Laat ons wederom starten met een onomatopee

zapnimf1kleinlichtroze-op-donkerroze1 Koekoek!

Ziezo.
Less is more.
Als blogherstart volstaat dit. Toch?

(Stel je voor dat ik meteen van moment één de mensen zou overdonderen met een brok barok gebazel.)
(Stel dat er niemand komt kijken, zal ik hier eens het vuur uit mijn zolen schrijven zekerst? Daar begin ik morgen wel mee.)

Koekoek dus.

Een opnieuw bewegende koekoek.

Geheime kerstzap

    ‘k Heb mij op de valreep nog ingeschreven.
Zo kan ik reclaam maken voor al wie mee wil doen : tot middernacht kan je nog inschrijven.
En nu krijg ik schrik : stel dat men mijn zelfgeprulde dingen niet kan smaken, wat dan?

Nieuws dat insloeg als een bliksem

  Antwoordt zoonzap eerder deze week op mijn vraag :”Neen, ik ga niet naar Pukkelpop. Mijn geld is opgegaan aan Graspop.”

Mag ik dan nu bekennen dat ik toch een beetje opgelucht ben?

Een harig bobsleemeisje in mijn bed

 Je kan er donder op zeggen, moose voorspelt iedere avond wat hij die nacht zal vertegenwoordigen :

– Vannacht ben ik een bobsleemeisje!
– Ik ga dromen dat ik een onderzeeduikboot ben. (slobbergeluidjes)
– Waarover…? Een vuurpijl, dat lijkt me leuk.
– Is het volle maan? Ah, dan zal ik de prairie ofwel rotsen zijn straks.

Soms is hij ook gewoon een (hele vage) zeer geheime organisatie, het gras onder een koeienvla of de schuifdeur van de Aldi.

De fantast.

Gelukkig ben ik verstoken van zulke buitensporigheden.
Ik eet enkel het bruidsboeket van een collega op in mijn dromen.

 

De deerne en haar eeuwigblijvende zichzelf : een aandachtshoer

 Eén link was er nodig om mijn tweede hoogste bezoekersaantal ooit te halen.
Op 25 juli 2011 zakten 525 nieuwsgierigen af om te constateren dat deze weergaloze fratsen ruim twee jaar in een fletse slaap verkeerden.
Wie doet beter tijdens zijn dut?

Vanaf nu is Mme Zsazsa mijn nieuwe beste vriendin!
Zij schreef dat ik steeds mezelf blijf, waar dan ook.
Nuja, ze bedoelde het misschien net iets minder sereen als het klinkt, maar er bleken toch maar 525 schapen te grazen op haar webwei die dat wel eens wilden uitproberen, mijn zichzelf stilstaande bloguitzicht.

Aan mijn andere bijna beste vriend(in) die een bundel volk doorstuurt via facebook, maak u bekend, want ook vanuit die hoek wordt er aan zapnimfje kijken gedaan. En ik heb daar niet eens een profiel.

Pas nu, helemaal op het eind van mijn zelfverheerlijking, besef ik wat een aandachtshoer ik wel ben.
Het alternatief is een ander blogstuk schrijven…
Nhààààà.

Chocolatemoose was al opgegeten

Dus werd het appelmoose.

Toch nog very moos-ie :

 

Schijt een flamingo roze?

  

   Het zelfuitgeroepen potentiëel in huis wil nog beter doen dan zijn zus vorige week :
 
“Groeit kaas aan bomen?”
 
Er bubbelen in mij nu twee bedenkingen :
– Met zo’n titel zou eender welk kinderboek een bestseller worden.
– Iemand geïnteresseerd in de adoptie van een 13-jarig tuigje van de richel? Niet geschikt voor de opruim, vreet als een sprinkhanenplaag en heeft een beperkte kennis van zuivelprodukten.

Afschaffen die handel (of hem bij papa organiseren)

  

   Volgens mij zijn examens uitgevonden om de ouders te pesten…
We zoeken hier met zijn allen wat tijd om te ademen tussendoor.
 
Zegt puberzap tijdens het middagmaal : “Seg moeder, ik vond die hesp van het merk ‘Jambon’ toch lekkerder hoor.”
 
Ojee, haar proefwerk Frans morgen zal weer grandioos verlopen…

Een ezel se répète wel twee keer l’histoire aan stootsteen

  

zapnimf1kleindonkerroze-op-lichtroze   Een mens moest zijn boekentas eens iets vroeger beginnen uitladen…

Zal ik het ooit leren?

april 2008 : de-teloorgang-van-de-mandarijn

augustus 2009 :

mandarijntje_001.knip

Laat ik bidden dat ik in 2010 niet overschakel naar banaan!

The return of the zapnimf

  

zapnimf1kleindonkerroze-op-lichtroze   (Omdat het vaderdag was)

Boenk!

Tjakkaaaaa!

Yieeee-haaaaaa!

(draai mij eens om)

 

Oké. En nu?

Loft in twee dimensies

  

zapnimf1kleinlichtroze-op-donkerroze1   Hmm.
Laat ons zachtjesaan terug het klavier beroeren.
Alle herbegin is moeilijk.
    
Vooral als je de dag voordien vré-se-lijk hebt afgezien.
Wat zeg ik? Affreus lijden. Schabouwelijke pijnen verbijten. Bijna knappen van miserie.
   
Dan heb ik het (weeral) over een lichaamsfunctie die – ik wil het niet eens uitrekenen hoeveel die procentueel van mijn tijd/acties/bestaan beïnvloedt – te vlot werkt.
   
Maar kom, ik mag mijzelf nog ontzien in het schriftelijk ontrafelen ervan, het is immers mijn eerste poging om terug in blogroutine te geraken.
De Huisvrouw heeft zich aan die taak gekweten. En met verve. Het moet gezegd worden.
Allen daarheen.
   
Makkelijk zeg.

Wat een speleding kan overkomen

  

   Ik Fez, jij Fezt, wij fezzen.
En eergisteren Fezde ik.
Dé Fez, het Marokkaanse restaurant in de kloosterstraat in Antwerpen. U voedert zichzelf daar toch ook?
Uw zapnimf reeds voor de tweede maal. En waarschijnlijk tevens de laatste keer.
Indien u van het nieuwsgierige type bent, verwijs ik u gaarne naar jutblogt alwaar enkele relaasjes reeds hun plek hebben gevonden. Omdat het nu eenmaal met die troep losgeslagen mossels was, waarmee ik mij aan het schransen waagde.
   
Maar maar. Blijft u vooralsnog hier. Want ik ga het lekker over een vibrator hebben! Jaja, zo’n trilding voor de verzachting van pijnlijke nek- en schouderspieren en zijn afdwalingen naar minder oppervlakkige stimulering : het diepteonderzoek zeg maar.
Van een vibrator terug naar Fez, het is slechts een klein (gedachten)trapje. Het trapje onder tafel afkomstig van de laars van Huisvrouw die mij deed opschrikken uit mijn dagdroomspiraal.
   
Met het staren naar de lampionnen aan de lambrizering, terwijl ik daar voor pampus lag, ingebed in veloeren kussens op een bankje, stak de herinnering weer de kop op : mijn eerste kennismaking met de uitheemse maaltijd geserveerd in dezelfde eetgelegenheid.
Dat was met mijn homovriendjes en een bevriend koppel, die hun spaarcentjes hadden uitgelegd omdat ik zo’n toffe ben en toevallig jarig toen. Tussen de couscous en wat zelfingenomen blikken door kreeg ik een langwerpig pakje toegeschoven.
U weet uiteraard al wat, daar ik hierboven de clou al in uw maag heb gesplitst.
   
Het leek wel trendy, in het eerste jaar na de scheiding. Iedere gelegenheid was prima om die zielige turf zapnimf wat surrogaatplezier te verstrekken in de amoureuze en pornografische sfeer. Naast een tiental anonieme valentijnkaarten van lepe vriendinnen, kreeg ik dat eerste jaar ook nog : Chinese balletjes met zoemfunctie, die shampoo waar de hoofdrolspeelster in de reclamespot onder de douche zo hard kreunt alsof ze postuleert voor de erotische prent die in de studio ernaast werd opgenomen, niet eens ordentelijk uitgescheurde zoekertjes van vrijgezelle mannen uit de flair, kikkerprinsen op tassen en kaarten, fallusrietjes, een boek kaarten met blote venten en allerlei verwijzingen naar Jacky met zijn lamme arm. (Die mediageile gigolo die naast de fiscus ook nog vele vrouwen rolde(bolde). De minder mobiele sukkelaar leefde van een uitkering toen hij de ideale zwarte job vond. Zwart als in nacht, moet hij gedacht hebben, want overdag kwam hij te pas en te onpas zijn boek – ‘Mijn leven tussen de lakens’ – en zijn begaafdheden etaleren op tv en in de boekskes. Op een dag vind je de job van je leven, Jacky Secke, en dan word je gejost natuurlijk!)
Zo ontving ik van vriendelijke collega’s een grote pot yoghurt, van het merk Jackie, met aan de zijkant twee kartonnen armpjes geplakt waarvan er slechts eentje kon bewegen via een splitpen. Spitsvondig genoeg, mijn vriendenkring, maar een tegoedbon… ho maar!
   
In bovenstaand licht bekeken, keek ik niet eens scheel bij het openmaken van een bewegende dildo. Trouwens… in datzelfde licht, kreeg ik de invitaties destijds tot deelnemen aan talloze upperdare party’s niet meer verwerkt – goed gerief pertang – en had ik mijn voorraad hulpmiddelen reeds ingeslagen.
Ik bekeek het staafje argwanend. Moest dit een speeltje naar mijn formaat voorstellen? Gierige projecteurs van eigen (aars)maten! Zo’n miezerig stukje plastiek in mijn bijzijn! Ik voelde me terstond in de poep gepakt. Yo mannen, serieus blijven hè, er zit hier wel iemand voor jullie die al vier keer de rek in de uterus en zijn uitloopsels heeft meegemaakt. Flexibel. Omdat het nagerecht nog moest verschijnen en ik daar nog van wilde genieten, hield ik deze grondinborende flitsen voor mezelf en zei braaf : “Dankuwel lieverds, mmmm mmmm!”
   
Daags nadien holde ik met het geschenk naar S., net uit de echt gescheiden, met een taille als de steel van een parasol en bovendien slechts twee keer barend geweest. Zij moest haar experimenten maar voorzichtigjes opstarten zo redeneerde ik en ik kon haar daarmee blijmaken! Ok, beige is ook niet bepaals mijn meest lustopwekkende kleur, maar S., sinds wanneer ben jij aanhanger van ‘ondank is ’s werelds loon’? Aanpakken! En rap!
   
Ze leerde er mee leven. Ze leerde er zelfs vrij regelmatig mee leven. In harmonie.
Soms in iets mindere omstandigheden. Die keer toen ze ging zitten en vergat dat…
   
Tot op een dag dat leven letterlijk overhoop werd gehaald door een inbreker. De rotzak had haar hele huis ondersteboven gedraaid.
“Ma, pa, kom snel”, zo hyperventileerde ze aan de telefoon, “bezoek van een dief gehad!”
Haar ouders, de politie, de buren… ze hadden in die mate empathie voor haar dat ze mee alle kamers kwamen inspecteren.
   
“Wat is dat daar op het midden van je bed?” vroeg een curieus iemand nog.
En een ander : “S? Wat doe je nu? Waarom spring je ineens tussen al die rommel? Je verknoeit de sporen!”
   
We hebben nooit nog iets vernomen van haar speelgoed.
   
Sjotsjotsjot.
Huisvrouw bracht me op haar eigen zachtaardige manier terug in het heden. Jutblogt en Fez.
En nu allen daarheen!

Mobieltjeshofmakerij

  
   Die ochtend op het schermpje van mijn gsm :
   
“Ik ben joeri dk… Kent gij de jens nog? Die wou u number hebben 🙂 Xx”
   
Met één oog dichtgeknepen die die worstjesrimpel tussen mijn wenkbrauwen veroorzaakt, waardoor mijn lippen in een navenant zorgelijke stand ploppen, herlas ik en pijnigde ik alle geheugencellen om mij een joeri of een jens te herinneren en bij welke gelegenheid ik ooit zo pathetisch kan geweest zijn om die eerste figuur mijn gsm-nummer te verklappen. De laatste keer dat ik stiepeldronken in de goot belandde, bestond de mobiele telefoon nog niet.
Joeri dk? Joeri dommekloot?
Maar allez, ’t was toch een meertalige, ook al iets.
   
Omdat ik geen zin had om mijn mooie hoofdje verder te breken over onbenullige berichten, schoof ik joeri en zijn gebrabbel naar de achtergrond en ging ik verder met mijn belangrijke dagelijkse ritus zoals een stoomlocomotief uit mijn boterham met smeerkaas bijten.
   
Een paar uur later viel een ander onbekend nummer mij lastig :
   
“haha ze vind mij wel n tofFe.. JENS DUS^^ Heb u graag<33”
   
Djeezes, deze kwaal breidde zienderogen uit en niet positief evoluerend. Aanbidders hebben kan leuk zijn, maar als ze schrijven als een kleuter, hoofdletters ertussen friemelen en mij met geheime tekens beginnen te bestoken?
^^ ? <33 ?
   
De gierigaard in mij hield mij tegen om Jenske de beginselen van stam + t terug te sms’en.
Heeft mij graag? Waar? Hoe? Ben ik iemands bezit dan?
   
Als de logische gang van drie, bereikte het volgende bericht mij nog een poosje later. Aha, dit bracht duidelijkheid en verwarring tegelijkertijd.
   
“en wa is ons (naam puberzap) allemaal aan t doen.. k aan’t sjote me joerii. jenske^^ Heb u graag <3”
   
Mijn hemel! Een fan van puberzap. Eentje die geen vraagtekens kent of hoofdletters of de regel der verdubbeling en hij spreekt haar al aan met (die van) ‘ons’! 
Help, mijn eerstvolgend werk in de opvoeding worden een paar lesjes smaakverfijning in die meid stouwen.
   
Op mijn beurt zond ik haar, ergens vertoevend in den vreemde, enkele telefonische woorden :
“Ga jij of ik aan je aanbidders Jens en Joeri laten weten dat ze hun liefdesverklaringen naar de ouwe moeder aan het sturen zijn? Kan je misschien ook even verklaren hoe dat zo komt?”
   
Geen kwartier later of puberzap stond (uren voor de normale aankomsttijd) naast mij gespannen te loeren naar die kramikkige schrijfsels van haar vriendjes. 
   
“Jee,” stamelde ze, “dat moest ik misschien maar niet meer doen, mijn gsm-nummer in het donker laten overschrijven. Blijkbaar heb ik jouw nummer onder hun neus geduwd.”
   
Inderdaad niet je beste zet, dochter. 
  

Let the beast go! Het materialistische en het lekkere

  
   Niemand die dit ooit had kunnen voorspellen, maar amper een jaar geleden woonden we nog tussen ziekenhuisgele muren, ploften we in een beginjarennegentigzetel en als je ietwat ongelukkig terecht kwam, verdween je in een of ander scheur. Toen Hills dvd/cd-verzamelingetje en zijn chique servies de overtocht maakten, voelden we ons verplicht van nieuwe en grotere kasten te kopen. Over die renovaties zijn minstens tien blogschijverijen terug te vinden in het verleden.
    
Snobistisch, maar plezant, iedere keer opnieuw je nieuwe meubels eens strelen bij het binnenkomen, de aardekleurige muren te kussen uit liefde voor onze prestatie. Echter, het materialistisch beest in mij ergerde zich aan dat ene detail dat nog niet vervangen was : de eetkamertafel en toebehoren.
“Een tafel mag leven” hoorde ik keer op keer als ik erover begon. Inderdaad, mijn beste, maar valt het jou ook op dat de linker- en de rechterhelft ieder naar hun eigen kant leven? Dit grenen Ikeageval – ovaal en met twee tussenstukken verlengd – begon allures te vertonen alsof het de Samariakloof zelve was. Zette je je kop koffie onzorgvuldig neer, duikelde die hups door een spleet, om zo rechtstreeks je voeten te verwarmen met een hete straal. Aan-ge-naaaaam! 
Van het blad kon je ons historisch leven afleiden : de ketchuppotafdruk van een boze voormalige aangetrouwde, de handtekeningen van kindermessen, de knutselresten die het poetsdoek uitlachten vanuit de viscositeit der afgesletenheid en als je het geduld had om met een hamer en beitel tekeer te gaan op die twee en halve vierkante meter, kon je genoeg kruim loswrikken om een broodpudding te fröbelen voor je schoonmoeder.  
   
Ik zou niet zapnimf heten als het lot mij niet een poepje zou geholpen hebben met deze laatste hinderpaal in mijn oog. Dat poepje was afkomstig van zoonzap, wiens zittechniek nog niet helemaal de verfijning bereikt heeft. De arme stoel kraakte, kronkelde, klapte en kletterde. Als beloning kregen de geklutste botten van zoon een chocoladereep : “Ach duts, daar kon jij hélemaal niks aan doen. Wat jammer, nu zullen we toch echt eens moeten uitkijken naar nieuwe – straks storten we allemaal ons staartbeen in de prak – stoelen. Oja, misschien ook ineens een tafeltje?”
   
De volgende te overwinnen kaap was een moeilijke. Moose is zijn naam, Moose. Obstinate hoeveelheid lekker dier met een ongezonde aversie voor meubelwinkels aflopen. Dit moest ik aanpakken met een lepe list. Een linke lepe list.
Maar hoe?
   
(wordt vervolgd)
    

Oog voor detail, helaas niet voor obstakel

 
 
   Hoe opmerkelijk!
Dat zit hier allemaal te hengelen naar details uit mijn privéleven.
Wie vraagt die krijgt! (Ober, voor mij een appetijtelijke jonge snaak aub! A point, in een romig sauske en niet te timide!)
   
Dus…
gisteren bevond ik mij in een zeer aangenaam gezelschap.
Stappekes aan het zetten.
Eén van die stappekes bracht mij een verdiep hoger van een etablissement omdat daar kon voldaan worden aan een primaire behoefte : namenlijk : het plassen.
Ornamentorisch was daar aan de buitenkant van de toiletdeur een sterk uitvergrootte lever aangebracht. Tweedimensionaal welteverstaan. Met benoemingen van alle onderdelen die er los of vast aan een lever kunnen zitten. Helaas kan ik u daar geen verslag van uitbrengen, want mijn drang om water af te laten was sterker dan mijn ingewandenkennis bij te schaven.
De praktijk was sterker dan de theorie, zeg maar.
Beetje stom van die eigenaars om niet te beseffen dat praktijk en theorie wel degelijk zouden kunnen samengaan, mochten ze lucide genoeg geweest zijn om hun blikvanger langs de binnenzijde te laten schilderen. Ik vermoed dat ze gingen voor de kwantiteit van het aantal blikken. Prestigeprobleem zoiets.
Toen ik dat allemaal bedacht had (een mens denkt wat af op zinvolle momenten), had ook mijn activiteit een mooi afgerond einde bereikt.
Opgelucht en helemaal klaar om er terug in te vliegen, je kent dat wel… haar nog eens door mekaar warrelen, eens verleidelijk pogen te kijken naar je spiegelbeeld terwijl je het nat van je handen staat af te zwieren, jezelf afvragen hoe je ineens aan die pandalook komt en dan ineens beseft, bij twintig centimeter dichter, dat het restanten van mascara zijn die niet meer op hun oorspronkelijke plaats hangen, die nog natte vingers gebruiken om tevergeefs te proberen van die waterproof af te vegen om uiteindelijk te berusten in het onvermijdelijke en jezelf wijs te maken dat je zelfs met zwarte vegen toch wel heel sexy eruit ziet vandaag, bon zo dus, tippel je heel vrouwtjesachtig en zwierig en al een voorbereidende glimlach op het gelaat die trap terug af, onderwijl kijkend naar prachtige versiersels in nissen aan de zijkant…
en dan KNAL!!…
tegen een godverdekselse balk die in dat mooie decor juist vijf centimeter te laag hangt om je een onbelemmerde doorgang te verzekeren.
   
In slow motion gaat dat als volgt : kijk opzij, bewonderend en lachend, tanden half bloot, je draait je net terug naar een vooraanzicht, je mooie lange blonde lokken lijken op een commerciële spot van een Fructis Laboratoire Garnier shampoo… en dan PLOOOINK, terugslag… je kijkt nu heel verwonderd omdat je niet weet wat er gebeurt, geëpileerde wenkbrauwen schieten (maar dan traag) de hoogte in, je spant je nekspieren om te vermijden dat je achterover valt als zo’n doodgeschoten cowboy en die vallen dan nog meestal gewoon op de grond, terwijl jij op die trap wel eens ergere toeren zou kunnen uithalen terwijl je ooit achteloos die cursus stuntvallen bij het oud papier hebt gesmeten, en nu dik spijt daarvan natuurlijk, dat spannen van die nek drijft je terug naar voren en zo veroorzaak je een tweede PLOINK, maar deze keer niet meer zo knoerthard.
   
Bon.
’t Deed geen pijn.
Patrons mogen dan al geen verstand hebben van versiersels op wc-deuren, ze waren wel zo voorzienend geweest om die balk in te pakken met een pel isolatiematerieaal dat je normaliter rond buizen ziet in het sanitaire equipement.
   
Van mijn hele pose bleef geen grein meer over en gebukt (je zou voor minder) onder mijn eigen gebulder zette ik mijn tocht naar het gelijkvloers als een krom wijffie verder.
   
Ik mag hopen dat ik daarmee heb voldaan aan jullie zucht voor detail!
Graag gedaan!

Ik wilde Johnny Rotten knippen!

   
zapnimf1kleinlichtroze-op-paars.jpg    Duizenddriehonderdtwintig euro heb ik mijn vader ongeveer uitgespaard. Als we ervan uitgaan dat hij driemaandelijks naar de kapper zou gaan. Want, lezende medemens, al tweeëntwintig jaar lang neem ik de kortwieking, inclusief oor- en neushaar, van hij die me verwekt heeft, op mij.
(Ik aanhoor uw applaus en neem het dankbaar in ontvangst.)
  
Hoe dat ooit zover is kunnen komen?
Sja, in volle puberteit en op halve kracht verstand, kreeg ik ergens in de vroege jaren tachtig de ingeving dat de punkwereld dringend nood had aan geschoolde kappers. Niemand die het nodig vond om te opperen dat die gekleurde stekelbeesten op knikkers van anarchisten door hun baas zelf onderhouden werden. Of dat rages van voorbijgaande aard zijn meestal. Nope.
  
Wat vooraf ging.
Moeder overste, bijgenaamd ‘dé non’, ontbood mijn vader en mijzelve ergens op het eind van mijn derde jaar ASO in haar heiligdom en legde erg gul en breedsprakerig haar grieven, vooral betreffende mijn vestimentaire overtredingen, op tafel. Het was een lust om te zien hoe onze pa, die in een vorig leven ook ooit een mentaal nonnenletsel heeft opgelopen, ze er een voor een weer af veegde.
  
– “Meneer, uw dochter komt in legerlaarzen met netkousen naar school!” *toegeknepen oogjes ter zelfvernoeging*
– “Mevrouw, me dunkt dat in het schoolreglement bij het hoofdinkje ‘uniform’ staat dat zwarte schoenen en kousenbroeken toegelaten zijn?”
Non briest.
– “Een van onze surveillantes zag haar afgelopen weekend op de kermis van het dorp rondhangen met een grote zwarte hoed!”
– “Dat zal dan die van haar grootmoeder zijn, ze delen hetzelfde hoofddeksel en wat was uw punt?”
  
Hoe super ouweluitjes ook uit de hoek kunnen komen, wonderen kunnen ze niet verrichten, anders was die non allang opgelost in het ijle. De wrede virago gaf me een schop onder de kont tegen mijn te korte rok in verkeerde stof en met te grote splitten en verbood me de toegang tot schooljaar ’83 en volgende.
  
Bon, time for something completely different.
’t Was toen dat ik dus visionair de zelfkant van de maatschappij onder mijn knipschaar zag metamorfosen tot verzorgde piekjes.
Tijdens de grote vakantie die het coiffeurtijdperk inluidde, wilde ik mijn natuurlijke talenten reeds uitproberen. Niet gehinderd door kennis van zaken of aangepast materiaal, sleurde ik het minst tegenspartelende slachtoffer – weerom mijn pappie – de buitenlucht in en ging hem te hoofd met de botte keukenschaar. Laagje na laagje ontvouwde zich een model op zijn kruin dat zijn evenknie tot op heden nog niet heeft gevonden. Het Jommekesfrisuur in vijf lagen.
(Ik hoor de snerpende stem van de pipo van ‘herenkappen’ nog in mijn oor fluiten bij mijn eerste meegebrachte – alweer hij – ‘klant’ : “Ola!? Wat hebben we hier? Ene coupe ananas!”)
Over mijn twee jaar in de ‘Cadixstraat’, richting haartooi kan ik kort zijn : Veel heb ik er niet geleerd, behalve dan dat ik twee linkerhanden heb. 
Lollig was het anders wel. Kilo’s haar uit poppenkoppen trekken, omdat het het aandurfde van uit mijn kunstig gedraaide permanentwikkels te springen, met de plantenspuit – de haarbevochtiger voor het chique volk onder ons – de creaties van mijn veel handigere klasgenoten verbrodden, om te lachen iemands haar wassen met ijskoud water… 
Pas toen ik met mijn kam op de pruiken van het cliënteel (op vrijdag mochten arme dutsen uit de buurt zichzelf laten opknappen tegen een zacht prijsje) begon te meppen, besefte ik dat, nu de punk toch was verdrongen door de new wave, ik misschien beter boekhouder ofzo zou worden.
  
Jarenlang werd er door familie, vrienden en kennissen die niet te nauw keken nog een beroep gedaan op mijn ambacht zonder diploma. De wubbe kreeg ik ervan. Tot ik mijn soelaas aansprak en we gezamenlijk besloten dat een verknipte oorlel hier en een nekscheersnee daar de snelste weg was tot terug tot het lui-dom te kunnen weerkeren. 
Alzo geschiedde.
Alleen mij vader blijft nog volharden. Volgende keer doorboor ik zijn neusvleugel!
Ook de dichte kring rondom mij werd nog een tijd lang van kapsels voorzien, maar nadat ik zapsel twee met de tondeuze had bewerkt, per ongeluk zonder kapje en hij de kale streep niet echt trendy vond, hebben ze hier collectief besloten hun haardracht te laten verworden als die van Raponsje.
Al lijkt de jongenszap meer op Lemmy van Motorhead, maar dat is slechts een detail.
  

Als ik hier mijn ei kwijt mag…

  
zapnimf1kleinlichtroze-op-donkerroze.jpg    … dan houden we het vandaag bij een mandjevol paradoxale geklutste.
  
07.15u : Waarom noemt men zijn gevoeg doen in het kleinste kamertje eigenlijk ‘op het gemak zitten’?
Sowieso een woordgroep uitgevonden door een eenzame stakkerd die, en daar durf ik niet alleen mijn hand maar ook de rest van mijzelf – te beginnen met die afschuwelijke zetel – dat brandbaar is, voor in het vuur steken, want al twaalf en driekwart jaar lang heb ik nog nooit, ik herhaal, nooit op mijn gemak gezeten tijdens boodschapjes groot of klein zolang mijn recalcitrante gezinsleden zich verwijlden in een straal van vijftig meter.
Vraagjes worden opgespaard tot mammie zich even terugtrekt in de retirade.
Of ze moeten ook plots en wachten kan alleen maar aan de binnenzijde van de deur.
Of ze hebben ineens een scheidsrechter nodig bij het haartje trek/kaaksbeentje stomp/knietje raak… zeer sociaal, mijn kindervreugd, altijd te vinden in een knot broer en zussen.
  
08.18u : Waarom zit mijn brievenbus vol dure vierkleurendrukharses geperst op verkiezingspropaganda van zij die mijn steun willen voor het komende gemeentelijke beleid, terwijl net een aantal van diezelfde koppen beslisten dat ik gratis een zelfklever ‘Geen reclamedrukwerk’ mocht afhalen bij de gemeente om zo mijn keuze duidelijk te stellen?
De kiezer heeft altijd gelijk?
Bullshit!
Stierenstront zelfs!
Behalve uw eigenste zapnimf, die machteloos met alcoholstiftige pijltjes en uitroeptekens de slogan op de klever accentueert, kan ik in mijn eigen kanton alleen al zo’n 33 % van de bevolking aanwijzen die weerom TERECHT ongelijk zullen hebben over tal van dagen.
   
10.35u : Waarom kom ik er bij de apotheek achter dat mijn anticonceptiemiddel per drie maand wél wordt terugbetaald, de doos met zes maanden – de tijdsspanne op het voorschrift waarmee ik boven de toonbank wapperde – uit de handel is genomen ( voordien ook met tussenkomst van het ziekenfonds) en dat ik bijgevolg verplicht werd te kiezen voor een gezinspak, dat in deze slechts door één lid van de familie zal geslikt worden, van dertien maanden, uiteraard volledig zelf te vergoeden.
Het lijkt op een maatregel om de vergrijzing tegen te gaan. Drie maanden onvruchtbaarheid afdwingen, kan nog net, maar owee als je ruim een jaar van bil wil gaan zonder de gevolgen ervan te dragen! Maar ik heb al vier keer gedragen! Is mijn burgerplicht nu nog niet vervuld?
(Eerlijkheid gebiedt me nu, met tegenzin, te melden dat zo’n megaverpakking in verhouding toch nog goedkoper is dan je paargedrag per drie maanden aan te passen.)
Nog een kantlijn, toe maar, uit goeie bron (eentje die niet uit mij ontspruit… om eventuele speculaties over mijn losbandige leven te ontkrachten) weet ik dat een abortus twee keer niks (lees : twee euro en een klets) kost, afgezien van de mentale rekening dan.
Begrijpe wie begrijpe kan.
Ooit : Bij de aankoop van een zwangerschapstest van het merk GB (speculeer voluit over mijn losbandig leven, mensen) de volgende zin gelezen : “Niet tevreden, geld terug!” 
Wow, service!
Ik was echter wel tevreden. Hij bleek negatief. 
  
10.46u : Waarom bemerk ik bij het voorbijlopen van een kledijzaak, gespecialiseerd voor dat maatje meer, dat de paspoppen in de etalage opgesmukt zijn met een maat 36? Gok ik, want ik mag mij nauwelijks een kenner noemen met mijn beruchte kledingkoopafkeer.
Die druk toch van het volmaakte lichaam, had ik een degen bij, ik liet/blies de stoom eraf en zou met graagte de gerante van de winkel eraan rijgen.
Ooit ergens gelezen in een kalligrafiewinkeltje in Brugge :
‘Een perfecte vrouw is geschapen voor een minnaar zonder verbeelding’
(naar Guy de Maupassant)
  
14.06u : Joehoe! Ik krijg sms van mobistar, dat ik twintig procent belwaarde meer ontvang, als ik voor het einde van de maand mijn kaart herlaadt. Laat ik daar gisteren nu net vijfenzeventig euro op bijgetankt te hebben.
Hebben ze daar geen zelfklever voor? ‘Geen idiote verkoopstunts, aub!’
    
15.09u : Als u mij nu zou willen verontschuldigen?
Ik verwijder mij even in al mijn maatjesmeerglorie, onderwijl krediet weggeeësemmend, naar de HUDO die ik zonder medeweten van de kids achteraan gegraven heb, om op de kersverse plasstick te urineren en intieme delen vegen doe ik met onze toekomstige gemeentemandatarissen.