Simpel als poep, net als kraak(je de pluimstaarttoef)

  

zapnimf1kleinlichtroze-op-paars   Geen plek meer vrij. De zon had zich dan ook gegoten over het terras.
Uw zapnimf met haar gemaal zo dood als een steen (nog niet, maar bijna – jaja stilaan, bereiken wij de status van fietsers waar het doorwintert) en (toch) zoekende naar een lesser voor onze dorst.
 
Hoe zuchtig van gemak toch van ons om de minst weerbare bevolkingsgroep in een vorsende blik van het oog hen nijdig als pis te maken. Dat lukt altijd met die ouden van weekdagen. Nochtans, wij smakten enkel zo ruchtig luid wijl zijn aan hun ijsje likten. Verontwaardigd zochten zij naar een oord om toe te vluchten en keken zij ons zo lelijk als foei aan.
 
Moose en ik trokken ons daar niks van aan en pikten de verworven zitmeubelen in. De gefietste kilometers zaten in mijn benen, dus legde ik mijn benen op mooses schoot in de hoop dat ze verder wilden geleiden tot in iemand die de vermoeidheid beter kon verteren.
Geholpen door de ‘water in mijn kelder’ broek, streelden de handen van mijn wildste droom in werkelijkheid mijn enkels en kuiten. Die doen dat automatisch als ik ze dicht genoeg in de buurt duw.
“Ha! Lieverd!”, loensde ik zelfingenomen, “zacht hè? Vanmorgen met het scheergerief erover gevlogen. Speciaal voor jou! (wat slechts een tikkeltje gelogen is, ik kon er zowat een Donna Summer kapsel in vlechten.)
 
Hij schonk mij zijn allerliefste glimlach. Die ene die kalmpjes verschijnt en dan transformeert tot een sabel : “En ook speciaal voor mij dit toefke wollig vergeten te plukken? Hier achteraan je been?”
 
Mijn sexy mood daalde terwijl mijn ogen ziende waren.
Tijdens de rit terug naar huis voelde ik grimmig hoe toefke telkens tegen de kettingkast streek. Ie-de-re trap!
En ik bedacht dat er veel te veel samenstellingen bestaan die nergens op trekken.
Ter afleiding.

Wie zegt er dat die van het onderwijs altijd klagen?

  

zapnimf1wit-op-donkerroze   Toet toet. Boing boing.
Kokki en Peppi.
Peppi en Kokki.
Allebei heppie
Meneers van inspectie.
Peppi een eitje.
Kokki kwaadaardig.
Vier dagen lang!
 
Toet toet. Boing boing.
Kokki en Peppi…
 
Neergestreken in onze educatieve biotoop. Eisend dat ieder woord gestaafd wordt met een document. Maar overbodige planlast? Daar mag je van hogerhand tegen strijden. Tot lagerhand je met de grond gelijkmaakt als je niet meteen kan bewijzen dat kind A een gepersonaliseerd traject aflegt.
Of je even alle raden wil opsommen en wie zit daar dan precies in? Naast oudercomité met ouders, een feestcomité met ouders en leerkrachten lijkt er ook nog een plaatselijk comité van het schoolbestuur te bestaan bevolkt met ouwe draken die niks met de school te maken hebben, een pedagogische raad en een ouderraad met leuke gecoöpteerden! Toftof! En kleur dat dat geeft aan onze manier van lesgeven als je dat wél weet.
 
Dit samengevat relaas is van horen zeggen, want uw zapnimf is slechts één dag gemeenschappelijk aanwezig met Peppi en Kokki. Vrijdag jongstleden. Een vreugdevol toeval heeft de lijnen van hun agenda op die dag toegespitst op gesprekken met collega’s.
 
Mijn taak vrijdag?
De klassen van de op gesprek zijnde confraters opvangen bij de zandbak en de speelplaats.
Van 8.50 u tot 15.00 u gezellig in het zonnetje met een mede-oppasser keuvelen, gezeten op de kant van een ministrand.
Goh, d’r zijn ergere manieren om je geld te verdienen.
 
Leve Peppi en Kokki!
Behalve als ze willen terugkomen.

Aarzel niet! Word de nieuwe gebuur van zapmoose!

  

zapnimf1kleindonkerroze-op-paars   Het oprukkend bouwsel liet ons het voorbije jaar toe ongelimiteerd te fantaseren.
Werd het een bejaardentehuis? Het grootste tuinkaboutercentrum ter wereld? Een landingsplatform voor F-16 vliegapparaten? Een crèche voor high-societywezen? Een magazijn voor opgezette mammoeten?
 
Hoe voortvarend in richtingloos gespinsel toch alweer van uw zapnimf.
Niks van dit alles.

buurman_001knip
 
  

U KUNT GEWOONWEG MIJN GEBUUR WORDEN! (vierhonderd meter rechts in ’t straat) Wat een buitenkansje zeg!
Dan komt u bij mij koffiedrinken en zal ik bij u komen zwemmen.

buurman_009knip

buurman_011knip

 

  
U mag het eendenkroos in onze vijver bewonderen en dan zal ik als tegenprestatie een keertje in uw jacuzzi komen pauzeren.
Tof! En in de herfst planten we die doos bloembollen van de Aldi in mijn tuin.
 
WAAR WACHT U NOG OP? Deze kans kan je toch onmogelijk laten liggen?
 
Maar euh… ik help alleen maar mee met gras afrijden als je je zo’n tractorgrasmaaier aanschaft.
 
Watte crisis?

buurman_003knip

Waar is toch dat zebrahondje voor?

  

zapnimf1kleindonkerroze-op-wit   Vandaag pakken we het ervan.
De drie L’s vragen aandacht : lui, lamlendig en (ik wil een) lolly!
In plaats van u zelf te ontroeren, wilde ik het deze dag overlaten aan Susan Boyle. Zo dacht ik. Maar die griet rijdt al overal rond op ’t internet. Doorlopen dus.
 
Een pasklare vervanger dan. Wel een leuke. En zou ik een messenpuntje geleerd willen doen, dan zou ik verwijzen naar de mondegreens van De Gentse Zwijger en mij interessant kunnen maken met een variant ervan : het opduikende Nederlands in vreemde songteksten. 

 

Keutelachtige ingeving met vellen

 

zapnimf1kleinlichtroze-op-donkerroze   Yeah yeah yeah.

Je ziet scheel van de honger.
Alleen de gedachte aan die twintig euro die je al op zak hebt gestoken, weerhoudt je ervan om de eerste de beste voorbijflanerende flurk van zijn rookwaar te beroven.
En dan krijg je je meest keutelachtige ingeving sinds die keer dat je dacht dat loopplanken op vijf meter hoogte niet konden krakken : “Laat ons een fietstochtje maken, schat. Voor mij ligt zo’n knooppuntenkaart. Ik brouw wel een toertje in elkaar.”
 
Vierenveertig kilometer later, tel je de vellen die nog aan je staartbeen hangen.
 
Ziehier : De rondgang doorheen dorpen waar je de boerenstiel nog kan ruiken. Of toch een halfje, want toen zeiden de batterijen van het fototoestel ‘njet’. De straatkapelletjes met Maria verbeeld je je er maar bij.
(Die broebel in het midden is een zapmoosespiegeling die een hart moet voorstellen terwijl de beesten het water kwamen verstoren.)

fietstocht-omgeving

Zapnimf in de mist? De anti-rokersmist!

  

zapnimf1kleinlichtroze-op-wit   Maandag.
In mijn hoofd ben ik vanaf nu bijna niet-roker. Nog anderhalf pakje te gaan. Anderhalf pakje mentale oplading. Nog dertig keer mezelf ‘yuk’ en ‘bah’ toewuiven bij het opsteken van iedere stinkstok. Velerlei onwelriekende adems reminisceren. Gele vingers detesteren. De schaamte heroproepen bij het halfjaarlijks tonen van mijn onderste gebitsbinnenkant aan de tandarts en haar ‘Tssssss’ opnieuw hoor-voelen, hoe dat ene geluidje erin snijdt. “Tsssssss… cafeïne, nicotine?”
Helaas vooral ook verkeerdelijke indoctrine. Onbewijsbare stellingen over de combinatie gezelligheid-communicatie en hoe daar meerwaarde aanzit als er iets aan je mondhoek bengelt. Het uitlachen van die ene collega die op vijf meter potsierlijk met beide handpalmen frisse lucht wil scheppen als hij in de buurt van het rokershol gluipt (want het is een gluiperd!).
Enfin. En een rekensom leert mij dat ik jaarlijks tweeduizend euro rijker zou blijven : een poetshulp, een uitheemse vakantie, jezelf onbeteugeld op de boekenbeurs loslaten…
Euh… een bedelaar vooruithelpen in het leven. De belastingen blijmaken. Mensen omkopen die het stil moeten houden dat ik zogezegd gestopt ben met smoren.
 
Dinsdag.
Nog net genoeg saffen om woensdagnamiddag te halen, uw zapnimf geraakt stilaan in de piepzak. Ze deelt haar voornemen mee aan een rook-vriendin die haar betweterige buurvrouw wil ontlopen en bijgevolg mijn tuin heeft uitgekozen om in te gaan liggen. Vriendin lacht net iets te hard. Ik damp net iets te veel.
 
Woensdag.
’s Middags pretendeer ik alsof er nog steeds niks op til is. Ik maak mezelf wijs dat die sigaretten waarlijk vies smaken. En steek er nog een op. En nog een. Laat het vooruit gaan. Tegen mijn zin laat ik de allerlaatste beschikbare branden. Ik inhaleer en blaas. Zet de gedachten bewust op stop.
Niemand die het weet, ik zou nog vlug de Colruyt kunnen binnenwippen… Naah. Gedaan met repeteren. Voor echt nu. Ja? Zeker? Ja.
Eey, ik ben al een kwartier gestopt!
 
Donderdag.
Het bewijs is geleverd. Ik woon in een commune waar niemand interesse heeft voor zijn medebewoners. Moose noch de vier zaps hebben ook maar iets in de gaten. Sinds gisteren 16.00 u ruik ik naar roosjes, ruft mijn bek niet meer, verdwijn ik niet meer ieder kwartier naar buiten en moeten ze het zonder mijn rokershoestje stellen. Even wordt het nog spannend, als ik na het avondeten meteen naar het ziekenhuis (onze pa) wil vertrekken en zij veronderstellen dat ze nog één sigaret de tijd hebben om te lummelen. Maar niemand die het uitspreekt.
Ik speur naar afkickverschijnselen, maar behalve de goesting om met een broodmes onze katten te scalperen, vind ik er geen. De cold turkey van Pall Mall is niet echt om over naar huis te schrijven. Heldhaftig vechten tegen koppijn, trillende vingers, verborgen verleiders… het is duidelijk inflatie in het heldendepartement.
Of misschien toch één vergeefbaar blaampje deze dag : ik zoek en vind roltabak van over de honderd jaar oud in moose zijn jas die hij vandaag uitzonderlijk niet draagt. Zei ik al dat mijn zelfgedraaide shaggies nog meer zuigen (anti-betekenis) dan mijn kookkunst? Ach kom, die vier trekjes aan iets dat zelfs niet benoemd kan worden als sigaret, die vergeef ik mezelf.
Mijn moeder herkauwt een item over fijn stof dat ze op televisie heeft opgevangen en dreigt met een schuddende wijsvinger. Ik zwijg. Iedereen zwijgt.
 
Vrijdag.
Goesting. In eten. Het spijtige van de zaak, is dat ik ook de overdaad aan calorieën tegelijkertijd heb verbannen met de rook. Hoe stom kan je zijn? Of ik ben niet-roker in mijn blote (omdat er dan niks meer past) of ik ben niet-roker en tevens voedselonthouder.
De jas is samen met de toebak naar mooses werk vertrokken. Klote.
Nog steeds niemand die mijn eenmansintoming appreciëert. Wegens nog steeds niet opmerken. Als ik mijn gouden jubileum vier met moose, zal ik hem wel inlichten dat ik ooit te kampen had met een verslaving, hij mag dan raden dewelke.
Ik wil nog steeds niemand vermoorden, maar de drang komt toch opsteken. Wanneer zal ik een halve dag niet aan roken denken? Hoe zal mijn actieplan verlopen als ik me weerom tussen doempend volk beweeg. Jee, ik ken veel doempend volk. Veel meer dan goed voor me zal zijn.
 
In een boekske las ik een geweldig woord : verkwanselen.
Uw zapnimf is toch een heldin. Zoveel druk op zichzelf richten. Als het haar niet lukt, dan is haar geloofwaardigheid verkwanseld.
Er is er al zo eentje ooit de mist in gegaan. Dat was te wijten aan een karakterstoornisje. Helaas heeft ze daar een heel gamma van.
 
Amehoelamijntroela zeg!

Jezus verrees een beetje kramakkelijk, uiteindelijk

  

zapnimf1kleinlichtroze-op-paars   In de periferie van het blogepicentrum registreert mijn dolend gezichtsveld allerlei lieflijke tableautjes van snuisterende kinders, paashazen in hun gekleurde aluminiumfolie die vanuit de takken van de bomen in hun statische vuistje giechelen om zoveel zoekpret op de begane grond. Portretten van een overdosis geglunder op -tig chocoladesmoeltjes en wie erg ijverig is in zijn paasschetsen, durft op zijn fotostek ook nog zo’n gedekte tafel vol lentegroen en zachtgekookte eitjes ertussen plooien, net zoals in de boekskes, waar niks van al dat gerei buiten de lijntjes van het groen-geel palet mag kleuren om het beeld niet te bezwaren. Jaja peis in overvloed bij de huisjes weltevree. Jezus knipoogt en ziet dat hij rustig kan verrijzen, ’t is allemaal onder controle.
 
Had je gedacht.
Genoeg gezeverd. Weg met die zever in pakskes. Volksverlakkerij!
De waarheid nu.
 
Al vanaf februari lonkten die paaseieren me toe vanuit de winkelrekken. Hoe verleidelijk ook – naast schandalig, maar dat debat heropenen we wel weer in september bij het verschijnen van de eerste kerstmarkten – ik ken mezelf en blijf er met mijn fikken vanaf, twintig kilo chocolade is zo binnengewerkt. Het werd dus een gebiologeerd kansberekenen nog een voorraadje in te slaan vooraleer de andere consumenten het laatste ei voor je neus wegkapen.
Een kleine week voor Pasen greep ik in de laatste bakken van de Aldi mijn kleinnood aan snoepgoed mede.
Helaas kende ik mezelf toch nog niet goed genoeg want een week is ruim voldoende om toch nog twee zakken te laten verdwijnen in, laat ons zeggen, de laatste tussenstop tot de toiletpot. De extra ingelaste winkelbeurt bracht geen soelaas, alles op, leeg en weg.
 
Voor alles – uitstapjes, gezelschapsspellen, meehelpen in huis – vindt dat gebroed zich te groot, maar paaseieren hohoho, “Die ga je toch verstoppen hè mama?”
Ervaring leerde mij ooit dat de avond voordien die ondingen wegmoffelen niet voor herhaling vatbaar is, tenzij het misschien paashazen met statische vuistjes in gekleurde aluminiumfolie betreft, want mijn gave eieren keerden terug als vochtuitslagschimmels.
Eén uur op voorhand hun dessert voor de volgende drie weken verbergen, was al even erg. De zon brandde er onsmakelijke gaten in.
 
Zondag geschiedde hier ten huize zapmoose, geleerd door het verleden, dus iets zeer spontaans :
“Owkeey mannen, nu gaan jullie spelen bij de buren en ik bel wel als we klaar zijn.”
 
Moose sloop als een karikaturale inbreker op zijn tenen doorheen de tuin, massa’s eieren zoek te maken. Ik liep er al even belachelijk achteraan met een notaboekje : “Vijf bruine bij vijver. Vijf witte linkerkant klimop. Vijf bruine rond terras…” Die keer dat na twee dagen de chocoladesaus van de luster naar beneden drupte, blijft dit geheugen teisteren. Je vraagt je af waarom. Er hangen geen lusters in de hof.
 
Mijn engeltjes werden ten velde geroepen en het fototoestel lag binnen handbereik. Laat komen die uitstulping van samenhorigheid. Daal neder ; vreugde, dankbaarheid en ritmisch huppelende hartjes van verwondering… Ik fladderde mijn onderarmen er al prematuur van in de lucht, kwestie van overschotten positieve emotie te ventileren.
 
– “Afblijven! Ik heb dat wit het eerst gezien!”
– “En dan? We gaan die subiet toch verdelen.”
– “Wat zou dat geven als er zo’n ei uit een klok valt? Zo? (Kletst er een kapot op iemands achterhoofd)
– “Maaaahaaaaaa! Die stinkerd heeft mij geslagen en nu hang ik helemaal vol!”
– “Ge moet daarvoor niet stampen hoor!”
– “Ik heb er nog maar drie en jullie al vijf, dat is niet eerlijk!”
– “Kunnen wij daaraan doen dat jij niet uit je doppen kijkt?”
– “Niet duwen! Niet duwen! Pastnutocheensopjong!”
– “Ben ’t beu. Trek jullie plan.”
 
Moest ik een paashaas met een statisch vuistje in gekleurde aluminiumfolie gehad hebben, hij zou het laten kletsen hebben.
Op de poep!