Daar ging de dag al van de noen

  

   Kent u ook zo van die figuren?
Ambetante doezen die tot je kennissenkring behoren.
Eigenlijk probeer je er al jaren vanaf te geraken, maar dat soort wringt op ongepaste momenten zijn voet tussen je communicatieslot door je ongevraagd te sms’en met commentaar, eisen, scheldtirades en ja hoor, zelfs dreigementen via mail.
De volksmond zou er een lelijk woord voor kunnen verzinnen. Ik ook, ’t zou niet eens moeite kosten, maar ik capituleer niet. Less is more.
 
Kent u ze? De bemoeials die uit frustratie gaan kakken op andermans kop omdat hun eigen gekozen pad precies niet helemaal doorheen het landschap meandert zoals voorzien?
 
Tjoenge seg.
En ik ben die loempe geit die er ooit mee getrouwd was.
 
De dag is alvast naar de knoppen.

Advertenties

Wij bleven binnen… met onwelriekende adem

   

   Vrijdag. Kinderen verkassen naar hun vader.
Dat is zoveel als : na schooltijd fietsen zij naar zijn huis ipv het mijne.
Zoonzap mag niet vergeten dat hij nog moet orthodontisten vlak na de lessen.
 
Weeral een zorg minder. Want wij zullen ingesneeuwd raken zaterdag! Sneeuwstorm! Wit geweld à volonté.
Uw zapnimf controleert bij thuiskomst de diepvries :
genoeg bik voor mens en dier? Tjek
genoeg wijn? Tjek
genoeg koffie? Tjek
genoeg mazout? Tjek
Keuzemogelijkheden om dvd te bekijken? Carnivale of Terug naar Oosterdonck? Vink
Genoeg liefde om deze gesteldheid van ingesneeuwdheid te overleven? Jaaahaaavinkvink.
 
Joepie! Niks aan onze kop. Wij blijven lekker binnen dit weekend.
 
Pas als we gaan slapen, merken we dat het krapuultje zapzoon de allerlaatste tandpasta heeft meegejoept…

Hoe kubieke ellende alternatief genot werd

  

   Ellende³.
Ellendige dinsdag. Amper één centimetertje sneeuw erbij en hops, van zeven uur ’s ochtends tot half tien autoschuiven tegen tien per uur om twee zapspruiten aan hun bushalte en school te krijgen. Een toertje van vijftien kilometer enkele reis en normaliter afgehandeld in twintig minuten met gemotoriseerd onderstel.
 
De zon scheen.
Uw weerom thuisgeraakte zapnimf wilde de verkeersstress van zich afwandelen in dat ene gewonnen centimetertje vlokkenwit.
Mijn moose riep de sollicitatiestress. Niet dat hij niet wilde, maar solliciteren is nu eenmaal een dagjob vertelde Vacature zijn lezers een paar weken tevoren.
 
Soms mag het eens meezitten. Het internet zei njet.
Het internet hapert hier wel eens meer. Het internet kan ons niet uitstaan. Het internet gunde ons deze keer slechts enkele uurtjes in de late avond, verspreid over de gehele week. Het is een manke uitvinding. (Behalve toen we pas na drie dagen en vele malen telenet lastigvallen, doorhadden dat de stekker ergens achter de zetel niet goed instak.)
 
Maar ik zei dus dat de zon scheen en dat internet het begaf.
Dat werd zoeken zeg, naar een alternatiefje :
 
Sommigen onder u zullen misschien van herkenning wenkbrauwtjes trekken.
Zoniet, hint of hint.
 

     

      

    

      

       

Hoezo winter?

  

   Niet dat ik meeheul met al die brullers over hun goeie voornemens, maar stel dat… ik zou bijvoorbeeld mijn concepten uit de herfst kunnen posten in de herfst…
 
Het is dus herfst, zogezegd.
 
Uw zapnimf geraakte vanmorgen niet meer van d’r erf.
Langs links. Weeral. Zo ongeveer om de veertien dagen. En rechts is een richting die weinig gebezigd wordt, gezien het ommetje algauw tot tegen de kilometer extra aanduwt.

             
 
De toffe opulente pee van hierover laat zijn bladeren regelmatig blazen door mannen die met die arbeidopbrengsten op het eind van de maand hun bloedjes eten geven. Lieden die alvast geen kei zijn in het parkeren, die evenmin uitblinken in empathie met de geblokkeerde overburen. Of gewoon denken : “’t is toch maar den otto van den baas, rijd er voor mijn part een bluts in! Kanmijhetwatboemme?” Of zelfs geen moment erover peinzen om een bladzuiger met zak te gebruiken ipv een spuwer. Mijn bescheiden opinie vindt die bladwaaiers zowat de grootste kemel van het herfstseizoen. Te weten dat daar waarschijnlijk iemand rijk mee geworden is!
 
Uw zapnimf vertrok dus langs rechts, bracht ene moose naar het station, vergat wat ze had moeten onthouden en keerde uit blinde gewoonte terug langs de groene-luitjes-mobiel en sakkerde zich een rottend woordenei tegen het raam. Tegelijk claxonerend naar klakmans met – helaas een hele goeie – koptelefoon in volle actie en doof voor hulpeloze nimfen opgesloten in blik en coleire.
 
De oprit oprijden, was onmogelijk zonder lelijke beschadigingen aan de rechterzijde, dus reed ik (rechtdoor) naar werkmens toe, gebaarde van : “Haal die oorbescherming een keer van uw hoofd (of ik wurg u ermee!).”
 
Het stomme aan logica is, dat die vierkant draait. De redelijkheidsbrenger in mij vindt, dat als ik gelijk heb, anderen mij ook gelijk zullen geven. Ach, ik kan toch zo geweldig buiten de waard rekenen. Ging de dagdagelijkse wiskunde mij ook maar zo goed af.
 
– “Meneer, als u uw wagen nu eens twintig meter verder op die grasstrook zou parkeren, dan staat u niet zo ongelooflijk gevaarlijk in de bocht, kan iedereen passeren en dan geraak ik terug thuis…” *hoopvolle doch ontegensprekelijke blik*
– “Dat zie je van hier, madam, wij gaan geen honderd keer over en weer naar daar ons (zwaar) materiaal halen.”
 
Klonk als : “Blaastemop!”
 
– “Meneer, ik ben het beu dat ik mijn oprit niet meer af of op kan rijden.”
– “Zeg. Dat gaat hier over tweewekelijks twee uren.”
 
Klonk als : “Zagetrut, bol af.”
 
(Waarmee dwarsligger bewijst dat hij een jokkebrok is, of de maaltafel van twee niet kent : minstens vier uur, kwiet!)
– “De oprit van uw klant dan? Toch plaats genoeg?”
– “Uitgesloten met die aanhangwagen.”
Klonk als : “Mag niet, klant is koning, overgebuur is shit.”
Euh… zo klonk het inderdaad, maar dat was uit mijn mond en met een vraagteken erachter. Uw zapnimf was al een klein beetje haar welopgevoede pedalen aan het verliezen.
 
Het gênante aan zulke situaties – als je ooit in een ver verleden hebt geleerd, dat erop lostimmeren als je uw goesting niet krijgt, niet van verfijning getuigt – is, dat waardig afdruipen een haast onmogelijke zaak is. Ik zei ‘haast’ want uw zapnimf rechtte haar rug, deed een niet onaardige pinkpoets (voor wie te laat geboren is…surf ‘Morgen Maandag’) die evenzeer naar zijn vervoersmiddel wees :
– “Ik hoop voor u dat er in de toekomst niemand op uw bestelwagen zal botsen als u hem daar laat staan.”
Waarop ik mij haksgewijs terug in mijn eigen bak op wielen draaide, met veel geste keerde op de eigendom van zijn werkgever (losse kiezels, moehahaaawaaaaa! Scheur!) en me via de berijdbare kant langs mijn brievenbus wurmde richting carport.
 
“Ik hoop voor u dat er in de toekomst niemand op uw bestelwagen zal botsen?”
O lordy, wat kan ik onzin uitbraken :
“IK HOOP BIJGOD DAT ER SUBIET EEN LEOPARD 1 AAN KOMT RACEN EN UW CAMIONETTE IN EEN ONGELIJKE ZEVENHOEK VOUWT, DAT DE RIJF VAN DIE REMORK ELEGANT SCHROEFT TOT IN UW POEPGAATJE, WAARDOOR JE ALLE OMGANGSREGELS TOT AAN HET EIND VAN UW DAGEN ALS EEN SYNDROOM VAN GILLES DE LA TOURETTE ZULT OPDREUNEN. DAT HOOP IK!”
 
Pfhoepfhoe. Als je er dan toch niet op mag toeken, lucht dit ook wel op.
 
En als ‘m nu nog een zuiger hanteerde, ik zou de hark er nog behulpzaam uitzuigen. Helaas, meneer wilde een blazer.

Nieuwjaar

  

   Er waren eens twee zussen,
een lieve dikke en een magere teef.
Ze zouden samen ’t nieuwjaarsdiner klussen,
maar bij ’t overleggen liep iets scheef.
 
In plaats van chocolademousse of bavarois of een ijscoup(e),
aten we twee keer supergezonde soep.

Oudjaar

 

  O wonder boven wonder,
Huisvrouw had verdemd gelijk.
Deze keer wél met vuurwerkgedonder,
alsook met wat gezeik
want Gaston piste iemands frak onder
en eigenlijk verder alles binnen piemelbereik.
 
Maar dat het weer geslaagd was, staat buiten kijf. (’t Was mijn jas niet.)