De beschaving achter mijn oren

   Wie mij enkel kent aan de hand van mijn tekstflappen die ik hier produceer, moet haast denken dat ik het tuinbroektype met geitenwollensokken ben.
Bijna juist.
Behalve dat ik aan mijn textiel de eis stel dat het makkelijk rond het lijf moet hangen. Al eens dringend naar een wc gezocht met een salopet? Aan broeken met een bavet en bretellen, daaraan doen we bijgevolg niet mee. Aan rokken ook niet. Dat is dan weer zonder reden of het moest zijn omdat mijn laatste rok twintig jaar geleden vereeuwigd is op de trouwfoto van mijn zus. Waarna wildvreemden net een keertje te veel wezen naar de hoek van dat kiekje waar een roze (ja, ik weet het, dat is om het lot te tarten, roze) breed uitlopende koker prominent de plek afpakt van ongetwijfeld een veel mooiere en interessantere achtergrond.
“Wie is die boerentrien in dat gedrocht?” vroegen ze zich vervolgens hardop af.
Of een variant ervan:
“Had je geen elegantere getuige kunnen nemen?”
“Dat kledingstuk leidt nu vast en zeker een tweede leven als speelhut voor de kinderen?”
“Tjonge, die rok verantwoordt een postume abortus van die meid.”

Om even te illustreren dat ik in het reactieluik van Mme. Zsazsa zowat de enige ben die niet flauwvalt van vreugde bij de vorderingen van haar rokkenboekje. Al gun ik haar en Elza een buitensporig succes. Ik wacht geduldig tot de pyjamabroek voor buitenshuis hip wordt. (Oon?)

Maar in plaats van te benadrukken hoezeer ik een holbewoner ben, wil ik met dit blogstuk net aantonen dat er toch nog ergens enkele greintjes beschaving in mij huizen : ik kan met mes en vork eten en ik verdoezel mijn lijfgeur met het gebruik van geurpartikels uit een kunstig flesje. Je kan daar voor of tegen zijn. Ik ben allebei. Gooi alstublieft alle vrouwen met een te penetrante artificiële geur, heftig genoeg om een kudde gnoes te vellen als de wind ongunstig waait, met aandrang in de beerput ter neutralisatie.
Anderzijds genoot ik er vroeger van mijn baby’s na een avondje uit te besnuffelen en te merken dat het buurmeisje-babysit haar bouquet subtiel had doorgegeven. Meteen ook zekerheid dat die kleine niet de hele avond in haar wieg gepleurd werd en verwaarloosd.
Nog hoger op de schaal van fijnigheid scoren de uitspraken van anderen dat ze mijn gekocht aroma reeds associëren met mijn persoon. (“Ik moest meteen aan jou denken.”)

Vroeger smeerde ik gelijk wat in de holtes achter mijn oren (behalve 4711!), maar met het vertrek van de ex-man en ergens in het proces van de verwerking daarvan, besloot ik nog voor Garnier dat ik het waard was van iets te zoeken in het gevorderde odeursegment. Een luxegeschenk aan mezelf tussen al de nog te betalen facturen en de dubbel omgedraaide centen. De eigenwaarde wil ook wat.

Waarom leuter ik nu wat in het wilde weg over mijn saletjonkerij?
Omdat die pesterige Sanseveria in alweer een internetstokje wilde weten hoe ik ruik.
Eerder had ik het ook al hier opgemerkt.

Et voilà, mijn olfactorische intimiteit in een amfoor…

O. D’r staat geen merknaam op. Raden maar juffra Sanseveria.
(Er is wellicht wel iemand die weet hoe het heet? En het is niet Repelsteeltje.)

Pharailde, Joke, schoenen en andere kwesties… juich, ’t is aan jullie.

Afdruipende watergolven in enkele spetters

   Maandagavond 18.00u.
Uw zapnimf kliefde gestadig, met haar ledematen als zwemvliezen, het chloorwater in parten. Oftewel : ze pleegde een schoolslagje in het plaatselijke bad.
Als ik het voor het kiezen heb, dan peddel ik liever op het middaguur mijn haar in een friseepluisbol, maar deze dag zat ik aan het ziekenbed van een collega. Een koppel witjassen met messen hadden anderhalve week eerder haar gal verhuisd van het lichaam naar een bokaal op de kast.

Aldus koos ik voor de zwemactiviteit de avondmaal-tijd om zo min mogelijk ander volk op mijn aquapad tegen te komen. Immers, de zwemclub oefent dan ook liever in plaats van te eten. Zij pikken reeds twee banen in. Dan is er nog een afspanning voor de snelle zwemmers. Hoe graag ik mijzelf daar zou willen bij rekenen, ik zie ze in een constante crawl toch nog steeds voorbij zoefen. (Ik hou dat amper twee lengtes vol, crawl. En terwijl ik dit typ, denk ik: “Wat voor een belachelijke schrijfwijze is me dat? Wat is er mis met ‘krauw’? Euh… wat nog idioter lijkt, laat ons voor een neologisme gaan: het ‘elleboogwipje’ of in mijn geval ‘helpikhebgeenademmeerslag’. Technisch niks mis met mijn sierlijke centrifuge van mijn armen, maar als ik dan mijn hoofd opzij draai om een ademhap te zuigen, zitten daar met die godverdomse crawl altijd wel enkele strengen haar in de weg, die niet meer in mijn staart pasten, om mijn ademkleppen volledig af te sluiten. Zo blussen ze dus een frituurketel. En zo stik ik. Afijn, crawl bedrijf ik slechts als een folie op het eind van mijn zwemmarathon en vooral van mijn latijn.)
Dit alles om u lezer erop te wijzen dat het klootjesvolk het moet stellen met twee vijfde van de beschikbare ruimte.

Bovenop deze miserie zag ik ineens een hele buslading hoogbejaarden uit die douches stiefelen. Terstond verslikte ik mij een meter naar de bodem toe. Alwaar ik luidkeels in brulbellen blies : “D’r is een donderdagnamiddag voor jullie uitgetrokken! Een donderdagnamiddag waar jullie gezellig met zijn allen aan de kant kunnen keuvelen of met zijn vieren naast elkaar kunnen verdrinken! Je kans om je verguisde weduwschap achter te laten en een flukse geriatrische knappeling binnen te halen!”
Alvast mijn excuses voor deze nieuwe smet op mijn karakterieel blazoen, maar van blokkerende hangouderen in het zwembad, daarvan word ik neig asociaal. Vooral in klitverband.

Je mag er niet fier over zijn, maar het is wel doeltreffend : ‘Hoe jaag ik een grijsaard uit mijn traject?’
Als men vindt dat men tegen 150 meter per uur met drie naast elkaar mag drijven, flits jezelf ertussen en doe vooral je kikkerbenen zoals je vroeger in school geleerd hebt : “Stampen met die voeten meid! Open! Die voet op 90 graden. Hoe wil je ooit vooruit geraken anders?” Pok! Daar zit je gegarandeerd tegen het weke vlees van zij-die-het-zelf-zochten. (Let wel : schat in wie er een osteoperosepatiënt is en sla die over, of je kan nog achter het been aan duiken ook.)
Vlak na de aanslag roep je in je vlucht luidkeels -dan bedoel ik echt krachtig, want hun oorapparaat ligt in het kleedkastje- “SORRY!” want je wil je jeugdige/middelbare goodwill niet verspelen, gezien je er ooit misschien nog van moet erven.
Als deze vergevorderde senioren niet uiteenwijken op je terugweg, heb je niet hard genoeg getrapt. Of hun bril in het kleedhok heeft hele sterke glazen.
In dat geval zwem je er weer lustig tussen, maar deze keer hou je je schopknie in bedwang. Sterker, je maakt je smal en gaat over op de crawlbeweging met je onderste ledematen. Vriendelijk! Rekening houdend! Ok, genoeg gedraald. Maak er de spetterversie van. Ruïneer alle mis-en-plis‘ in een straal van vijf meter. In het Algemeen Nederlands heet een mis-en-plis: ‘watergolf’, haha! Zo’n kapsel vraagt er toch om? Boven de 65 is iedereen allergisch voor wat gespat op de kop.

Goed. De resterende minuten van je zwemuurtje deinzen de oudjes zijwaarts zodra ze je karuur zien opwippen. Of ze druipen moedeloos af bij het volgende trapje.

Man. Ik ben duidelijk beter in woordspelingen dan in het volgen van mijn eigen handleiding.
Behalve eens binnensmonds vloeken, slalomde ik het torso iedere keer netjes om de zwoegende versleten lijven heen. Mij onderwijl afvragend waarom zij niet moesten eten? Zou de rusthuisleiding hun gebit pas om half acht uit het glas bruiswater halen?

Schietsporwwwwt op Jan Becaus

   In de late avond voor de tv
plakte je aan mijn lijf,
voor geen centimeter werkte je mee,
je kwijtgeraken werd tijdverdrijf.

Eigenlijk bestemd voor de groenbak,
belandde jij, mijn sappige snotsaus
als een gekatapulteerde kwak
op de wang van Jan Becaus.

Brrrrrreudski

   Wij combineerden gisteren het nuttige aan het aangename.
Tenminste, dat was de vooropstelde strategie : eerst een badpak kopen in de Decathlon, wat heel erg nodig is, daar mijn huidig zwemkostuum hier en daar doorzichtig wordt, waar het eigenlijk zwart hoort te zijn. Het is nog slechts een kwestie van weken voor mijn bilspleet zich reveleert aan het waterminnend deel van onze parochie.
Maar zoals in die poel die hier huishouden heet wel eens meer voorkomt, bleek de beschikbare tijd ontoereikend en hupten we meteen naar het aangename : de cinema.

Dan heb ik hier plaats om te schrijven hoezeer ik heb gelachen met ‘Les intouchables’ en om te zeggen dat je me allemaal moet volgen daarin, maar ik was nog slechtgezind door het missen van mijn sporttenue. Eigenlijk weet ik dus niet of ik die film zo uit volle borst moet aanbevelen. Ik ben in dubio.

Vandaag is het dan toch gelukt om net voor sluitingstijd nog aan schoolslagkledij te geraken.
Misschien had ik nog eens in de filmzaal moeten gaan zitten om te ervaren of mijn verbeterd humeur de prent beter pruimde?

Dat had ik kunnen doen. Moest ik niet mijn wagen terug gaan halen bij de kerel die hem jaarlijks onderhoudt. Terwijl ik dacht dat er in die luttele 5000 km die ik ermee reed in 2011 niks naar de knoppen was gegaan, redeneerde ik zo fout als een rood trouwkostuum. 180 euro voor euh… rondellen, lampjes en nog wat, met de belofte dat het van de goodwill afhangt van de mannen van de autocontrole of ze mijn gekrakeleerde stofkapjes aan de cardanas wel of niet zullen bestraffen met een rode kaart. Ik heb namelijk een afspraak op 30 januari, je weet wel, de dag dat er wel eens een mechanieker zou kunnen staken…

Dat komt minstens tot dinsdag niet meer goed met mijn gemoedsgesteldheid.
En met mijn kunde om titels te verzinnen ook niet.

Zo dom zijn wij, wij luieriken

   Enkele jaren geleden verhuisde ik mijn financiën alsook die van de kinderen van Dexia naar Argenta.
Het kwam mij namelijk de strot uit om met lede ogen te moeten toezien hoe in januari de verkregen intrest van het voorbije jaar werk afgekalfd (of teniet gedaan of zelfs voor negatieve bedragen zorgde) hoe die goeierds van de bank maar kosten uit hun duim bleven zuigen om mijn geld te mogen parkeren op enkele rekeningen. Leve de bonussen samengesteld uit mijn zuurverdiende centen!

Afijn, ik nam een koe en haar horens en holde op een drafje met mijn opulentie (kuch) naar het plaatselijke Argentakantoor. Later deed ik hetzelfde met de autoverzekering (bijna 100 euro per jaar minder) en betuigde ik mijn dankbaarheid met nog een hypothecaire lening erbovenop, de aanpalende woonverzekering en tenslotte hevelde ik mijn familiale verzekering en het pensioensparen over. Ieder volwassen lid van de familie kreeg er nog gratis een visa-kaart bovenop. En dit allemaal gratis en voor niks. Hoera ende hupsasa!

Nooit had ik kunnen verzinnen dat ik er vatbaar voor zou zijn, maar ik kan mij enkel zo lovend uitlaten over mijn bank omdat de twee mensen achter de ‘toog’ (Ingrid en Geert) mij binnen de korstste keren kenden en herkenden aan de telefoon, weten dat ik de dochter van mijn vader ben, mij vrijblijvend hielpen met een belastingsbrief na te kijken en altijd vriendelijk zijn en daadwerkelijk terugbellen als ze dat beloven. (Daar konden die anonieme troela’s van Dexia een puntje aan zuigen.)

Terwijl ik lustig internetbankier speelde en cijfertjes te verschoof van de ene rekening naar de andere, groeide het aantal verrichtingen aan.
En aan…
En aan…
Tot plots dit in mijn bus viel.

Vijftig enveloppen met uitprintjes van al mijn geregistreerde handelingen die ik dus niet zelf had afgedrukt op het machien in de bank of op mijn eigen printer.
Laat dat nu eens het enige zijn dat niet gratis is bij Argenta : de diensten van de post.
(Al weet ik niet hoeveel deze grap mij gekost heeft, ik heb dat precies gemist in mijn actieve internetspielerei.)

Verbaast het iemand dat ik vanaf nu na iedere virtuele operatie van mijn duiten de fictieve printknop in diggelen tok? Want, al is er op deze pc geen printer aangesloten, ik hoop dat dat voor de registreervolk van Argenta geen bezwaar is en dat ze de postbode en mijzelf nooit meer zo doen verschieten.

Zo slim zijn wij nu, wij machtelozen

   Dan denk je dat je barst van slimmigheid omdat je eindelijk die Luminuselektriciteit geruild hebt via groepsaankopen georganiseerd door de provincie Antwerpen…
Blijkt onze nieuwe factuur van Essent in werkelijkheid 4 euro duurder per maand uit te vallen dan bij dinkske van hierboven.

Zei ik al dat er ook nog een toffe brief in de bus viel van de eerste Lullo dat we 50 euro boete moeten betalen omdat het contract voortijdig is onderbroken? Of hoe we op geen enkele wijze van onze factuur konden afleiden wanneer precies het contract afliep? Dat als je inlichtingen wil, ze je daarvoor enkel zo’n betaalnummer opgeven?
Moose vond op het internet een lijst met gratis nummers die eveneens bij de betrokken instanties uitkomen, maar die om economische redenen het best bewaarde geheim van het jaar blijven. Ha! Gratis, ja, maar enkel als je Frans praat, want in het Nederlands willen ze je niet te woord staan. En terugbellen om het einde van contract door te geven, zoals de fransoos beloofde, doen ze dus ook al niet. Met andere woorden : we weten niet wanneer we een verbintenis met die boeven zijn aangegaan of wanneer we ze mogen opzeggen.

Of hoe Luminus ergens te midden van het jaar ons ineens met zachte drang aanmaande om uit eigen beweging 30% meer te betalen bij de voorschotten, want anders zouden we tegen een schuldenberg van enkele honderden euro’s kijken op de eindfactuur. Dat deden we bijgevolg niet en bleven gewoon ons oude bedrag storten. De gevreesde honderden euro’s waren er in werkelijkheid 93.
Ach… 10 euro zou ik bij de eindafrekening krijgen omdat we overstapten naar dokken met domiciliëring. Nooit gezien natuurlijk.

Moest ik ballen hebben, ik voelde er mij nu bij gepakt.

Voor de rest heeft hij het beste met me voor

  Eerder deze maand zei ik :
“Geef de parking eens aan.”, terwijl ik naar de cola light wees.
“En toen ik naar februari (het dorp) fietste, zag ik…”
(Voor de rest voel ik mij vrij normaal.)

In combinatie met het lezen van een artikel in Humo over het frontaalsyndroom opperde de reeds wakkerdere helft van onze twee-eenheid: “Misschien heb je wel een hersentumor? *sardonische grijns*
“Godsammienee,” verslikte ik me in het einde van de slaap, “ik heb dat ook gelezen, het karakter van die mensen veranderde compleet!”

“Dat mag,” soesde hij verder in een vredig dutje.