Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet. Ik denk, ik denk…’vergeetachtige!’

  

zapnimf1kleindonkerroze-op-paars   Enkele uren na de klopgrage poetsvrouw ergens op een bankje naast een wandelpaadje boven Monschau :
 
– “Amaai, ik vraag mij af hoe ze daar op dat dak de was kunnen ophangen.” (Er hing een droogrekje)
– “Ahum? Over welk dak heb je het?”
– “Awel, recht voor ons. Zie dat dan niet?”
– “Nee. Ik zie honderd daken recht voor ons.”
– “Allez, moose, doe een keer je best. Daar heb je een enorm dak met drie dakkapellen. Rechts daarvan is er dat vervallen dak. Dan kijk je twee cm naar onderen, waar die witte gordijnen hangen. Een tikkeltje verder richting oosten heb je dan dat dak waarvan het net lijkt alsof het uit drie delen bestaat. Kijk nu schuin. Dat huis is een café ofzo. Ja? Drie huizen verder is er dat schatttig pand en nog eens twee ernaast hangt er een vlag buiten. Vlak daarachter is dat dak met de wasdraad. Ziedet nu?”
– “Nee.”
 
20090521_-_Monschau_-_Hoge_Venen 
  

Ergens op een terrasje bij een watertje.
 
Moose : “Spelleke! Aan wie denk ik nu?”
Zap : *Gluurt eens rond* “Aan Nadine.”
Moose : ??? “Hoe weet gij dat?”
(Van de dame die op Nadine lijkt, hebben we geen foto.)
 
 
De laatste kilometers van een wandelingetje op de Hoge Venen. (19.00 uur)
 
Zap : “Ligt mijn jas in de auto? Heb jij die zien liggen op de achterbank? In de koffer? Ik kan mij mijn jas niet herinneren, de laatste uren. Zeg alstublieft niet dat ik mijn jas ben vergeten in het hotel! Toeme. Stap eens wat rapper, ik wil weten of mijn jas mee is. Djeezes, hoe stom kan een mens zijn van zijn jas te vergeten? Dat is toch iets dat alleen andere mensen overkomt?
 
En zo reden zapmoose aan het eind van hun tweedaagse weerom naar Aken om aldaar met handen en voeten die Duitsers wijs te maken dat er een jas in hun kamer is achtergebleven.
De Duitsers gaven bovendien ook nog zaps badpak vrij…
 
“Spelleke. Waaraan denk ik?”
“Waarschijnlijk niet aan Nadine?”

Advertenties

Bl-Aken van luxe

  

zapnimf1kleinlichtroze-op-paars   Alice en haar konijn in Wonderland.
Voor het geval dat je me niet gelooft : bij de inkom stonden van die elektrische trotinnettes om van de vergaderzaal naar de bar met de grootste humidor in Europa te sjezen. Geef toe, dit kan ik onmogelijk zelf verzonnen hebben.
 
De reclame waarschuwde ons dat het wellnessgedeelte druk kon zijn op hoogdagen.
Die stip is uw zapnimf die in haar uppie de inhoud van het zwembad wat beweging geeft. Drie verschillende (eveneens eenzame) sauna’s verder, zit diezelfde zapnimf verscholen achter de rand van de foto haar ‘Jan Van Loy’ ‘Alfa Amerika’ te lezen. Die moet u allen ook doorbladerd hebben, maar daarvoor niet persé in de verpozingsbuitenlucht van een binnenplaats in het buitenland.
Onderaan merkt u het wit gebouwtje op waarin het zich allemaal afspeelt, dat rondhuppelen door de gangen in badjas.
 

20090520_-_Aken

Aken binnenstad zelf is net voldoende gedoseerd om er een etmaal in door te brengen :
Terrasje met middagmaal.
Dom bezoeken.
Schatkamer bezoeken. Deze is wauw. En behoorlijk decadent. Alles wordt toegeschreven aan Karel De Grote, maar achteraf blijkt dan dat het tentoongestelde object onstaan is in een latere fase op de tijdsbalk.
Terrasje met ijsje
Rondwandelen in de autovrije stadskern en het pittoreske diep laten intrekken.
Tarzan en Jane gaan spelen in het zwembad, niet doorhebben dat je na iedere streek van je handdoek je een nieuwe mag pakken. Ook niet snappen dat je dan de gebruikte badlakens in een mensenhoge vaas moet werpen. Er was geen foldertje : ‘luxe hanteren voor arbeidsdochters die niks gewoon zijn’.
De bon maakte gewag van een ijsgrot. EEN IJSGROT! Brrr brrrr, beren en ijs, schotsen en iglo’s, rollebollen in de sneeuw! Je naam pissen als niemand het ziet. We vonden ze tenslotte bij de douches : een luikje alwaar er wat brokjes gemalen ijs te rapen viel. Als je dan een grot verwacht… 
 ijsgrot
douches            
 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dürüm uit het vuistje (ons eetbudget was praktisch opgeterrast)
Terrasje met wijntje.
Nog een wijntje op hetzelfde terras.
Wandelen in Aken bij nacht.
 
Zoals kinderen naar een bollenkraam kijken, zo liepen wij doorheen het ontbijtbuffet. ’t Is dat we bij ons eitje onze camera niet durfden bovenhalen uit schroom, want anders zouden we ons uitleven in Japanse toestanden. Minstens twee uur lieten wij ons de Duitse zon op het terras welgevallen. Tesamen met tien soorten broodjes met alles erop en eraan.
“Zot! Zoooooooot! Eet!”, moesten die diverse zakenmannen aan de tafels rondom ons mijn gedachten maar lezen. Die druiloren die hun dag op gang trokken met ocharme wat fruit en yoghurt bij hun kopje koffie.
 
Op papier mochten we tot de middag de kamer betrekken. Maar zo had de kuisdame van onze gang het niet begrepen. Tot drie keer toe klopte ze op onze deur om te kijken of ze onze vuiligheid al in haar stofzuiger kon lurken. Moose haalde nog wat slaap in en uw zapnimf was net druk bezig met de badkuip uit te proberen. Tijdens de derde keer deed de stoom van ambetantigheid die ik afliet onmiddellijk het badwater verdampen en ik sommeerde moose van onze spullen in de zak te smijten. Zes minuten later stonden we gepakt in de lift. Per ongeluk was ik in de kast vergeten te kijken. Als ik dat wel had gedaan, had ik daar mijn jas en mijn badpak nog zien wenken…

Kattig en op weg naar Aken (De Aristocats! The eye of the tiger!)

  

zapnimf1kleinpaars-op-zwart   Drie hoeraatjes voor alle neven en nichten van moose.
In ruil voor de pistolet die zij hier ooit rond de middag mochten eten, kregen wij van hen een wellnessovernachting cadeau. Tweedimensionaal vermomd als een Bongobon.
Wij gingen voor chique in Aken. Poepchique zelfs : Sissie de Keizerin in marmeren zwembad en drie sauna’s. Vijf sterren te tellen op de plakkaat aan een draaideur die kan concurreren met de Zandvlietsluis. Voor mensen dan. Keurige mensen. Zoals wij.
 
Een tweedaagse begint al in de auto. Met een muziekje. Toevallig de ‘Kings of Leon’. Die zageventen… zou mijn moeder zeggen.
Maar ik riep iets anders :
– “Ken jij The Tigers of Pan Tang? (Nee, vraag het me niet! Ik weet het ook niet hoe ik erop kom.)
– “Ik ken de Black Panthers.”
– “Teigetje!”
– “The Pink Panther.”
– “Een Jaguar.”
– “Tijgerbalsem.”
– “Koffie De Zwarte Kat.”
– “Pussycat.”
– “De Tamil Tijgers.”
– “The Cats.”
– “Black cat, white cat.”
– “The Lion King.”
– “Een Lion chocoladereep.”
– “Cat Stevens.”
– “Telt niet! Die heet ondertussen Yusuf Islam.”
– “Pantera.”
– “The Lions club.”
– “Addidas… euh…Puma bedoel ik!”
– “Minoes.”
– “De Belgian Lions.”
– ” The Stray Cats.”
– “Olympique Lyon.”
– “De Tomaso Pantera.”

– “Mmmmm, ik ben uitgeput.”
 
– “Zeg. Kings of Leon hebben toch niks te maken met een katachtige?”
– “O? Oeps. Ai.
Gaan we nu zeveren over het verschil tussen Leon of Lion? We zitten toch maar schoon ineens halverwege Limburg!”
– “Gelijk heb je schattie. Hoogste tijd voor…” (moose haalt zijn verrassing van onder zijn zetel en duwt hem in de cd-speler.)
 

Akenopweg

  
Als doorgewinterde Leonnen zongen zij zich schor over de autostrada richting Aken :
 

De tuinmannen bij de belastingen

  

zapnimf1kleinlichtroze-op-paars   Wij konden er wat van. Wonder boven wonder.
 
De federale overheidsdienst financiën is dit jaar gul geweest voor zapmoose.
Het bedrag van de aanslag in ons voordeel is groot. Denk duizenden. Denk bijna drieduizend voor mij alleen al. Moose gaat daar nog ruimschoots over. De verbazing hier in huis kolkt euforievraagtekens. Maar wij zijn geen uitpluizers, wij laten onze ogen een keer of vier uit onze kassen rollen, rapen ze weer op en leven stilletjes verder. Tussen de habitudes door gokken wij per Franse slag naar redenen als : gaan samenwonen in 2007, moose die de kinderen ten laste heeft genomen op zijn loonbrief, wij zijn zo’n magnifiek voorbeeldkoppel dat de mensheid daar wel eens iets tegenover mag stellen om ons voor die vaardigheden te bedanken…
 
Echter, zo heel tof vinden ze uw zapnimf daar bij de uitbetalingen blijkbaar niet, want toen half juni de valuta’s wegblijven (er was eind mei beloofd), raakt zij lichtjes edoch beheerst in paniek.
Het uitvlooien van het aanslagbiljet brengt duidelijkheid : de bietekwiet die de rekeningnummers doorgeeft van mijn CORRECTE weergave op mijn brief naar de praktische afdeling, had die dag op zijn eigen creatieve eilandje gezeten. Een cijfertje uit de lucht gegrepen hieeeeer! (familie Knots-intonatie!) Een eigen getalletje daaaaaaar! Kortom, geen enkel cijfer in dat rekeningnummer kan ik het mijne noemen.
 
Eigenlijk kunnen ze uw zapnimf helemaal niet uitstaan.
– Telefoontje ontvangstkantoor eigen dorp.
“Ge zijt verkeerd, madammeke, maar ik geef u de juiste nummer.”
– Telefoontje naar juiste nummer.
“Geef uw gegevens dan maar. O nee, ik mag dat hier niet in orde brengen, dat moet naar Brussel. Email? Euh… je moet maar eens op de achterkant zien van dat aanslagbiljet dat je terug hebt gekregen, daar staat het op en anders op de website van de belastingen.”
– Op de website wordt het lachen. Bij de knop ‘communicatie’ staat alleen een adres op. Voor brieven. Echte brieven.
– Het wordt een digitaal bericht naar iemand die meteen terugschrijft dat ik weer verkeerd zit, maar dat hij het juiste webadres ook niet heeft. Wel een telefoonnummer! Jeuj!
Ondertussen leur ik al enkele dagen het internet rond met een foto van mijn paspoort, een foto van dat aanslagbiljet alwaar ik heel groot de juiste IBAN- nummer heb opgeschreven met mijn handtekening erbij.
– We proberen ieder ander emailadres dat op de achterzijde staat van mijn papier.
Dagen gaan voorbij en niemand die iets laat weten.
 
Omdat ik wel minstens vijf keer in het bezit ben van het juiste telefoonnummer, toets ik dat een week later ook nog eens effectief in. Joehoe? Mijn drieduizend euro slingeren doelloos rond! Actie!
– Mens met spraakgebrek neemt op en laat mij vijf minuten lang heel het verhaal vertellen. 
“Oei, ik zal u moeten doorverbinden, momentje.”
– Zelfde mens neemt terug op na twee minuten vreselijke luide muzak.
“Meneer?”
“’t Was madame.” (Daarvoor stel je je dus voor met naam en toenaam)
“O ja, dat doorverbinden gaat niet zo vlot, nog even geduld.”
Ik veronderstel voor mijn eigen gemoedsrust dat dit gewoon de tuinman was die langskwam om zijn hark op te blinken met een brillendoekje en de telefoon hoorde rinkelen terwijl de echte bediende even een toiletpauze nam. Als het over mijn geld gaat, wens ik de uitvoerders niet aan incompetentie te linken.
– De volgende kan mij ook niet helpen, de doorverbindknoppen staan in de verkeerde volgorde. Hup naar nog een andere.
Alleluhja! Deze knakker weet zelfs al waarover het gaat! (Ik verdenk hem enkele seconden de tuinman te zijn, maar daarvoor hakkelt hij te weinig)
“Welja madame, dat is naar Brussel doorgestuurd hè?”
“Ik wilde het maar weten, meneer, want ik heb zelfs geen ontvangstmailtje gekregen. Bijgevolg wist ik niet eens of het nu in orde zou komen.”
“Luistert! Als wij naar iedereen een mailtje moeten sturen die ons een vraag stelt! Gij weet niet hoeveel werk wij hier hebben zeker?”
Ik verontschuldig mij voor het storen en denk : HOEVEEL TIJD KOSTEN TIENTALLEN VAN DEZE TELEFOONS, DENK JE, LOEMPEN OS? TERWIJL JE DAT AUTOMATISCH KAN INSTELLEN ZO’N STANDAARDANTWOORD.
Toch durf ik nog te vragen of hij een idee of ik weer twee maanden moet wachten op dat geld? Als ik de mens kreunend hoor sterven aan de andere kant van de lijn, hang ik rap rap op. Dàt wil ik niet op mijn geweten hebben!
 
 
Ik suggereer niks, maar stel dat ik zou willen frauderen, ik achtte de tijd er rijp voor. Bende morons.
 
 
PS : Tax on web belooft ons in eerste instantie voor volgend jaar 16 000 euro rijker te maken. Iets dat zelfs de minst begaafde in dit huishouden maar moeilijk kan vatten. De bedrijfsvoorheffing wordt zo erg overschat en ondanks alle ingrepen van moose, wil die uitrekenbalk onze cijfers maar niet aannemen. Er komt nog een avond gesukkel aan te pas tot de cijfers realistische vormen aannemen.
Mijn wenkbrauwen krullen toch een frons. Teruggave 2010 : ongeveer € 400 (tesamen)
Al is dat een immens verschil met dit jaar, ’t is nog altijd niet bijbetalen hè!

De toegevoegde waarde en haar (eigen)aardigheidje(s)

  

zapnimf1kleinlichtroze-op-wit   De poetshulp, Lana, en ik zijn bijna dikke vriendinnen.
Bijna. Want er is niemand thuis als zij komt dirigeren met plumeau, onderstrepen met spons, accentueren met wc-eend. Iedere week opnieuw laat zij zwierig haar produkt en doek fladderen door de alheid van onze inwendige woonruimte.
 
De virtuele vriendschap zit ‘m in de mails die naderhand steeds volgen.
Over hoe ze knoerthard haar oog op die plant met het flesje (dat olijfboompje dat al meer dan eens een bijrol kreeg in menig blogstukje) prikte. Of over het ontbreken van sensoren op de bovenkant van haar kop waarna ze onzacht in aanraking kwam met de punt van een kastje dat – ik geef dat grif toe – op een zeer onhandige plaats hangt en bovendien precies net op schedelboenkhoogte. (Tenzij je kabouter bent.)
Intieme onthullingen, die een band scheppen naast de objectieve overdracht van de dienstencheques.
Confidenties, waarop ik me in alle meelevendheid haast, haar in reply te wijzen op de plaatsen waar de veiligheidsbril en de fietshelmen van de kinderen liggen waarvan zij naar believen gebruik mag maken als dat haar kuisende leven kan veraangenamen.
 
Lana is ook een lolbroek. Dan vraagt ze mij per kattebelletje om haar eerst te mailen met een lijstje van wat ik denk dat zij allemaal extra gedaan heeft. Op zulke dagen kruip ik met mijn neus tot bij alle ramen, controleer ik de keukenkastjes langs binnen en langs buiten, vraag ik me af of de verwarming niet meer blinkt als tevoren, merk ik dat de microgolfovenbinnenkant heel erg op een spiegel lijkt…
Huishoudelijke werkkrachten willen duidelijke appreciatie voor hun werk. Wat ik uiteraard begrijp, maar ik sloeg toch maar in een mengpalet van warme kleuren uit toen het een dag te laat doordrong dat ze ook de vuilnisbak een fikse beurt had gegeven.
 
Een andere keer zie ik bij thuiskomst allerlei constructiemateriaal op de keukentafel liggen met een briefje : ‘Ha zap, ik heb je dampkap even schoongemaakt, maar ik vond de nieuwe filterdoek nergens. Regel jij dat nog even?’
Onze kameraadschap is echter nog niet van die aard dat ik kon repliceren : ‘Lana, mens, filterdoek? Wat is dat? Waar haal ik dat? en hoe in godsnaam krijg ik die dampkap terug pratende? De voorbije tien jaar heeft die dampkap toch nooit gesputterd?
Daarvoor had ik mijn ouwe vriendin nodig – Tulp – die naar mij keek alsof ze plots de allerlaatste dodo uit die propere vuilbak van hierboven zag scharrelen : “Jij hebt nog nooit die dampkapfilter vervangen?!”
(Ja zeg, er zullen heus mensen bestaan die bijvoorbeeld nog niet van ‘het exclusiecriterium bij het detecteren van discalculie’ gehoord hebben, mag ik dan het woordje ‘dampkapfilter’ als zwart gat hebben in mijn keukenvocabulaire? Mag het?)
 
Maar, alsof ik niet genoeg vereerd ben met al dat bovenmaats geschoonmaak, en alle openhartigheden die deze met zich meebrengen, deed Lana er vorige week nog een schepje bovenop. Op de tafel stond een guitig plantje, professioneel ingepakt en het bijbehorende kaartje liet weten dat ze mij een hele leuke verjaardag wenste (de vorige week was ze het vergeten, maar dus nu een aardigheidje voor mijn verjaardag).
“Je had nog gezegd dat je een feestje had gehad, maar niet dat het voor je verjaardag was.”
 
Dat is heel lief van je, Lana, speciaal aardig OMDAT IK PAS IN NOVEMBER JARIG BEN!
Dat wij nog lang zulke vriendinnen mogen blijven!  Een toegevoegde waarde!

bloem_lana

Mijn wijs idee is afgewezen. Morgen vroeger opstaan.

  

zapnimf1kleinlichtroze-op-wit   Moose – alias bronstige narwal, maar nu even niet – dreint de omgevingslucht in zielige smog :
“Ik ben zo ongelukkig. Zo ongelukkig ben ik. Ongelukkig ben ik zo.”
 
Pfffft.
Je zou voor minder als je onderuitgezakt met de zapkas bij een herhaling van FC De Kampioenen blijft steken.
 
– “Mijn leven is triestig. Triestig is mijn leven. Is mijn leven triestig?”
 
Dat is eigenlijk wel durven als je vlak naast zapnimf, de eclatante, zit die haar leven als een octopus heeft gelinkt aan het jouwe. (En zo meteen een ijsje gaat scheppen voor jou! Ja!)
Vinden jullie ook niet, beste bloglezertjes? Dit alles terwijl het eigenlijk mijn beurt is om een PMS-aanslag op te vangen.
Maar ik blijf aardig en zoek industrieus mee naar een oplossing.
 
– “Ik weet wat!
In mijn boekentas zit 58 keer 60 maal- en deeltafeloefeningen en 58 keer 30 sommen en aftrekkingen tot 100 (VIJFDUIZEND TWEEHONDERD TWINTIG bewerkingen – ruim twee uur werk). Als jij die even verbetert, dan besef je meteen hoe gelukkig je op dit moment echt wel was.
Wijs idee van me… weeral!”
 
– “Niet verschieten als ik in de vijver word teruggevonden, gemeen mens.”
 
– “Blijf je wel aan de kant drijven? Anders is dat zo’n gedoe en ik weet die okselbotten niet meer liggen…”
 
 
Mannen met slaaptekort, om horendul van te worden.
*Zapnimf schrapt alle vluggertjes voor zes uur ’s morgens definitief van het verlanglijstje*
Ze worden er toch maar ongelukkig van… 14 uur later.
 
Toeme, moet ik morgenvroeg nog verbeteren.
Maar ik zal wel gelukkig blijven hoor!
(Hysterisch) JAAAAAH!

Waarom wij nooit zullen meedoen met ‘mijn restaurant’

  

zapnimf1wit-op-paars   – “Lief, wat eten we?”
– “Geen goesting om te koken vandaag, dus heb ik zonet de diepvriespizza in de kinderen en hun vriendjes gedraaid. Voor ons liggen er een paar aardappelen in de schil in de microgolf. Met boursin, kip en sla moet dat lukken.”
 
(Tien minuten verstrijken)
 
– “Schat?”
– “Mja?”
– “Misschien de volgende keer toch eerst de grill afzetten?”
– “Que?”
 
 pot1
 

pot2

 

pot4
 
– “Gij ook een pizza?”