Ik meld het maar even

    30 juni begon met een zonnig trouwfeest. Tot het op het terras bij het avondfeest flink begon te gieten.
Het muziekfestival de dag nadien werd af en toe onderbroken door wat druppels en we haalden het einde niet wegens kou kou kou.
Donderdag daarop moesten we vluchten uit het Arboretum, alwaar we een bomenverhaalwandeling meemaakten en middenin zo’n vertelling een waterhoos. Leve de Teva’s die enkelplassen makkelijk doorwaden.
Hoewel de blogmeeting (7/7) lollig genoeg was, kon er niet naast de hoeveelheden neerslag gekeken worden.
De aftrap van de wekelijkse parkconcerten eindigde abrupt met een stortbuitje.
Steven Gabriëls die zijn comedyshow in de buitenlucht voorzien had, en wij die daarnaartoe gingen met een eigen stoeltje, moesten wegens een hele dag pokkeweer ons terugtrekken in een zaal als alternatief.
Happen en trappen, 35 km fietsen met de collega’s waarbij we onderweg telkens één gang in een ander etablissement zouden nuttigen, zal uitgesteld worden naar volgende maand omdat we vrezen voor regenhappen en watertrappen.
Onze stulp is nog slechts bereikbaar als je kan modderzwemmen. De oprit ligt er spectaculair bij.
Overlaatst kreeg ik een wintertrui van iemand met zo’n overweldigende rolkraag. “Wat jammer dat hij tegen de winter weeral te groot zal zijn.” dacht ik toen nog. Ondertussen is de trui bijna versleten. Iedere. Dag. Wordt. Hij. Gedragen.
Gentse Feesten? Misschien volgend jaar?
De western van de zomer van Antwerpen? Bwaa, mijn Frans is niet zo geweldig onder een paraplu.

Zei ik al dat ik niet goed tegen mensen kan die altijd zeuren over het weer? Alsof zo’n trivialiteit er toe doet…

Ik zeur niet hoor, ik meld het alleen maar even.

STRONTWEER! KUTVOORSPELLINGEN!

Advertenties

Een alleraardigste bedriegster in een alleraardigst stadje

    Nog steeds in Utrecht, tijdens het flaneren naast de Oude gracht.

“Mevrouw, meneer, mag ik u wat vragen?
O? u bent niet van hier?”

(Jawel hoor, wij hangen altijd met ons fototoestelletje voor ons oog spiedend naar bouwwerken en een rugzakje op onze rug. Krrrshc.)

Een bolletjesgekleed en hevig gelippenstift vrouwtje ergens in de dertig, komt doelbewust onze kant uit. Immers, wij heten in ons parallel leven vraagbaak en informeerbalie.

“Ik kom net van mijn werk.
Nu zou ik u willen vragen of u een paar uur kunt missen.
Dit is geen grap.”

Mijn synapsen kregen dit geratel niet verbonden. Het was alsof mijn neuronen in de blender zaten. Om dit te verdoezelen zei ik beleefd : “Pardon?”

Met vertraging giste ik nog : “Het mensje heeft zichzelf buitengesloten en nu moeten wij een paar uur een deur gaan bewaken tot ze de sleutel op haar werk heeft gehaald.” Wat natuurlijk ook geen steek houdt, maar ik had op dat moment geen controle over mijn gammele gedachten.

Dus herhaalde leuk pluisjeshaar (dat had ze ook nog, wiebelhaar tot op de schouders) letterlijk :
“Ik kom net van mijn werk.
Nu zou ik u willen vragen of u een paar EURO kunt missen.
Dit is geen grap.”

Ze vroeg om geld. Ik had haar de eerste maal niet goed verstaan. Desalniettemin bleef ik het een bizarre combinatie van zinnen vinden. In zulke gevallen blijven wij wat schaapachtig naar de persoon tegenover ons loeren en wachten op een verhelderende uiteenzetting, waarom ze precies geld nodig heeft en wat dat met haar werk te maken heeft en waarom ze moet vermelden dat het geen grap is.

Precies op dit punt in deze vreemde interactie, keert een voorbijganger op zijn stappen terug en begint tegen het rodelippenvrouwtje met de opvallende blinkende schoentjes (dat had ze ook nog, rode lakschoentjes en kleine voetjes) uit te varen op een zachte beminnelijke manier :
“Mevrouw, eerder deze week kwam ik hier ook voorbij en toen deed u net hetzelfde. U wil deze mensen geld aftroggelen. U bent een bedriegster.”

Zij : “Neen, ik ben geen bedriegster, ik kom net van mijn werk.”

Hij : “U ziet er wel dan wel heel aardig uit, maar u bent gewoon een aardige bedotter, ik zag u al eerder. (Tot ons) Dat moet u niet doen hoor, houdt u uw geld bij voor zinniger zaken.”

Wij : Hopeloos in vertwijfeling onze hoofden als bij de tennis van de ene naar de andere draaiend.

Plots liep de amicale oplichtster door. Zonder poeha. (wat haar in onze ogen meteen schuldig maakte, weg vertwijfeling.)
En de echte attente man ook. Zonder onze ‘dank je wel’.

Dank je wel, onbekend heerschap.
Om je nek uit te steken.
Om ons vertrouwen in de mensheid terug aan te zwengelen.

Hoe een toeristische dienst voor eeuwig bij mij in het krijt komt te staan

    De geografie van Nederland is mij volstrekt vreemd. Uitgezonderd de strook die wij per fiets wel eens doorzoeken : die aan de noordelijke kant van de landgrens waartegen wij wonen. Daarnaast geraak ik ook zonder brokstukken tot bij mijn zus in Roosendaal, maar dan hebben we het zowat gehad.
Moose daarentegen, die mag regelmatig beroepshalve De Lage Landen doorkruisen om daar een aantal ambitieuze arbeidskrachten een introductie tot scrum mee te geven. Maar omdat hij helemaal een aardrijkskundige knoeier is inzake Europese wegenstelsels, is de geografie van Nederland hem ook compleet vreemd.

Waarmee ik net een overbodige alinea heb geproduceerd.

Kortom, laatste week schooljaar en hij moest drie dagen (woe-do-vrij) naar Utrecht. Naar het schijnt een mooie stad. Met grachten. En een Dom.
Ik wisselde mijn werkendonderdag met maandag, dwong moose tot een vrije dinsdag te nemen, vond dat ik wel zou passen in zijn hotelbudget dat hij doorgaans krijgt en huppakee, het vooruitzicht van een minitripje was geboren. Donderdag zou ik de trein terug naar huis nemen.

Dinsdag was een prachtige verkennersdag.

Wat we allerminst van woensdag konden zeggen : een druilerige dag.
Moose was werken. Ik hing het bordje -do not disturb- aan de deur, sliep uit tot over tienen en las verder in de laatste Nicci French tot laat. In de namiddag snuisterde ik allerlei hebbedingenwinkeltjes ondersteboven.

(Al de volgende foto’s zijn aanklikbaar voor groot en met de muis op de foto, krijg je mijn achtergrondcommentaar erbij)

      

’s Avonds vond ik ons een allerbest stundentenrestaurantje met een terras with a view. De koffie kregen we gratis, want een of andere onverlaat had een kauwgum achtergelaten op de bovenkant van onze tafel (die meteen verwijderd werd). Man, ik ben zowat verliefd op die stad en haar inwoners. En op haar personeel in winkels en horeca. Zo. Bovenaards. Vriendelijk.

Behalve dan in de ondergrondse fietsgarage waar we, het fietsend geweld stilstaand wilden kieken. Daar werden we er zonder pardon uitgeflikkerd. Die Molukker woonde vast nog niet lang genoeg in Utrecht om te weten hoe de rest van de stad het doet, omgaan met vreemde Belgjes die de toerist spelen. Als je Utrecht zegt, zeg je fiets. Fietsfietsfietsfietsfietsfietsfiets. En opletten dat je niet van je sokken gereden wordt door een berijder ervan. Bentenge merkte het eerder ook al op.

Geen parkeerplaats voor je auto te vinden, behalve als hij milieuvriendelijk is. Ook wat dat betreft, staan ze bij onze noorderburen toch al enkele voetjes voor.


Architectuur. (Ik word steeds korter, straks typ ik enkel nog de letter.)

   

S .

(Van Nijntje, Dick Bruna is van daar. Anne Frank, die is volgens mij niet van daar, het Achterhuis staat toch in Amterdam? Iets haasachtigs en huisachtigs. Klikken voor groot.)

      

Wil de toeristische dienst van Utrecht dan nu mijn opleukingsbijdrage voor hun stad storten?

Dag drie wilde ik mee naar het bedrijvencomplex alwaar mijn toekomstige zijn Agile training gaf. Als observatrice met fototoestel. (“Mij niet kussen hè!? Niet hè? Jij bent niet mijn vrouw hier.” Aldus de flauwe.) Tjonge tjonge, de privé heeft toch nog wat centen over hoor, als je die vergaderzalen bekijkt. En ik maar zwiepen met mijn gekregen badge voor iedere piepjesdeur. Cool! In het onderwijs mag ik blij zijn dat ik één sleutel krijg. Een digitaal bord zal voor 2030 zijn, onze inrichtende macht is zeer arm.

Maar how zeg. Mijn vent is zoooooo fantastisch is zijn professionele biotoop. Naast de Utrechtenaars ben ik ook weer helemaal verliefd op mijn eigenste bedgenoot. De foto’s zijn helaas wel bijna allemaal mislukt. Waarschijnlijk de liefdestrillingen die toen sidderden?

   

Tijdens de middagpauze bracht moose mij terug naar de stad (en ik was nog niet klaar met hem af te likken van adoratie) want des namiddags had ik een trein te vangen.

Een boottochtje over de oude gracht en al de waters die ermee een lus vormden later, spoorde ik weer naar huis om nog net op tijd ’s avonds een proclamatie mee te pikken van onze zesdeklassers.

Van mij mag ‘m daar nog eens opleiding gaan geven!
Of in Amsterdam. Dat lijkt me ook wel wat.
Nog suggesties?
Gors-Opleeuw moet –van horen zeggen– ook niet te versmaden zijn…

Mi casa es tu casa

   Pas gedeserteerd uit de boven die een gribus herbergt, stond ik nog op de weegschaal (belangrijk! wegen voor vreetfestijn, kwestie van toekomstige nostalgie en zelfkastijding), toen er al iemand op de bel beukte. Omdat moose zich ook nog in de badkamer bevond met een geurstick onder zijn oksels, hoorden we niks. Niet dat een deo of een weegschaal zoveel lawaai maken, maar onze bel heeft enkel nut als je quasi naast staat. ‘Wie staat daar voor de deur? O kijk en een beetje hoor ook, ze bellen.’
De verbazing sloeg dan ook onverwacht toe bij het ontdekken van een vreemde wagen op de oprit (met matrassen erin) en zonder bijbehorend volk. Eilish en piepedol kwamen terug boven water samen met de volgende gasten met reeds een tochtje door de straat achter de rug. Voor de gelegenheid had zij de knaller van de dag aangetrokken, een t-shirt speciaal gemaakt voor deze dag. (met stip op twee een vrolijkmakend kleedje van een Kempisch strekenvrouwmens en op drie een niet zo heel goed verstopte Marlies Dekkers ergens uit Gent).

Soms een gezonde hoek af, maar just another wordpressblogger
foto van Stef den flater

Genereus als ik ben, had ik mijn gms-nummer aan iedereen gemaild. Laatkomers, treiners en andere mobielgebruikers hadden er terdege naar gebeld en gesms’t. Alleen, er rinkelde niks in mijn broekzak. Pas toen laatkomers, treiners en andere mobielgebruikers persoonlijk wezen op hun herhaalde pogingen tot contact, daagde het me dat de dag tevoren één kopknots (zie verslag gisteren) en een eraan gepaarde gsm-vlucht mijn simkaart en in één trek door mijn geheugen misschien in de war hadden geschud. Wat betekent techniek als hij faalt? Flinke flop. Onze wandeling moest met een half uur worden vertraagd omdat ik plots tientallen sms’en moest lezen van onbekende nummers die ondertussen al allemaal op ons erf stonden.

Hoewel enkele gasten speciaal vroegen of ik geen grote honden had (nee, wij zijn kattenmens) wees ik ze liever op onze ongewenste huisdieren die bijten : de vrouwelijke mug. De deet stond op tafel voor iedereen, maar ik vermoed dat Margo druk babbelbezig was en hem gemist heeft. Maar het moet gezegd, ze waren zaterdag agressief en talrijk. Eigenlijk net zoals wij. Want geen 400 meter verder braken we in bij een nog steeds in de steigers staand project. Herinnert u zich deze nog? Natuurwandelen mijn oor, ja. Uiteindelijk geraakten we dan toch in het groen en ik vond het net zoals altijd toch weer een zalig stukje paradijs, waar iemand een eenzaam kanaal en een ongebruikte spoorlijn heeft doorgetrokken. Onderweg kregen we nog wat hemelwater onder de bomen te verwerken, maar een kniesoor die dat een echte regenvlaag wilde noemen. Gudrun werd er alvast natter van dan anderen. En Stef bewees dat hij een heel orginele wandelstap kan, eentje die ‘baf’ zegt en geen pijn doet.

Juffrouw Sanseveria en Micheleeuw met schat bleven liever in en om het huis rondhangen of sportief doen (pingpongen… zeggen ze), wat achteraf gezien een zegen was, want de tafel die voordien naar het zonnige gazon verhuisd was, stond terug netjes en droog onder de carport, waar wij -weerberichtvolgers- het hele gamma exterieur zit- en eetcomfort hadden voorzien. Het zien alleen al deed het hongertje heftig toeslaan.
Uit ervaring weet ik dat dat eten altijd de goeie kant uitgaat. Net als je met je glaasje zit te smakken met je lege mond, komt daar een Marjelle aan met snacks en Stef met pralines van Dominique Persoone. Chocolade met lavendel, wasabi, ui, basilicum, curry, saffraan,… niet voor de eetanalfabeet! Pharailde en E. weten ook bij welke bakker ze moeten wezen om een hele groep gelukzalig te laten genieten.
De tafel voor het avondeten was tot aan de rand gevuld met allerlei smulgerei, duizendmaal eetbaarder dan in mijn dromen (en uit mijn keuken) : kaas, brood, fruit, quiches, groenten, zalm, pastasla’s, ijs, groenten, charcuterie, chocolade mousse, taarten, chips. Een mens zou nog spijt krijgen van zijn maagverkleining. Het fijne aan deze formule en ook aan het genre mensen dat erop afkomt (lees : lak hebben aan etiquette) is dat ‘mi casa es tu casa’ net zoveel is als ‘ik heb een schaal nodig’ – > ‘zoek ze in de kast bij de keuken, je vindt wel iets’ en zo bezorgden moose en ik onszelf een relaxte dag, waarin we in plaats van rond te rennen gewoon met iedereen konden praten.

Om de oudere jongeren ook tevreden te stemmen, stelde ik voor aan enkele loslopende mannen of ze zin hadden om vuurtje te stoken. De neerslag had eventjes andere oorden opgezocht. J. (Jokes gade) en P. (Micheleeuws schat) lieten zich dat geen twee keer zeggen. Vereende krachten waren nodig om uiteindelijk onze groencontainer in te duiken om opgedroogd bamboerestant als lont te ontsteken. Fikken maar! Meteen ook een hoogtepunt voor de jongere jongeren die hier rondliepen. En nog wat later voor de rest die zich onder parasols (tegen de teruggekeerde regen) positioneerden. Dat niemand lostbarstte in Kumbaya, het is me nog een raadsel.
Het nadeel van een parasol is dat hij niet waterhoosbestendig blijkt. De carport by kaarslicht werd het sluitstuk van de dag. Naarmate de groep uitdunde, werden de architecten talrijker (ze vallen wel mee hoor, als ze lekker gegeten hebben) en verdrongen ze de ambtenaren van hun eerste plek. Margo veranderde van gedachte : ze was hier plots niet meer graag. We zullen je volgende keer niet meer zo genadeloos uitlachen, Margootje! Natuurlijk kan iedereens nummerplaat met dezelfde letters beginnen en toevallig nog een Jeep zijn ook. Joke deelde chips rond in een waston, smurf nootjes in een rugzak, March raaskalde over avondmarktjes aan zee die hij nu moest missen, Sterre boemelde sangria met fruit van eigen makelij en ik was gewoon gelukkig.

Moose was een beetje minder gelukkig na drie uur slaap en mijn gepor : “Opstaan, we moeten naar de bakker, appelsienen persen, ontbijt zoeken en tafel dekken.”
Allemaal de schuld van het joch van Sven. Hij maakte zijn voorspelling waar : om half zeven wakker zijn. Idem dito Sven. Meteen hadden wij een sinaasappelperser gevonden! Rotklussen doorschuiven is een gave. Tjonge, die moose is werkelijk niet te genieten als hij een tikkeltje slaap tekort komt, anders dan ik, heeft hij geen adrenaline om op te drijven, enkel gebrom. Daarom muisde ik er stilletjes tussenuit naar de bakker.
Wakkere en minder wakkere medebroeders druppelden verspreid binnen tijdens de volgende uren. Af en toe verdween er eentje of tweetje naar huis/een ander feestadresje/de koer.
Lang tafelen is een kunde die wij zonder moeite volhouden. Het morgenmaal ging vanzelf over in lunch en vieruurtje. Sja, Joke en huisband hadden nu eenmaal veel te vertellen. Om de hoop terug een beetje te vergroten verscheen March ook nog eens een keertje. Hij miste een fototoestel. Dat was toen we alweer buiten op het terras zaten in de zon. Zeg niet dat we niet flexibel zijn.

Zoals altijd vulden we met gemak een curverbak met vergeten spul. March mailde daags nadien nog dat hij ook nog een rooster vergeten is en ’s avonds merkte hij via dezelfde weg op dat ook zijn boodschappentas van de Spar hier nog ergens ten velde verbleef. En dat moet uw huis dan op papier zetten. Wel efkes nakijken of alle bakstenen getekend zijn. Sven hoopte dat zijn schoenen in de auto van zijn lief reisden, maar neen hoor, die weessleffers werden meedogenloos op onze mat achtergelaten. Net zoals de sokken van zijn nazaat. Sanseveria heeft voorraaddozen genoeg, want ze liet er twee bij ons en om zeker te zijn dat moose bij haar zoon komt spelen (V. vroeg moose) wisselde hij alvast zijn helikopter met de genegenheid van moose.

De familie Joke schonk nog een prent van de hand van de oudste dochter D. Verwijzingen naar -tig blogstukjes van moose en mij en een treffende gelijkenis van mijn toekomstige en een bijna treffende gelijkenis van mij (toch het oor) terwijl niemand van die luitjes ons ooit gezien heeft. Wauw.

(gastronomisch godwondergroene pothet grote oorroze bril – de dode katrecordpeperlijkstijfheid )

Aan alle mooie liedjes komt een eind en bij ons vloeide dat airke over in luid gesnurk op de zetel amper enkele minuten nadat de Joke-clan eigen horizonten ging opzoeken.

Om mezelf te beschermen tegen de dictatuur van de calorie, gaf ik de laatste stukjes taart mee met Joke. Wat zie ik de dag nadien weerom op de weegschaal? (We eindigen zoals we begonnen.) Op tweehonderd gram na één kilo eraf! Voor wie niet kan rekenen : 800 gram. ERAF! WEG! VERSCHWUNDEN IN DE KOSMOS! En de taart ook, toeme! Joke!

Bedankt allemaal!
Bedankt allen voor het gezelschap, de lekkere boef en al de rest!

De dag dat het uitkomt dat de poetshulp geen gage krijgt om de kinderkamers te poetsen, want dat doen ze immers zelf wel?

      Een gemiddelde mens zoals ik er zelf een ben, denkt wel eens NA.
Ergo : eerst spreken en dan pas denken.
Zo sprak ik : blogfeestjen alhier! kom maar af! Slapen? Neenee, geen enkel probleem! Ineens had ik vier kamers verpatst.
Bij het denkgedeelte kwam het in mij op dat ik dan toch eens de zolderkamers van puberzap en zoonzap zou moeten nakijken. Maar ach, hadden die lieve genenpoeltjes van mij niet beloofd van hun kamers op te ruimen de dag dat ze voor enkele weken naar hun pappie zouden verhuizen? Dat leugenachtig tuig van de richel liet echter een vuilnisvaalt achter waar Rio De Janeiro jaloers op kan zijn. Hups, daar gingen drie dagen van mijn leven op aan stofzuiglongen, natte schoonmaakdoeken, het verzorgen van de buil tegen een zolderbalk met een pak diepvrieserwtjes, mijzelf los te maken van onduidelijke plak, het vullen van vuilniszakken. Je wil niet weten wat ik op 48 uur onder mijn eigen dak verzameld heb aan vieze troep. Maar omdat ik sowieso geen rekening hou met wat jullie niet willen weten, vertel ik het toch : tientallen halfvolle, lege, bijna volle, bijna lege petflessen frisdrank. Een stuk of vijftig pakken chips. Opgegeten, de kruimels verstrooid alsof het een voederplaats voor de chipskaketoe betrof. Op de meest minst toegankelijk poetsbare plaatsen welteverstaan. Negen dessertlepels, zes kommetjes, ontelbare potjes leeggeschraapte yoghurtpotjes en aanverwanten. Dertig dvd’s die we al eeuwen zochten en zij natuurlijk niet hadden gepakt, wat dachten wij ambetante ouders wel, zeg! Een blauwe boterhammendoos met de sneetjes smeerkaas er nog in.

(Ergens 2010 : “Mama, ik heb een nieuwe brooddoos (van Barbie, het kind is 18) gekocht, want ik vind mijn blauwe niet meer.)

Verder was het bergbeklimmen over stapels kleren waarvan niemand meer wist of ze in of uit de was moesten/kwamen of in welke jaartallen ze nog wel pasten. Met het rondslingerend papier kon ik een toren bouwen om alzo de spinnenwebben in de nok van het dak van dichtbij te bewonderen. Schoenen met hakken van meer dan 15 cm lagen overal op de loer om mij stiletto-dood-te-dolken. Afijn, het is een wonder dat ik dat huzarenstuntelstuk overleefd heb.
Achteraf had ik spijt dat ik er geen voor en na foto’s van genomen had : dat ware lachen geblazen op hun trouwfeest, met mijn afscheidsspeech op de voorgrond. “Denk vooral niet dat ik je zuivernijverheidstalenten zal missen! Nee, partner, te laat, je ja-woord is reeds je kussende muil ontsnapt, ik pak ze/hem niet meer terug. Investeer in een workshop daaromtrent.”

En toen moest ik het spinrag nog uit mijn haar plukken om een troep bloggers en lezers te ontvangen…

Omdat ik gelukkig niet helemaal moron ben, had ik bij de taakverdeling van de organisatie de voedselverstrekking uit handen gegeven. Dat er capabele koks rondwaren in het blogjescircuit, is algemeen geweten.
Zie foto’s bij de meest zelfzekere kookstoefers.
Dat ik zowat het surplus ben wat de maatschappij voortbracht op abuis nutritief vlak, is ook geen geheim.
Zie foto’s bij een zelfzekere kookmislukkeling (zie zes regels onder).

Al wil ik hier een lans breken voor mijn laatst geslaagde eetbare project : de quiche!
Gestuwd door dat succes ambiëerde ik meer en grootser en zoeter! Kortom, een dessert dat lukte. Het oogmerk gericht op ooitse volledige zelfredzaamheid, poogde ik in mijn eerste bescheiden stapje naar algemene erkenning als patissier iets tot een goed einde te brengen uit een kant en klaar pakje. Er moest niks meer bij. Niks! Gewoon in een vorm gieten en de oven in. Hoe moeilijk kan dat zijn? Schijt de koning dagelijks?

Helaas. Tot een einde ja. Maar een roemloos. En een stinkend. Misschien dat de koning wel eens last heeft van constipatie?

En toen moesten wij nog een schoof bloggers ontvangen, maar niet uit eigen voorraadkast… oef.

Omdat het leven een vicieuze cirkel is en het mijne doorgaans wel heel lollig, kan ik het nu even niet zo gevarieerd noemen. Want raad eens… de tijd leert mij dat ik (voor mijn betere helft thuiskomt van een hele dag hard werken) toch de indruk moet wekken dat ik iets van van de visuele resten van de bloggerssamenscholing moet wegwerken en ergens iets te bikken moet zoeken. We kunnen ons niet blijven in leven houden met het aflikken van de borden en de grond.

Opruimen en eten weerom. Life is a bitch. Vandaag.

En morgen is er vervolg : een echt verslag van de blogsamenkomst.

VoorAndere proefjes reeds bij :
Margo
Micheleeuw
Marjelle
Eilish
Joke
Stef
Gudrun en nog een keer Gudrun
Pharailde