Voor u en u en ook voor u, en omdat gij het zijt, ook nog voor u. Eigenlijk voor alleman, want ik ben in een vrijgevige bui.

Wie aan een oogkwaal lijdt, wens ik ook veel beterschap (of een loep), maar tot zolang kan je ook gewoon klikken om de foto te vergroten.

Voor mij nog een pakske cultuur, Hadrianus, Ambiorix en Imodium

Als we dan zover naar het westen kunnen reisen, vonden we dat we dat ook wel oostwaarts moesten doen.
En wel om Tongeren te vereren met ons bezoek. Zomaar. Omdat we over Sagalassos hoorden. Omdat we nog nooit in het Gallo-Romeins museum zijn geweest. Omdat we bij strootje trek Tongeren bovenhaalden. (Utrecht, Trier, Luik, Hasselt, Eindhoven… ooit komt het ervan.) Omdat moose nog verlof over heeft.

Bij vertrek-kilometer vijf -nog twee van de autosnelweg verwijderd- voelde ik me ineens niet lekker. Kwaaltje in de onderbuik, dacht ik en ik friemelde ongegeneerd mijn (nog net iets te spannende) broek open. Vier seconden later herkende ik het kwaaltje : “Help, ik moet een wc vinden en snel”, kermde ik. In dezelfde jammerkreet suggereerde ik mijn ouders, zes kilometer verderop, maar nog steeds dicht bij een autostrade om daarna niet te veel tijd te verliezen. Telefonisch beval ik de oudjes van de pot vrij te houden en eventueel voor te verwarmen. Dit alles terwijl ik doodsangsten uitzweette : dat is de auto van het werk, die wil je niet onderschijten. Onwillekeurig dacht ik aan Music For Life en aan mezelf als Vlaanderens bijna eerste slachtoffer. Als dat nog veel voorkomt, kak ik mezelf nog wel een keertje dood. Zou ik mijn geld terugvragen en lekker aan mezelf besteden? Hoeveel kost een familiedoos Imodium?
“Hier -Aaaaahhh- woont Griet (collega), maar ik knijp nog wel even!”
“Oeoeoeoeoe, links huis van Kathleen (ook collega), maar rij vooral verder want daar durf ik toch niet te bellen.”
“In die straat zou ik bij Christel (vriendin) kunnen gaan -auwauw- te laat, rap, zie dat je nog door dat groene licht geraakt!”
“O? Het is over. Gevaar geweken. Net nu we er zijn, zeg.”

In deze alinea gebeurt er vanalles dat ik niet ga beschrijven, maar dat wreed opluchtte.

Om u even af te leiden, vertel ik dan maar over vorige week, toen ik in goed gezelschap doorheen het mooie Pellenbergse landschap wandelde en ineens last kreeg van winderigheid. Ja, in de darmen, ja. Orkaankracht. Automatisch houden beleefde wichten als ikzelf die drang tot petomanie op. Hoe meer berg er nog beklommen moest worden, hoe krommer ik ging lopen van de pijn. Tot de apotheose kwam en ik van de zeer moest overgeven. In de auto naar huis heb ik me aan gedwongen flatulentie gewaagd en tegen de tijd van thuiskomst kwam ik terug tot mijn leeggelopen zelf, gespeend van alle voormalig leed.
Ironisch genoeg had ik enkele dagen voordien nog van de daken geschreeuwd dat deze maaggehalveerde sindsdien geen, ik herhaal, geen scheten meer liet. Tjonge, God straft onmiddellijk. En een teveel aan ui is van het menu geschrapt als ik uitwaarts verplichtingen heb.

Telkens moet ik bij bovenstaande en soortgelijke grollen denken aan een vroegere blogster die allerlei Belgische wantoestanden aanklaagde en daarbij zich met de opgeheven vinger afvroeg waarom wij blogwurmen daar weinig reactie op hadden en liever over onze eigen drollen schreven.
Omdat ik helemaal gedomineerd word door mijn eigen spijsverteringsingewanden, tiens! He-le-maal! Altijd!

Terug gezellig met de huisgenoot tegen 70 per uur achter een dashboard in een autostoel gezeten, wierp ik dé vraag van de dag op: “Schat, zou ik nu de enige zijn wiens leven zo beheerst wordt door mijn blaas en mijn darmen?”
Hij: “Welnee, lief, bijlange niet, maar die anderen hebben een stoma.”

Genoeg op mijn kop gekakt!
Dit was het zorgeloze vervolg van de dag. Aanrader!

Goh, eerst kregen we een ticket gratis van een mevrouw die een plakker teveel had gekregen, daarna stonden we oog in oog met een kind dat als huisdier een kerkuil meegenomen had naar de ijspiste op markt en alsof dat nog niet genoeg was kwam Patrick Dewael ons nog goeiendag zeggen in een brasserie. Zotter hoeft het niet te worden. Wij zeggen toch nu al : Leve Tongeren!

Een plotse bruisbal van eenzamen

De poeha rond Kerstmis, wij kunnen best zonder.
Nuja, wij kunnen ook zonder, ik zeg maar wat, warme voeten, maar dat wil niet betekenen dat er hier niet intensief gebruik gemaakt wordt van het kersenpittenkussen (dat ik veel beter kan typen dan uitspreken en zulke grote oren heb ik nu ook weer niet, vergeleken bij Spock).
Bon, poeha en kerst. Eerst staken we alle kaarsen in huis aan, alle 1024, en daarna trokken we het tv-deken op tot aan de neus, vergaarden alle drie de pluizenbollen op onze schoot en zapperden alle fijne opgenomen programma’s achter elkaar en verzakten bij de tweede ‘Midsomer Murders’ in diep gesnurk.
“Deze heb ik precies al eens gezien.”
“Ik ook. Ik herken die grijze snor.”
“Weet gij nog…?”
“Nee.”
“Zullen we een andere nemen?”
“Kweeni.”

“Zgrrgggggezzzeeeegg.”

En uitgeslapen de dag nadien!

Wat natuurlijk keihard van pas kwam omdat we tegen de middag 150 km westwaarts moesten aanschuiven aan het aperitief. Ook daar hadden we vooraf tot soberheid besloten. Wat erop neerkwam dat de cadeaus werden afgeschaft en ik niet dronk. (Ik word sinds de operatie mottig van alcohol, altijd een Bob voorradig als het nodig is.)
Appelmooses ouders hadden hun aversie tegen warm eten ’s avonds als volgt verkocht : “Kom ’s middags, dan kunnen jullie lekker weer naar huis voor het donker wordt.”
Ook een manier om iemand op tijd het huis uit te kegelen natuurlijk, zonder onbeschoft te wezen. Maar dat het lekker en gezellig was, ook op de noen, dat betwist niemand.

Wat doe je dan, als je eenzaam terug op de straatstenen in de Westhoek staat op de vooravond van 25 december?
Je denkt dat Ieper wat te bieden heeft. Of eerlijker, je denkt dat helemaal niet, straten zijn toch leeg als elkeen aan een familiedis zit te schransen? Of de herhaling van een eucharistieviering ontleedt? Of op de vuist gaat met nonkel Leo omwille van een toekomstige erfeniskwestie? Of zielig in een hoekje Kerstmis verwenst?
Manmanman. De ijsbaan was daar open (maar de plassenwisserjongen bleek spoorloos), de kerstmarkt leefde voor een deel, en het verlichte straatbeeld was echt wel een fotoreportage waard (met statief). Helaas bleven we daar ook in gebreke. Fototoestel vergeten. Kortom, het was daar enig verpozen in de Ieperse straten.

Wat ik nog nooit meemaakte en de ervaringsdeskundige naast mij uit de streek al meermaals, was natuurlijk ‘The Last Post’ onder de Menenpoort. Dat leek me wel kerstig bij uitstek. Die koukleumende klaroenblazers bijstaan in hun eenzaamheid. Volk of geen volk, iedere dag toeteren ze daar de vermisten van de ‘Groote Oorlog’ opnieuw naar het collectief geheugen . De geroutineerde naast mij, plantte mij op een bepaald plekje, “Want ze zullen daar staan!” Meewarig schudde hij zijn hoofd naar de arriverende toeschouwers die het waagden van op ongelukkige plaatsen halt te houden.
Dacht ik dat het ritueel op kerstdag een eenzaam spektakel zou worden, had ik toch wel ferm ernaast gedacht. Van alle kanten stroomden andere solitairen, contactarmen, geïsoleerden, eenzelvigen, al dan niet met partner en kinderen, onder het dak van de poort? Het bruiste er van de stille aanhoorders. Aanhoorders van de vier klaroenspelers die zich uiteraard (tjonge, waarom trap ik daar toch steeds weer in?) niet aan de positionele choreografie van moose hielden. Zij verrichtten een ceremonietje met enkele stappen in een boogje om dan met vier naast elkaar van paretten te geven midden op straat. Iemand aan de andere kant bracht een ontroerende evocatie in tekstvorm, waarna er terug statig muziektonen de doden hulde brachten.

Ik plengde een op zijn plaats vallende kersttraan.
Hij ook.
De poeha was ver te zoeken.

En dan zei hij : “In de jaren 80 stonden ze wel daar.”
En ook : “Ik denk dat de kat in mijn kofferbak gepiest heeft.”

Naast hebberig toch ook een beetje geverig

Dat kerstcadeau verzinnen voor een medeblogger is niet zo simpel als het lijkt. Niet iedereen gooit zijn privé, interieur, tuin, diepe roerselen van de ziel, zijn belachelijke missers op het net, zo blijkt.
Het moodboard waarop ik mij mocht baseren gaf gerbera’s en schriften en films en muziek en een kleurenpalet. Dat is natuurlijk allemaal heel aardig, maar uiteindelijk kan ik toch niet meer doen dan weeral mijn eigen ding. De vergaring van de bloemen gaven bij de gemaal enige frustratie, maar hey, ik mocht mijn onmogelijke ideeën wel in werkelijkheid omzetten, hij diende enkel met een winkelkar door Ikea te denderen.

Graag gegund aan Bieke :

Een nieuwjaarskaart

Eén cadeaudoos. Oftewel een schoendoos beplakt met de onderleggers van een etentje met de collega’s die allemaal braaf hun eetpapier afgaven. “Hier pak aan, ik heb er nog niet op gesmost.” Voltooid met een strik.

Ik hoop dat je alcohol lust, Bieke. Nog meer hoop ik dat de rosé te degusteren valt, gezien de fles louter is gekozen vanwege de purperen hals.

Een zelfgevouwen doosje met magneten. Omdat ik alleen maar doosjes met magneten kan frutselen.

Een cd -oeoeoe risico- met een handvol ‘word-vrolijk-deuntjes’ erop gebrand. Weeral een excuus om het doosje op te luisteren met papier van eigen makelij.

Omdat ze qua kleurentint in het concept passen. Omdat ik ze voor een appel en een ei op de kop kon tikken. Omdat de doos ook wat cachet van een ander met metier moet bezitten.

Een gepimpt schriftje. Met verdomse namaakbloem. Daar zat oorspronkelijk wel een steel aan dus. Ge-zweet!

En toen durfde ik dat kleingoed niet naar de post te brengen. Jullie willen niet weten wat voor een simpel gedrocht er onze balie bevolkt. Die fles had niet eens de weegschaal gehaald, daar ben ik zeker van, laat staan het sorteercentrum. Er zat dus niks anders op dan zelf naar de andere kant van het land te rijden en erop vertrouwen dat ik mijn doos aan een voordeur zou kunnen installeren. Wat ben ik toch een gemeenzaam gokkertje. Vriendelijke buren hebben die taak op zich genomen en met verve, want ’s avonds vond ik een dankmailtje in de virtuele schuif.

Eer je me krankjorum verklaart, toevallig sprak ik die dag af met een medeblogster (de wereld loopt er over van!) die ook in diezelfde andere kant van het land woonde. Dat heet : twee vliegen in één klap.

Door een andere hand vastgelegd, mijn knutsels in mooiere kleuren ook bij Bieke te bezichtigen.

Voor de hebberige honger van de lezende en schrijvende nimf van een reuze Secret Santa

Je bent hebberig of je bent het niet.
Ik ben het wel.
Daarom deed ik dit jaar mee met Tess’ Secret Santa, nadat ik twee jaar de kat uit de boom heb gekeken. Hebberig, maar ook afwachtend, of eerder gebrek aan initiatief.
En zie! Mijn kleine krachtinspanning tot inschrijven loonde! Dit vond ik vandaag in de bus :

Iemand had heel goed opgelet bij de linken die je moest doorgeven en koos voor een boek dat helemaal mijn ding is.

En voor al mijn ideeën (die nu eigenlijk op allerlei losse papiertjes bij de pc rondslingeren en evenveel keer kwijt geraken), kreeg ik het volgende. Let wel, zei de bijbehorende brief, de cover is niet zomaar toeval.

Hartelijk dank Ine, je zit er pal op en je hebt mijn hebberige honger helemaal gestild.
Ook voor jou een knallend jaar waar de hoogtepunten de dipjes ruimschoots overtreffen.

Het kan natuurlijk niet voor alleman het feest van de vrede zijn

Vond ik plots dit midden op de oprit.
Omdat het vilbeluik te duur is en voor begraven ben ik te lui dus werd het een zwaaielige zwier aan de staart zodat rattelijf een boogje beschreef tot in het bosje achter het huis.
Waarmee ik weer de buik van een of ander roofdier heb blij gemaakt. (Want toen ik wilde wijzen aan moose was ie ribbedebie)
Altruïsme, that’s me.

Waar is de week ineens gebleven?

   Maandag zat ik in bad en las ik mijn boek uit. Plots was het late namiddag en het water koud. ’s Avonds ging ik zwemmen voor de eerste keer na de operatie. Mijn velkrimpplan : drie keer in de week een kilometer zwemmen.
Dinsdag had ik ineens door dat Kerstmis wel heel rap eraan komt. Kon die kerel niet een week wachten met geboren worden? Ik spast nog in die knutselkramp om mijn secret santa van iets zelfgefabriceerd te voorzien. Waarom wentelen ideeën in je kop steeds tegen lichtsnelheid en als je ze wil uitvoeren heb je een extra zee van tijd nodig. In die flow bedacht ik dan ook nog dat er weer kerstkaarten gemaakt moeten worden. Hellup! Ik ben al dagenlang aan het prutsen. Oja, ’s avonds personeelsvergadering.
Woensdag deed ik verder op datzelfde elan, moest ik Ava papier leegkopen en snollen in Lucas creativ (tekengerei), die toevallig naast een teakwinkel overstock staat en waar ik dan ook maar even een ommetje in maakte. O, oeps nog even de Colruyt binnenspringen voor vogelzaad en frietvet, want de schoolkerstmarkt komt eraan en ik moet nog 100 minivogeltaartjes in elkaar draaien. Dan ineens ook maar de Standaard binnen, de Aldi en de Action aandoen (boeken, eten, euh… vanalles) en -ik begrijp er niks van- toen was het zes uur, tijd om te gaan zwemmen. Geloof het of niet, wanneer ik mij later in de avond voor mijn pc kroop, bleek het internet het niet te doen tot slaaptijd. Het is mijn week niet. Heb ik wel het Groot Nederlands Dictee gemist natuurlijk, al was het maar om te schieten op die ouwe knullerd die nog nooit van articuleren en uitspraak heeft gehoord. Martine! Genees snel!
Vandaag -grrrr- eerste echte werkendag en mijn tandvlees ligt al uitgestald om op te lopen. Omwille van alle verplichtingen hierboven, natuurlijk niet door die lieve kindertjes, die vandaag toch weer veel meer snot produceerden dan in mijn herinnering van vijf weken geleden. Dat ze daar eens iets tegen uitvinden, een anti-snot-gen inplanten bij embryo’s bijvoorbeeld.
Dat het maar snel kerstvakantie wordt, zeg.

Iemand goesting om mijn kerstboom te komen optuigen? Want dat doe ik ook zo graag.