Vooruit met de kikker, vang die stok

  

zapnimf1kleinlichtroze-op-donkerroze   Twee keer genomineerd om een stokje verder te zetten – ik ben echt wel te vriendelijk tegen de mensheid – je moet maar chance hebben! *scheelkijk*
 
Eén vraag mag vliegen (Welke thee drink je het liefst? Thee is voor mietjes!)
Eén vraag mag je toevoegen. Dat werd de laatste.
 
Wat is op dit moment een obsessie voor je?
Euh… niks? Of het moest iets met chocolade zijn. Af en toe.
 
Wat draag je nu?
Een zak vol zorgen en lasten (zie postje morgen), maar met voldoende relativeringsvermogen erin.
 
Wanneer doe je een dutje?
Iedere keer als ik mijn ogen sluit en ik merk dat er vele minuten ineens verdwenen zijn. Regelmatig.
 
Wie heb je het laatst een knuffel gegeven?
Minizap en krulzap terwijl ik ze door de schoolpoort duwde.
 
Wat zou je willen veranderen?
Alle nurken (m/v) worden -ti ta tovenaarsgewijs- toffe gozers (m/v).
 
Wat eet je vanavond?
Wortelpuree. O, eerst even de kip nog uit de diepvries halen…
 
Wat kocht je het laatst?
Een schoonmaakbeurt en een nazicht voor het gebit, maar het werd een geval van koppelverkoop want ik moet nog eens terug om een bijbehorende behandeling aan te schaffen.
 
Naar welk geluid luister je nu?
Zoon? Wat is dat malheureus gesnerp dat je daar op limewire aan het beluisteren bent? (Hij zit aan de overkant achter een andere pc.)
Enfin, geloof me, je wil er geen deelgenoot van worden, maar in de plaats krijg je dit. Goed voor één sprankeltje tegengif.


 
Wat is je favoriete weertype?
Het heen- en weertype. Afwisseling.
 
Wat is je doel?
Sterven met de wetenschap dat het allemaal nog niet zo slecht was.
 
Zeg iets tegen de persoon die je getagd heeft.
Dag Licht in de duisternis en Veerle sprokkels,
Wisten jullie dat de eerste zwangerschapstests vrouwelijke kikkers waren die men in een labo inspoot met de urine van de vrouw in kwestie? Nee? Weeral wat bijgeleerd sè! Na twee dagen werd dat beest dan gedissecteerd en als de eierstokken ontwikkeld waren onder invloed van de hormonale prikkels, dan wist men dat de opdrachtgeefster zwanger was. Verbluffend toch?
 
Wat is je favoriete vakantieplek?
Mijn hoofd.
 
Welke films kan je keer op keer bekijken?
Toch al meer dan gezond is naar ‘Grease’ gekeken, maar ik ben er niet zeker van of dat uit vrije wil was.
 
Welk boek lees je momenteel?
‘Meneer Doktoor, verhalen over leven en dood, lijf en lust 1937 – 1964’ van Peter Vandekerckhove.
Het stond daar te verstoffen op de boekenplank van Huisvrouw en ik dacht : “Waarom niet?” Het past perfect tussen de serie van Diane De Keyzer (‘De schaamte en de schrik, goesting en genot’ en ‘De engeltjesmaaksters’) enne, ik kan nu overal gaan rondbazuinen dat ik weet hoe de eerste zwangerschapstests kwaakten. Een aanrader in het non-fictie assortiment. Hierna vervolgen we gewoon met ‘Dagboek van Zwaluw’ van Amélie Nothomb ; een huurmoordenaar tussendoor ter ontspanning moet kunnen. Al zouden we hem natuurlijk ook kunnen veranderen in een toffe gozer.
 
Wat geeft je veel plezier, maar tegelijk ook schuldgevoelens?
Je huis zien evolueren naar een gebergte rotzooi, bijeen gehouden door vier muren, bezorgt me schuldgevoelens, maar nul komma nul plezier, dus dat telt niet.
Intimiteiten met het partnerschap delen, geeft massa’s plezier, maar nada schuldgevoelens.
Bwa, waarover hebben jullie het eigenlijk? Dit is een onoplosbare vraag.
 
Hoe ziet het landschap van je gedachten eruit?
Lila, zoet, de geur van groen, ruimtelijk oneindig en mooses humor achter iedere molshoop. En wollig met scherpe kantjes.
 
Welke uitspraak heeft veel indruk op je gemaakt?
“Klotemoeder!”
Of neen, hier treedt de gewenning al in, dat verzwakt de indruk.
Een sms van Nele, van wie ondertussen nu ook beide onderbenen tot aan de knie zijn geamputeerd (dat is er later nog bijgekomen) naar haar vriendin-collega : “Vanaf nu kan het alleen nog maar bergop gaan.”
 
Welke kwaliteit zou je willen hebben?
A+++
 
Waar wacht je op?
Weetikhet? Op alles wat mij nog te wachten staat. Liefst niet te spectaculair.
Oja, toch ook een beetje op de teloorgang van ‘De kampioenen’.
 
Wat was het eerste dat je vanmorgen dacht?
“Huh?!” En dat dacht ik zeer verdwaasd.
 
Wat is het bijzonderste dat je tot nog toe al presteerde?
Vinden dat mijn omgeving en ikzelf een gelukkig leven leiden, globaal bekeken.
 
Waarom doe ik mee aan stokjes als ik dat toch maar een inspiratieloos gedoe vind?  Ik ben een vijg.

Vergeet jij nooit eens een Spaanse bank?

  

zapnimf1kleinlichtroze-op-paars   De aanprijzing van Axe deodorant rolt over het scherm. Fik je pels af, brul als een oermens en pak een bison iets om mee rond te toeren. Grauww! Met geparfumeerde oksels kan je iedere griet binnendoen.
 
Cola light aansleuren, kat ontteken, tenenkaas bestuderen, slaresten uit tanden halen, deden we vorig reclameblok al. Er zit niks anders op dan onze pijlen op de lichtbak te richten.
 
– Truitjes wisselen na bowlen, maar eerst wassen! Awoert! Mijn hartkleppen klapdeuren ervan als Zimbabwaans tromgeroffel, zo’n overdosis nep.
– Kerel stapt door deur in landschap naar ander landschap om uiteindelijk zijn laatste vijf seconden auto te gaan rijden. Weet jij waarover dat gaat? Nee.
– Spa, het zuiverende water : de hond is voor jullie, haar juwelen heeft ze al gegeven aan mij, het huis voor ons en jullie de inboedel en nu nog wachten tot ons ma sterft.
 
– “Ha! Daar zie! Een origineel gebrachte boodschap en de merknaam blijft hangen. Zo moet reclame zijn.
   Je vindt het in de gouden gids. Ook zo’n klassieker. De barst in het aquarium.”
– “Dat hoeft niet altijd, weet jij waar Mapei voor staat?”
– “Dat is toch het ploegske waar Johan – nee, ge moogt niet voelen, maar mijn testikels hangen er toch nog aan – Museeuw, de enige leeuw die in de derde persoon praat over zichzelf, in meereed?”
–  “Ja. En dat is reclame voor… welk produkt?”
– “Seg, stel niet eens zulke moeilijke vragen. Ik weet wél wat Rodania verkoopt! Ook een wielerploeg! Astana! Kazachse hoofdstad!”
– “Stel dat je naar de doe-het-zelver gaat en je hebt keuze tussen onbekende lijm en Mapei, dan ben je geneigd om sneller naar Mapei te grijpen, ook al wist je vooraf niks over hun marchandise. Gewoon omdat de naam zo overbekend is.”
– “Hmm, daar wil ik nog een reclamefilmke lang over contempleren.”
– “En Banesto? Wat is dat?”
– “Jamaar maat, mij nu niet onderschatten, Induráin reed daarvoor. Over chocolade repen weet ik alles! Oranje of groen verpakte granenreep, wuivende halmen en zonsondergangen in chocolade gebed. Ha! En nu gij weer!”
 
– “Ok. Dat is dan Balisto.
   En Banesto?”
– “Grauwww. Mierenneuker. Let op jong, de film is terug begonnen.”

Do, a deer, a female deer. De moeder van Bambi?

  

zapnimf1kleinwit-op-lichtroze   Top vijf (volgorde speelt geen rol)
 
1) De moeder van Bambi gaat dood.
2) Halfgare Paul Potts wordt voor de eerste keer uitgestald op het podium van Britain’s Got Talent.
3) Er gebeurt iets naars in ‘The Champ’. Wat precies wil mijn geheugen nog even achterhouden, maar het moet er dan ook voor terugreizen naar filmland 1979.
4) Ieder boek dat triestig eindigt. Of juist niet. (Het mag ook in het midden zijn, dat hartwroegend deel.)

5) Maandag 23 maart Centraal station Antwerpen. Tjongetjonge, daar had ik graag onvoorbereid tussengepast sè. En nogwel van vtm.
 
Snotteren dus.
Maar ik vraag verschoning.
Ik ben weeral aan het bewijzen dat ik niet zwanger ben.

Scheikunde was mijn vak niet echt

  

zapnimf1kleinlichtroze-op-donkerroze   Sommige lui hebben alles.
Ik heb zo bijvoorbeeld een directeur met een visie, een schoolvisie meerbepaald. Daarin heeft hij zelf verzonnen dat onze school nooit zal toelaten dat men in de voorhof moet kamperen om zijn nazaten in te schrijven. Uhu. Immers, onze school is er voor alle kinderen en uitsluiten stuit als een op hol geslagen flipperkast tegen onze christelijke borst.
Dat de leerlingen letterlijk aan boezembotsen doen, zo met zijn achtentwintigen in een te klein lokaal, nemen we er met de glimlach bij. Laat ons het duiden als een uitstekende oefening in het liefhebben van uw naaste. Praktijkgericht!
 
Hoezeer ik in de wandelgangen al jarenlang ‘One vision’ van Queen (zoals u al dan niet weet, Queen beheerst hier soms het huishouden) loop te neuriën, het mocht niet baten, want – spring is in the air – het wemelt van visies in het huidige schoolklimaat. Als daar maar geen broeihaarden uit ontstaan. Zo zijn wij trotse verzamelaars van beschouwingen allerhande. Naast een schoolwerkplan (zie boven) dartelen in onze kronieken ook nog een GOK-beleid, een zorgopvatting, een verkeersstandpunt, een veiligheidsoptiek, een sportmening, een ICT-benadering en een gezondheidsideologie. Mooimooimooi.

Tot ze botsten.
Enkele weken geleden kwam de collega, die instaat voor de uittekening van ons gezondheidsbeleid, met een CO2-meter op de proppen. Iedere leerjaar kreeg hem een halve dag in bruikleen. De resultaten waren adembenemend. Zuurstoftekorten werden opgemeten na amper een half uurtje met zijn dubbel dozijn verbruikers op een klasvloer van negen op zeven meter. Lucht happen, mannen!
 
Dan nu even iets anders : Hoe zou u zelfmoord willen plegen, in de veronderstelling dat het er ooit op aankomt.
Treinspoor? Brugpijler? Schietgaatje? Skiën tegen een boom? Lus aan boom? Vergiftigde appel? Kettingzaag?
Naaaaah! Reukloos en pijnloos… het kacheltje dat niet naar behoren werkt, de boiler die slecht verbrandt aan je bad, de uitlaatpijp van de wagen een beetje verlengen. Toch?
 
Dan nu terug naar het oorspronkelijk verhaal.
Met al die visies werd ik zowaar visionair! Ik zag op termijn (nog een tiental pupillen erbij stouwen) de revolutionaire oplossing vanzelf komen : een gezellige gezamenlijke CO-vergiftiging. Dit doet geen zeer, kindjes, misschien een beetje misselijkheid in het begin, stapel je alvast op elkaar, want er is geen plaats om allemaal te gaan liggen.
 
Tot iemand, die ooit wél had opgelet tijdens scheikunde, me vriendelijk wees op het ontbreken van het tweetje. CO2 is nog steeds geen CO. Hoofdpijn en concentratieverlies doden vooralsnog niet.
 
Maar pas toch maar op, collega’s en leerlingen! Want in een klas vol koppijn, kan er vanalles gebeuren!

De zelfverheerlijking in vertraging

  

zapnimf1kleindonkerroze-op-lichtroze   Ik : “Dit is lang geleden dat wij ten tonele werden gestuurd.”
Ik : “Ja en ik ben er ook niet op voorbereid, mijn haar ligt nog redelijk beginjaren tachtig. No future en anarchie-toestanden.”
Ik : “Ze is weer te lui zegt ze.”
Ik : “Mij laat ze weten dat ze mentaal aan het uitbollen is van haar vergadering van daarnet.”
Ik : “Feit is dat wij hier dus geduwd worden om uit te schreeuwen wat zij niet durft.”
Ik : “Zap de schijtluis! Zap de kakkever!”
Ik : “Enne, we zijn op de koop toe te laat dus.”
Ik : “Story of our life, toch?”
Ik : “Wij waren verondersteld van haar een flinke portie zelfverheerlijking toe te brengen.”
Ik : “Is ’t echt? Daar blinkt ze zelf toch al in uit?”
Ik : “Jamaar, dit gaat over een onderwerp waar ze naar eigen zeggen keihard boven staat.”
Ik : “Dwergen?”
Ik : “Neeje, lezersaantallen.”
Ik : “Ochgot, nu je het zegt, mijn lijn hier was : Nog zoveel bezoekers en ze heeft – ipperdepip – honderdduizend views!
Ik : “En dan hoefde ik nog enkel aan te vullen met : komt dat zien! Komt dat zien! Om volk te lokken tot die honderdduizend.”
Ik : “Daarna moesten we elkaar simpelweg nog wat te feliciteren, te jodelen en klaar waren kees en kees.”
Ik : “Wel spijtig dat we dus achterop hinken hè?”
Ik : “Dat moet hier vannacht en vanmorgen ineens een begankenis geweest zijn.”
Ik : “Toch altijd hetzelfde met dat klootjesvolk hein? Als ze dan eens een paar uur moeten wegblijven…”
Ik : “Onze opzet alvast naar de zjenoe.”
Ik : “Ik weet wat.”
Ik : “Ik weet ook wat : Er is een groepke Cyprioten dat ‘I Muvrini’ heet en dat ‘Amsterdam’ covert van Jaques Brel.”
Ik : “Ik bedoel, Cyprioot-idioot, dat ik weet hoe het goed te maken met die honderdduizend!”
Ik : “Ah?”
Ik : “Nog negenennegentigduizend achthonderdnegenenveertig bezichtigingen en zapnimf heeft – ipperdepip – tweehonderdduizend views! Komt dat zien! Komt dat zien! ”
Ik : “Hoera!
      Jodel?”
 
 
Totale bezichtigingen: 100,151
Aantal keer bekeken vandaag: 210
Totalen
Berichten: 323
Commentaren: 4,117

Het leven is een feest. Zonder snotneus.

  

   Samen met moose deden hier zijn zakdoeken hun intrede.
Laaaa-des heb ik daarvoor moeten vrijmaken. Met duizenden tegelijk overspoelden ze het huis. Zijn eerste tien verjaardagen in dit millennium moest hij jaarlijks cadeaus vol snotvodden uitpakken. Voor zijn uitzet.
 
Samen met moose kreeg ik er ook zijn vrienden bij.
Veel overzichtelijker in aantal dan zijn vierkant neuskeutelgoed. En je hoeft er geen verbouwing voor te regelen, ze passen gewoon op een lege stoel in de living. Handig.
 
Samen met moose leerde ik een aantal verre blogvriendjes kennen. Zij lieten het niet na van ons flink uit te lachen met het gat in onze technische auto-apparatuur ; het ontbreken van een gps. Telkens weer. Iedere keer haalde het duo zapmoose hun verenigde schouders op en zwaaiden met een afdoend alternatief, de uitgeprinte versie van Michelin of Mappy. Consuminderen is een werkwoord.
——————————————————————
 
“Het leven is geen feest.”, foeterde een deelnemer van een tv-programma dat ‘Hotel’ heet tussen twee zapbewegingen door, nadat ze anoniem braaksel had gespot in een verstopte gootsteen. Ze doelde op nachtelijke uitspattingen die voorafgegaan waren aan het gezigzag van de alcohol ; van de fles in de maag en van de maag in de pompbak. Ze mocht het leven dan al geen feest vinden, ze liet het lijden ervan – de opkuis – graag over aan een nog getormenteerdere ziel.
Ik dacht aan onze weekendagenda en sprak haar graag tegen : “Maar jawel meiske, het leven is wél een feest.” In ons geval zowel op vrijdag als op zondag. Maar wij schrijven ons dan ook niet in voor halfgare spelprogramma’s waar afzien synoniem staat voor entertainment.
 
Zondag dus.
Eén verre vriend van moose had besloten dat wij deze keer gebruik mochten maken van zijn spiksplinternieuwe accomodatie gecombineerd met overvloedige spijzen en dranken. Feest in Moorsele! Bekende fuifgemeente! Moesten we er al ooit van gehoord hebben.
Slechts ruim anderhalf uur reizen, vertrouwden we alweer op Michelin. Gewapend met vijf kantjes wegbeschrijving en een bloempje trokken we op avontuur.
De E17 rolde nog niet zo lang onder onze wielen of het reutelde in mijn neus. Loszwabberend vocht met toch enkele brokjes obstakel. Maar poeh, wie maakt zich daar druk om als ‘hij die gezegend is met een overvloed aan absorberend snuitmateriaal’ naast je zit?
 
Twee vieze snuifophalingen later :
– “Schattie, heb jij een zakdoek voor me?”
– (tast al zijn zakken af) “Euh… nee.”
– “Hoezo nee? Wat nee? Jij zet normaal geen stap buiten zonder vijf zakdoeken?”
– “Sja, vergeten.”
– “Ik reken wel op jou hè!” *snuif snuif*
(we zoeken tevergeefs de hele auto af op papieren zakdoekjes – “Iedereen heeft toch papieren zakdoekjes in zijn wagen zitten, ergens?” – of een rol wc-papier.)
– “Kijk daar, in de struiken van de middenberm hangt wc-papier genoeg.”
– “Hahaha – neusinademrochel – grapjas.”
 
Wat is een E17 zonder parking? Een parking waar je oplossingen vindt voor snotproblemen? Ondertussen reed ik al vijf kilometer met mijn wijsvinger in de lucht want de vraag naar een zakdoek kwam er pas nadat ik al ondeugend had gepeuterd, met resultaat. De bevrijding was groot bij het zien van een afrit. De teleurstelling ook, toen we doorhadden dat de uitverkoren verpoosplaats enkel een gesloten frietkot bevatte.
Een laatste krachtinspanning denkwerk bracht soelaas.
– “Ooo, weetjewat, ik pak dat papier wel, het eerste blad, dat hebben we toch al verreden en op het laatste staat praktisch niks op.”
Uw zapnimf snoot zich een opluchting in twee velletjes printroute. Niet gemakkelijk! Maar moeilijk gaat ook. Zelfs zonder inktafdrukken op haar snoet. Wie zegt er dat het leven geen feest is? Je moet alleen de ballonnen zelf nog opblazen.
 
“Tralalalaaaa,” lachten we voortgezet met onze vindingrijkheid, “met een gps was het geen waar geweest hoor!”
 
“Boehoehoehoe,” ergerden we ons een uur later, “met een gps was het geen waar geweest!”
Wat heb je aan schriftelijke straatnamen als men er in Moorsele een sport van maakt de naamplaten van de straten uit hun houder te jatten. Geen straatnaam te lezen en onze ‘links’ en ‘nu rechts’ klopten ook niet meer.
Niks zo doeltreffend om een relatie te testen – Temptation Island is voor watjes – als verloren te rijden in de Vlaanders.
 
– “Vraag het dan, daar is een meneer.”
– “Kan jij dat niet vragen?”
(Uiteindelijk zitten we in de juiste straat. Ik sla gemakshalve tien minuten ambras over.)
– “Welke nummer woont die kerel?”
– “Dat weet ik niet.”
– “???   Waarom weet jij dat niet? Jij zou dat toch moeten weten? Jij hebt het opgezocht!”
 
– “OMDAT GIJ UW NEUS IN ZIJN ADRES HEBT GESNOTEN, MENS!”

Geen verbod

  

zapnimf1kleindonkerroze-op-lichtroze   Feestje.
Feestje zonder dansen.
Minstens twintigduizend calorieën die hun route in mij planden en daar vooral niet aan verbranden dachten.
 
Daags nadien lag mijn maag een beetje overhoop.
Een concurrerende moose kon het niet laten om een quote van de dag voor te dragen :
“Procentueel gezien heb jij vandaag al meer op het toilet gezeten dan mij gekust.”
 
Pfoe zeg, de muggenzifter.
Had ik hem dan verboden van mij te chaperonneren tijdens mijn behoeftes en me ondertussen te kussen?
Ik dacht het niet.

Eye of the tiger… hmm, uilskuiken

  

zapnimf1kleinpaars-op-zwart   Lang lang geleden betrapte ik zoonzap ijverig achter de pc opzoekingswerken verrichten naar ‘myopie’.
De reden hiervan lag naast hem ; een brief van het medisch centrum waar hij eerder die week zijn gezondheid liet testen. Er was bijziendheid vastgesteld bij het joch en het raadplegen van een oogarts werd aangeraden.
 
Wat wisten die klungels daar nu van? verontwaardigde hij zich. Allemaal quatsch! Zever in pakskes. Hij zag prima. “Is dat daar een pukkel op je kin, mama?”
 
Maar de prijslijst van de frituur, ons toegestraald vanaf een homecinema van twee vierkante meter, die kon hij niet ontcijferen. Bij ondertitelde films op tv, zat hij toevallig altijd voor de zetel in plaats van erop en als ik boos was, werd mijn gezicht plots ook onleesbaar voor hem. En die pukkel op mijn kin is een veeg choco, mol!
 
Zapmoeder belde een middagje oogartsen en ontdekte terstond een nieuw knelpuntberoep.
Twee en halve maand later mocht zapzoon op consultatie.
Eergisteren was het dan eindelijk twee en een halve maand later. Na een tiental minuten letter- en cijferstaren deelt mevrouw de oftalmoloog ons droog mee : “Jammer, u bent net enkele maanden te laat of hij kwam in aanmerking voor terugbetaling van de bril door het ziekenfonds.”
Joe-hoe?!
 
Ha ha ha! Die achterlijke oculisten toch.
Het brillenmeisje – de volgende uitstap in het geen-tijd-meer-te-verliezen-programma – zette puntjes op de i : de leeftijd tot terugbetaling is recentelijk opgetrokken tot zestien. Daarnaast bleef ze geduldig aandraven met diverse soorten monturen die zoonzap volgens eigen zeggen allemaal naar het rijk der nerd flitsten. Jaah zeg, ik kon ergere rijken bedenken : Aristoteles Onassis, Bill Gates, Warren Buffett om er maar een paar op te sommen en hun geld werd alvast niet verspild aan een hip stel voorzetlenzen.
 
Zoon en ik elimineerden tot er nog één leuk modelletje op zijn neus overbleef.
“Pssst pssst, mama”, probeerde hij fluisterend de opticien erbuiten te houden, “ik geloof dat die brillen hier niet echt van goeie kwaliteit zijn, want ik zie even slecht mét bril als zonder.”
“Pssst pssst, zoon”, pssst-te ik terug, “misschien omdat ze er de echte glazen nog moeten invijzen…?”
 
Wat baten kaars en bril, als het uilskuiken verdwaasd is door bedorven hersendril?

Een wereld van verschil

  

zapnimf1kleinlichtroze-op-donkerroze   De wereld is klein, maar ik moet wel wekelijks ver genoeg rijden om zoonzap te droppen bij het atletiekveld.
Gelukkig is de wereld klein genoeg om mijn vriendin Tulp in een hoekappartement achter die piste te laten wonen. Bijgevolg wordt haar en mijn wereld geregeld aan elkaar getoetst in de nabijheid van veel koffie.
De wereld is zelfs zo klein dat ik ontdekte dat aan haar ene kant een vroeger maatje woont en aan de andere overkant de ouders van een voormalige klasgenoot.
Eigenlijk is de wereld best groot, waarom stonden in de vooravond alle politiemannen van ons dorp dan op de stoep in de straat?
Vanuit het venster op twee hoog was de wereld voldoende laag om over de haag te kijken bij de ouders van ex-klasgenoot.
Achteraan in de tuin lag het lijk bedekt met een wit laken. De vader van.
 
Hartstilstand giste iemand.
Zelfdoding fluisterde een buurvrouw.
Intussen zocht het parket naar ware toedrachten.
 
Maar wij wisten al zeker : naast klein is de wereld soms ook niet fraai.
Voor zijn vrouw, familie en vrienden staat hij zelfs misschien een poosje stil.

Hou je waf(f)el!

  

zapnimf1wit-op-paars   Halfvasten wafelenbak op school en allen werden we uitverkoren om als Chinese vrijwilliger dat evenement mee op te vrolijken.
Mogelijkheden te over om u vorig weekend te voorzien van een Brusselse wafel :
– u kon gebruik maken van de polyvalente ruimte, meestal benoemd als turnzaal, om in de bakmist gezellig met kompanen of alleen u te laten bedienen van ruitjesdeeg en een drankje.
– u mocht ook telefonisch bestellen en iemand met een snelle auto bracht uw voer tot aan uw deur.
– u zou ons ook kunnen ontlast hebben en zelf bij de afhaal het gewenste aantal wafels mee huiswaarts transporteren.
– of u wacht gewoon tot er een leurdersploeg met een aftandse camionette uw straat onveilig komt maken die u, gemarkeerd door Samson en Gert uit de geluidsboxen op het dak, wat eetbaars met of zonder slagroom komt aansmeren. U moet dan wel in het bezit zijn van een oven die tien minuten 180 graden kan blazen.
 
Hoewel elders ingevuld op de takenlijst, werden moose en ik rechtstreeks bij aankomst in de minivrachtauto geduwd : Jullie hebben een kop om wafels aan de man te brengen!
Tesamen met wat wisselgeld, twee curverboxen wafels en nog twee anderen die al evenmin als oorspronkelijke bedoeling hadden om zich in de huisverkoop te werpen, leenden we het vehikel om het dorp rond te toeren. Alleen de chauffeur ontbrak, maar die zijn ze halverwege nog komen droppen.
 
Psychologisch een interessante namiddag. Hij leerde mij dat de bevolking in een boerengat nog steeds niet  : “Nee bedankt.” durft zeggen.
 
– De rotzakskes monteren een poort aan de inrijlaan en zorgen ervoor dat er vooral geen bel in de buurt hangt.
Dat zal u nog berouwen als uw tuinhuis in de fik staat en de rolluik achteraan is nog toe, mensen!
– De mannen durven niks te bestellen zonder toestemming van moeder de – plakzwaaiende – vrouw.
“Wafels? Oooo hmmmm lekker! Even aan mijn vrouw vragen. (blijft twee minuten weg) Euh… toch maar niet, juffrake.”
– De mannen durven geen beslissing te nemen als hun vrouw uithuizig is.
“Wafels? Mijn vrouw is niet thuis.” Ja? En?
– De rest van de weigeraars plakt er uit zichzelf een reden aan :
“Spijtig, ik ben op dieet.”
“Wij hebben juist pannenkoeken gegeten, als je wil laat ik je de pan zien.”
“Ik ga er straks in de school zelf eten.”
“Wij komen net terug van restaurant.”
“Wij hebben geen oven, want anders…”
 
’t Is eens wat anders dan : Hou je waf(f)el!
Maar voel u niet beschroomd, beste boerengattenaars, twee uur later had ieder eindprodukt een spijsverteringsstelsel gevonden.
En die ene overgebleven hele platte, helemaal onderaan de bak, heeft uw zapnimf zelf rap achter de kiezen gestoken.

Je zult maar ouder van een puber zijn!

  

zapnimf1kleindonkerroze-op-wit   Krulzap, eigen fabrikaat uit het jaar 1997, vond fluks haar lading boeken in de bibliotheek.
Vijf stuks leesvoedsel waarvan eentje de titel ‘Je zult maar puber zijn!’ droeg. Het werd al vlug duidelijk dat haar nieuwsgierigheid naar ‘het veranderende lichaam’ voorkeur kreeg op al de rest. In de auto, tussen de soep en de petatten, op de wc, voor het slapengaan… dat boek vergezelde haar overal. Tegelijk borrelden de vragen op.
“Mamaaaaa? Kan je met een tampon nog wel plassen?”
“Wanneer krijg ik mijn eigen deodorant?”
“Yomi, die heeft haar regels al en ook pukkels. Ik wil nooit geen pukkels hoor.”
Niks aan het handje bij hoofdstuk één, twee en drie. De moederkloek zapnimf ving deze materie rustig en gedegen op als zijnde een natuurtalent in de seksuele opvoeding en breidde ze bij momenten nog uit ook.
 
Op een avond zaten drie zaptelgen en hun moes rustig weg te deemsteren op de zetel. Daarbij geholpen door een suffe soap, in mijn geval een laptop en krulzaps neus stak tussen het kopje : ‘Kussen, knuffelen en seks’.
 
– “Mama… wat betekent bevredigen?”
– “In (tijd rekken!) welke (zinnen in hoofd formuleren!) context (simpele bewoordingen gebruiken die niet choqueren!), schat?”
– “Hier staat : Ik heb wel een vriend, maar ik bevredig mezelf toch ook best vaak. Is dat normaal?”
– “En (zou ze het woord clitoris al kennen?) wat (wrijven?) is het antwoord (het jong gaat verschieten) dan?”
– “Ze zeggen : Ja, dat is niet ongebruikelijk. Masturberen is geen ‘noodoplossing’ voor als men geen vriend(in) heeft. O? En masturberen? Wat is dat nu weer?”
– “Masturberen (waarom kijken zoonzap en minizap mij nu zo aan?) is hetzelfde (en moose, help liever ipv scheef te grijnzen achter je pc) als zelfbevrediging, kindje.”
 
Tussen ruimdenkend zijn en het helder uitdragen is dus wel degelijk nog een verschil. Terwijl ik tracht het kind een beetje wijzer te maken, onderbreekt ze mij abrupt :
“Eik! Yuk! Bah! Je denkt toch niet dat ik ’s avonds daar ga liggen… *gebaart krabbelend aan kruis*
 
Waarop zoonzap : “Idioot! Dat kan overdag ook hoor.”

Het betere trekwerk(sprookje)

  

zapnimf1kleinwit-op-lichtroze   Je kan ze niet van onverschilligheid en apathie beschuldigen, die lieden van telenet.
Mijn blogbijdrage over hoe de telefoon je humeur een dag kan verbollemonden was nog niet afgekoeld of daar trok ene anonieme lezer conclusie vanop zijn telenetdesk (moetegijnietwerkenmijnbeste? ofishetuwlunchpauze?) en aansluitend trok hij verbindingskabels los.
“Zo, die lieve zapnimf zal vooreerst niet meer gestoord worden, hihihi.”, giechelde die behulpzame medemens.
 
Aan half werk doen ze daar niet. Tesamen met een platte spreeklijn viel ook het internet dood. Jubel!
Daar lag mijn officieuze bestaansreden op zijn buik.
De officiële wenkten me vanuit hun wasmand, de vaatwas, de wasmachine, de boekentas, de lege kookpotten en schreeuwden : “Hiero!” Maar zieligheid heeft ook zijn rechten en ik deed een dutje op de bank en hoopte snurkend op een zelfregulerend wonder. Zowel virtueel als huishoudelijk.
 
Vierentwintig uur lang wenste ik een mirakel. Iemand belangrijk zou mij maar eens willen bellen of mailen! Stel je voor!
Ten einde raad heb ik mijn geloof in sprookjes moeten opgeven en zocht ik een telefoon op een ander. (U dacht toch niet dat er op mijn gsm nog (voldoende) belkrediet stond?) Een ander die wel vijf kilometer verder woont. De buren waren niet thuis.
 
“Nederlands? Druk één.”
“Technische problemen? Druk twee.”
“Internet? Druk drie. Telefoon? Druk vier.” Euh… drieënveertig? Nee, drie dan maar.
“Druk klantennummer en sluit af met hekje.”
“Modem testen? Druk zoveel.”
“De test van uw modem is positief. U kunt ook surfen naar telenet be voor verdere informatie.”
Ik kan niet surfen! Lompe robot! Daarvoor toets ik hier al tien minuten nummertjes!
“U kunt ook een medewerker bellen op een ander nummer, 30 cent per minuut, (nummer komt er ineens aan, te vlug om het te noteren).”
 
Ieder weldenkend wezen zou nu terplekke zijn haar uitplukken. Uw zapnimf niet. Genoeg lokken overhouden ligt nogal gevoelig bij haar. Dus ondernam zij een volgende poging om bovenstaande procedure nog eens door te worstelen, maar deze keer het accent op telefonie.
 
*zelfde zever*
“Druk telefoonnummer en sluit af met hekje.”
“Wij ondervinden momenteel netwerkhinder in uw buurt en hopen dit binnen de drie uur opgelost te hebben.”
 
DUH-HUH!
 
Eind goed, al goed?
Toen kwam er een varken met een lange snuit?
 
Half.
De liegebeesten.
Het duurde nog vijf uur!

Van ratelende rits naar razende risee

  

   De begeerlijke jongmens zonder hoofd ontdoet zich op zijn oerclichés van zijn hemd.
Zijn heupen zwieren iedere grein ritme de vergeetput in alsof het nooit is uitgevonden. Om het helemaal een vlaag van potsierlijkheid mee te geven, ratelt zijn rits als een ouderwetse telefoon nog voor er een vingertop iets rinkelings mee kan uitvogelen. Ik zit onderwijl in een strandstoel het tafereel te beoordelen en vraag mij af of er puntenbordjes voorhanden zijn die negatief gaan : min drie! Min drie!
 
Van min drie ruk ik onaangenaam op naar negen vijftien. Eén nauwelijks werkend oog constateert negen vijftien op het ledscherm van de wekkerradio en één nauwelijks vatbaar brein erkent pas na vele seconden dat het aanhoudende geschel zich niet onder het hersenvlies bevindt maar ergens daarbuiten. Met andere woorden : onze telefoon doet het nog uitstekend.
 
“Gggghgggh.”, kreun ik. En : “Krrrrrfh.”
Voor een onbekende imbeciel zal ik mij echt niet forceren om de warmte van het bed in te ruilen voor een praatje via de kabel. Vrienden, kennissen en familie bellen nooit voor elven. Of slechts één keer. Geloof me, een wakkergebelde zapnimf kan vriendschappen laten verschrompelen in drie zinnen. Dat ligt niet aan mij, dat is de natuur.
De ergernis duurt tot ik weer in absolute stilte kan omrollen in de matras en mezelf toestond om ongegeneerd verder te soezen.
 
Mijn droom is alweer verwisseld tegen de volgende als vier minuten later opnieuw iemand zijn leven waagt door mijn telefoonnummer in te toetsen.
Ik draai mij op de linkerzij en ochtendadem een brug der zuchten boven het kopkussen. Duidelijk iemand met veel geduld aan de lijn.
Toch iemand die ik ken. Een eerste keer om wakker te maken, een tweede keer om mij uit dit stinkend nest te krijgen.
Van de vloer worden twee gelijk uitziende sokken getriëerd.
Als het Christel maar weer niet is, die ooit een verkeerde afslag nam omdat ze het niet zo nauw nam met het verschil tussen Zeebrugge en Gentbrugge en die ik vanonder de lakens (toen ik nog zo gek was de hoorn ’s nachts mee naar boven te pakken) terug naar de autosnelweg moest loodsen?
Het doordringende geluid van telenet froezelt de trilharen in mijn oor tot nerveusiteit.
De loop tot aan de trap wordt benut om twee benen in evenveel pyjamapijpen te hinkelen.
Misschien Rita die gal wil spuwen over haar ingewikkelde relatie met haar laatste aanwinst?
Mijn organen nemen de enerverende ring-ring over.
Het bovenstuk van mijn nachtkledij belandt, mits wat trekwerk, binnenstebuiten rondom mijn bovendeel terwijl ik trappen daal.
Of onze pa, die vindt dat hij ’s morgensvroeg mag laten weten dat hij morgen zijn haar geknipt wil zien. En dat ik dat mag doen.
Een graai naar de houder van de looptelefoon leert mij dat het nut van een draadloos toestel erin bestaat dat hij overal in huis kan liggen.
Diegene aan de andere kant van de lijn moet haast wanhopig zijn om mij te bereiken, hij/zij blijft volharden.
Dit kan niet anders dan een noodgeval zijn. O zut, de vaste dan maar en met blote voeten (de sokken verbleven nog in mijn handpalm) op de koude vloer onder de trap de komende klaagzang aanhoren…
 
“Goeiemorgen!”, resoneert iemand kunstmatig opgewekt een barst in mijn slakkenhuis.
“Vindt u?”, schraap ik.
Dan komt nu meestal de vaste prik waar mijn gesprekspartner vraagt of hij me heeft wakkergemaakt. Of het nu drie uur na de middag is of half zeven ’s avonds of negen uur ’s morgens, altijd hetzelfde : “Oei? Sliep jij?”
Ik hou me klaar om los van mijn gewoonlijke beleefdheid ‘Jaaaarrgh! En gij hebt mij wakkergemaakt!’ terug te toeteren. Maar niks van dit alles.
 
“Ik bel u namens de firma Kirby om u het heuglijke nieuws te verkondigen dat wij bij u een mat gratis willen komen reinigen. Wij hebben uw telefoonnummer van een van uw kennissen gekregen.”
Mijn ogen dwalen naar de mat onder de tafel en stuiteren als kaatsballen in hun kassen…

1422

 Ik blaf : “Dat rendeert alleen als ik er een gratis mat bij krijg. Dag mevrouw.”
 
En Sigrid… bereid je voor op een ellenlang nachtelijk belgerinkel.
Want dat was jij toch die op ons vorige feestje pochte over die ‘vriendelijk firma Kirby’ die jouw mat onder handen kwam nemen?

“Oeje aan oiolle!”

  

zapnimf1kleindonkerroze-op-paars   Drie hoeraatjes voor het rotatiesysteem van de middagbewakingen in onze school!
Uw zapnimf – genoteerd als leerkracht lager onderwijs bij het werkstation – draait bijgevolg iedere donderdagmiddag rondjes op de kleuterspeelplaats. Jochei jochei!
 
Kende u mijn top drie der verafschuwelijkheden bij drie- tot zesjarigen al?
1. Dat kakt maar raak na de lunch en kan nooit zelf zijn/haar billen vegen.
2. Dat draagt een hele dag snottebellen in hallucinante kleurschakeringen mee alsof het een te koesteren vriendschap is.
3. Diegenen uit deze categorie waarvan je met zekerheid kan zeggen dat er binnenkort een logopedist aan te pas zal komen wegens articulatie onbestaand en brabbelklanken in overvloed, kiezen mij uit om heel hun leven te vertellen. Of iets anders. Weetikveel?
 
Mijn collega uit de tweede kleuterklas was net een schaafwondje aan het beplakken, toen dinkske vastberaden naar me toekwam. Maxim? Of Jan? Of Antoine? Iets met een ‘a’ in ieder geval. Er volgt een jabbertalk van het kind waarbij hij zijn vuist liet zien.
Ik liet mij zakken op ooghoogte.
Ik vroeg hem tot vier keer toe : “Wablief jongen?”
Ik probeerde lichaam en mimiek te lezen.
Ik gokte in het wilde weg : “Moet ik voelen aan je hand?”
 
“Oeje aan oiolle!”
 
Ten einde raad gooide ik het over een andere boeg :
“Maar zoeteke toch, wat zie ik nu? Er heeft iemand een dikke slijmerige groene neuskeutel in je gestopt. Haal hem er maar uit met je zakdoek.”
 
“Oeje aan oiolle!” negeert hij mijn opmerking.
Pas wanneer er een medekleuter kwam vertalen, daagde het me dat ik moest voelen aan zijn ‘forsbollen’. Vanzelfsprekend toch?
 
Wie van mening is dat zijn/haar kleuter schattig, adorabel, lief en om op te vreten is, laat mij u gezwind uit uw droom helpen. Die jochies wurmen zich met honderd tegelijk in de zandbak, alwaar ze ruw mekaars schop afpakken, er niet voor terugdeinzen om het net onrechtmatig verworven kleinnood op iemand anders schedel uit te proberen, vervolgens zoeken ze zichzelf er nog een leuk emmertje bij op eveneens crapuleuze wijze en nu ze voorzien zijn, dient het gereedschap om zoveel mogelijk kilo’s zand te verstouwen naar andermans kap, nek, kruin. Liefst vanuit de top van de klimpiramide en wie durft protesteren moet niet verbaasd zijn dat er plots onbekend schoeisel je vingers plet.
 
Tijdens mijn optreden in deze drukke verzoeningsrol, kwam Maxim of Jan of Antoine – iets met een ‘a’ – mij nog geregeld vertellen dat hij een pang-pang vasthield (oef! begrepen) en daarna wilde hij dat ik terug schoot. Om later zijn vriendje voor te stellen, te specifiëren wat het vriendje in het spel te betekenen had. Vermoed ik.
En ineens zei hij daar iets klaar en duidelijk :
“Anja is klaar!” terwijl hij naar de toiletjes wees.
 
Mijn hulpbehoevende ogen zochten die van mijn collega, maar die deed plots allerlei educatiefs en pedagogisch met een groepje bijstaanders.
 
“Anja is klaar! Poep kuisen.”
 
“Ja jongen, Anja is klaar.
Pssst, volgende keer aan juf Martine daar vragen hè?
Want ik heb een top drie en jij staat er drie keer in.”

Als je gaat loeren, ben je alleen nog waard om de Story en de Dag Allemaal te lezen!”

  
zapnimf1wit-op-paars   “Jullie hebben onze nieuwe kamer (al is ‘nieuw’ een relatief begrip in deze context) nog niet gezien hè?” kwetterde krulzap tegen haar peter en diens partner, die wij afgekort ‘de homovriendjes’ noemen.
Er was geen ontkomen aan. Hun slagroomtaartje werd aangemaand om terug uit de mond op het bord te verpozen. Breed kom-nu-rondjes wuivend liep ze hen voor op de trap. In haar wegstervende woorden hoorde ik, die gebakjes wél tot prioriteit reken en bleef zitten, nog net haar overtuigingskracht echoën : “Héél interessant voor jullie, want wij kunnen vanuit onze ramen regelmatig blote venten kijken bij de sauna van de buren.”
Mijn laatste hap kreeg prompt een oriëntatiecrisis en wijzigde zijn richting van keel naar neus. Watte blote regelmatige venten??  Waarom heb ik geen weet van reguliere naakte mannelijkheid naast de deur? Mijn twee jongsten, zulke arglistige verzwijgsters… mijn moederhart bloedde schier vermeende onschuld naar de composthoop, ware het niet dat er nog zoetigheden ter compensatie opgegeten moesten worden.
 
Begiftigd met een geheugen waarin het alweer mistdik zoeken was, probeerde ik enkele weken later bij het roken van mijn laatste sigaret buiten, de geluiden thuis te brengen die mijn nachtelijke mijmeringen bruut in ongelijke stukken scheurden. Mannengeluiden. Stemmen zelfs. Van : “Oeoeoe koud!” *douchegeluiden* en euh… wat technisch onbegrijpelijk gezwets. De tuin van de buren werd verlicht door middel van een spot.
Het koffiedik onder mijn kruin sorteerde zich in slow motion : sauna – Guido in zijn flikker – maatjes van Guido in hun blote pitjaar – animo!
 
“Zapnimf, tricky bees, jij gaat je niet laten kennen!” sprak ik me met een zelfverwijtend vingertje toe.
“Dit is verwerpelijk, ramptoerisme, aan de verkeerde kant van de marginaliteit.”
“Oefen de zwaartekracht… zelfsuggestie : detrapiseenonoverkomelijkehindernis, detrapiseenbrugtever, detrapisderoutenaarkleingeestigheid.”
“A e aa oere en e a-ee o aar o e Story en e ag Allemaal e ee-e!”
 
Maar dat laatste verstond ik niet helemaal, want toen plakten mijn lippen en neus al tegen de zijraam van krulzaps kamer… temidden mijn uitgespreide handpalmen.
  

Ik ben goedgelovig, een occasionele wip volstaat

  

zapnimf1kleindonkerroze-op-wit   Bij wijze van toeval – d’r was weer niks op tv – zegevierde de romantiek gisteren nog eens ten huize zapmoose.
 
Moose oreerde onverwachts :
 
“Wij houden van elkaar
en van slapstick
zal ik jou mijn liefde nog eens bewijzen
en tegen de kast lopen?”
 
Het hoefde niet van mij, ik geloof hem zo ook wel.
Dat hij eerst eens die spiegelkastdeur repareert van zijn vorige uiting van liefde.