Geheime kerstzap

    ‘k Heb mij op de valreep nog ingeschreven.
Zo kan ik reclaam maken voor al wie mee wil doen : tot middernacht kan je nog inschrijven.
En nu krijg ik schrik : stel dat men mijn zelfgeprulde dingen niet kan smaken, wat dan?

Advertenties

D’r zit er eentje naast vandaag!

   Mijn vrienden zijn speciale karakters, sturen zomaar sms’en die er een maand naast zitten.

“D’r is er eentje jarig vandaag! En ze mag/kan nog veel toert vreten. Geniet van een superdag en laat je nog eens extra verwennen he! Dikke x”

Dankuwel Frie, daar vanaf uw Franse berg, maar probeer volgende maand nog eens en dan voor echt!

Maar ik ga morgen wel taart eten. Zomaar, omdat er tofferds rondlopen.

Ik denk aan alles, alleen niet op het gepaste tijdstip

    “Neenee, slaap rustig verder, we halen het containerpark toch niet meer. Dat sluit over zes minuten.”
Moose schrikt zich een halve meter springstoot van de matras en frazelt : “Alsof jij eraan gedacht had.”
“Tuurlijk heb ik eraan gedacht, enkele uren geleden, maar toen was je mij net aan het euh… strelen, denk je toch niet dat ik dan zoiets ga zeggen?”

De rest van de dag was van hetzelfde kaliber : uitblinken in relaxen/niksen/lezen/ontbijten -allez, lunchen- op terras in pyjama.

Alle bladeren zien ineens ros.

Vurig blozen als een trapper in droge tijden

   Waar in de lente een metershoge takkenwal weg verhakseld werd, daar installeerden wij in de paasvakantie een vuurplaats.
Eerder diende die plek als privéspeeltuin, met schommel, huisje, glijbaan. Tot de ontbinding besloot dat de kinderen te oud waren om op verrot hout te verongelukken (de restbalken kregen een tweede leven als would be boomhut, ondertussen ook al zijn geest gegeven), daarna werd het de laatste rustplaats van onze woekerende bamboe en die plaats pikten we dan weer in om al het snoeihout van het vorig seizoen te accumuleren.

Een putje, wat overschotten klinkers en enkele rondslingerende treinbilzen, daarmee bouwde quatre mains zappelmoose twee zitbanken (waterpas!) voor rond de openluchthaard. Niet meteen milieuvriendelijk, wel knus en behaaglijk. Ook handig voor al de kromme stokken die te dik zijn om in de verhakselmolen te duwen en te dun om in de stoof te belanden. Na de aanschaf van enkele bekoorlijke kussentjes, waanden wij ons de woudlopers van de Noordertuin, de trappers van de bossen van Antwerpen. Yiehaaa.

Zodra ons kunststuk afgewerkt was, wilden wij die stookoven natuurlijk testen. Met een handvol straffe verhalen, een karaf wijn en iets knabbelbaars schaarde de troep zap zich rond het vuur. Knetserdeknets, vuurwerk, ontploffende dennenappels, vliegende gloeinaalden en een vuurzee van brandbaar bosallegaar en wij daarrond in hoogste stand genietend.

“Oeps”, sloeg moose in het heetst van de actie ineens zijn hand voor de mond, “was ik even vergeten, maar op het radionieuws zeiden ze dat het vanaf vandaag code rood is voor brandgevaar.”
“O.”
“Ai.”
“Zullen we voorzichtig de vlammen dan maar laten uitdoven?”

Uit schrik voor rampen bleven de heidekneuters zappelmoose naar de gloeiresten turen tot na middernacht. Hun stoere verhalen verpieterden zienderogen.

Enkele weken later was het zover op de Kalmthoutse Hei.
Maar daar zaten wij voor niks tussen.

De Kim Wilde in mij als een dolle hond door een forest en in zijn zanger

Dit non-event-blog-schrijfsel als nota aan mijzelf :

Zapnimf, neem in het vervolg een balsem en een kam mee naar het zwembad!

Net onder de douche vandaan zag ik eruit als een kwast met dreadlocksgeslierte op het einde.
De herfstlucht als haardroger op de fiets is een fijn gevoel, maar als je dan jezelf terugvindt in het schijnsel van de glazen achterdeur als een Robert Smith in betere tijden (alvast niet haartijden)…
Moose vindt een berg ontplofte pluche op mijn kruin schattig.

Toen ik me de volgende morgen uit bed hees, leek ik op een bosmonster dat in ‘the forest’ van the Cure zou kunnen huizen.

In de loop van de dag evolueerde dat naar iets dat geleek op Samson.
Moose vindt het hondgehalte van mijn kapsel koddig.

Terwijl het met het voorzien van het nodige gerei gewoon dit had kunnen zijn:

Allez ja, misschien toch ook niet helemaal, maar toch een beetje.
Moose vindt Kim Wilde maar niks.

Nummer 1 in het lijstje der bloembollenvermassacreerders, of niet?

   Een lijstjesmens, dat ben ik.
Een totaal incompetente lijstjesopsteller zelfs.
Hoe zorgvuldig ik ook de achterkanten van gebruikte enveloppen bijhoud -zeer geschikt voor dagelijkse lijstjes- het lukt mij nooit ook maar één reeks volledig af te werken. Behalve dan misschien het boodschappenkrabbeltje, als de kipsla niet uitgeput is.

Misschien ben ik iets te vooruitstrevend in mijn doelstellingen van die dag? Schoolwerk, huishoudelijke taken, mensen die ik moet bellen of mailen, welke winkels er afgelopen moeten worden, grote kwarweien… minstens de helft wordt opgeschoven naar het lijstje van morgen. De grote krachttoeren verdwijnen soms miraculeus van het papier wegens chronisch gebrek aan goesting, sommige taakjes lossen zichzelf op, mensen bellen naar mij in plaats van andersom en vuile ramen lopen ook niet weg, dat kan in een ander seizoen ook nog altijd.

Bovendien mag de invloed van externe stoorzenders ook niet onderschat worden : vriendinnen die urenlang bellen net als ik op het punt sta naar de winkel te vertrekken. “Het zijn vanavond boterhammen, schat, ik ben er niet geraakt.”
Of buurvrouwen die binnenwippen tijdens het typen van een blogstukje. Niet dat ‘blogstukje schrijven’ ooit op die lijst geraakt, er zijn nu eenmaal dingen die als vanzelfsprekend gelden. Wc-bezoek staat er toch ook niet op? Maar! Het plan was wel om na het bloggen de bloembollen te planten in de tuin. Diezelfde bloembollen die al drie weken van het ene naar het andere lijstje verkasten. Het weer leende zich uitstekend om deze verrichting die dag te laten plaatsvinden en mijn mentale toestand had zich er ook al op voorbereid.

“Waarom werk je taterende buurvrouw niet fluks buiten?” hoor ik u al denken.
Dat is, lieve lezertjes, omdat op dat andere eeuwige lijstje,  dat van de sociale prioriteiten, altijd  ‘gezellig samenzijn’ het wint van al de rest.
Stel dat ik morgen het loodje leg en iemand zegt : “Sja, ze heeft dat leuke feestje gemist, maar alla, haar strijk is toch helemaal klaar.”Hoe knullig klinkt dat? Erger : hoe zielig is dat? Vooral ook omdat ik niks strijk, maar u begrijpt de moraal… euhm… het epicurisme van het verhaal. Kom gerust allemaal in gekreukt textiel naar mijn begrafenis! Welkom welkom!

Tegen de tijd dat de vertellingen uitgewisseld waren tussen buurvrouw en mijzelf, lag de schemer reeds op de loer. In een extreme bui van bloembollenaandrift, besloot ik toch deze klus te klaren. De tuinbloggers slaan nu alvast hun ogen ten hemel, want ook al geniet ik graag van het groen, erin werken blijft een opgave. Dus liet ik het bloembollenapparaat (waar je een koker aarde uit de grond mee trekt, geen flauw idee hoe het werkelijk heet) voor wat het was en nam ik mijn toevlucht tot het grove materiaal. Ergens in het donker groef ik in wat nu het mislukt bloemenweitje is, een grote put voor de witte tulpen (30 stuks) – huppa in bulk erin), een gat voor de blauwe druifjes (50 stuks), de paasbloemen (ook veel) kieperde ik een eindje verder in de grond en dan nog iets roze, waarvan ik de naam reeds vergeten ben, kreeg ook ergens een gezamenlijk graf.
‘Vijf centimeter tussen iedere bol’ blokletterde het karton aan het zakje, ja hoor ik ben me daar op mijn kop gevallen zeker? Dat is drie weken werk. Dan nog liever een bloembollenvermassacreerder.

Resultaat volgend voorjaar op dit blog. Of net niet.

En de poembak, de poembak, euh… de douchebak is kapot

    De douche liep al weken niet meer door.
Moose kocht een zuignaptuig waarvan ik altijd dacht dat het diende om vastzittende baby’s uit een niet meewerkende baarmoeder te sleuren, maar dat was brol, de afvoer bleef tegenpruttelen in geuren en kleuren : stink en grauw.
Vervolgens namen we toevlucht tot de manuele rioolrat die we daarop moesten kapot snijden, want hij bleef steken in het afvoerputje. Daarna probeerden we de hogedrukreiniger met toebehoren eens uit. Er gebeurde toen vanalles opzienbarends, maar iets herstellends was daar niet bij. Tenslotte hielden we het bij hard bidden, maar ook dat bleef vruchteloos.

Zulke noodsituaties vragen smekend de inmenging van (uithalende stem) MEGABOMPA aka SUPERPA, gewapend met een gezonde dosis vakkennis en inventiviteit. En stiekem ook met een slijpschijf. Daar ging mijn douchebak… eraan. Huppakee sprongen de tegels aan de zijkant. Het eerder euvel is verholpen, maar douchen is er vooreerst niet bij. Nog eventjes wachten tot vader-gelegenheidsloodgieter ergens een nieuwe bak kan installeren en het tegeldebacle kan rechttrekken.

Maar van de voorgaande alinea wist ik niks (vaders verrassen graag, ik wilde hem graag verassen nadien) toen ik vrijdag na het werk een puist in de badkamer wilde uitknijpen of een wenkbrauw plukken. Uw zapnimf vond haar wascabine zo terug :

Waarop zij terug naar beneden snelde en om een paniekaanval de kop in te drukken, de koelkast opensnokte op zoek naar troostvoeder. Misschien niet haar beste idee van die dag. Daar sneuvelde het voorpaneel.

Vergeef me deze bewogen foto. Ik zal wat van schrik gebibberd hebben.

 

Kon ze weer haar verwekker verwittigen.