Ik ga hem nog efkes houden, denk ik, veel houden (van)

  

   Dan kom je ’s nachts lichtjes zwijmelend de woonkamer ingetold na een uitje vriendinnen… 

Advertenties

Ont-sloa-p/ge?

 

   “Moose is ontslagen” informeer ik minizap als ze in de naschoolse auto stapt, “hij is dus thuis.”
“Oeioeioei,” zegt ze. En : “Aiaiai.” Ook wel : “Ocharme.’
Het treft mij dat zij niet geheel ontstoken is van empathie voor een huisgenoot. Ik zucht opgelucht om zoveel geslaagde opvoeding.
 
Er brandt reeds licht in de woonkamer als we de oprit oprijden.
 
“Kijk”, zegt onze jongste, “hij is ondertussen wakker.”
“Wakker? Waarover heb je het?”
“Awel? Jij zei toch dat hij aan het slapen was? Zo ziek zal hij dan niet geweest zijn.”
 
Hmm. In gedachten noteer ik een oppoetsbeurt voor mijn Antwerps Nederlands.

 

De stilte klinkt verbouwereerd

   Dat komt ervan als je afspreekt met de onvergelijkelijke Huisvrouw.
Dan vergeet je je gsm op je keukentafel.
Bij thuiskomst vond ik er twee ingesproken berichten van mijn wederhelft op. “Dat hij me het dan wel zal vertellen als hij straks thuiskwam.”
 
Tijdens het uitvoeren van mijn inhaalbeweging in het blogheelal, zie ik vanuit een ooghoek een rugzak op de fiets voorbij het raam zoeven.
Rugzak? Blauw? Namiddag? Moose?
 
Verbreking
staande voet 
niet langer nodig 
vier maanden uitbetaald
 
Mijn vrijer is boudweg ontslagen.
Welgeteld één zinnetje wilde zijn baas eraan vuilmaken : “Wij hebben besloten… ”
De andere had zich verstopt.
Onder toezicht mocht hij nog net zijn bureau leegmaken.
Zijn team stond er sprakeloos op te kijken.
 
Thuis haalde hij een lege verpakking worst uit zijn rugzak…
“Ik had nood aan een worstje troost.”

Reeds stramme middelvinger naar Luminus

   Als je het vorige stukje zelfs nog maar diagonaal hebt doorgenomen, mag het u niet verwonderen dat ik enkele Humo’s achterstand heb opgelopen. Intussen poog ik van het toilet, het bad, de loze minuten voor de slaap intreedt, wat letters uit het bovengenoemde boekske mee te pikken.
 
Zo overkomt het mij dat ik overdag in een verlopen Humo en ’s avonds bij de Laatste show quasi exact dezelfde vragen afgevuurd zie op die Arne Quinze (orginaliteit troef!). En dan heb ik ‘Hoge Bomen’ nog gemist, alwaar Quinze volgens mijn steun en toeverlaat (ook letterlijk tijdens het tv-maffen als Canvas bijvoorbeeld… euh… ‘Hoge Bomen’ uitzendt) ook wel de benaming ‘etterbak’ past.
 
Nuja, ik hoef de meneer niet sympathiek te vinden, zal er nooit mee aan de toog van een hip café staan alcoholwasemen of een van zijn houten installaties in mijn living dulden. In het straatbeeld daarentegen, wil ik er nog wel enkele bewonderende woorden tegenaan gooien. ’t Is dat hij de laatste tijd zo doorgedreven wordt opgevoerd, dat ik besef krijg van de kerel zijn kunnen.
Als argeloze observeur krijg je er nog tintelend nieuws bovenop : Deze conceptuele kunstenaar is nog niet zo lang geleden in den echt getreden met ene Barbara Becker, gezegend met een roem, die ze te danken heeft aan een eerder mislukt huwelijk met Boris Becker en diens rondslingerend zaad. Jajajajaja!
 
Natuurlijk heeft u zich al lang dezelfde vraag gesteld :
 
HEEFT DAT MENS GEEN EIGEN ACHTERNAAM DIE ZE KAN GEBRUIKEN?
 
 
Precies Luminus zeg.
Die probeer ik ook al acht jaar lang ervan te overtuigen dat het niet langer mevrouw Alain Berkmans is die hun rekeningen betaalt.

Ne welgemeende sorry… voor al dat ongewis-t-van-niks

   Ongewild is het pauzeke dat uit zichzelf groeide tot prewinterslaap een eigen traject gaan volgen.
Alsof ik ondertussen de antidepressiva per handjevol laat binnenglijden, mijn tijd slijt als kluizenaar vastgehaakt in de antropologie van onze buren, mijn kleren zelf naai uit afgedankte tapijtrollen…
Stel je voor.
Of bij nader inzien, toch maar liever niet.
 
Owraaidie, iemand in mijn private kring werd begin september geviseerd en daar kon ik weinig om lachen. Eigenlijk moest ik daar vele dagen lang mee bleiten. (Heel misschien hierover later meer.)
Maar dat is natuurlijk geen excuus om het bloggen links te laten liggen. Het blogleven en het echte kunnen naast elkaar bestaansredenen vinden. Ook al pik ik er een van die twee somtijds uit om mij op te concentreren.
 
Tevens rond die tijd haalde ik mij een zelf ontworpen werkstraf op de hals, die vele (en vooral ook vrije) dagen/nachten opoffering van me eiste. Sullig Deesi-ke had vijfhonderd dikke bundels naar zich toe getrokken om de beginsituatie per klas van een wiskundeonderdeel in kaart te brengen. Seut die ik ben!
Mijn sollicitatiebrief voor aan de kassa van de GB, zat al in het hoofd. Gelukkig had ik geen tijd over om hem ook nog daadwerkelijk te schrijven.
Maar dat is natuurlijk geen excuus om het bloggen te laten. Ik had mij er kunnen van afmaken met een onnozel fotootje en een gepikte spreuk van de ene of de andere salonfilosoof. (Eey pasop, ik ken er een echte. Hij noemt mij en mijn geliefde ‘verziekte praatvaren’ op het net. Dat kan geen kwaad, want ik heb hem al lelijker dingen toegedicht.)
 
Afijn, drie weken later was ik de kwade door.
Toen kreeg ik me toch zo’n honger naar dvd-reeksen en boeken. Geleend, gekregen of gepiktkocht… vooraleer ik bevindingen ging neerpennen, moesten ze eerst mijn ogen/handen/dvd-speler passeren.
Als je ‘Het Diner’ van Herman Koch nog niet gelezen hebt, verzoek ik u vriendelijk om dat gat in uw literair vermogen te stoppen. Rap.
Gedurende die tijd vond ik iedere afleiding om niet te moeten schrijven aanvaardbaar. Ik wilde in een weblogloze coma schommelen. Omstreeks dan begonnen ook de lieve mailtjes binnen te lopen. Of ik nog leefde.
 
Met een aantal hervonden concepten in het hoofd wilde ik mij aan een toetsenbordtikmarathon wagen, als de avond tevoren de klojo in het huishouden, in betere tijden ook wel zoon genoemd, de laptop tegen de muur smakte. Per ongeluk. Zeg’t ‘m. Nadat hij eerst van niks wist uiteraard. De laptop met wachtwoord om te vermijden dat de kinderen er achter onze rug virussen op zouden kweken. De laptop die vier weken (ja, V.I.E.R.) achter de toog van de reparatiewinkel heeft gelegen. De reparatiewinkel die niet waarmaakt wat hij belooft want de laptop was voor eeuwig naar de verdoemenis! Er kon geen elektriciteit meer door het gaatje. Had ik dat geweten tijdens mijn laatste uren tanende batterij…
 
Sindsdien is het dus peeceetje-delen met de kinderen. Het meer smerigere elleboogwerk ontplooien om toch ook maar eens per dag je eigen letters in een haperende combinatie boven te halen en steevast te vrezen dat het geheel van elektronica zal ontploffen bij de volgende aanslag. (Djeez, ik ben het nog niet verleerd! Vettige knipoog. Eat that, Hoste!)
 
Comfortbeperking brengt je anders wel op steengoeie ideeën, tegelijk een tikkeltje gemeen. Zapzoon gaat een heuse schootcomputer onder de kerstboom vinden. En blij dat hij daar mee gaat zijn. Beetje jammer wel dat hij nooit meer zal oplichten…
 
De smoes ‘wachtnogopdelaptop’ werd dus ook afgevoerd. Het schaamrood om de wangen zwol evenredig aan met het aantal reacties.
Toen moest ik nog mensen ontmoeten! Mensen die ik een maand lang had vermeden tijdens een lotmegerust-syndroom.
Met Tijdtussendoor gewandeld
Met Lalena en Blogbaas koffie gedronken op de boekenbeurs. Hier voorafgaande, met Huisvrouw.
Met ouwe schoolvriendinnen gekookt, met nog oudere gekeuveld.
Met collega’s uitjes georganiseerd.
Met eigenste vriendinnen geroddeld.
Met bloggers gemaild.
 
Bon.
Uw zapnimf is heden helemaal terug opgeladen. Klaar voor nog een rondje in cyberspace. Heb geduld met haar onvermogen om u allen terug bij te lezen, dat gaat wat tijd in beslag nemen.
 
Opgeladen en vol angst dat die aftandse computer zal exploderen. Kaboem!