De teisterende, tergend taterende taart (2)

  

zapnimf1kleindonkerroze-op-paars   Moose wilde taart, hij kreeg een taart.
Naadloos popte er een taart van een belmeisje op ons scherm. Tenminste, over twintig jaar zou ze gans voldoen aan het imago van een ouwe taart. Het stemgeluid ervan bezat ze al. Ze mekkerde onze onvoorbereide oren op weg naar een trauma. Voortgebracht uit scheve bekkentrekkerij.
 
“Geit!” replikeerden we.
 
“We zoeken vandaag dieren waarvan de tweede letter ‘a’ is!” schuimbekte ze.
 
“Kalf dan!’ verbeterden we onszelf.
 
Intelligente kijkers met vooroordelen vinden waarschijnlijk dat dit het moment is dat de vtm-avond nu wel afgesloten mag worden, maar vertroebeld door al dat zomaar aangewaaid geluk in wolken, waar we niks voor hoefden te doen, was dat stadium ons al voorbij gehold. Wij ondergingen, vertrokken voor anderhalf uur gebakken lucht. Onze eerste kennismaking met dit verschijnsel, als je het youtubefilmpje van de Zweedse variant (het mooie spauwende meisje) niet meetelde.
 
Tuttebel bleek onvermoeibaar. Ze kweelde zichzelf stembandknobbels : “Komaan, ‘kangoeroe’, ‘kat’ en ‘raaf’ staan er al om jullie op weg te helpen, bellen maar. Waar blijven jullie? Waarom pakken jullie die telefoon niet op? Zo gemakkelijk verdiend : honderd euro als jij het raadt! Wat zeg ik? Kijk, de regie doet er tweehonderd euro bovenop. Waar wachten jullie op? De lijn staat open!”
 
De telefoons stroomden binnen naar rato van twee euro per poging :
parkiet (2x), kaketoe (2x), papegaai (4x), waarmee meteen bewezen was dat vogelliefhebbers een gen ontbreekt dat hen wijst op overbodige herhalingen. Ook ‘aap’, ‘salamander’, ‘panda’ en ‘paard’ bleken populaire gokjes die meer dan eens het deksel op hun neus kregen. Wij bulderden ondertussen van plezier. Zoveel idioten en allemaal willen ze hun moment van fame in de nacht verprutsen door niet goed op te letten. Mwoeha.
 
Eén onfortuinlijkste belster moest eenmaal in de ether zelfs een opstoot van geheugenverlies verwerken : “Euh… euh… ik weet niet meer wat ik wilde zeggen.” Wij traanden reeds van het lachen.
 
Johan was erg zeker van zijn antwoord : “Zwaardvis!”, brieste hij. Wij schoten lachsalvo’s af.
 
Deze mevrouw met een geografische handicap tot in de huig maakte het helemaal guitig : “Haai met een hé.” Toen het bij mij doorsijpelde dat ze haar vis in een vogel wilde veranderen met haar verduidelijking, lag ik al te rollebollen op de mat voor de tv.
 
Tjonge, zoveel entertainment op een kluit, dit moest een unicum wezen.
Jammer voor al die foonlustigen, bleef enig resultaat uit.
 
“Volgens mij,” liet ik de argeloze verondersteller in mij los, “staan die rat en die raaf daar om ons op het verkeerde been te zetten. Wedden dat het moeilijker is dan dat?”
Tegenover iedere gissing die werd uitgesproken, verzonnen wij (tweede kolom) er zelf eentje :
rat – gaviaal
marmot – zandvlo
valk – basset
mamoet – baardagame
panter – Tasmaanse tijger
ratelslang – tapir
lama – varkenshaai
haring – mariboe
kabeljauw – maanvis
varken – tafeleend
 
Ondertussen waren moose en ik erachter dat zowat ieder dier op deze aardkloot als tweede letter ‘a’ heeft. Maar hoe het spel nu precies in elkaar zat, daar waren we nog niet achter. Er hupten klokjes af en aan met een aantal seconden. Blijkbaar vond de uitvinder van deze grol het leutig om zijn verbinding regelmatig te verbreken. En ondertussen maar oproepen voor noppes vergaren. Eens we dit systeem ontrafelden, vonden we moose en ik dat een gemene stunt.
Of er werd gereduceerd tot tien kansen. En daarna nog eens tien kansen. En meteen daarop nog eens vijf kansen. Het strookte niet echt met mijn kansberekening.
 
Huppelkut werd vrijgevig en naarmate haar geratel verstreek, knipperde er in een hoekje van de beeldbuis een te winnen bedrag tot vierduizend euro.
 
De makers van het spel wierpen ons een tip toe : water…
Jochei! Tegelijkertijd sloten ze alle communicatie met de telefonerende medemens. Het laatste half uur kwam er geen beller meer aan te pas.
 
“Waarom bellen jullie niet? Ik sta hier op jullie te wachten! Dit kan toch niet? Slapen jullie allemaal al? Hoe is het mogelijk, je krijgt een tip en ik hoor niks meer!” We moeten het nageven, qua opvullend gekakel was ze onze meerdere, dit huichelachtig wicht. Alsof zij niet wist dat die arme donders niks anders deden dan haar nummer intikken.
 
Zelfs debielen zouden nu afhaken en slaap gaan inhalen, maar moose en ik platvijgden onszelf naar de bevolkingslaag eronder en bleven staren. Wij wilden weten of dit spel afsloot met een winnaar. Wij wachtten op de ontknoping van de verborgen beesten. Of het nu waterhoenen, watervlooien, waterjuffers, waterlarves, waterslangen of waterkonijnen waren, de openbaring was nabij.
 
Trien verveelde zich ook. Ze begon een discussie met de regie in haar oortje. Haar woorden geraakten op. Ons geduld stilaan ook. Een vervormde mannenstem, ontsnapt uit Big Brother gilde : “Kan me niet schelen, het is mijn show en ik doe wat ik wil!” Dit mankeerden we nog. Tevens, zo speculeerden we, de zot achter de circus- en kermisgeluiden die anderhalf uur lang onze welwillendheid teisterden.
 
Om de tijd te doden maakten moose en ik een kleine rekensom. Gemiddeld veertig bellers per minuut (en dan blijven we zuinig) die telkens twee euro armer worden. Dit gedurende anderhalf uur. Dat geeft € 7200 inkomsten voor deze aflevering. Nounou. Je mag er niet te lang bij blijven stilstaan of je verdrinkt in je verdriet.
 
De laatste seconden braken aan. Het te raden woord – waterree – was ondertussen al in stukken op een voobijritsende band verklapt. De oproepen per minuut gingen crescendo, maar ieder gelukszoeker bleef geblokkeerd. Tot de allerlaatste seconde. Eén chansaard die de vierduizend euro zou wegkapen.
“Waterree”, hijgde ze alsof de spanning van de toelating haar ieder moment een hartaanval kon bezorgen.
“Fantastisch!” kletste nitwit uit haar nek, “dan mag jij nu het spel voor de vierduizend euro spelen! Achttien vakjes met vier klavertjes ergens ertussen. Als je er drie van omdraait, win je!”
 
Moose en ik keken elkaar met neusvleugels die bijna in onze ooghoeken boorden en tanden in superkonijnenstand (Denk die ene van ‘The Young Ones’). De bedotters! Dat tuig van de richel! De smeerlappen! Dat geld is onmogelijk te winnen.
En toen we de andere te raden dieren met ‘a’ op plaats twee, onder ogen kregen, deden we er nog een Marty Feldman bij :
 
Pakira
Kaugek
Margay
Nandoe
Pampastruis (da’s nog een nandoe, ook met a)
Barzoi
Kalander
Manta

Tegen zoveel oplichting zou onze gelukswolk niet opgewassen zijn, denk ik dan zo bescheiden bij mezelf.

Advertenties

10 Reacties to “De teisterende, tergend taterende taart (2)”

  1. micheleeuw Says:

    En dat ze er geld aan verdienen ! Waarom zouden ze het anders doen ? Proficiat dat jullie tot het einde zijn blijven kijken.

  2. Margo Says:

    Onlangs heb ik tijdens een slapeloze nacht ook zo eens voor de tv hangen kijken naar zo’n belspel. Dat was met een gast, een vreselijke windbuil met een lelijke kop waar je eiren op kan bakken en met 7 op kan kleurenwiezen.
    Enfin, dat ging over een raadsel met cijfers. Iets in de aard van “13 meter + 21 meter, gedeeld door 4 m, maal vijf.”
    Maak de som van de meters”.
    De vraag was: “Hoeveel meter tel je?”
    Niemand raadde juist en na eindeloos leuteren en aftellen gaf hij uiteindelijk het antwoord: iets als 812,08 of zo). Geen kat die weet met welke “berrekening” ze aan dat getal kwamen. En zij leggen het niet uit ook, natuurlijk.
    Er werd al veel gezegd en gezwegen over de geldklopperij, de uitbuiting van nietsvermoedende idioten die denken en hopen dat ze daar met den tellefong een grote smak geld gaan verdienen. Verbieden, die handel!
    Maar ’t is waar, hilarisch is het soms wel, als je Maria, Suzette, Marcel, Josianne en Ammedee hun gokje hoort wagen, inderdaad constant dezelfde gok en dus constant fout (debiel toch?), en op zo’n ernstig toontje alsof ze al zeker zijn van ’t groot lot. Triestig, dat is’t.

  3. de zeggenschap Says:

    We moeten behoren tot een braaf volk, een heel braaf volk dat alles zomaar over zich heen laat gaan. Alles? Nou, ja.
    Anders zouden we met z’n allen dit rotkast allang naar buiten hebben geslingerd. Van de Medialaan naar de Reyerslaan. Of andersom. Daar wil ik nog wel eens een boompje over opzetten.
    Hoe heet dat fruitvliegje met een y in z’n naam ook weer?

  4. zeezicht Says:

    Afzetters zijn het, die onnozele mensen geld uit hun zakken kloppen.
    Heb ook ooit eens zitten kijken en dezelfde ‘Marc’ kwam verschillende malen na elkaar erdoor en won zelfs!
    Dit is zo’n spel waar niemand naar kijkt, maar iedereen kent het. 😉
    Maar wat is verdorie een waterree?

  5. zapnimf Says:

    @Micheleeuw : Het idee om zelfs zoiets te beginnen is in saaie momenten ook even opgepopt. Dit moet poenpakken wezen.

    @Margo : Ja, nu ik het toch een keer heb gezien, mogen ze het verbieden.

    @De zeggenschap : Gooi maar! (Wacht misschien nog tot ‘Van vlees en bloed’ afgelopen is.) Ik druk de afknop wel in. Eey, dat is just een nieuwe van vorig jaar hoor!
    Uw antwoord : fruytvlieg!

    @Zeezicht : Niemand naar kijkt, iedereen kent het en veertig mensen per minuut belt er dan ook nog naar.

    Voor bij de uitleg van (mw) hier ook nog een prentje :

    ‘k Ben al blij dat je het niet vroeg over al die andere beesten met a.

  6. veerle Says:

    Hebben jullie echt niks anders te doen op dat uur van de avond?

  7. madam arabelle Says:

    Tsss, en puberzap zich maar zorge maken over jullie seksleven. Allemaal de schuld van de VTM

  8. Pyrrhura Says:

    Nooit meegedaan aan zo’n spel, maar ik ben er wel van overtuigd dat de kans om iets serieus te winnen heel klein is! Zware afzetters!


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s