Goed voornemen nummer één

  

   Blijven leven…
 
want :
Ik ben het waard.
(en ik heb just tweeduizend liter mazout gekocht.)

Pfwiet!

  

zapnimf1kleinlichtroze-op-wit   Zowaar, ze doken allemaal op, de eenzamen.
Eentje zelfs een uur vroeger dan voorzien en ze was niet het minst onder de indruk van mijn nog meefigurerende pyjama, die toch wel een aardige eindejaarskleurimpressie vertegenwoordigt. Ik hield een kleine opknapbeurt van mijnentwege terwijl zij de keuken dweilde, zo werd er gecompromist.
 
Mijn oren waren nauwelijks uitgekoterd, wanneer ook de overige bendeleden intrede deden.
S. had zich voor deze gelegenheid zelfs een nieuwe auto aangeschaft. En hem bijna achteraan in de tank van Huisvrouw geposteerd. Meer zelfs, een nieuwe tweedehandswagen mét open dak! “Een cabrio! Een cabrio!” vielen we haast in appelflauwte. De discussie duurde tot de keuring van het open dak. We besloten uiteindelijk dat deze eigenaardigheid geen cabrio en ook geen gewoon dakgat was, maar wel uitermate geschikt was om ons gezelschap rechtstaand op de zetels – een pausmobiel zonder glas zeg maar – rond te toeren bij het zoeken naar een Nederlander die die naam waardig was : een rund dat met vuurwerk stunt. Want ik vond ze maar mak dit jaar, de (noorder)buren.
Terwijl huisvrouw en ik ons kwartiertje in de buitenlucht aanwendden om luidruchtig te fulmineren tegen de schijnhollanders, zwalpend en elkaar behoedend voor valpartijen van het lachen voor buurmans deur (met moose vlak achter ons om ons recht te houden), zagen we de rest van de gezellen in alle geluidsrichtingen stuiven om toch maar schitterplofglim te ontdekken. Pffrt. Helaas. “Bos!” hintte ik, “bomen”, “niks zien!”, “dikke pech!”.   
   
Het was duidelijk. We zouden het met ons zessen (plus vijf stuks andermans jong, tevens oudleerlingen) zonder vuurspektakel moeten rooien. Het draaide erop uit dat we collectief over de rooie gingen. Zodra de kinderen weggemoffeld waren bij de tv, werden de meest onwaarschijnlijke oudejaarsonderwerpen aangesneden. Het hilarische aan de vriendinnen, is dat ze allen beeldend aangelegd zijn. Tulp op kop. Geen verhaal over een asverstrooiing, een mislukte paaldanseres, een woningbrand of hij werd visueel ondersteund door de verteller in kwestie, desnoods met de luchtgitaar. We gierden van zelfrelativering. We brulden als we iemand anders in pineuterige mootjes konden hakken. We rolden over elkaar van lol. We daverden tot vroeg de buren uit hun bed.
 
Tussen de wijntjes door en er misschien ook wel aan gecorreleerd kreeg ik nog een onbescheiden vlaag van geiligheid. Moose stond in de keuken tussen het afwasmachien en de gootsteen zo onweerstaanbaar te wezen dat het een lieve lust was. Een lust waar de eenzamen heftig tegen protesteerden. Dat heb je dan met die egoïsten, ze slaan wel je gsm aan omdat hun batterij op is en omdat ze heus niet zo alleenigvoelend zijn als ze willen doen uitschijnen, maar de gastheer eens uitgebreider knuffen, dàt is not done!
Maar één sterk verhaal verder, rolden de tranen alweer over de wangen en drong de begeerte op de achtergrond.
 
Aan de insiders wil ik alleen dit nog kwijt : pfwiet pfwiet!
(“Neen, dat vertel ik niet, ik klap niet uit bed.” Twee seconden later : “Allez vooruit.. zwwwewwezzz… pfwiet pfwiet!”)
   
O man, 2009 gaat een triestig jaar worden. Ik voel het. Al mijn lachkrediet voor het ganse jaar is nu reeds verspeeld.