Eigen lof stinkt. Het goud van de ochtendstond in de mond ook.

zapnimf1kleindonkerroze-op-wit      – Ziet gij mij nog graag? (rara… ikke)
– Natuurlijk, wat vraag jij nu? (hij)
– Waarom is dat dan?
– Omdat je grappig bent.
– Ja, dat is natuurlijk wel waar.
– Omdat je jezelf zo grappig vindt.
– Ja, dat is eigenlijk ook waar.
– Omdat je een rare kop trekt als je lacht.
– O? *kop rap in plooi*
– Omdat je mij zo goed aanvult en aanvoelt.
Omdat ik tegen jou iets kan zeggen en gij snapt dat dan. Dat gebeurt ook niet overal. (denkt aan ’t werk – denk ik dan)
Omdat we voor 90% hetzelfde denken.
Omdat je vrolijk haar hebt.
Omdat je mooie handen hebt.
Omdat je je zo kan concentreren dat je weg van de wereld bent.
Omdat gij praktisch slim bent en ik onpraktisch slim.

– Amaai, maar zullen we nu verder doen in buikspreken?
– Hoezo?
*Wuif ochtendluchtjes weg*
– Dan moeten we wel conversatie verzinnen zonder b, p en m.

Er volgen een paar zinnen die onverstaanbaar zijn en ook heel vermoeiend.

– Is het eigenlijk ‘ik heb buikgesproken of ik heb gebuikspreekt’?
– Laat maar schattie…
Zullen we nog een uurke of wat slapen? Het regent voor de verandering. Nu ik toch weet dat je mij nog graag ziet…

Maar het was wel goedkoop!

zapnimf1wit-op-paars     Geen puik idee of ik grijp het bij de lurven.
Geen vergetelheid of ik heb ze al wel eens begaan.
Geen tuinblogger of ik wil erbij in een goed blaadje staan.
(Wat overigens ook geldt voor de rest van het mensdom, behalve dan misschien voor de domme mens, die wil ik niet per sé paaien, maar de rest? Geen grotere aandachtshoer als… ja ok, jullie snappen het.)

Zoals ieder najaar, kocht ik mezelf de pleuris aan bloembollen. Deze keer ging ik volslagen loos aan de minipaasbloemen.
Zoals bijna ieder najaar, bleven die zakjes onaangeroerd onder de carport rondslingeren.
Tuinbloggers inpalmen is één ding, maar daadwerkelijk gaan wroeten in moeder aarde, terwijl je evengoed ‘Castle’ op tv kan observeren of wat chicklit kan bladeren? (De terminologie past me al.) Dat is zooooo vermoeiend. En weerbestendig. En oers. O god, terwijl ik nu naar buiten kijk, merk ik dat de tuinstoelen en parasol nog steeds ergens rondzwerven in ons plantsoen.

DIGITAL CAMERA
Versta me niet verkeerd. Ik mag er graag in hangen, liggen, zitten, feesten, slapen, maar ik reikhals naar de dag dat al die groensels zichzelf kunnen reguleren. Binnen de perken.
Hoezo? “Het brengt me tot rust”??
Pakt dan een kalmeerpil.
Of doe zoals ik: niks. Dat is pas rust.

De herfst sloeg over in de winter.
Kerst en nieuwjaar sloegen toe.
En ik sloeg slaagde erin, midden in de Action -jeweetwel, daar waar je heengaat als je niks nodig hebt en verlaat met een volle kar- zo’n niet meer te vinden gloeilamp -ping- boven mijn hoofd te laten zweven. De glazen vazen waren in afslag. Ongeneerd graaide ik het hele schap leeg. Welgeteld vijf. Thuis vulde ik ze net voor de feestdagen met potaarde, die in een optimistische bui door mij in bulk was aangesleept. Ooit.
In één trek door pootte ik mijn verwaarloosde narcissen erin. Waarna ik de hele plantentuin de warmte van mijn waskot in sleepte.
Eentje voor mijn zus (kerst), eentje voor minizaps peter (2 januari), eentje voor de poetshulp, eentje voor minizaps meter (vorige dinsdag) eentje voor mezelf.

Tot zover mijn geniale inval.
Mijn zus moest het doen met een vaas grond. Bij de peter piepten er al enkele millimeters groen, de poetshulp verwelkomde reeds twee centimeter en de meters pot en die van mijzelf, sja… wij strelen iedere morgen enkele ongelijke stengels groen.

Kunnen die ondingen nu niet bloeien zoals in de commerce?
Gelijkmatig en wat rapper?
Dat je al die wortels zou zien, was ook niet de bedoeling.

 

Zo verveeld als een panda

zapnimf1kleinwit-op-lichtroze    Als surrogaat voor het heengaan van Plan B kreeg ik van mijn schoonzus de link van Welke.nl cadeau.
Voor alleman die ook wel eens kampt met creativiteitsopstootjes; dat is te vergelijken met pinterest.
Dat snuisteren werkt zo op mijn verslavingsgenetica dat ik me een opgelegde tijd instel met de kookwekker. Tussen de eerste en de laatste tik, verenig ik frenetiek alle franjes die me fraai lijken in lookbooks oftewel persoonlijke kijkvensters. De haalbare-kaart-knutsels foefel ik in een apart mapje : ooit te proberen en hopen dat het lukt.

Hopen dat het lukt…
Deze onfortuinlijken bezorgden me tranen van het lachen.

Bron : Bored Panda

De pure bakfietswijverij

zapnimf1kleinlichtroze-op-wit    Anderhalve maand te laat, maar ik wil toch eens gezegd hebben hoe jammer het is dat Plan B wijlen is.
‘Plan B? Plan B?’ hoor ik u sputteren.
Plan B was een half uurtje puur genieten per dag op VIER. (VIER? VIER? Dat is een tv-zender.)
Helaas waren Mme Zsazsa en ik de enigen op aarde die ernaar keken. Zij dan nog omdat ze erin mee speelde.
D’r zat geen reclame in Plan B. Dat alleen al is reden om te kijken. Hoe zeldzaam.
Maar dan nog keek ik uitgesteld, want in de drukte van de vooravond, kon ik echt niet mijn kookpotten, de agenda’s, de praktische regelingen in de steek laten.

Het concept was totaal onrealistisch : al wat je hier ziet, kan je zelf thuis ook knutselen.
Jajajajajaja. Toch, zo sympathiek maken ze ze niet meer.

De eerste maanden dribbelde een hartstochtelijk manspersoon doorheen zijn moestuin en demonstreerde the dos and the don’ts van duizend soorten groenten.
Na iedere aflevering verlangde ik haast naar een midlifecrisis waarbij ik mijn huidige staat van leven aan de wilgen wou hangen en mezelf een bioboerderij in Galicië gunde.

Groentenman werd bij de aanvang van de winter vervangen door een koppel couchsurfing girls met camera. De inboorlingen van de vreemde steden deden hun best, maar ik vond het idee van ‘ontspannen’ terrassen naast een drukke baan, over hekken klimmen om een stadszicht te bemachtigen net iets te ingewikkeld om er de lol van in te zien.

Beter werd het toen ene Titus, gepresenteerd als een handige harry, meubels eigenhandig ging bricoleren. Tussen de bedrijven door mikte hij klontjes suiker in een glaasje van op 20 meter afstand. Ik vermoed er nog steeds een illusoire truuk achter. Titus, die ik in een vorig leven nog herkende als acteur, freesde schuine kantjes en voren, laste rommelmarktbrol tot design, cirkelzaagde de poten van kasten, figuurzaagde een speelgoedgeweer, plakte houtlijm tot een trap van 13 meter. En allemaal zonder veiligheidsbril of handschoenen. Heel plezant om op drie meter afstand van het scherm gade te slaan, maar hola, iedereen die zich waagde aan zijn project om een bad te vervormen tot een schommelstoel, mag zondag bij mij thuis komen eten.

Mme Zsazsa en Dorien Knockaert planden iedere week een feestje en verzorgden in één trek de attributen ervoor. Op kot, kantoor of kantine overal sloop er ambiance in.
Grappige ideeën alom, maar bij je eigen wandelfeestje denk je wel : Zot? Al dat werk voor één dag? En ook : geef mij die kettingzaagkabouters en mijn hof wordt een permanent fuifgebied. Ondertussen roerde Dorien in potten met ingrediënten en knisperde er iets exotisch mee.

De minister van de dag of het ministerie van ideeën brachten allerlei initiatieven aan het licht, waarvoor je al echt een chagrijn moest zijn om er niet van te smelten. Biologisch, hergebruik en sociale ontmoetingen in één.
Ik werd er helemaal bakfietswijf van.
In de goeie zin.
Als mijn broodtrommeltje een slaatje herbergt, dan voel ik mij bakfietswijf.
Als mijn collega op haar naailes mijn trouwkleed in elkaar naait, dan noem ik haar een bakfietswijf.
Als mijn plattekaastaart gelukt is, ben ik bakfietswijf.
De kerel die op zijn elektrisch brommertje naar Volta ruisde : bakfietswijf.
Bakfietswijf als pars pro toto voor een hele levensstijl.
Maar ze moeten niet gaan treuzelen op het fietspad, die bakfietswijven, want daar krijg ik het van.

Kortom, Plan B is ware bakfietswijverij. Je voelt je gezond, milieuvriendelijk en ’t is plezant bovendien.

Probeer het alleen niet thuis na te apen, dat komt niet goed. (zie morgen)

Kijk eens op de deur van de bekkenbeul

zapnimf1kleindonkerroze-op-wit2    De zon scheen en de tandarts lonkte.
Opnieuw : de zon scheen en ik had een afspraak met de tandarts want ergens achteraan vond ik vorige week een gecraqueleerde kies die gevoelig werd bij warm of koud voedsel.
De zon bleef echter niet schijnen. Dat werd ik zo heel precies gewaar op de fiets, toen ik halverwege een razende hagelbui mocht incasseren. Ik vreesde voor mijn poppemiekesgezichtje dat vanaf nu voor eeuwig putten zou vertonen. Mijn dijen dachten dat ze in de diepvries naast de kiekenbillen begraven waren. Drie pogingen waren nodig vooraleer mijn gedesoriënteerde vingerworstjes het knopje van de bekkenbeulbel raakten.
In de wachtkamer, zo’n 21 graden warm, smolt de pel hagel die me bedekte, tot stromende beekjes over haar, lijf en vloer. De andere toekomstige patiënte keek vol medeleven van mij naar haar Porsche voor de deur. Ik keek ook vol medelijden naar mezelf en bij gebrek aan luxewagen gewoon naar de deur. Om me toch maar een houding te geven, las ik op het briefje aan diezelfde deur : Indien u een afspraak niet nakomt en ons niet 24 uur op voorhand verwittigt, rekenen wij 20 euro administratiekosten aan.
Terwijl ik mezelf met hardnekkige concentratie probeerde droog te verdampen, leerde ik dat de andere mevrouw ook om tien voor 12 verwacht werd. Toen de smoelensmid himself in het deurgat verscheen, vroeg de ander -ik had het nog te druk met druppen- wie hij in zijn stoeltje wou. Verbouwereerd trok de gebitsdokter zijn kop terug en stamelde enkele seconden later haar naam. Niet erg, zielig kijken en gegeseld zijn door natuurelementen en moeten wachten, gaan heel goed samen. Tot twee minuten later de bevallige assistente haar intrede deed en iets prevelde over foutje, nieuwe digitale agenda, niet in voorkomen, al eens meer gebeurd, hun schuld. En nieuwe afspraak.
Boos briesen, gegeseld zijn door natuurelementen en onheus behandeld worden, gaan ook heel goed samen.
“Indien u een afspraak niet nakomt en niet binnen de 24 uur verwittigt, krijg ik dan ook 20 euro?” sneerde ik.

Twintig minuten later was’t aan mij. Zijn boterhammen moesten maar eventjes wachten.

Met flair en (zonder) wimpel in het kastje

zapnimf1kleindonkerroze-op-paars     Eergisteren op een fuifje, georganiseerd door de ouderraad, wenken twee mannen dat ik erbij moet komen staan.
Ze smiespelen tegen elkaar:
“Nee gij.”
“Nee, gij, ’t was uw opmerking.”
“Gaan we dat echt vragen?”
“Allez vooruit.” stompen ze tegen elkaar.

Ondertussen pijnig ik mijn herinneringen om die twee ergens in een ver verleden te situeren in mijn klas.
Gezien mijn geheugen met haken en ogen aan elkaar hangt, lijkt het me het simpelst om het gewoon te vragen of ze oud-leerling zijn. Neen dus. Maar wel vader van twee hedendaagse leerlingen.

“Hoe oud denk je dat wij zijn?”
“Aan jullie over en weer gepook te zien en gesemmel, nog niet in het volwassendom.”
Dit laatste denk ik slechts. Ouders van tegenwoordig kunnen hun expertise immers op eigenwijze trant in je strot rammen. Ze zijn het ook meestal niet eens met je bevindingen. In dit geval kan ik hen nog snappen.

Eentje schraapt in tussentijd wat moed bijeen en vraagt :
“Stond jij een tijdje geleden in de Flair?”
“???” frons ik.
“Jawel, ontken het maar niet, jij was dat. Zeker weten.”
“Wanneer moet dat dan geweest zijn?” pik ik in.
“Al een eindje terug. En je stond heel goed op de foto.”
“Toch niet. Toch niet.”
“Je wil het niet gezegd hebben, hein, maar wij weten het wel hoor.”
“Aha, in welke hoedanigheid?” pols ik.

De twee loeren naar mekaar met een gezicht van ‘hoe-is-t-mogelijk?.
“Naakt natuurlijk.”

Achter mij klinkt ‘The model’ van Kraftwerk.
Tijd voor nog eens een danspaske, denkt dit naaktmodel.
“Hang maar in ’t kastje aan de schoolpoort, ik zie het daar wel”.

Zij tegenspoed, wij tegen spoed.

zapnimf1kleinpaars-op-zwart     Nu pas begrijp ik waarom het jeugdig grut vergroeid is met de mobiele telefonie.

Eerst ratelde er een melodietje bij minizap. Zij schoot staandevoets in een lachstuip en vroeg : “Waar is moose?”
“Aan de computer boven,” antwoordde ik.
Aldus knipperde ze half hardop met haar duim : “Moose is boven en beschikbaar.”
De twee jongste dochters keken uitgesteld naar een uitzending die ongetwijfeld hun leven een andere wending zou geven en hun dood zou betekenen, mochten ze dit programma skippen. Ik blogde met hetzelfde fanatisme. Je smijt jezelf weerom de verslaving in of je bekent meteen dat je een plant bent.

Geen vijf seconden later piepte mijn handtas op de keukentafel en krulzaps hand zoemde en beefde simultaan. Stel je voor dat je tv kijkt zonder je gsm vastgekleefd ergens op je huid. Ongehoord!
We lazen saam :

“Heeeeelp. Ik zit boven op de pot en het wc-papier is op!”
Afzender : puberzap

“Sja”, respondeerde ik, “niet slim hè?”

Krulzap reageerde : “Pas op, dat droogt vlug op hoor.”

Ons gelijkvloers triumviraat deinde uit van een gniffelhoop tot een schaterberg.

Het volgende bericht bereikte ons meteen :
“Hoooooooo kom nu gewoon wat brengen of ik veeg mijn kont aan de muur af.”

Terwijl ik bedacht dat er iets mis is gelopen met mijn opvoeding, sjokte minizap haar zus ter hulp.
Op haar gemak.
Eentje bijna van het gemak.

Onze huisvrienden stellen andere vragen

zapnimf1kleinwit-op-lichtroze    De kennismaking

en, vroeg de huisvriend
aan het langgetrouwde paar
vertel eens, hoe hebben jullie elkaar
eigenlijk leren kennen?

helemaal niet, antwoordde de vrouw

we hebben het wel geprobeerd, maar zoiets is niet haalbaar,
beaamde haar echtgenoot

Gust Gils

Kleine noot : Voor diegenen wiens oren ik nog niet helemaal murw heb verpulverd met mijn levensgezever…

… 27 juli 2013 gaan moose en ik mekaar helemaal niet leren kennen. Al gaan we wel proberen natuurlijk.

Ik denk dus ik ben. Ik ben dus ik stel uit.

Waarom begint een mens terug met schrijven voor een publiekje?

Misschien eerst : waarom stopt een mens met schrijven voor een publiekje? Het ligt niet aan het publiekje, het publiekje is steevast geweldig. Behalve als ik dt-fouten maak, dan is het publiekje streng. Terwijl ik gewoon een keer wil tonen dat ik ook maar mens ben. Falende mens. Maar het neigt weer naar onzin, ik roep mijzelf even tot orde. Orde antwoordt mijzelf even terug. Zap-zap.

Van zomervakantie wordt iemand als ik lui. Nog luier zelfs dan ik doorgaans al ben. De belichaming van ‘van uitstel komt afstel’, dat ben ik.
Ik ben dus ik stel uit.
Als ik denk dan ben ik. Vooral fleps, laks en schrijfschuw.

Om zulk een vadsige geest te huizen, moest ik mijn lichaam wel aanmanen om compenserend gezond te blijven. Dat groeide uit tot regelmatige plonspartijen van tweeërlei slag, crawl en schoolslag, en een huishouden gestoeld op fietstochtjes van en naar winkels en schoolse zaken. (twee en half uur foetsie van de dag)
Maar de ingedeukte spirit wilde meer dan alleen een behoorlijk gestel. En zijn eigenares wilde het tablet wel die bij het abonnement hoorde. Dus verscheen er op een banale septemberdag ineens een krant in huis. (twee uur per dag opgemaakt aan het niets. Zo inspirerend is DM toch ook niet. En fouten! Fouten!)
Voorts ontplofte de magnetron. Voor de twee keer reeds in mijn bloggend leven. De aardstralen zitten hier zeker gedrenkt in adhd.
Hoe dat voorval tijd in beslag neemt die eigenlijk beter aan bloggen besteed zou worden? Simpel : die microgolf is vervangen door een exemplaar waar je combi tegen mag zeggen. Het onwaarschijnlijke is gebeurd. Ik. Ben. Een. Bakkertje. Geworden. Van taart, koekjes en broodpudding, gratins en andere dingen met een korstje. (enkele uren per week).
Daarnaast liep ik ook nog een tikkeltje school. De rest van mijn leven werd opgevuld met spul uit de bibliotheek en de boekenboer. Oja, en tussendoor kregen moose en de kinderen ook nog wat aandacht.

De poetsvrouw op school vroeg me ooit : juf zap, heb jij ooit wel eens last van stress?
Wat bedoelt die? Uiteraard heb ik last van overbelasting. Er zijn maar 24 uren in een dag. Zeer ontoereikend voor het gesport, gelees, gebak en gevrij dat ik zou willen uitbaten. Dan sprak ik niet eens over mijn geknutsel met papier, tv, zin voor natuurexploratie en al die ontmoetingen met opdringerige blogwijven het voorbije half jaar.

Die sanseveria kan mij maar niet met rust laten.
Elke zien we gemiddeld toch een keer per twee maanden. Al is dat toch ook een beetje uit eigenbelang. We mochten bij haar logeren tijdens onze fietsvakantie in haar lieflijk stadje. Waar we afspraken met micheleeuw.
We leerden per toeval moeferkoe kennen op een huisconcert van Sven. TromBoone ook.
Dans door de dagen bracht een netsensei mee op datzelfde concert en alleman kocht een cd van een groepke dat ‘Sue me Charlie‘ heet. Behalve de wederhelft van pharailde, wiens deur we regelmatig platlopen.
Heidestappen in Limburg was dan weer een verrassing van Joke en haar man. De surprise zat ‘m in het aantal kilometers van het toertje. Zij blijven beweren dat het er 12 zijn, maar ik stel mij vragen bij hun inschattingsvermogen. Moose en ik zijn niet gewend van in het donker van boom naar boom te tasten tot we bij toeval de auto terugvinden. Dat Joke mieters lasagne en quiche kan laten ontstaan, maakt toch veel goed.
Voorts maakte ik kennis met een boeket kookgrieten : Ruimtevisser, Lies, Naaldjesendraadjes en afwaselke. Dat was allemaal bij Sanseveria te doen en er speelde een knolselder in mee.
Met lalena is het kunstig. Die neemt mooie foto’s van plassen. En de Kalmthoutse Heide. (foto’s onder zijn van haar)

Kalmthout

foto : Leen Massy

Kalmthout duin

foto : Leen Massy

Kalmthout rookpluim Doel

foto : Leen Massy

Huisvrouw is dan weer allesbehalve opdringerig, daar moet ik zelf binnenspringen als ik passeer van controlebezoekjes bij het UZA.
Als ik nog iemand vergat, mail en alvast sorry.
Zoals ik hierboven al zei : sociale contacten onderhouden is een vat vol spanning. Ratrace!

En vooral : aan iedereen moet ik dan zo uitgebreid mijn leven gaan vertellen. Elke keer opnieuw. En nog eens. En dan het vervolg, het mogelijke vervolg, het vervolg hoe het had kunnen zijn.
Soit. Jullie snappen dat ik mij al gauw een laptop kocht. (Andere reden om niet te bloggen: de huiscomputer crashte, de kinderpc swingt gelijk een schildpad, de laptop van mooses werk is door hem in gebruik. Als ik erop tokkel, jammert hij vanuit de zetel : “Jij wil nooit samen tv kijken.” Daar maak ik ter plekke een schurftig knorgeluid bij sè.)
Op die schoottaiwannees, kan ik dan één keer mijn verhaaltje vertellen. Daarna nooit meer.
Want zo ben ik wel : bescheiden als een narcissus.

Vier in een. En allemaal waar. Behalve dan van dat spijs.

zapnimf1wit-op-paars    Aha.
Jullie dachten dat ik al maandenlang geen blogstukjes meer schreef? Mispoes.

Terwijl ik baantjes roerde in veel nattigheid, noteerde ik in gedachten over het waarom mensen in de douche van het zwembad denken dat ze hun genitaliën moeten wassen. Het haar op mijn kop soigneren, vergt al inzet genoeg. Nu met conditioner, want op een gegeven moment zag ik eruit als een figurant uit ‘The day after‘.
Voor diegenen die denken dat de koude oorlog in het Reagantijdperk een nieuw gerechje is van Sergio Herman : dat is het niet. Die film werd verplichte kost op de middelbare school voor iedere tiener van mijn generatie. En wat heb ik ervan onthouden? Gooi geen atoombom, beste beleidsmakers, want de dag nadien valt uw haar uit van al dat positief gestraal (waarom heet dat dan niet negatief? Als je een positieve ademtest aflegt, vind ik dat meer dan negatief. Hiv positief? Allesbehalve, zou ik zo menen. De wereld zit krom in elkaar, mijn waarde blogvrienden).
Enfin, mijn schone kop met leeuwenmanen was niet meer als weleer dank zij een teveel aan duidelijk negatieve chloor. Ik zag er uit als catweazle met nog enkele pijlen stro wijzend naar… ja, naar waar? Joost mag het weten. Daarom deed het crèmehaarbad zijn intrede op mijn schedel.
En toch… toch nam dat probleem mij niet zozeer in beslag dat ik niet meer opmerkte dat er naast mij weer een ouwerd shampoo in zijn zwembroek spoot en smeerde.
Mocht het in letters gegoten worden, het zou een merkwaardig stukje te lezen zijn : normvervaging in openbare plaatsen en nog erger, in de nabijheid van uw nimf.

Ook blogde ik theoretisch over het vraagstuk of het vocht in je oogballen zou kunnen bevriezen. Dat was zowat een week geleden, onderweg naar het werk. Op een fiets in min 10. Met de ijspegelsnot aan de binnenkant van mijn sjaal.

Zo maalde ik de 12 hersenwerken van zapnimf bij elkaar. En de rest. Hele dagen gaarde ik de prachtigste zinnen bij elkaar en wenste dat er eindelijk eens doorbraak kwam in de comateuze wereld van de rechtstreekse neerslag van de reflectie. Oe oe oe. Het zou hier nogal eens een gangk gaan. Zeg gerust een gladde geestesarbeidelijke gangk. Woesjjj.

Bij voorbeeld :
Op een mooie morgen… -nee nee, het regent de paddenstoelen terug in de grond-, fietst uw zapnimf naar haar professionele biotoop.
Net het hoekje om, botst ze op een millitair. Bijna. En nog een. Ook bijna. En nog een stuk of vijftig. Megacollisie! Ware ik Jani kazaltzis, ik zou ervan gaan giechelen.
– Maar ik ben slechts een slechtgezinde mottige schrok op een veel te vroege ochtend : ocharme die venten, ga al eens in ’t leger voor ’t gemak, moet je ’s morgens vroeg met een rugzak op je knoeft wat gaan looptrainen in een modderig bos. Volgens mij regent helemaal niet zoveel in Mali en bij Afghanistan denk ik aan rotsen en woestijn. Al bleek ik eerder ook al niet zo betrouwbaar te zijn in mijn denken. En hier op de fiets kan ik het natuurlijk niet opzoeken.-
Zoals slechts echte kerels vastgezogen zijn aan een flesje Jupiler, lopen kranige krijgersbonken steeds per twee. Zeg nog eens iets over ons vrouwen in combinatie met een wc in het uitgaansleven.
Een eindje verder heeft de gemeente, in een poging tot verkeersopvoeding van haar burgers, een snelheidsmeter geplant. Gelukkig niet zo’n kinderachtige, je weet wel, met zo’n suffe smiley, die heel zuur kijkt als je te snel rijdt. Waarschijnlijk zou een zielige smiley te veel zonne-energie kosten, als je weet dat de gemiddelde bevolking in deze wijk denkt dat hij ook soldaat is en daarom met zo’n opgefokte tank -al-tijd zwart- sjeest, al zeggen zij er liever SUV tegen.
-Daar daar, als je over de duvel spreekt. Neen hoor, ik vind dat niet erg dat je tegen 150 op een halve meter van mij door een plas boldert, veels te rijke loser! Meeloper, met uw zwart vervuilend gevaarte! Kunt ge wel è, tegen een kwetsbare fietser!-
-Trouwens, welke zot zet nu een snelheidsmeter net aan de hoek van een straat waar voorrang van rechts geldt?
Mens in auto: Ik mag hier 70 per uur! En ik kar slechts 69, wat ben ik goed bezig. Lachende smiley! Moest het er zo eentje zijn. En dan PATS tegen de sukkelaar die het aan durft zijn voorrang van rechts te nemen, anderhalve meter voorbij dat spel.-

Leve de regels der verkeer
ze zijn toch zo verdomd wijs.
Nam eens voorrang, deze peer.
Ben nu zo plat als spijs.

Afschaffen die handel (de voorrang van rechts hè, niet allles)! Moest ‘k op facebook zitten… er zou een groep in de maak zijn. Maar ik zit er niet op. Voor mij is dat als een smiley op een snelheidsmeter.
En die velorijder aan de overkant denkt ook dat ‘m vanzelf gloeit in het donker? F-l-u-o-v-e-s-t makker. Fluovest.

Leve het donker van de morgen,
laat ik ongezien de ketting trappen.
Eén bonk later, nooit meer zorgen,
kijk, daar vloeien ze, mijn levenssappen.

Ow, zap. Time out. Terug naar je soldaten, meid.

Een eindje verder staat er dus een getallenpaal, die zegt hoe snel je naar hem toe beweegt.
Voor mij jogt een koppel gecamoufleerde blauwhelmen, puffend en zwetend met nog vele mijlen in het verschiet. Ik weet dat, want de kazerne ligt toch nog een stukje mijlen verder dus. -Een stukje mijlen verder, is weer een prima zinsdeel, zap. Ik weet het, maar het blijft erin, ik vind dat lollig klinken.-
Als ze vlak voor mij huppelstrompelen, hoor ik de ene tegen de andere zijn verbaasde stem gebruiken : “Maat! Wij breken hier alle records. 19 km per uur!”
Precies op dat moment, steek ik die uitgeputte stakkerds voorbij en klok (met mijn fluovest en goed de voorrang van de straat rechts in het oog houdend) achterom : “Helaas heren, die prestatie is op mijn conto te schrijven. Maar doe vooral zo voort! Jullie kunnen het!”
-Sja, rapportentijd, ik kan er ook niks aan doen.-

Pffft. Laat algauw dat brein-machien. Wat een nevenbedenksels zouden in zo’n verhaal sluipen. En zo’n slap einde. Niet eens de tijd om het wat op te leuken met verzinsels, zoals nog eens vallen terwijl je dat schreeuwt naar die mannen. Neen, want vallen doe je dan in een volgende keer, wanneer sinterklaas komt en die een onverwachte sneeuwstorm meeneemt voor de kindertjes. Net als de gemeente besluit van niet te strooien, ook niet op haar invalswegen -walgelijke gemeente- en je redelijk boertig (weeral, mijn leven is een aaneenrijging van valpartijen) een afdruk van je zijkant in de sneeuw maakt. En de straat een blauwe afdruk op je lichaam.

Neen, dan maar die goeie ouwe inspanning van kop en leden, waarin je gerust wat mag overdrijven, een loopje neemt met…
… euh… volgende keer de waarheid over stoppen en beginnen en bloggen. Niks dan de waarheid. Echt waar.

Laat ons wederom starten met een onomatopee

zapnimf1kleinlichtroze-op-donkerroze1 Koekoek!

Ziezo.
Less is more.
Als blogherstart volstaat dit. Toch?

(Stel je voor dat ik meteen van moment één de mensen zou overdonderen met een brok barok gebazel.)
(Stel dat er niemand komt kijken, zal ik hier eens het vuur uit mijn zolen schrijven zekerst? Daar begin ik morgen wel mee.)

Koekoek dus.

Een opnieuw bewegende koekoek.

Omdat ik zelf niet in beweging te poken ben…

Ik meld het maar even

    30 juni begon met een zonnig trouwfeest. Tot het op het terras bij het avondfeest flink begon te gieten.
Het muziekfestival de dag nadien werd af en toe onderbroken door wat druppels en we haalden het einde niet wegens kou kou kou.
Donderdag daarop moesten we vluchten uit het Arboretum, alwaar we een bomenverhaalwandeling meemaakten en middenin zo’n vertelling een waterhoos. Leve de Teva’s die enkelplassen makkelijk doorwaden.
Hoewel de blogmeeting (7/7) lollig genoeg was, kon er niet naast de hoeveelheden neerslag gekeken worden.
De aftrap van de wekelijkse parkconcerten eindigde abrupt met een stortbuitje.
Steven Gabriëls die zijn comedyshow in de buitenlucht voorzien had, en wij die daarnaartoe gingen met een eigen stoeltje, moesten wegens een hele dag pokkeweer ons terugtrekken in een zaal als alternatief.
Happen en trappen, 35 km fietsen met de collega’s waarbij we onderweg telkens één gang in een ander etablissement zouden nuttigen, zal uitgesteld worden naar volgende maand omdat we vrezen voor regenhappen en watertrappen.
Onze stulp is nog slechts bereikbaar als je kan modderzwemmen. De oprit ligt er spectaculair bij.
Overlaatst kreeg ik een wintertrui van iemand met zo’n overweldigende rolkraag. “Wat jammer dat hij tegen de winter weeral te groot zal zijn.” dacht ik toen nog. Ondertussen is de trui bijna versleten. Iedere. Dag. Wordt. Hij. Gedragen.
Gentse Feesten? Misschien volgend jaar?
De western van de zomer van Antwerpen? Bwaa, mijn Frans is niet zo geweldig onder een paraplu.

Zei ik al dat ik niet goed tegen mensen kan die altijd zeuren over het weer? Alsof zo’n trivialiteit er toe doet…

Ik zeur niet hoor, ik meld het alleen maar even.

STRONTWEER! KUTVOORSPELLINGEN!

Een alleraardigste bedriegster in een alleraardigst stadje

    Nog steeds in Utrecht, tijdens het flaneren naast de Oude gracht.

“Mevrouw, meneer, mag ik u wat vragen?
O? u bent niet van hier?”

(Jawel hoor, wij hangen altijd met ons fototoestelletje voor ons oog spiedend naar bouwwerken en een rugzakje op onze rug. Krrrshc.)

Een bolletjesgekleed en hevig gelippenstift vrouwtje ergens in de dertig, komt doelbewust onze kant uit. Immers, wij heten in ons parallel leven vraagbaak en informeerbalie.

“Ik kom net van mijn werk.
Nu zou ik u willen vragen of u een paar uur kunt missen.
Dit is geen grap.”

Mijn synapsen kregen dit geratel niet verbonden. Het was alsof mijn neuronen in de blender zaten. Om dit te verdoezelen zei ik beleefd : “Pardon?”

Met vertraging giste ik nog : “Het mensje heeft zichzelf buitengesloten en nu moeten wij een paar uur een deur gaan bewaken tot ze de sleutel op haar werk heeft gehaald.” Wat natuurlijk ook geen steek houdt, maar ik had op dat moment geen controle over mijn gammele gedachten.

Dus herhaalde leuk pluisjeshaar (dat had ze ook nog, wiebelhaar tot op de schouders) letterlijk :
“Ik kom net van mijn werk.
Nu zou ik u willen vragen of u een paar EURO kunt missen.
Dit is geen grap.”

Ze vroeg om geld. Ik had haar de eerste maal niet goed verstaan. Desalniettemin bleef ik het een bizarre combinatie van zinnen vinden. In zulke gevallen blijven wij wat schaapachtig naar de persoon tegenover ons loeren en wachten op een verhelderende uiteenzetting, waarom ze precies geld nodig heeft en wat dat met haar werk te maken heeft en waarom ze moet vermelden dat het geen grap is.

Precies op dit punt in deze vreemde interactie, keert een voorbijganger op zijn stappen terug en begint tegen het rodelippenvrouwtje met de opvallende blinkende schoentjes (dat had ze ook nog, rode lakschoentjes en kleine voetjes) uit te varen op een zachte beminnelijke manier :
“Mevrouw, eerder deze week kwam ik hier ook voorbij en toen deed u net hetzelfde. U wil deze mensen geld aftroggelen. U bent een bedriegster.”

Zij : “Neen, ik ben geen bedriegster, ik kom net van mijn werk.”

Hij : “U ziet er wel dan wel heel aardig uit, maar u bent gewoon een aardige bedotter, ik zag u al eerder. (Tot ons) Dat moet u niet doen hoor, houdt u uw geld bij voor zinniger zaken.”

Wij : Hopeloos in vertwijfeling onze hoofden als bij de tennis van de ene naar de andere draaiend.

Plots liep de amicale oplichtster door. Zonder poeha. (wat haar in onze ogen meteen schuldig maakte, weg vertwijfeling.)
En de echte attente man ook. Zonder onze ‘dank je wel’.

Dank je wel, onbekend heerschap.
Om je nek uit te steken.
Om ons vertrouwen in de mensheid terug aan te zwengelen.

Hoe een toeristische dienst voor eeuwig bij mij in het krijt komt te staan

    De geografie van Nederland is mij volstrekt vreemd. Uitgezonderd de strook die wij per fiets wel eens doorzoeken : die aan de noordelijke kant van de landgrens waartegen wij wonen. Daarnaast geraak ik ook zonder brokstukken tot bij mijn zus in Roosendaal, maar dan hebben we het zowat gehad.
Moose daarentegen, die mag regelmatig beroepshalve De Lage Landen doorkruisen om daar een aantal ambitieuze arbeidskrachten een introductie tot scrum mee te geven. Maar omdat hij helemaal een aardrijkskundige knoeier is inzake Europese wegenstelsels, is de geografie van Nederland hem ook compleet vreemd.

Waarmee ik net een overbodige alinea heb geproduceerd.

Kortom, laatste week schooljaar en hij moest drie dagen (woe-do-vrij) naar Utrecht. Naar het schijnt een mooie stad. Met grachten. En een Dom.
Ik wisselde mijn werkendonderdag met maandag, dwong moose tot een vrije dinsdag te nemen, vond dat ik wel zou passen in zijn hotelbudget dat hij doorgaans krijgt en huppakee, het vooruitzicht van een minitripje was geboren. Donderdag zou ik de trein terug naar huis nemen.

Dinsdag was een prachtige verkennersdag.

Wat we allerminst van woensdag konden zeggen : een druilerige dag.
Moose was werken. Ik hing het bordje -do not disturb- aan de deur, sliep uit tot over tienen en las verder in de laatste Nicci French tot laat. In de namiddag snuisterde ik allerlei hebbedingenwinkeltjes ondersteboven.

(Al de volgende foto’s zijn aanklikbaar voor groot en met de muis op de foto, krijg je mijn achtergrondcommentaar erbij)

      

’s Avonds vond ik ons een allerbest stundentenrestaurantje met een terras with a view. De koffie kregen we gratis, want een of andere onverlaat had een kauwgum achtergelaten op de bovenkant van onze tafel (die meteen verwijderd werd). Man, ik ben zowat verliefd op die stad en haar inwoners. En op haar personeel in winkels en horeca. Zo. Bovenaards. Vriendelijk.

Behalve dan in de ondergrondse fietsgarage waar we, het fietsend geweld stilstaand wilden kieken. Daar werden we er zonder pardon uitgeflikkerd. Die Molukker woonde vast nog niet lang genoeg in Utrecht om te weten hoe de rest van de stad het doet, omgaan met vreemde Belgjes die de toerist spelen. Als je Utrecht zegt, zeg je fiets. Fietsfietsfietsfietsfietsfietsfiets. En opletten dat je niet van je sokken gereden wordt door een berijder ervan. Bentenge merkte het eerder ook al op.

Geen parkeerplaats voor je auto te vinden, behalve als hij milieuvriendelijk is. Ook wat dat betreft, staan ze bij onze noorderburen toch al enkele voetjes voor.


Architectuur. (Ik word steeds korter, straks typ ik enkel nog de letter.)

   

S .

(Van Nijntje, Dick Bruna is van daar. Anne Frank, die is volgens mij niet van daar, het Achterhuis staat toch in Amterdam? Iets haasachtigs en huisachtigs. Klikken voor groot.)

      

Wil de toeristische dienst van Utrecht dan nu mijn opleukingsbijdrage voor hun stad storten?

Dag drie wilde ik mee naar het bedrijvencomplex alwaar mijn toekomstige zijn Agile training gaf. Als observatrice met fototoestel. (“Mij niet kussen hè!? Niet hè? Jij bent niet mijn vrouw hier.” Aldus de flauwe.) Tjonge tjonge, de privé heeft toch nog wat centen over hoor, als je die vergaderzalen bekijkt. En ik maar zwiepen met mijn gekregen badge voor iedere piepjesdeur. Cool! In het onderwijs mag ik blij zijn dat ik één sleutel krijg. Een digitaal bord zal voor 2030 zijn, onze inrichtende macht is zeer arm.

Maar how zeg. Mijn vent is zoooooo fantastisch is zijn professionele biotoop. Naast de Utrechtenaars ben ik ook weer helemaal verliefd op mijn eigenste bedgenoot. De foto’s zijn helaas wel bijna allemaal mislukt. Waarschijnlijk de liefdestrillingen die toen sidderden?

   

Tijdens de middagpauze bracht moose mij terug naar de stad (en ik was nog niet klaar met hem af te likken van adoratie) want des namiddags had ik een trein te vangen.

Een boottochtje over de oude gracht en al de waters die ermee een lus vormden later, spoorde ik weer naar huis om nog net op tijd ’s avonds een proclamatie mee te pikken van onze zesdeklassers.

Van mij mag ‘m daar nog eens opleiding gaan geven!
Of in Amsterdam. Dat lijkt me ook wel wat.
Nog suggesties?
Gors-Opleeuw moet –van horen zeggen– ook niet te versmaden zijn…

Mi casa es tu casa

   Pas gedeserteerd uit de boven die een gribus herbergt, stond ik nog op de weegschaal (belangrijk! wegen voor vreetfestijn, kwestie van toekomstige nostalgie en zelfkastijding), toen er al iemand op de bel beukte. Omdat moose zich ook nog in de badkamer bevond met een geurstick onder zijn oksels, hoorden we niks. Niet dat een deo of een weegschaal zoveel lawaai maken, maar onze bel heeft enkel nut als je quasi naast staat. ‘Wie staat daar voor de deur? O kijk en een beetje hoor ook, ze bellen.’
De verbazing sloeg dan ook onverwacht toe bij het ontdekken van een vreemde wagen op de oprit (met matrassen erin) en zonder bijbehorend volk. Eilish en piepedol kwamen terug boven water samen met de volgende gasten met reeds een tochtje door de straat achter de rug. Voor de gelegenheid had zij de knaller van de dag aangetrokken, een t-shirt speciaal gemaakt voor deze dag. (met stip op twee een vrolijkmakend kleedje van een Kempisch strekenvrouwmens en op drie een niet zo heel goed verstopte Marlies Dekkers ergens uit Gent).

Soms een gezonde hoek af, maar just another wordpressblogger
foto van Stef den flater

Genereus als ik ben, had ik mijn gms-nummer aan iedereen gemaild. Laatkomers, treiners en andere mobielgebruikers hadden er terdege naar gebeld en gesms’t. Alleen, er rinkelde niks in mijn broekzak. Pas toen laatkomers, treiners en andere mobielgebruikers persoonlijk wezen op hun herhaalde pogingen tot contact, daagde het me dat de dag tevoren één kopknots (zie verslag gisteren) en een eraan gepaarde gsm-vlucht mijn simkaart en in één trek door mijn geheugen misschien in de war hadden geschud. Wat betekent techniek als hij faalt? Flinke flop. Onze wandeling moest met een half uur worden vertraagd omdat ik plots tientallen sms’en moest lezen van onbekende nummers die ondertussen al allemaal op ons erf stonden.

Hoewel enkele gasten speciaal vroegen of ik geen grote honden had (nee, wij zijn kattenmens) wees ik ze liever op onze ongewenste huisdieren die bijten : de vrouwelijke mug. De deet stond op tafel voor iedereen, maar ik vermoed dat Margo druk babbelbezig was en hem gemist heeft. Maar het moet gezegd, ze waren zaterdag agressief en talrijk. Eigenlijk net zoals wij. Want geen 400 meter verder braken we in bij een nog steeds in de steigers staand project. Herinnert u zich deze nog? Natuurwandelen mijn oor, ja. Uiteindelijk geraakten we dan toch in het groen en ik vond het net zoals altijd toch weer een zalig stukje paradijs, waar iemand een eenzaam kanaal en een ongebruikte spoorlijn heeft doorgetrokken. Onderweg kregen we nog wat hemelwater onder de bomen te verwerken, maar een kniesoor die dat een echte regenvlaag wilde noemen. Gudrun werd er alvast natter van dan anderen. En Stef bewees dat hij een heel orginele wandelstap kan, eentje die ‘baf’ zegt en geen pijn doet.

Juffrouw Sanseveria en Micheleeuw met schat bleven liever in en om het huis rondhangen of sportief doen (pingpongen… zeggen ze), wat achteraf gezien een zegen was, want de tafel die voordien naar het zonnige gazon verhuisd was, stond terug netjes en droog onder de carport, waar wij -weerberichtvolgers- het hele gamma exterieur zit- en eetcomfort hadden voorzien. Het zien alleen al deed het hongertje heftig toeslaan.
Uit ervaring weet ik dat dat eten altijd de goeie kant uitgaat. Net als je met je glaasje zit te smakken met je lege mond, komt daar een Marjelle aan met snacks en Stef met pralines van Dominique Persoone. Chocolade met lavendel, wasabi, ui, basilicum, curry, saffraan,… niet voor de eetanalfabeet! Pharailde en E. weten ook bij welke bakker ze moeten wezen om een hele groep gelukzalig te laten genieten.
De tafel voor het avondeten was tot aan de rand gevuld met allerlei smulgerei, duizendmaal eetbaarder dan in mijn dromen (en uit mijn keuken) : kaas, brood, fruit, quiches, groenten, zalm, pastasla’s, ijs, groenten, charcuterie, chocolade mousse, taarten, chips. Een mens zou nog spijt krijgen van zijn maagverkleining. Het fijne aan deze formule en ook aan het genre mensen dat erop afkomt (lees : lak hebben aan etiquette) is dat ‘mi casa es tu casa’ net zoveel is als ‘ik heb een schaal nodig’ – > ‘zoek ze in de kast bij de keuken, je vindt wel iets’ en zo bezorgden moose en ik onszelf een relaxte dag, waarin we in plaats van rond te rennen gewoon met iedereen konden praten.

Om de oudere jongeren ook tevreden te stemmen, stelde ik voor aan enkele loslopende mannen of ze zin hadden om vuurtje te stoken. De neerslag had eventjes andere oorden opgezocht. J. (Jokes gade) en P. (Micheleeuws schat) lieten zich dat geen twee keer zeggen. Vereende krachten waren nodig om uiteindelijk onze groencontainer in te duiken om opgedroogd bamboerestant als lont te ontsteken. Fikken maar! Meteen ook een hoogtepunt voor de jongere jongeren die hier rondliepen. En nog wat later voor de rest die zich onder parasols (tegen de teruggekeerde regen) positioneerden. Dat niemand lostbarstte in Kumbaya, het is me nog een raadsel.
Het nadeel van een parasol is dat hij niet waterhoosbestendig blijkt. De carport by kaarslicht werd het sluitstuk van de dag. Naarmate de groep uitdunde, werden de architecten talrijker (ze vallen wel mee hoor, als ze lekker gegeten hebben) en verdrongen ze de ambtenaren van hun eerste plek. Margo veranderde van gedachte : ze was hier plots niet meer graag. We zullen je volgende keer niet meer zo genadeloos uitlachen, Margootje! Natuurlijk kan iedereens nummerplaat met dezelfde letters beginnen en toevallig nog een Jeep zijn ook. Joke deelde chips rond in een waston, smurf nootjes in een rugzak, March raaskalde over avondmarktjes aan zee die hij nu moest missen, Sterre boemelde sangria met fruit van eigen makelij en ik was gewoon gelukkig.

Moose was een beetje minder gelukkig na drie uur slaap en mijn gepor : “Opstaan, we moeten naar de bakker, appelsienen persen, ontbijt zoeken en tafel dekken.”
Allemaal de schuld van het joch van Sven. Hij maakte zijn voorspelling waar : om half zeven wakker zijn. Idem dito Sven. Meteen hadden wij een sinaasappelperser gevonden! Rotklussen doorschuiven is een gave. Tjonge, die moose is werkelijk niet te genieten als hij een tikkeltje slaap tekort komt, anders dan ik, heeft hij geen adrenaline om op te drijven, enkel gebrom. Daarom muisde ik er stilletjes tussenuit naar de bakker.
Wakkere en minder wakkere medebroeders druppelden verspreid binnen tijdens de volgende uren. Af en toe verdween er eentje of tweetje naar huis/een ander feestadresje/de koer.
Lang tafelen is een kunde die wij zonder moeite volhouden. Het morgenmaal ging vanzelf over in lunch en vieruurtje. Sja, Joke en huisband hadden nu eenmaal veel te vertellen. Om de hoop terug een beetje te vergroten verscheen March ook nog eens een keertje. Hij miste een fototoestel. Dat was toen we alweer buiten op het terras zaten in de zon. Zeg niet dat we niet flexibel zijn.

Zoals altijd vulden we met gemak een curverbak met vergeten spul. March mailde daags nadien nog dat hij ook nog een rooster vergeten is en ’s avonds merkte hij via dezelfde weg op dat ook zijn boodschappentas van de Spar hier nog ergens ten velde verbleef. En dat moet uw huis dan op papier zetten. Wel efkes nakijken of alle bakstenen getekend zijn. Sven hoopte dat zijn schoenen in de auto van zijn lief reisden, maar neen hoor, die weessleffers werden meedogenloos op onze mat achtergelaten. Net zoals de sokken van zijn nazaat. Sanseveria heeft voorraaddozen genoeg, want ze liet er twee bij ons en om zeker te zijn dat moose bij haar zoon komt spelen (V. vroeg moose) wisselde hij alvast zijn helikopter met de genegenheid van moose.

De familie Joke schonk nog een prent van de hand van de oudste dochter D. Verwijzingen naar -tig blogstukjes van moose en mij en een treffende gelijkenis van mijn toekomstige en een bijna treffende gelijkenis van mij (toch het oor) terwijl niemand van die luitjes ons ooit gezien heeft. Wauw.

(gastronomisch godwondergroene pothet grote oorroze bril – de dode katrecordpeperlijkstijfheid )

Aan alle mooie liedjes komt een eind en bij ons vloeide dat airke over in luid gesnurk op de zetel amper enkele minuten nadat de Joke-clan eigen horizonten ging opzoeken.

Om mezelf te beschermen tegen de dictatuur van de calorie, gaf ik de laatste stukjes taart mee met Joke. Wat zie ik de dag nadien weerom op de weegschaal? (We eindigen zoals we begonnen.) Op tweehonderd gram na één kilo eraf! Voor wie niet kan rekenen : 800 gram. ERAF! WEG! VERSCHWUNDEN IN DE KOSMOS! En de taart ook, toeme! Joke!

Bedankt allemaal!
Bedankt allen voor het gezelschap, de lekkere boef en al de rest!

De dag dat het uitkomt dat de poetshulp geen gage krijgt om de kinderkamers te poetsen, want dat doen ze immers zelf wel?

      Een gemiddelde mens zoals ik er zelf een ben, denkt wel eens NA.
Ergo : eerst spreken en dan pas denken.
Zo sprak ik : blogfeestjen alhier! kom maar af! Slapen? Neenee, geen enkel probleem! Ineens had ik vier kamers verpatst.
Bij het denkgedeelte kwam het in mij op dat ik dan toch eens de zolderkamers van puberzap en zoonzap zou moeten nakijken. Maar ach, hadden die lieve genenpoeltjes van mij niet beloofd van hun kamers op te ruimen de dag dat ze voor enkele weken naar hun pappie zouden verhuizen? Dat leugenachtig tuig van de richel liet echter een vuilnisvaalt achter waar Rio De Janeiro jaloers op kan zijn. Hups, daar gingen drie dagen van mijn leven op aan stofzuiglongen, natte schoonmaakdoeken, het verzorgen van de buil tegen een zolderbalk met een pak diepvrieserwtjes, mijzelf los te maken van onduidelijke plak, het vullen van vuilniszakken. Je wil niet weten wat ik op 48 uur onder mijn eigen dak verzameld heb aan vieze troep. Maar omdat ik sowieso geen rekening hou met wat jullie niet willen weten, vertel ik het toch : tientallen halfvolle, lege, bijna volle, bijna lege petflessen frisdrank. Een stuk of vijftig pakken chips. Opgegeten, de kruimels verstrooid alsof het een voederplaats voor de chipskaketoe betrof. Op de meest minst toegankelijk poetsbare plaatsen welteverstaan. Negen dessertlepels, zes kommetjes, ontelbare potjes leeggeschraapte yoghurtpotjes en aanverwanten. Dertig dvd’s die we al eeuwen zochten en zij natuurlijk niet hadden gepakt, wat dachten wij ambetante ouders wel, zeg! Een blauwe boterhammendoos met de sneetjes smeerkaas er nog in.

(Ergens 2010 : “Mama, ik heb een nieuwe brooddoos (van Barbie, het kind is 18) gekocht, want ik vind mijn blauwe niet meer.)

Verder was het bergbeklimmen over stapels kleren waarvan niemand meer wist of ze in of uit de was moesten/kwamen of in welke jaartallen ze nog wel pasten. Met het rondslingerend papier kon ik een toren bouwen om alzo de spinnenwebben in de nok van het dak van dichtbij te bewonderen. Schoenen met hakken van meer dan 15 cm lagen overal op de loer om mij stiletto-dood-te-dolken. Afijn, het is een wonder dat ik dat huzarenstuntelstuk overleefd heb.
Achteraf had ik spijt dat ik er geen voor en na foto’s van genomen had : dat ware lachen geblazen op hun trouwfeest, met mijn afscheidsspeech op de voorgrond. “Denk vooral niet dat ik je zuivernijverheidstalenten zal missen! Nee, partner, te laat, je ja-woord is reeds je kussende muil ontsnapt, ik pak ze/hem niet meer terug. Investeer in een workshop daaromtrent.”

En toen moest ik het spinrag nog uit mijn haar plukken om een troep bloggers en lezers te ontvangen…

Omdat ik gelukkig niet helemaal moron ben, had ik bij de taakverdeling van de organisatie de voedselverstrekking uit handen gegeven. Dat er capabele koks rondwaren in het blogjescircuit, is algemeen geweten.
Zie foto’s bij de meest zelfzekere kookstoefers.
Dat ik zowat het surplus ben wat de maatschappij voortbracht op abuis nutritief vlak, is ook geen geheim.
Zie foto’s bij een zelfzekere kookmislukkeling (zie zes regels onder).

Al wil ik hier een lans breken voor mijn laatst geslaagde eetbare project : de quiche!
Gestuwd door dat succes ambiëerde ik meer en grootser en zoeter! Kortom, een dessert dat lukte. Het oogmerk gericht op ooitse volledige zelfredzaamheid, poogde ik in mijn eerste bescheiden stapje naar algemene erkenning als patissier iets tot een goed einde te brengen uit een kant en klaar pakje. Er moest niks meer bij. Niks! Gewoon in een vorm gieten en de oven in. Hoe moeilijk kan dat zijn? Schijt de koning dagelijks?

Helaas. Tot een einde ja. Maar een roemloos. En een stinkend. Misschien dat de koning wel eens last heeft van constipatie?

En toen moesten wij nog een schoof bloggers ontvangen, maar niet uit eigen voorraadkast… oef.

Omdat het leven een vicieuze cirkel is en het mijne doorgaans wel heel lollig, kan ik het nu even niet zo gevarieerd noemen. Want raad eens… de tijd leert mij dat ik (voor mijn betere helft thuiskomt van een hele dag hard werken) toch de indruk moet wekken dat ik iets van van de visuele resten van de bloggerssamenscholing moet wegwerken en ergens iets te bikken moet zoeken. We kunnen ons niet blijven in leven houden met het aflikken van de borden en de grond.

Opruimen en eten weerom. Life is a bitch. Vandaag.

En morgen is er vervolg : een echt verslag van de blogsamenkomst.

VoorAndere proefjes reeds bij :
Margo
Micheleeuw
Marjelle
Eilish
Joke
Stef
Gudrun en nog een keer Gudrun
Pharailde

Toestanden en stand op nul, vrees ik

    Zoonzap, cool en 16, komt vanmorgen grijnzend de ontbijttafel vervolledigen :
“Ai, mama, zie ik hier ineens in mijn rugzak het examen van vrijdag -informatica- zitten. Ik ben dat precies vergeten af te geven.”

“Ja lapzwanszoon, ik ben blij dat jij er nog mee kan lachen, want dat wordt nul.”

Ik wachtte gelaten tot het joch op zijn fiets in de gietende regen (net goed!) afdroop en trok toen krijsend mijn haar uit.
En vervloekte vervolgens in 100 talen mijn ex-man en zijn genen. Ook al is dat een enerverende pietlut en ben ik de vergeetachtige chaoot van ons twee.

Verkeersonderricht voor leesblinden

    Naar aanleiding van de gemeenteraadverkiezingen, propte de VLD een mooi boekje in onze bus.
Die blauwe rakkers zijn al sinds mensenheugenis (van deze mens zijn heug dan toch) aan zet in ons dorp. Ik kleur hun bolleke nooit rood, maar erg rouwig ben ik er ook niet om, als ze weerom als winnaar uit de plaatselijke stembusgang komen. Want ergens swingt het wel in ons dorpje. Cultureel, financiëel en qua infrastructuur verzorgt die ploeg ons best. De folder rekent voor ons uit dat onze onroerende voorheffing en de aanvullende personenbelasting de laagste van de provincie zijn. Mooimooimooi.
Minder fraai, maar daar kan je moeilijk de VLD voor vingerwijzen, is de spoorlijn die onze gemeente doormidden hakt. Of we niet willen vergeten dat er zes jaar geleden een tunnel onder het spoor werd getrokken? Waardoor er meteen komaf werd gemaakt met het verkeersinfarct tijdens de spits.
Allemaal goed en wel, maar ik weet dat er nog vijf andere overwegen op ons gemeentelijk grondgebied liggen. Het pamflet maakt gewag van 270 treinen per dag en 6u30min gesloten slagbomen per dag.
Hoempf? Zes uur en half staan wij dus te wachten tot er een trein passeert. Richting werk, duik ik een fietstunnel in, maar als ik ga zwemmen, mag ik inderdaad minstens een van mijn twee passages onderbreken voor spoorverkeer. Altijd! Altijd!
Dat is bijlange nog niet erg, ik ben hier geboren, de berusting over dat dagelijks bareeltrappelen heeft zich ondertussen in de genen genesteld. Wat echter nooit went, zijn de stationair draaiende stinkbakken van de autorijdende tegendraadse medemens, ondanks alle waarschuwingsborden, die vindt dat zijn smoorwolk de moeite is om met je fiets in te mogen ademen.

Een van de dagen doe ik het.
Als ik durf.
Dan steek ik in mijn fietszak een gelamineerd bordkarton.
Om tegen hun voorruit te plakken:

“Wat is het deel dat je niet snapt aan ‘motor uitzetten’, Oetlul?”

Gelukkig ben je gewoon een zeur met dezelfde sokken

   Puberzap, die ondertussen al volwassenzap heet (of: ik denk toch dat ik al hypermatuur ben met mijn 18 jaar), sukkelt af en toe hardop en tegen iedereen die het wel of niet wil horen, nog stevig met haar rug.

Misschien sleurt ze op een foutieve manier aan de hoogbejaarden die ze tijdens haar stages in allerlei standjes mag plaatsen.
Of de pijn is nog een overblijfsel van een eerder voorval met een geparkeerde auto, vervolgens een paal en een voormalige vrijer die iets op de grond ging zoeken tijdens het rijden en zij op de passagierplaats.
Of het is gewoon een kleinzerig zaagkind, dat kan ook.

Feit is, dat mijn tere moederoortjes dat gekreun en gesteun zo zat waren, dat ze nogmaals een afspraak maakten bij een specialist, eentje die inwendige rugfotografie kan interpreteren.

(Voor u van verontwaardiging iedere ‘zapnimf’ van uw scherm weg typext: gij ongevoelige teef der onmoederigen, hoe durf je zo oppervlakkig praten over kwellingen als daar zijn rugletsels bij uw eigen broedsel nog wel!? Laat mij u inlichten dat ze vlak na het ongeluk al binnenstebuiten is gekeerd door een resem rugkundigen en hun röntgenstralen, die haar daarop prompt gezond verklaarden.)

Terwijl ik achterbleef in de wachtkamer, kreeg mijn dochter achter de schermen allerlei kledij advies over wat wel en wat niet onder zo’n scanner mag. Ik weet dat toevallig omdat puberzap met haar trui nog over haar schouder en haar schoenen in haar hand het kleedhok kwam uitgeschuifeld:
“Ja zeg mama, mijn ondergoed en mijn sokken mocht ik aanhouden. Oeioeioei, dacht ik, als ik nu maar geen twee verschillende kousen aanheb! Gelukkig was dat niet het geval.”

Waarna ze haar voeten op een overliggende stoel legt om haar schoenen aan te trekken en ik in allebei een gat zo groot als dat van de ozonlaag in de jaren ’80 opmerk.
“Nee, gelukkig had je wel eenzelfde paar sokken aan, kind!”

Oja en ben je gewoon een zeur. Eentje zonder zichtbare pijntjes op foto.