Berichtje uit Egypte

zapnimf1kleinwit-op-lichtroze    “Ik zit niet in de ballon!” sms’te zijn moeder naar moose die ergens in vergadering gestrikt zat.

“En? Wat kan ik daaraan doen? Pak dan een boot op de Nijl? Een kameel door de woestijn?” dacht hij.

(Of hij dacht dat niet, maar dat doet er niet zoveel toe, want het is toch mijn blogstuk en ik schrijf nog steeds wat ik wil.)

Het journaal zag hij pas ’s avonds.

Waar is Jezus met zijn handoplegging als je hem nodig hebt?

zapnimf1kleindonkerroze-op-lichtroze    De eerste sneeuw van het seizoen viel op zes december.
In het geheugen gegrift, die datum, want ik viel ook. Hard. En niet voor de eerste keer.
Ik schoof onderuit met mijn stalen ros op weg naar ’t werk. Daar wachtte die tist op zijn schimmel op me. Uw zapnimf is namelijk het begeleidmeisje van de goedheilige man. Deze keer echter het ernstig gehandicapte meezeulmeisje van sinterklaas. Mijn rechterkant bleek blauw bevlekt en het schoudergewricht voelde aan als de uitgerukte arm van mijn vroegere barbiepop die er lukraak weer ingefloept werd door de debiele buurjongen.

Ondertussen zijn we aan de laatste sneeuwstuiptrekkingen van het seizoen (hoop ik) en die schouder zeurt nog steeds uit het gelid. Niet smartelijk genoeg om mezelf gillend voor een ambulance te werpen, maar serieus genoeg om medelijden met mezelf te krijgen. Vooral als ik een jas aantrek, iets zwaar moet tillen, op mijn rechterkant lig, bij het dansen doe alsof ik verdrink.

Vanmorgen vond ik een moment en ik gebruikte het om mezelf bij de dokter uit te nodigen tijdens het open spreekuur.
Wat was me dat?
Een twintigkoppig omhulsel van een besmettelijke griepplaag hoestte en reutelde me tegemoet.
De laatste keer dat ik keek was ik nog steeds geen influenzavirusvorser met zeeën van tijd.
“O maar”, wapperde ik hun infectie terug de kamer in, “ik ben blijkbaar toch nog niet ziek genoeg. Toedeloe!”

Ik maak wel een afspraak met Jomanda.

Hoe een ballon zich voelt nadat er iemand op gaan zitten is… ik weet dat.

zapnimf1kleindonkerroze-op-paars4    Al even wervelend als de processie van Echternach groeit het aantal textiel in mijn kleerkast.
Dat heeft een reden : ik heb een natuurlijk opgebouwde hekel aan kledingszaken. Aan paskotjes. Aan meeloerende winkeldames.
Sinds mijn volumekentering, is dé vraag van de dag of ik al veel nieuwe kleren heb gekocht. Misschien is het eerder als hint bedoeld, want die gratenteven zien mij toch ook al maandenlang rondhossen in welgeteld twee lange broeken? De derde hou ik verborgen, die dient om thuis schamel en schraal in te aarden.
Alle hoon en/of erbarmen van ’s werelds fashionista’s ten spijt, keuzestress, dat ken ik niet : eentje in de was en eentje aan het achterwerk. Het overzicht blijft bewaard zo. Simpel.

Ik wilde dat het blogstukje hiermede aan zijn sluitstuk was, maar helaas kwam een voormalige ‘schoonmoeder’ van puberzap wat roet in het eten strooien. Drie kleedjes stopte die tik in een zak voor mijn dochter die op haar beurt dacht dat ze mijn vergeten moederdag ermee kon afkopen.
Voor te lachen trok ik er eens eentje aan. De trut heeft maat 40. Eén minder dan ik. Bijgevolg is de mooiste niet rekbare little black dress enkel geschikt voor smaakvolle recepties waar ik mag blijven rechtstaan met beide armen gestrekt omhoog en mijn adem inhoudend als een parelvisser. Als ik toch respireer of ga zitten, ontploft de jurk met zekerheid. Nuja, dan hoeven ze mij niet meer met vier man languit in de wagen te schuiven zoals op de heenweg.
Voor te lachen trok ik bovenstaand niemandalletje dus niet aan. Het werd een aanspannend rekbaar retrostofje. Niet het minst mijn ding, maar ik moest zowaar gaan schuilen van de complimentjes als ik het op publiek uittestte.
(Zoonzap verdacht mij van anorexia. Zoonzap is foutief gefocust op wiskunde en wetenschap en kent niks van vrouwenaangelegenheden.)
Wie mij twee keer gelezen heeft, weet ook dat mijn ijdelheid zeer ontvankelijk is voor prikkelingen. Maar als ik in de spiegel keek, viel mij vooral veel boebelboebelboebel op. Het ontbreken van een strak lichaam. Dat bedoel ik dus met het laatste woord van de eerste alinea. Ineens moest ik van mezelf een kousenbroek, laarzen en surtout corrigerend ondergoed gaan zoeken in de meedogenloze kosmos van de modeverschijnselen.

Toen het lekker ding dat homo is en tegelijk de peter van krulzapje vond dat we nog eens uit moesten met zijn allen, voelde ik me verplicht om in zijn modieuze nabijheid mij ook op te tutten met jurk en snoerharnas onderaan. Pizza en film werd het die keer. De jongens merkten op dat ik er frivool voorkwam, maar een beetje bedrukt. Dat was de precieze uitdrukking, be-drukt. Tegen die tijd kneep het knellende lingerielijfje die halve pizza zowat terug uit mijn darmen naar diverse innerlijke pijnpunten. Tijdens de film, die naar het schijnt een lachfilm was, lag ik allesbehalve elegant onderuit pogingen te ondernemen om de romp te ontlasten. Iets horizontaals met de heupen naar boven. En de rest maar lachen. Ik maak me graag wijs dat het met de film was.
Kreunend sloeg ik het napraatdrankje over. Nog voor het portier van de auto van het slot knipte, stond ik er al halfnaakt naast te zuchten van hervonden genot. De terugweg werd er eentje van gierend lucht happen en lozen. Langs welke openingen, daar wil ik discreet over blijven.

Thuis pulkte ik driftig een vuile joggingbroek uit de wasmand en zwoer van eerst vijf kilo af te vallen vooraleer ik me ooit nog aan een kleed van magere geep waag.
Zonder speciallekes.

Tjonge, blaaskaakje moet verborgen talenten gehad hebben, denk ik dan zo

zapnimf1kleinpaars-op-zwart    Ze bracht hem mee naar ons huis, onze gezamenlijke vriendin, om kennis te maken.
(Minstens drie jaar geleden. Ik had nog nooit van een tablet gehoord.)
Later zouden we samen naar een gratis toneelfestival in een buurgemeente gaan.

Of we fijngevoelig wilden reageren, want de arme man was zijn nagelnieuwe faillissement nog aan het verwerken. Een tijdschriften- en boekenwinkel met drankgelegenheid. Maar dan voor lezende snobs. Allez, toch niet voor marginalen. Hij mocht graag dralen in de nabijheid van centen. Die van een ander, die van hem, het maakte niet uit als de wet van het fortuin maar gold. Allebei lieten ze hem gelijktijdig in de steek. Maar in de zaak stond wel een hele mooie koelkast voor drankjes te verkommeren.
Ja, oeps, onlangs uit zijn appartement gezet, wegens vele maanden huurachterstand. En toen kon ze toch niks anders dan hem onderdak verlenen, haar kraakverse vrijer van anderhalve week liaison amoureuse? Ach, op de (mis)koop toe een snuifje depressief, maar daar had ze nog niet zoveel van gemerkt, want grappig was de kerel echt wel. En lief. Vooral als ze alleen waren. Op een ander liep het nog wel eens mis. Een vleug arrogantie die soms doorschemerde. Misschien een overblijfseltje van zijn vorig leven, jeweetwel, dat met de rijke nepvriendschappen?
Natuurlijk zag ze wel dat het met besparen nog niet helemaal wilde vlotten. Geen vervanginkomen na zijn leven als zelfstandige, maar wel een schuldenberg en een Mercedes onder zijn gat. Met een gepersonaliseerde nummerplaat, iets met 911. Van een Porsche overstappen naar een Mercedes, dat was wat hij verstond onder zuinig leven. Hij had gevloekt toen hij onze oprit onder zijn wielen voelde : “Met mijn Porsche had ik me nog vast gereden in die putten hier!”

Of we fijngevoelig wilden reageren? De meneer was momenteel een beetje kwetsbaar. “Jullie weten van niks, laat hem in de waan.”
Dus bleven wij onze gewoonlijke zelf : beleefd en gastvrij.
De gabber legde zijn laatste model I-toestand met internetontvangst op tafel en probeerde ons te overtuigen dat wij onze prut waarmee je kan bellen en sms’en moesten inruilen voor iets gelijkaardigs. Slechts zoveel honderd euro. Een beetje verder in zijn relaas zocht hij een naam waar hij niet meer opkwam en wilde hem zoeken met zijn stoefgerief. Oei, ai, wij wonen in ontvangstluw gebied. Sta je daar met je duim op een waardeloze 600 euro te timmeren.
Even later passeerde de Rolex nog en zijn prijs (thuis had hij er nog een) en zo’n e-reader was toch ook wel interessant. Hij las al zijn boeken op zo’n ding, de veellezer. Interessante stuff only. Of moose al had gehoord van ‘The art of war‘, van een of andere Chinees, die… O maar, dat had moose wel. In zijn studententijd nota bene was dat voor zijn richting verplichte stof. De tactiek van Sun Tzu als krijgsheer werd later toegepast in de zakenwereld.
Bij nader inzien, was de broze kerel toch nog niet zo ver in het boek. Eigenlijk helemaal in het begin. Hij had de inleiding al gelezen.

Op dit punt was ik allang afgehaakt en verkocht ik wat olijk gezwets met onze vriendin, waarvan ik probeerde te doorgronden hoe zij in hemelsnaam erbij kwam zo’n geldbeluste zakkenwasser te willen redden/opvoeden.
Het heerschap zelf trachtte moose te imponeren met feiten en kennis en plaatsen in de wereld die hij al van dichtbij bezocht had. Moose gaf geen krimp en ik kromp in de tegenovergestelde richting : op reis gaan? Dat doen wij niet. Duur dinges? Welk nut heeft dat? Chique autobak? Ik rij fiets en niet eens bak.
Bovenop de beschreven mankementen, leek de gozer ook nog doof, want hij vroeg of we al eens in het enige zevensterrenhotel van de wereld waren geweest. Ja vooral : opgespoten zand, te warm en winkelcentra (zo stel ik me Dubai voor), daar wil ik echt naartoe.

Niks te vroeg brak het uur van vertrek aan. We vroegen aan blaaskaakje of hij met ons wilde meerijden. Neen, dat deed hij niet, met iemand meerijden. Neen natuurlijk niet, stel je voor, met iemand meerijden!? Andersom was ook niet aan te raden, verried onze vriendin, want tesamen met blutmans, had eveneens zijn kwijlende, ruiende hond intrek genomen. En zijn drie tieners in het weekend. Het was het beest dat de achterbank tot een geurig harig tapijtje herschapen had.

Onderwijl zijn pogingen om slim te lijken (terwijl mij het enige verstandige, ‘verkoop uwe dure brol en zoekt werk’, leek), wilde hij net voor vertrek toch nog even het kleinste kamertje opzoeken. Op de terugweg bleef hij hangen bij de boekenkast. DE BOEKENKAST, mijn grootste trots, mijn kleinood, mijn verzameling, mijn fijnste bezit. Euh… en ook die van moose een beetje.

Ziehier een fotootje uit de oude doos.

Hmm. tegenwoordig ziet ze er wel wat meer verwilderd uit, die boekenkast.

Gelijk vergaf ik de mens zijn zonden. Hoogmoed, iedereen lijdt daar toch een beetje onder? Verblind zijn door geld, sja, hij zou het nog wel leren. Alle begin is moeilijk. Tenslotte kwam de kerel toch uit de literatuurbranche? Als hij ons leespakket appreciëerde, was dat zijn volste recht en pluimen in mijn gat.

Toenmaals sprak hij :
“Amaai jullie hebben een kleine tv. Die kan zes keer in de mijne.”

De. Kwal.

Pik ik het wel of pik ik het niet?

zapnimf1kleindonkerroze-op-lichtroze1    Meestal schrijf je je uit de naad.
Zelf meegemaakt of zelf verzonnen. Lang en bezweet. Met veel poeha en te veel (bijvoeglijke naam)woorden. En zinnen zonder werkwoorden.

Behalve die ene keer.
Die ene keer pik je een paar foto’s van een ander.
Iemand onbekend pikt op zijn beurt dat rijtje op en linkt via facebook.
Ik weet niet wie, maar het moet iemand uiterst populair zijn, want ineens… tjakkaaaa

Kunt ge zien welke dag ik weer begonnen ben met schrijven?

Duizendennegen keer page geviewd.
Zeshonderdennegen bezoekers.
Dat is nog nooit vertoond bij de zapnimf, zegt wordpress.

Stoem hè?

Koud als een bevrozen huilebakje wiegend op Adèle

zapnimf1kleinlichtroze-op-paars    De chauffageketel was kapot.
Natuurlijk net wanneer er ’s nachts en buiten hartstikke gruwelijke koude temperaturen werden opgemeten.
En omdat het lot gemeen is, op zondag. Wanneer verwarmingslui niet lastiggevallen mogen worden omdat ze op hun enige vrije dag hobby’s moeten uitvoeren, ijsvissen ofzo.
Als overlevingsstrategie herinnerde ik mij onze ingebouwde houtkachel. Zelfs zonder aanmaakhoutjes -krulzap gaat haar schoolwerkjes van houtbewerking waarschijnlijk toch niet missen- friemelden we vele kwartieren later ‘behaaglijk’ in 18 °C. Onder een dekentje. Met alle opgewarmde kersenpittenkussentjes rond gevoelige organen geschikt.

Op maandag wist de vrouw van de CV-keteloplapper aan de telefoon dat de man al begonnen was aan zijn werktaken, maar zonder gsm, want die lag zonder batterij op de tafel thuis. Duh! Waarom had het mens geen CB-ontvangst met haar vent? Een Walkie Talkie? Een babyfoon voor mijn part? Neen, een platte mobiel.
Maar, zij zou hem laten terugbellen, ooit.

Ook nog op maandag, fikte ik de laatste blok droog geboomte op. De ooit-om-te-knutselen-plankjes gingen er vervolgens aan. De stukken schroten die in de open haard passen, volgden. Daarna ondernam ik met de kruiwagen een speurtocht in de tuin naar brandbaar materiaal.

Omwille van iets met weinig zoden en een dijk paste ik de koers aan :
Ik jogde ter plaatse. Ik sprong touwtje. Ik danste op mijn laatste muzikaal cadeau van moose : Adèle. Maar wegens wat wiegen, gezien het muziektempo, hield ik dat snel voor bekeken. Ik baalde mezelf een stekker. Een stekker aan een ingebeeld strijkijzer.

We spreken kwart voor acht ’s avonds.
De haardroger stond net gericht op de onderste ledematen als de loodgieter annex installateur/reparateur me aan de lijn vroeg.
Of ik de zekeringenkast al had nagekeken?
Uiteraard, ik ben niet volledig uilskuiken.
Of ik het opstartknopje al geprobeerd had aan de ketel zelf?
Allicht, wat dacht hij wel?
Mazouttekort konden we uitsluiten?
Tjeeeee. Komaan! Twee keer die fout maken in een ver verleden was genoeg. Nee! Duizendvijfhonderdliter op zijn minst nog in die tank.
Alles in orde met de thermostaat? Daar ligt de oorzaak nog wel eens : batterijen op.
Zot! Het scherm was leesbaar en die batterijen waren nog niet zo lang geleden vervangen.

Raar. Hij zou de volgende morgen voor zijn andere verplichtingen langskomen.

Moose bekeek toch maar eens de batterijen. Die zagen er niet uit zoals het moest. Beetje smurrie her en der.
Tegen middernacht, na het laden van andere batterijen, ontdekten we dat er in sé niks mis met de brander was.
Twee dagen kleumen omdat een batterij het niet ineens tegoei begeeft.
Aaaarggghhh.
(en ook een beetje oef.)

Van uw blogvriendinnen moet je het hebben

zapnimf1kleindonkerroze-op-wit    Weliswaar heb ik mijn kroost er dan wel voor verminkt, maar zo’n eerste bril, dat is toch heel speciaal hoor.
Geen ruit of spiegel of ik blijf er secondenlang pronkend hangen als een navelstaarderige fat.
Geen tv-programma of toneelstuk of ik zet met veel vertoon mijn bruin-blauwe sieraad op de neus.
(Als je de kans krijgt om ‘De God van de slachting‘ op het podium te zien : doen doen doen! Met Els Dottermans, Frank Focketyn, An Miller en Oscar Van Rompay. In een regie van Jan Eelen.)

Iedere keer ik een nieuw bekend persoon zie, doe ik van ‘tataaaaaaa’ en schud ik als een parkinsonner mijn omkroonde glazen in de kijker.
Zo ook toen ik Leen Sanseveria en Afwas-elke mocht ontvangen. Die kwamen wandelen en koken.
Leen :
“Mjaaaaaaaaaa?”
“Zet uwen ouwe eens terug op?”

Ik roloogde eens heel ostentatief, dat valt nu extra op.

Lachen is gratis

zapnimf1kleindonkerroze-op-lichtroze   Deze dag zal weer volgepropt zitten met allerlei egoïstische motieven van al-dan-niet-tevreden paren die hun partner in de kijker willen zetten.
Smakkerdesmak.
Lurveeeeeeee is in the air.
Zie ons eens verzwelgen in gelukzalige weelde.
Dolletjes.

Ik ben zo niet.
Allez, ik ben zo wel.
Eigenlijk ben ik zelfs schaamtelijk keihard zo wel.
Maar vandaag expres niet.
Eeey oooo, ik ben ook eeuwen alleenstaande geweest met alleen een reep chocolade en een vibrator binnen handbereik.
Ik ben zelfs eeuwen getrouwd geweest met alleen een reep chocolade en een vibrator. En een seksloos horrorfiguur.
Eigenlijk? Vibrators en chocolade, dat is toch altijd en voor alles goed?

Daarom vertel ik jullie uitgerekend vandaag over onze missie als koppel die verder reikt dan onszelf.
Altruïsme ten top.
Voor alle mensen op aard; verzuurde of verzoete, monsterboelekes of glansrijke spetters, luimige of beuzelachtige.

Zappelmoose is geroepen.
Gezonden om een kleine taak op ons te nemen die de wereld een betere plaats maakt.
Namelijk :

Valentijn muts

Wij maken mensen vrolijk. Woordenloos

Op straat, in het bos, op de fiets, in de trein. Overal waar wij opduiken met onze muts, verschijnen er glimlachjes bij de vleet.

Dat wij kussen berust op louter toeval.
Wij doen niet mee aan valentijn.

Oplosbaar in melk

zapnimf1kleindonkerroze-op-paars1    Het boodschappenlijstje ging al een paar dagen mee.
Eens lag het op de keukentafel.
Dan slingerde het op de livingtafel. Op een gangkastje. In mijn jaszak.
En bij gebrek aan winkeltijd terug op de keukentafel.
Gestaag groeide het aan.
Zoonzap wenste er eigenhandig camembert bij.
Een ander kinderschrift plakte er chocolade tussen.
Deo. Vogelzaad. Paprika’s. Voor ieders geur en smaak.

Vandaag trok ik dan eindelijk met dat gemeenschappelijke briefje op pad om de lege voorraadkast aan te vullen.
Wat lees ik helemaal onderaan? Zo middenin het warenhuis?

“pakje liefde (oplosbaar in melk)”

Eigen lof stinkt. Het goud van de ochtendstond in de mond ook.

zapnimf1kleindonkerroze-op-wit      – Ziet gij mij nog graag? (rara… ikke)
– Natuurlijk, wat vraag jij nu? (hij)
– Waarom is dat dan?
– Omdat je grappig bent.
– Ja, dat is natuurlijk wel waar.
– Omdat je jezelf zo grappig vindt.
– Ja, dat is eigenlijk ook waar.
– Omdat je een rare kop trekt als je lacht.
– O? *kop rap in plooi*
– Omdat je mij zo goed aanvult en aanvoelt.
Omdat ik tegen jou iets kan zeggen en gij snapt dat dan. Dat gebeurt ook niet overal. (denkt aan ’t werk – denk ik dan)
Omdat we voor 90% hetzelfde denken.
Omdat je vrolijk haar hebt.
Omdat je mooie handen hebt.
Omdat je je zo kan concentreren dat je weg van de wereld bent.
Omdat gij praktisch slim bent en ik onpraktisch slim.

– Amaai, maar zullen we nu verder doen in buikspreken?
– Hoezo?
*Wuif ochtendluchtjes weg*
– Dan moeten we wel conversatie verzinnen zonder b, p en m.

Er volgen een paar zinnen die onverstaanbaar zijn en ook heel vermoeiend.

– Is het eigenlijk ‘ik heb buikgesproken of ik heb gebuikspreekt’?
– Laat maar schattie…
Zullen we nog een uurke of wat slapen? Het regent voor de verandering. Nu ik toch weet dat je mij nog graag ziet…

Maar het was wel goedkoop!

zapnimf1wit-op-paars     Geen puik idee of ik grijp het bij de lurven.
Geen vergetelheid of ik heb ze al wel eens begaan.
Geen tuinblogger of ik wil erbij in een goed blaadje staan.
(Wat overigens ook geldt voor de rest van het mensdom, behalve dan misschien voor de domme mens, die wil ik niet per sé paaien, maar de rest? Geen grotere aandachtshoer als… ja ok, jullie snappen het.)

Zoals ieder najaar, kocht ik mezelf de pleuris aan bloembollen. Deze keer ging ik volslagen loos aan de minipaasbloemen.
Zoals bijna ieder najaar, bleven die zakjes onaangeroerd onder de carport rondslingeren.
Tuinbloggers inpalmen is één ding, maar daadwerkelijk gaan wroeten in moeder aarde, terwijl je evengoed ‘Castle’ op tv kan observeren of wat chicklit kan bladeren? (De terminologie past me al.) Dat is zooooo vermoeiend. En weerbestendig. En oers. O god, terwijl ik nu naar buiten kijk, merk ik dat de tuinstoelen en parasol nog steeds ergens rondzwerven in ons plantsoen.

DIGITAL CAMERA
Versta me niet verkeerd. Ik mag er graag in hangen, liggen, zitten, feesten, slapen, maar ik reikhals naar de dag dat al die groensels zichzelf kunnen reguleren. Binnen de perken.
Hoezo? “Het brengt me tot rust”??
Pakt dan een kalmeerpil.
Of doe zoals ik: niks. Dat is pas rust.

De herfst sloeg over in de winter.
Kerst en nieuwjaar sloegen toe.
En ik sloeg slaagde erin, midden in de Action -jeweetwel, daar waar je heengaat als je niks nodig hebt en verlaat met een volle kar- zo’n niet meer te vinden gloeilamp -ping- boven mijn hoofd te laten zweven. De glazen vazen waren in afslag. Ongeneerd graaide ik het hele schap leeg. Welgeteld vijf. Thuis vulde ik ze net voor de feestdagen met potaarde, die in een optimistische bui door mij in bulk was aangesleept. Ooit.
In één trek door pootte ik mijn verwaarloosde narcissen erin. Waarna ik de hele plantentuin de warmte van mijn waskot in sleepte.
Eentje voor mijn zus (kerst), eentje voor minizaps peter (2 januari), eentje voor de poetshulp, eentje voor minizaps meter (vorige dinsdag) eentje voor mezelf.

Tot zover mijn geniale inval.
Mijn zus moest het doen met een vaas grond. Bij de peter piepten er al enkele millimeters groen, de poetshulp verwelkomde reeds twee centimeter en de meters pot en die van mijzelf, sja… wij strelen iedere morgen enkele ongelijke stengels groen.

Kunnen die ondingen nu niet bloeien zoals in de commerce?
Gelijkmatig en wat rapper?
Dat je al die wortels zou zien, was ook niet de bedoeling.

 

Zo verveeld als een panda

zapnimf1kleinwit-op-lichtroze    Als surrogaat voor het heengaan van Plan B kreeg ik van mijn schoonzus de link van Welke.nl cadeau.
Voor alleman die ook wel eens kampt met creativiteitsopstootjes; dat is te vergelijken met pinterest.
Dat snuisteren werkt zo op mijn verslavingsgenetica dat ik me een opgelegde tijd instel met de kookwekker. Tussen de eerste en de laatste tik, verenig ik frenetiek alle franjes die me fraai lijken in lookbooks oftewel persoonlijke kijkvensters. De haalbare-kaart-knutsels foefel ik in een apart mapje : ooit te proberen en hopen dat het lukt.

Hopen dat het lukt…
Deze onfortuinlijken bezorgden me tranen van het lachen.

Bron : Bored Panda

De pure bakfietswijverij

zapnimf1kleinlichtroze-op-wit    Anderhalve maand te laat, maar ik wil toch eens gezegd hebben hoe jammer het is dat Plan B wijlen is.
‘Plan B? Plan B?’ hoor ik u sputteren.
Plan B was een half uurtje puur genieten per dag op VIER. (VIER? VIER? Dat is een tv-zender.)
Helaas waren Mme Zsazsa en ik de enigen op aarde die ernaar keken. Zij dan nog omdat ze erin mee speelde.
D’r zat geen reclame in Plan B. Dat alleen al is reden om te kijken. Hoe zeldzaam.
Maar dan nog keek ik uitgesteld, want in de drukte van de vooravond, kon ik echt niet mijn kookpotten, de agenda’s, de praktische regelingen in de steek laten.

Het concept was totaal onrealistisch : al wat je hier ziet, kan je zelf thuis ook knutselen.
Jajajajajaja. Toch, zo sympathiek maken ze ze niet meer.

De eerste maanden dribbelde een hartstochtelijk manspersoon doorheen zijn moestuin en demonstreerde the dos and the don’ts van duizend soorten groenten.
Na iedere aflevering verlangde ik haast naar een midlifecrisis waarbij ik mijn huidige staat van leven aan de wilgen wou hangen en mezelf een bioboerderij in Galicië gunde.

Groentenman werd bij de aanvang van de winter vervangen door een koppel couchsurfing girls met camera. De inboorlingen van de vreemde steden deden hun best, maar ik vond het idee van ‘ontspannen’ terrassen naast een drukke baan, over hekken klimmen om een stadszicht te bemachtigen net iets te ingewikkeld om er de lol van in te zien.

Beter werd het toen ene Titus, gepresenteerd als een handige harry, meubels eigenhandig ging bricoleren. Tussen de bedrijven door mikte hij klontjes suiker in een glaasje van op 20 meter afstand. Ik vermoed er nog steeds een illusoire truuk achter. Titus, die ik in een vorig leven nog herkende als acteur, freesde schuine kantjes en voren, laste rommelmarktbrol tot design, cirkelzaagde de poten van kasten, figuurzaagde een speelgoedgeweer, plakte houtlijm tot een trap van 13 meter. En allemaal zonder veiligheidsbril of handschoenen. Heel plezant om op drie meter afstand van het scherm gade te slaan, maar hola, iedereen die zich waagde aan zijn project om een bad te vervormen tot een schommelstoel, mag zondag bij mij thuis komen eten.

Mme Zsazsa en Dorien Knockaert planden iedere week een feestje en verzorgden in één trek de attributen ervoor. Op kot, kantoor of kantine overal sloop er ambiance in.
Grappige ideeën alom, maar bij je eigen wandelfeestje denk je wel : Zot? Al dat werk voor één dag? En ook : geef mij die kettingzaagkabouters en mijn hof wordt een permanent fuifgebied. Ondertussen roerde Dorien in potten met ingrediënten en knisperde er iets exotisch mee.

De minister van de dag of het ministerie van ideeën brachten allerlei initiatieven aan het licht, waarvoor je al echt een chagrijn moest zijn om er niet van te smelten. Biologisch, hergebruik en sociale ontmoetingen in één.
Ik werd er helemaal bakfietswijf van.
In de goeie zin.
Als mijn broodtrommeltje een slaatje herbergt, dan voel ik mij bakfietswijf.
Als mijn collega op haar naailes mijn trouwkleed in elkaar naait, dan noem ik haar een bakfietswijf.
Als mijn plattekaastaart gelukt is, ben ik bakfietswijf.
De kerel die op zijn elektrisch brommertje naar Volta ruisde : bakfietswijf.
Bakfietswijf als pars pro toto voor een hele levensstijl.
Maar ze moeten niet gaan treuzelen op het fietspad, die bakfietswijven, want daar krijg ik het van.

Kortom, Plan B is ware bakfietswijverij. Je voelt je gezond, milieuvriendelijk en ’t is plezant bovendien.

Probeer het alleen niet thuis na te apen, dat komt niet goed. (zie morgen)

Kijk eens op de deur van de bekkenbeul

zapnimf1kleindonkerroze-op-wit2    De zon scheen en de tandarts lonkte.
Opnieuw : de zon scheen en ik had een afspraak met de tandarts want ergens achteraan vond ik vorige week een gecraqueleerde kies die gevoelig werd bij warm of koud voedsel.
De zon bleef echter niet schijnen. Dat werd ik zo heel precies gewaar op de fiets, toen ik halverwege een razende hagelbui mocht incasseren. Ik vreesde voor mijn poppemiekesgezichtje dat vanaf nu voor eeuwig putten zou vertonen. Mijn dijen dachten dat ze in de diepvries naast de kiekenbillen begraven waren. Drie pogingen waren nodig vooraleer mijn gedesoriënteerde vingerworstjes het knopje van de bekkenbeulbel raakten.
In de wachtkamer, zo’n 21 graden warm, smolt de pel hagel die me bedekte, tot stromende beekjes over haar, lijf en vloer. De andere toekomstige patiënte keek vol medeleven van mij naar haar Porsche voor de deur. Ik keek ook vol medelijden naar mezelf en bij gebrek aan luxewagen gewoon naar de deur. Om me toch maar een houding te geven, las ik op het briefje aan diezelfde deur : Indien u een afspraak niet nakomt en ons niet 24 uur op voorhand verwittigt, rekenen wij 20 euro administratiekosten aan.
Terwijl ik mezelf met hardnekkige concentratie probeerde droog te verdampen, leerde ik dat de andere mevrouw ook om tien voor 12 verwacht werd. Toen de smoelensmid himself in het deurgat verscheen, vroeg de ander -ik had het nog te druk met druppen- wie hij in zijn stoeltje wou. Verbouwereerd trok de gebitsdokter zijn kop terug en stamelde enkele seconden later haar naam. Niet erg, zielig kijken en gegeseld zijn door natuurelementen en moeten wachten, gaan heel goed samen. Tot twee minuten later de bevallige assistente haar intrede deed en iets prevelde over foutje, nieuwe digitale agenda, niet in voorkomen, al eens meer gebeurd, hun schuld. En nieuwe afspraak.
Boos briesen, gegeseld zijn door natuurelementen en onheus behandeld worden, gaan ook heel goed samen.
“Indien u een afspraak niet nakomt en niet binnen de 24 uur verwittigt, krijg ik dan ook 20 euro?” sneerde ik.

Twintig minuten later was’t aan mij. Zijn boterhammen moesten maar eventjes wachten.

Met flair en (zonder) wimpel in het kastje

zapnimf1kleindonkerroze-op-paars     Eergisteren op een fuifje, georganiseerd door de ouderraad, wenken twee mannen dat ik erbij moet komen staan.
Ze smiespelen tegen elkaar:
“Nee gij.”
“Nee, gij, ’t was uw opmerking.”
“Gaan we dat echt vragen?”
“Allez vooruit.” stompen ze tegen elkaar.

Ondertussen pijnig ik mijn herinneringen om die twee ergens in een ver verleden te situeren in mijn klas.
Gezien mijn geheugen met haken en ogen aan elkaar hangt, lijkt het me het simpelst om het gewoon te vragen of ze oud-leerling zijn. Neen dus. Maar wel vader van twee hedendaagse leerlingen.

“Hoe oud denk je dat wij zijn?”
“Aan jullie over en weer gepook te zien en gesemmel, nog niet in het volwassendom.”
Dit laatste denk ik slechts. Ouders van tegenwoordig kunnen hun expertise immers op eigenwijze trant in je strot rammen. Ze zijn het ook meestal niet eens met je bevindingen. In dit geval kan ik hen nog snappen.

Eentje schraapt in tussentijd wat moed bijeen en vraagt :
“Stond jij een tijdje geleden in de Flair?”
“???” frons ik.
“Jawel, ontken het maar niet, jij was dat. Zeker weten.”
“Wanneer moet dat dan geweest zijn?” pik ik in.
“Al een eindje terug. En je stond heel goed op de foto.”
“Toch niet. Toch niet.”
“Je wil het niet gezegd hebben, hein, maar wij weten het wel hoor.”
“Aha, in welke hoedanigheid?” pols ik.

De twee loeren naar mekaar met een gezicht van ‘hoe-is-t-mogelijk?.
“Naakt natuurlijk.”

Achter mij klinkt ‘The model’ van Kraftwerk.
Tijd voor nog eens een danspaske, denkt dit naaktmodel.
“Hang maar in ’t kastje aan de schoolpoort, ik zie het daar wel”.

Zij tegenspoed, wij tegen spoed.

zapnimf1kleinpaars-op-zwart     Nu pas begrijp ik waarom het jeugdig grut vergroeid is met de mobiele telefonie.

Eerst ratelde er een melodietje bij minizap. Zij schoot staandevoets in een lachstuip en vroeg : “Waar is moose?”
“Aan de computer boven,” antwoordde ik.
Aldus knipperde ze half hardop met haar duim : “Moose is boven en beschikbaar.”
De twee jongste dochters keken uitgesteld naar een uitzending die ongetwijfeld hun leven een andere wending zou geven en hun dood zou betekenen, mochten ze dit programma skippen. Ik blogde met hetzelfde fanatisme. Je smijt jezelf weerom de verslaving in of je bekent meteen dat je een plant bent.

Geen vijf seconden later piepte mijn handtas op de keukentafel en krulzaps hand zoemde en beefde simultaan. Stel je voor dat je tv kijkt zonder je gsm vastgekleefd ergens op je huid. Ongehoord!
We lazen saam :

“Heeeeelp. Ik zit boven op de pot en het wc-papier is op!”
Afzender : puberzap

“Sja”, respondeerde ik, “niet slim hè?”

Krulzap reageerde : “Pas op, dat droogt vlug op hoor.”

Ons gelijkvloers triumviraat deinde uit van een gniffelhoop tot een schaterberg.

Het volgende bericht bereikte ons meteen :
“Hoooooooo kom nu gewoon wat brengen of ik veeg mijn kont aan de muur af.”

Terwijl ik bedacht dat er iets mis is gelopen met mijn opvoeding, sjokte minizap haar zus ter hulp.
Op haar gemak.
Eentje bijna van het gemak.