De beschaving achter mijn oren

   Wie mij enkel kent aan de hand van mijn tekstflappen die ik hier produceer, moet haast denken dat ik het tuinbroektype met geitenwollensokken ben.
Bijna juist.
Behalve dat ik aan mijn textiel de eis stel dat het makkelijk rond het lijf moet hangen. Al eens dringend naar een wc gezocht met een salopet? Aan broeken met een bavet en bretellen, daaraan doen we bijgevolg niet mee. Aan rokken ook niet. Dat is dan weer zonder reden of het moest zijn omdat mijn laatste rok twintig jaar geleden vereeuwigd is op de trouwfoto van mijn zus. Waarna wildvreemden net een keertje te veel wezen naar de hoek van dat kiekje waar een roze (ja, ik weet het, dat is om het lot te tarten, roze) breed uitlopende koker prominent de plek afpakt van ongetwijfeld een veel mooiere en interessantere achtergrond.
“Wie is die boerentrien in dat gedrocht?” vroegen ze zich vervolgens hardop af.
Of een variant ervan:
“Had je geen elegantere getuige kunnen nemen?”
“Dat kledingstuk leidt nu vast en zeker een tweede leven als speelhut voor de kinderen?”
“Tjonge, die rok verantwoordt een postume abortus van die meid.”

Om even te illustreren dat ik in het reactieluik van Mme. Zsazsa zowat de enige ben die niet flauwvalt van vreugde bij de vorderingen van haar rokkenboekje. Al gun ik haar en Elza een buitensporig succes. Ik wacht geduldig tot de pyjamabroek voor buitenshuis hip wordt. (Oon?)

Maar in plaats van te benadrukken hoezeer ik een holbewoner ben, wil ik met dit blogstuk net aantonen dat er toch nog ergens enkele greintjes beschaving in mij huizen : ik kan met mes en vork eten en ik verdoezel mijn lijfgeur met het gebruik van geurpartikels uit een kunstig flesje. Je kan daar voor of tegen zijn. Ik ben allebei. Gooi alstublieft alle vrouwen met een te penetrante artificiële geur, heftig genoeg om een kudde gnoes te vellen als de wind ongunstig waait, met aandrang in de beerput ter neutralisatie.
Anderzijds genoot ik er vroeger van mijn baby’s na een avondje uit te besnuffelen en te merken dat het buurmeisje-babysit haar bouquet subtiel had doorgegeven. Meteen ook zekerheid dat die kleine niet de hele avond in haar wieg gepleurd werd en verwaarloosd.
Nog hoger op de schaal van fijnigheid scoren de uitspraken van anderen dat ze mijn gekocht aroma reeds associëren met mijn persoon. (“Ik moest meteen aan jou denken.”)

Vroeger smeerde ik gelijk wat in de holtes achter mijn oren (behalve 4711!), maar met het vertrek van de ex-man en ergens in het proces van de verwerking daarvan, besloot ik nog voor Garnier dat ik het waard was van iets te zoeken in het gevorderde odeursegment. Een luxegeschenk aan mezelf tussen al de nog te betalen facturen en de dubbel omgedraaide centen. De eigenwaarde wil ook wat.

Waarom leuter ik nu wat in het wilde weg over mijn saletjonkerij?
Omdat die pesterige Sanseveria in alweer een internetstokje wilde weten hoe ik ruik.
Eerder had ik het ook al hier opgemerkt.

Et voilà, mijn olfactorische intimiteit in een amfoor…

O. D’r staat geen merknaam op. Raden maar juffra Sanseveria.
(Er is wellicht wel iemand die weet hoe het heet? En het is niet Repelsteeltje.)

Pharailde, Joke, schoenen en andere kwesties… juich, ’t is aan jullie.

Afdruipende watergolven in enkele spetters

   Maandagavond 18.00u.
Uw zapnimf kliefde gestadig, met haar ledematen als zwemvliezen, het chloorwater in parten. Oftewel : ze pleegde een schoolslagje in het plaatselijke bad.
Als ik het voor het kiezen heb, dan peddel ik liever op het middaguur mijn haar in een friseepluisbol, maar deze dag zat ik aan het ziekenbed van een collega. Een koppel witjassen met messen hadden anderhalve week eerder haar gal verhuisd van het lichaam naar een bokaal op de kast.

Aldus koos ik voor de zwemactiviteit de avondmaal-tijd om zo min mogelijk ander volk op mijn aquapad tegen te komen. Immers, de zwemclub oefent dan ook liever in plaats van te eten. Zij pikken reeds twee banen in. Dan is er nog een afspanning voor de snelle zwemmers. Hoe graag ik mijzelf daar zou willen bij rekenen, ik zie ze in een constante crawl toch nog steeds voorbij zoefen. (Ik hou dat amper twee lengtes vol, crawl. En terwijl ik dit typ, denk ik: “Wat voor een belachelijke schrijfwijze is me dat? Wat is er mis met ‘krauw’? Euh… wat nog idioter lijkt, laat ons voor een neologisme gaan: het ‘elleboogwipje’ of in mijn geval ‘helpikhebgeenademmeerslag’. Technisch niks mis met mijn sierlijke centrifuge van mijn armen, maar als ik dan mijn hoofd opzij draai om een ademhap te zuigen, zitten daar met die godverdomse crawl altijd wel enkele strengen haar in de weg, die niet meer in mijn staart pasten, om mijn ademkleppen volledig af te sluiten. Zo blussen ze dus een frituurketel. En zo stik ik. Afijn, crawl bedrijf ik slechts als een folie op het eind van mijn zwemmarathon en vooral van mijn latijn.)
Dit alles om u lezer erop te wijzen dat het klootjesvolk het moet stellen met twee vijfde van de beschikbare ruimte.

Bovenop deze miserie zag ik ineens een hele buslading hoogbejaarden uit die douches stiefelen. Terstond verslikte ik mij een meter naar de bodem toe. Alwaar ik luidkeels in brulbellen blies : “D’r is een donderdagnamiddag voor jullie uitgetrokken! Een donderdagnamiddag waar jullie gezellig met zijn allen aan de kant kunnen keuvelen of met zijn vieren naast elkaar kunnen verdrinken! Je kans om je verguisde weduwschap achter te laten en een flukse geriatrische knappeling binnen te halen!”
Alvast mijn excuses voor deze nieuwe smet op mijn karakterieel blazoen, maar van blokkerende hangouderen in het zwembad, daarvan word ik neig asociaal. Vooral in klitverband.

Je mag er niet fier over zijn, maar het is wel doeltreffend : ‘Hoe jaag ik een grijsaard uit mijn traject?’
Als men vindt dat men tegen 150 meter per uur met drie naast elkaar mag drijven, flits jezelf ertussen en doe vooral je kikkerbenen zoals je vroeger in school geleerd hebt : “Stampen met die voeten meid! Open! Die voet op 90 graden. Hoe wil je ooit vooruit geraken anders?” Pok! Daar zit je gegarandeerd tegen het weke vlees van zij-die-het-zelf-zochten. (Let wel : schat in wie er een osteoperosepatiënt is en sla die over, of je kan nog achter het been aan duiken ook.)
Vlak na de aanslag roep je in je vlucht luidkeels -dan bedoel ik echt krachtig, want hun oorapparaat ligt in het kleedkastje- “SORRY!” want je wil je jeugdige/middelbare goodwill niet verspelen, gezien je er ooit misschien nog van moet erven.
Als deze vergevorderde senioren niet uiteenwijken op je terugweg, heb je niet hard genoeg getrapt. Of hun bril in het kleedhok heeft hele sterke glazen.
In dat geval zwem je er weer lustig tussen, maar deze keer hou je je schopknie in bedwang. Sterker, je maakt je smal en gaat over op de crawlbeweging met je onderste ledematen. Vriendelijk! Rekening houdend! Ok, genoeg gedraald. Maak er de spetterversie van. Ruïneer alle mis-en-plis‘ in een straal van vijf meter. In het Algemeen Nederlands heet een mis-en-plis: ‘watergolf’, haha! Zo’n kapsel vraagt er toch om? Boven de 65 is iedereen allergisch voor wat gespat op de kop.

Goed. De resterende minuten van je zwemuurtje deinzen de oudjes zijwaarts zodra ze je karuur zien opwippen. Of ze druipen moedeloos af bij het volgende trapje.

Man. Ik ben duidelijk beter in woordspelingen dan in het volgen van mijn eigen handleiding.
Behalve eens binnensmonds vloeken, slalomde ik het torso iedere keer netjes om de zwoegende versleten lijven heen. Mij onderwijl afvragend waarom zij niet moesten eten? Zou de rusthuisleiding hun gebit pas om half acht uit het glas bruiswater halen?

Schietsporwwwwt op Jan Becaus

   In de late avond voor de tv
plakte je aan mijn lijf,
voor geen centimeter werkte je mee,
je kwijtgeraken werd tijdverdrijf.

Eigenlijk bestemd voor de groenbak,
belandde jij, mijn sappige snotsaus
als een gekatapulteerde kwak
op de wang van Jan Becaus.

Brrrrrreudski

   Wij combineerden gisteren het nuttige aan het aangename.
Tenminste, dat was de vooropstelde strategie : eerst een badpak kopen in de Decathlon, wat heel erg nodig is, daar mijn huidig zwemkostuum hier en daar doorzichtig wordt, waar het eigenlijk zwart hoort te zijn. Het is nog slechts een kwestie van weken voor mijn bilspleet zich reveleert aan het waterminnend deel van onze parochie.
Maar zoals in die poel die hier huishouden heet wel eens meer voorkomt, bleek de beschikbare tijd ontoereikend en hupten we meteen naar het aangename : de cinema.

Dan heb ik hier plaats om te schrijven hoezeer ik heb gelachen met ‘Les intouchables’ en om te zeggen dat je me allemaal moet volgen daarin, maar ik was nog slechtgezind door het missen van mijn sporttenue. Eigenlijk weet ik dus niet of ik die film zo uit volle borst moet aanbevelen. Ik ben in dubio.

Vandaag is het dan toch gelukt om net voor sluitingstijd nog aan schoolslagkledij te geraken.
Misschien had ik nog eens in de filmzaal moeten gaan zitten om te ervaren of mijn verbeterd humeur de prent beter pruimde?

Dat had ik kunnen doen. Moest ik niet mijn wagen terug gaan halen bij de kerel die hem jaarlijks onderhoudt. Terwijl ik dacht dat er in die luttele 5000 km die ik ermee reed in 2011 niks naar de knoppen was gegaan, redeneerde ik zo fout als een rood trouwkostuum. 180 euro voor euh… rondellen, lampjes en nog wat, met de belofte dat het van de goodwill afhangt van de mannen van de autocontrole of ze mijn gekrakeleerde stofkapjes aan de cardanas wel of niet zullen bestraffen met een rode kaart. Ik heb namelijk een afspraak op 30 januari, je weet wel, de dag dat er wel eens een mechanieker zou kunnen staken…

Dat komt minstens tot dinsdag niet meer goed met mijn gemoedsgesteldheid.
En met mijn kunde om titels te verzinnen ook niet.

Zo dom zijn wij, wij luieriken

   Enkele jaren geleden verhuisde ik mijn financiën alsook die van de kinderen van Dexia naar Argenta.
Het kwam mij namelijk de strot uit om met lede ogen te moeten toezien hoe in januari de verkregen intrest van het voorbije jaar werk afgekalfd (of teniet gedaan of zelfs voor negatieve bedragen zorgde) hoe die goeierds van de bank maar kosten uit hun duim bleven zuigen om mijn geld te mogen parkeren op enkele rekeningen. Leve de bonussen samengesteld uit mijn zuurverdiende centen!

Afijn, ik nam een koe en haar horens en holde op een drafje met mijn opulentie (kuch) naar het plaatselijke Argentakantoor. Later deed ik hetzelfde met de autoverzekering (bijna 100 euro per jaar minder) en betuigde ik mijn dankbaarheid met nog een hypothecaire lening erbovenop, de aanpalende woonverzekering en tenslotte hevelde ik mijn familiale verzekering en het pensioensparen over. Ieder volwassen lid van de familie kreeg er nog gratis een visa-kaart bovenop. En dit allemaal gratis en voor niks. Hoera ende hupsasa!

Nooit had ik kunnen verzinnen dat ik er vatbaar voor zou zijn, maar ik kan mij enkel zo lovend uitlaten over mijn bank omdat de twee mensen achter de ‘toog’ (Ingrid en Geert) mij binnen de korstste keren kenden en herkenden aan de telefoon, weten dat ik de dochter van mijn vader ben, mij vrijblijvend hielpen met een belastingsbrief na te kijken en altijd vriendelijk zijn en daadwerkelijk terugbellen als ze dat beloven. (Daar konden die anonieme troela’s van Dexia een puntje aan zuigen.)

Terwijl ik lustig internetbankier speelde en cijfertjes te verschoof van de ene rekening naar de andere, groeide het aantal verrichtingen aan.
En aan…
En aan…
Tot plots dit in mijn bus viel.

Vijftig enveloppen met uitprintjes van al mijn geregistreerde handelingen die ik dus niet zelf had afgedrukt op het machien in de bank of op mijn eigen printer.
Laat dat nu eens het enige zijn dat niet gratis is bij Argenta : de diensten van de post.
(Al weet ik niet hoeveel deze grap mij gekost heeft, ik heb dat precies gemist in mijn actieve internetspielerei.)

Verbaast het iemand dat ik vanaf nu na iedere virtuele operatie van mijn duiten de fictieve printknop in diggelen tok? Want, al is er op deze pc geen printer aangesloten, ik hoop dat dat voor de registreervolk van Argenta geen bezwaar is en dat ze de postbode en mijzelf nooit meer zo doen verschieten.

Zo slim zijn wij nu, wij machtelozen

   Dan denk je dat je barst van slimmigheid omdat je eindelijk die Luminuselektriciteit geruild hebt via groepsaankopen georganiseerd door de provincie Antwerpen…
Blijkt onze nieuwe factuur van Essent in werkelijkheid 4 euro duurder per maand uit te vallen dan bij dinkske van hierboven.

Zei ik al dat er ook nog een toffe brief in de bus viel van de eerste Lullo dat we 50 euro boete moeten betalen omdat het contract voortijdig is onderbroken? Of hoe we op geen enkele wijze van onze factuur konden afleiden wanneer precies het contract afliep? Dat als je inlichtingen wil, ze je daarvoor enkel zo’n betaalnummer opgeven?
Moose vond op het internet een lijst met gratis nummers die eveneens bij de betrokken instanties uitkomen, maar die om economische redenen het best bewaarde geheim van het jaar blijven. Ha! Gratis, ja, maar enkel als je Frans praat, want in het Nederlands willen ze je niet te woord staan. En terugbellen om het einde van contract door te geven, zoals de fransoos beloofde, doen ze dus ook al niet. Met andere woorden : we weten niet wanneer we een verbintenis met die boeven zijn aangegaan of wanneer we ze mogen opzeggen.

Of hoe Luminus ergens te midden van het jaar ons ineens met zachte drang aanmaande om uit eigen beweging 30% meer te betalen bij de voorschotten, want anders zouden we tegen een schuldenberg van enkele honderden euro’s kijken op de eindfactuur. Dat deden we bijgevolg niet en bleven gewoon ons oude bedrag storten. De gevreesde honderden euro’s waren er in werkelijkheid 93.
Ach… 10 euro zou ik bij de eindafrekening krijgen omdat we overstapten naar dokken met domiciliëring. Nooit gezien natuurlijk.

Moest ik ballen hebben, ik voelde er mij nu bij gepakt.

Voor de rest heeft hij het beste met me voor

  Eerder deze maand zei ik :
“Geef de parking eens aan.”, terwijl ik naar de cola light wees.
“En toen ik naar februari (het dorp) fietste, zag ik…”
(Voor de rest voel ik mij vrij normaal.)

In combinatie met het lezen van een artikel in Humo over het frontaalsyndroom opperde de reeds wakkerdere helft van onze twee-eenheid: “Misschien heb je wel een hersentumor? *sardonische grijns*
“Godsammienee,” verslikte ik me in het einde van de slaap, “ik heb dat ook gelezen, het karakter van die mensen veranderde compleet!”

“Dat mag,” soesde hij verder in een vredig dutje.

Ja moose, dat zou ik persoonlijk nu eigenlijk toch ook wel jammer vinden

   Vandaag is het een jaar geleden dat ik in mijn laatste sigaret ademde .
Dat was op een etentje met twee bloggers, alwaar ik een van de twee totaal uitsmoorde. Met genoeg keelpijn tot gevolg dat ik besloot van nog eens een poging te wagen.

Zei moose vorige week :
“Straf zeg, 2011 is het blijkbaar het jaar waarin je besloot om terug gezond te worden. Het roken laten en daarna het eten minderen mits wat hulp. Zwemmen…”

“Dat zou dan toch wel heel spijtig zijn, moest je in 2012 omkomen in een wreed accident.”

Geef me een grond en ik zink erin!

   De onverlaat die op de briefjes van het oudercontact het volgende heeft getypt :

Ja, ik wil iemand van de zorg spreken :

0 juf Siendecoördinator
0 juf zap (tweede graad)
0 meester huppeldepup

die pak ik nog wel terug op zijn pensioenfeest. Ecoline in zijn doucheknop zoiets. Gesteld dat ik het ooit zou halen tot zijn douche.

Ouders interpreteren die bolletjes als ikwileengoeieouderzijndusikkleurmaarwatraak. Bijgevolg word ik geordonneerd bij mammies en pappies wiens oogappel het nooit haalt tot aan mijn bureau. Gesteld dat ik een bureau zou hebben. Iedere tafel is doorgaans goed genoeg om iemand het systeem van de kommagetallen nog eens uit te leggen, of ze nu achteraan in de klas staat, in het personeelslokaal of ergens in een nis die ik met een schoolbord en een gordijn scheidde van de refter, er een tafel in smeet en met een poster plus enkele plastieken planten de mijne maakte.

Wat ik wil zeggen, is dat de ene kneus al wat vaker in mijn gezelschap mag verblijven dan de andere. En als er iets over dat exemplaar iets belangrijks te melden valt ivm specifieke zorg, de titularis en ikzelf de ouders dan wel zullen aanspreken. Maar de huidige gang van zaken laat de keuze dus aan de thuisopvoeders, met wie ze oog in oog willen staan op zo’n rapport- en gedragbespreking.

Zo ook net voor de kerstvakantie. Drie van die moeders en vaders wensten mij te spreken. Eentje heel vroeg in de namiddag, een volgende halverwege de dag en iemand op een tijdstip waarop ik al bezig ben mijn nachtcrème op te smeren. Dat is heel erg vervelend als je niet over huis kan wegens te ver en je geen lokaal hebt waar je met je benen omhoog een boekje kan lezen. Derhalve smeedde ik een onwrikbaar plan dat bestond uit een telefoon en mijn eigen warme huiskamer. Ik mankeerde enkel nog de telefoonnummers. Mijn collega van het vierde leerjaar was reeds naar huis, maar ik herinnerde mij dat ze ‘die twee met de spellingskaft (waar ik met hen in werk)’, Thomas en Fien, had aangeduid.
“Thomas en Fien, Thomas en Fien,” diepte ik hun thuisnummers uit het register op.

Twee dagen voor de respectievelijke ontmoeting, belde ik desbetreffende personen op en nam mijn tijd om op al hun vragen te antwoorden met eraan vast nog een uur smalltalk. Voilà, in pyjama achter een dampende kop thee gaat alles veel vlotter.

“Hoezo mevrouw, u weet niet dat Fien een spellingkaft heeft? Heeft ze dat nooit verteld dan? Eerst maakte ik een foutenanalyse van het controledictee en daaruit distilleerde (in het echt zei ik natuurlijk ‘haalde’) ik de verschillende inbreuken op de spellingsregels, zocht werkbladen op die specifieke fouten en legde dan nog eens de regels uit en samen maakten we dan oefeningen daarop. Als de anderen in het hoekenwerk een werkblad spelling krijgen, mag Fien in haar bundel werken.
Ja, ik zie Fien toch geregeld. Om haar wiskunde te remediëren, ze heeft wel eens een tweede of zelfs derde uitleg nodig. U hebt ook al gemerkt dat ze dikwijls dingen vergeet die ze net aangeleerd heeft? Die indruk heb ik ook.” Enzovoort enzovoort… hele kwartieren lang.
“Maar wat u woensdag zeker en vast eens moet vragen aan de juf, is of u haar knutselwerk van vrijdag mag zien. Dat was zooooo fantastisch dat de juf ermee rond ging pochen. Die details dat dat kind in die plasticine kon leggen, dat is onvoorstelbaar. Een pareltje echt!” (Je moet altijd ook positief spreken over de leerlingen. Moet!)

Ziezo. Iedereen de nodige aandacht en allemaal waren ze tevreden met deze uitgebreide dienst van mijnentwege. Ikzelf plande mijn woensdag al in met allerlei ontspannende dingen en oudergesprekken waren er niet bij!

De volgende morgen sprak de juf van Thomas en Fien mij aan. Dat ze zich vergist had. Dat ze Fien altijd verwart met Lien, allebei hetzelfde lang blond haar. Het is Lien natuurlijk die de spellingkaft heeft. Niet Fien, die had bijgod 58 op 60 op d’r dictee…

Zei ik al dat Fien niet kan knutselen?

Omdat jullie de vorige maar niks vonden, tataaa

Omdat jullie de vorige maar niks vonden dus. Kom nu weer niet zagen hè.

“Ge moet dat wel aan uw lezers vertellen!” siste hij, “hoe uw dunnere versie werkelijk is.”

   Gisteren keuvelde ik met een vriendin achter een kopje koffie waar ze zoetjes in pletste van stevia.
“Tiens,” dacht ik luidop, “dat is pas de dag dat ik uit het ziekenhuis mocht goedgekeurd door Europa om te mogen consumeren.”
Als je dan toch bezig bent met denken, kon er dit ook nog wel af : “En dat is precies twee maanden geleden, je weet wel, de totstandkoming van mijn nieuwe hervormde maagje.”

Ik moet zeggen, die beslissing heeft mijn leven positief beïnvloed. Het gaat goed met mij, dank u. Lijf en ik hebben ondertussen een prettige verstandhouding gevonden. Af en toe doet er zich een noodgeval voor waarin een wc (in zijn normale hoedanigheid) de hoofdrol speelt, maar eey, dat had ik tevoren ook.

Terwijl allerlei kennissen van het zevende knoopsgat mij proberen bang te maken – “En dieje eh, dieje kan niks warms meer eten, ook niet plezant zenne!” of “Ons moeder kan niks doorslikken waar een velletje aanhangt zoals een stukje tomaat, dus propt ze nu alles maar met saus of mayonaise naar binnen.” of “Mijn schoonbroer weegt terug 150 kilo, hij kan nog steeds niet veel boefen, maar hij verteert alles met veel calorieën met brio en dat een hele dag aan een stuk.” – huppel ik kakelend rond de geneugten van mijn nieuwe leven te verkondigen.

– Alles wat ik vroeger at, kan ik nu ook nuttigen. Warm of koud. Niks velletjes die in de weg zitten. De porties zijn gewoon gevierendeeld. Als je het niet weet, ga je mij ook niet vingerwijzen als ‘die dikke met de geknipte maag’, dan ben ik gewoon een kleine eter die ineens ‘genoeg’ zegt. Dat is geweldig, je eet tot je een ingebouwde rem voelt. Iets wat ik zeer zeker in mijn vorig leven miste. Op restaurant moet je je wel mentaal voorbereiden dat je het waar voor je geld niet meer allemaal aan de binnenkant van je buik mee naar huis kan nemen, maar uiteindelijk moet meesmokkelen via moose zijn ingewanden, waar op het eind van de rit ook wel weer volumineus bezwaar tegen gemaakt kan worden.

– U leest hier en nu de memoires van een huidig sportwijf. Met de kostenbesparing van onze algemene voedselkar, kon ik mij een jaarabonnement veroorloven om drie à vier keer per week mijn badpak te laten bezichtigen in ons gemeentelijk zwembad. Dat zwemkostuum maalt daar dan telkens veertig tot vijftig lengtes. Misschien moest ik eens berekenen of ik mijn pensioen niet kan financieren met de geldelijke overschotten van mijn maaltijdinkrimpingen? Tussen al dat waterlijk geploeter in, poog ik ook nog ons huishouden en mijn ambtenarijgedoe te beredderen per fiets. Oja, dit alles uit vrees voor een schrikbarend veloverschot en ook een beetje omdat ik ervan geniet.

Noot : Dan krijg ik terplekke zo’n compassie met de stumperds uit (het tv-programma) ‘Obese’, die in 300 dagen 90 kilo moeten vermageren. Of zoals iemand het op tv zo mooi uit zijn gesportcoachte bekkie hikte : ‘afstand nemen van zijn omvang’. Eerst sturen ze een ongure regisseur op je af die eist dat je in je ondergoed voor heel De Lage Landen ogenschouwelijk laat betasten. En dit na ieder reclameblok opnieuw. Daarna komt een huppelkut met een schabouwelijk schermonwaardig accent van nauwelijks 50 kilogram je wat knuffelen als voorproefje op een louche boksbullebak wiens woorden nog nooit enige degelijke articulatie hebben moeten doorstaan, die je in primetime onverantwoord mag afjakkeren terwijl je huilend ergens in een publiek straatbeeld met loden gewichten staat te zwaaien. Later zwakken ze de dreiging een beetje af door een menslievender persoon in te schakelen die je zal begeleiden in de uitdrijving van de overtolligheid, maar die niettemin twee uur per dag fysieke afbeuling eist. Tof tof! Een diëtiste of wiedanook die je van slechte eetgewoonten kan helpen, daar doen ze bij de Nederlandse omroep niet aan mee. Wat ik van dit programma opsteek, is dat je twee uur per dag jezelf moet blootstellen aan een intensieve sportbeoefening. Dewelke? Variatie? En Hupsakee, in het beste geval verlies je 90 kilo. Zoek het daarna zelf maar uit. Ook met je zwabberend vel. Ajuu paraplu… om deze complete idioterie op hetzelfde Hollands niveau af te ronden.
Kon er geen private ruimte vanaf bij RTL ?
Vonden ze niemand die wel kan praten?
Zijn na 300 dagen de budgetten op? Waarom niet tot ze hun ideaal gewicht bereiken ipv nog een klets boven de 100 te blijven?
Wat eet de hoofdfiguur gedurende al die tijd?
Waarom moet zij/hij de helft van de tijd zelf het programma filmen? De cameraman is op reis?
Het minste wat van dit gedrocht geschreven kan worden, is dat ik -tesamen met hun opgevoerde dikkerds- op mijn hongertje blijf zitten. In mijn geval een figuurlijk.
Sonja Kimpen… kom terug!
(Oei, bij mijn research over deze voormalige astrante tru… hm dame… zie ik dat ze niet meer mag. De wél geschoolde dieetkundige lobby heeft een stok in haar commerciële wielen gestoken.)

– Ik zei het enkele lijnen geleden al: mijn hongers zijn tegenwoordig figuurlijk. En het zich toch nog eens voordoet dat een goestingske zich vasthecht aan mijn smaakpapillen, dan ben ik geswitcht van een zoetekauw naar een zoutdweper. Zo stond er een kermiskraam in mijn weg en kon ik niet anders dan aanschuiven bij de rij van de oliebollen terwijl de frietkantgeur in mijn neusgaten kringelden. Toen ik meende dat ik ergens het woord ‘bickyburger’ hoorde zweven, schoof ik alras vier passen zijwaarts en bestelde die magische vleespistolet, proefondervindelijk geleden uit mijn jeugd. Een bickyburger die overigens op niks trok, want het broodje was taai en er zat niet de juiste saus op en hij was koud, maar dit terzijde. En dit ook hoogst zelden weliswaar, ik eet doorgaans hypergezond. De augurk en sla zonder de hamburger, zeg maar.

– Vergeet de uitspatting van hierboven, want mijn zin richt zich voornamelijk op soep, fruit en dagdagelijks eten en minder op snoep of chips. Terwijl mijn vingers over het klavier deze letters doorspelen naar het beeld, vind ik het nog steeds even ongeloofwaardig lezen als het klinkt. Ik bid tot God en klein Pierke dat het zo mag blijven.
Mijn menu ziet er thans ongeveer zo uit :
’s morgens : twee tot drie cracotten met cottagecheese (of magere platte kaas, of iets anders zuivelig omdat ik dat graag lust, maar confituur mag natuurlijk ook)
tussendoor : iets melkproduct en fruit. Een bananenshake combineert de twee. Een smoothie loopt er ook lekker in, een yoghurtje, een potje pudding, de slagroom die ik bij de eerste zin bij mijn koffie kreeg…
’s middags : één boterham met iets, soep erbij kan ook.
’s avonds : een kleine portie warm eten, eender wat. Visualiseer ongeveer een vierde van een bord.
’s avonds later : een stukje speculaas zolang de sintvoorraad nog strekt.

– Op het ogenblik (twee maanden later dus) beweeg ik met 25 kilo minder over de aardkorst. Ook dit lijkt me redelijk onrealistisch, maar onze weegschaal is pas nieuw en nauwgezet. Tot u spreekt een gelukkig mens, maar vooraleer je proficiat zegt, ik heb hier weinig tot bijgebracht, feliciteer de chirurg in mijn plaats. De echte en niet de nepper die mij bij mijn controle ontving. Zat daar plots een vreemd manspersoon in dat kabinet. Eentje die met zijn wijsvinger zijn lichaam kracht bij zette tijdens zijn levietenlezing over hoe ik moet zorgen dat ik gezond eet en beweeg dat ik niet moet denken dat alles vanzelf in mijn schoot zal geworpen worden.
Bij nader inzien, richt uw bewondering toch maar tot mij.

De partner echter, is diegene die tot deze update aandrong. Niet eens om bovenstaande redenen.
“Ge moet dat wel aan uw lezers vertellen,” siste hij, “hoe uw dunnere versie werkelijk is!” Hij keek daarbij niet erg verliefd.
(Schat, lezers hebben is iets voor echte schrijvers, ten eerste. En ten tweede, zoveel lezers heb ik niet, willen die dat wel weten?)
“Over de krullen! Geef dat door. Andere toekomstige gastric bypassers met kroezel moeten dat toch weten?”
Moose denkt dat mijn krullen verdwenen zijn na de operatie. Ikzelf steek het eerder op 30 procent van de tijd rondlopen met nat zwembadhaar en geen tijd of zin om het te fatsoeneren. Net zoals in : het is te lang ondertussen, dat haar.

“Die hormonen hè, die hebben u omgetuned tot een harteloze heks. Sinds de operatie zijt gij niet meer zo lief. Niet dat je dat ooit was, maar nu loopt het toch echt de spuigaten uit. Zeg dat ook maar een keer.” Weerom keek hij niet verliefd.
Hmm? Misschien moest ik het karakter zapnimf een minibeetje terugschroeven naar aaibaardere proporties?

Ja seg, ik dacht dat ik na dat huwelijksaanzoek gewoon lekker mezelf kon zijn. Toch? Niet?

PS : Wat ik eerder verzuimde mee te delen, is dat ik ergens middenin mijn cyclus al drie maanden op rij -joepie- mijn maandstonden krijg. En daarna, mooi op schema, nog eens. Misschien een zwaardere pil vragen volgende keer? Laten we voor het gemak mijn bitcherigheid daar ook maar op steken. Leven in een constante staat van PMS is geen lolletje hoor! *geschrapt scheldwoord*

Voor het kleine leeshongertje en het precies even grote boekwerk

Het gebundelde zappelmoosevlees is zwak.
Zuinig maar zwak.
Hoe sober we inzake reizen, kleren, kookgerei, TV-video-hifi-elektro-uheeftgoedgekozen, multimedia, telefonie en aanverwanten zijn, zo slecht kunnen we zonder aankoop de platenverstrekker of de boekenboer voorbij lopen.
Ook al werd er terdege gesnoeid in de kerstcadeaus, de kinderen en de ouders durfden we toch niet overslaan. Die dutsen kregen dus een boek. Liefst eentje dat ik zelf wilde lezen. Omdat we in deze familie allemaal dat arglistige kantje hebben, had moose ook voor mij iets op de kop getikt om het leeshongertje te stillen. Natuurlijkerwijs een titel die hij zelf wilde verorberen.

Op de dag dat we zouden langshobbelen bij mijn ouders, mochten we plots deze uitwas oplossen: twee dezelfde formaten uit dezelfde winkelketen.
Am-be-tant! (Vooral ook omdat de foto weer niet scherp is. Sukkeldieikben.)

Hoewel : Vaders ‘In Europa’ van vijf kerstmissen geleden is een der folianten die gewoon na verloop van tijd automatisch de weg terug naar hier vond. Dus die gewoonte konden we wel verderzetten als het noopte.

Pa’s leeskost : ‘Dag Vlaanderen. Hoe walen echt leven en denken.’ Van Christophe Deborsu. (Ons ma moest eens wat minder NVA-erig doen en wat minder in populistische leuzen spreken. Dus geven we dat aan de echtgenoot zodat het niet opvalt dat het eigenlijk voor haar bedoeld is.)

Mijn ontspanning : Jan Van Loy, ‘Ik Hollywood’ (Jan is zooo dolletjes!)
Twee keer raden wie hem eerst aan het lezen is…
Maar soit, geen erg, want ik heb het boek van zoonzap al afgepakt en verslonden : ‘Scorpia Rising’ de laatste Alex Rider.
Wat zijn we met zijn allen toch weer goed bezig.

Kan iemand mij de meerwaarde van deze flauwekul uitleggen?

Dat krijg je daar dan van.
Van de Libelle te lezen.
De Libelle met gerechten.
Een van die fotootjes bevatte een afwerking met granaatappel.
Wel?
Vettig, vol oneetbare zaden, onmogelijk netjes te hanteren.
Dat die granaatappels alras blijven waar ze thuishoren : in het boek ‘De koning van Katoren.’ (Jan Terlouw)

Kaboem! Daar is ons geluk voor 2012

Men neme wat bos, een beetje windkracht en een verloren gelegde spiegel.

En het pinneke in ’t midden is ‘m ook al vergeten

Die verhoging van de pensioenleeftijd… ik weet nog altijd niet of dat zo’n goed idee is.

Bijziende Fons (64) is ook nog altijd actief in de houtsector.