Ongeruste vleeskathedralen in een krakende kosmos

   Als een polstokspringer zonder stok, salto-de ik mij voor een hele nacht, met onontgonnen spirit, onze slaapnest in.
Een techniek die mij ooit zuur opbrak.
Ik knip en plak een deeltje uit de schriftelijke neerslag ervan, mijn kort verhaal van vandaag kan dat aan :

(Immers, uw zapnimf doet het via de-turner-aan-het-paard-methode : plant de rechterhand stevig het matras in en springt dan, met het onderlijf als een half schroefje in de lucht, hoepla, zichzelf rechtstreeks op haar rug de droomkosmos binnen. Misschien dat er nog net een zoen afkan aan haar voorganger.
Inderdaad, ik ben mij ervan bewust, deze gang van zaken is ingewikkeld, neigt naar acrobatie en mag uitsluitend beoefend worden door ervaren bedlegerigen. Maar vooral! Probeer dit niet uit als uw hoofd aan kortsluiting lijdt!

Want dan zou dit uw deel kunnen worden :
Hand : “Waar is de matras? Ik voel niks! Waar is…aaah!”
Bekken : “Niks dat me tegenhoudt, waarom draai ik nog een kwartslag door?”
Rug : “Dit klopt niet. Help! Wat is dat? Een nachtkastje? Een afgebroken handvat van dat nachtkastje? Dat schrijnt! Dat boenkt! En waarom lig ik daar holderdebolder half op?”
Been : “Ik ben een spiegel aan het vermorzelen! Ik ben een spiegel aan het vermorzelen! Neeeeee, de spiegel is mij aan het vermorzelen! Doe iets! En rap!”
Ander been : “Er is niks dat ik kan doen, ik hang vast aan de bedrand! Ongemakkelijk!”

Deze apotheose van de dag ging gepaard met een gedonder dat de eerstkomende apocalyps ruimschoots zal overtreffen.
Moose klikte sneller recht dan een knipmes : “Zapzapzappie, wat is er gebeurd?!”

“O niks speciaals,” verklaarde ik vanonder brokken meubilair, blij dat ik de wekkerradio niet met mijn tong had meegeraspt, “mijn manier van verpozen als de helderheid me in de steek heeft gelaten.”)

Maar gisteren zaten alle windlagen mee en de hele slomp die zapnimf heet, landde in zijn geheel ruggelings in min of meer de juiste marge in de beddenbak.
‘Krak’ klonk dat ineens. Gewoon krak. Niet krak en er staken twee planken naast mijn oren. Simpel krak.

“Jeeee”, piepte de andere vleesberg in het bed, “ik begin mij stilaan ongerust te maken.”
“Doe niet zo opgefokt”, protesteerde ik, “we zijn toch niet door het bed gezakt?”

“Wie zegt dat de krak het bed was? Woeoewoehoe! Misschien was het wel de vloer?”

Advertenties

14 Reacties to “Ongeruste vleeskathedralen in een krakende kosmos”

  1. micheleeuw Says:

    Wanneer ik je nog eens zie moet je me dat toch een voordoen !
    En ? Was het de vloer of het bed ? 😉

  2. zeezicht Says:

    zolang het Moose maar niet was die krak deed!

  3. Veerle Says:

    Wat steekt gij daar toch allemaal uit? Hangen jij en/of het meubilair eigenlijk nog wel aaneen?

    • zapnimf Says:

      Dat wilt ge niet weten.
      Naast vallen, vliegen inslikken, bedden verhenneweren, slipte ik ook nog over een hond bijna in de prikkeldraad, parkeerde ik ooit mij velo in een koei, en doe ik de hele dag door stommiteiten.

  4. Margogogo Says:

    Probeer eens normaal te doen, Zap, misschien helpt dat het een en ander voorkomen.

  5. Nina Says:

    Dat blijft toch echt mijn all time favourite, die post over uw elegante duik. Het wordt alleen wat vervelend dat ik daarmee blijf wenen van ’t lachen, hoeveel keer ik het ook lees 🙂

  6. elke Says:

    uwen Moose is een dramaqueen, dat is het !


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s