou naar huis kan !

  9. tijdtussendoor Says:

    Eens goed lachen voor het scherm kan deugd doen;)
    Warme wensen voor de kerst!

  10. zapnimf Says:

    @Veerle : kWeethet, ben een sukkel 😉

    @Patrick : Gij leest te veel blogs!

    @Fotomart : Hm. Vandaar ook dat ik de truuk met de rok in onderbroek niet aandurfde. Je hebt gelijk.

    @Madame : Uiteraard. Ze ging echter niet in op mijn avances. 😉

    @Zeezicht : Toch straf dat die oppeppers zich altijd afspelen op mijn rug! 😉

    @Laleña : Dat was die buikspreker in mij.

    @Zabrila : Welja, hij weet wel hoe hij het moet aanpakken.

    @Micheleeuw : Hèhèhèhè. Dat alles moest ze zelf maar zien aan mijn (nog rode bleit)ogen. En ik heb na een paar zinnen wel losgelaten, ik ben een sigaretje gaan roken. Te bezitterig willen we ook weer niet overkomen hè?

    @Tijdtussendoor : Jij bent helderziende?!

  11. georgina Says:

    Heel leuk geschreven en voor velen toch een taboe. 😉

  12. Dana Says:

    hahaha, geweldig !
    vroeger, heel lang geleden, een ver verleden , kon ik af en toe héél jaloers zijn , maar ik vond dat een verschrikkelijk gevoel ! Ben benieuwd of ik dat nu nog zou hebben….

  13. #wijvenweek : Guilty pleasures en kleine kantjes, XXL Amerikaans kleine kantjes « De weergaloze fratsen van ene zapnimf Says:

    […] janken* seg- ben ik sterk in zelfrelativeren. Achteraf. Als het leed geleden is. Ik nog leef. Mijn onuitstaanbare trekjes mij de das niet hebben […]


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s