Toe maar, wat een schitterend idee

  

zapnimf1kleinlichtroze-op-donkerroze.jpg    Zaterdagmorgen, jaja, uitgerekend déze morgen, ontwaakte ik.
Kenners zouden die tijdsomvatting eerder tegen de middag situeren, maar iedereen met een iq dat meer dan twee cijfers bedraagt, weet dat die zogenaamde deskundigen kniesoren zijn.
Dus…
Ik ontwaakte niet alleen, maar bovendien had de diepe nachtrust me toebedeeld met een extraatje : een spitant idee!
Wat zeg ik? Een idee waarvan je tepels craqueleren, je littekens verpulveren en je armhaar uitvalt.
Zo’n idee.
De entourage, door vrienden ook wel eens ‘zij die mijn zelfgekookt voedsel tolereren zonder braakneigingen’ genoemd, stond stijf van bewondering voor die genialiteit die me als een ontvlambaar purper aura omsluierde.
Tot iemand de blacklight uitknipte.
“Mama”, zo kirden ze, fladderend met alles wat beweeglijk was aan hun adorerende lijfjes, “mama, laat ons niet langer in onwetendheid. Deel je ongetwijfeld supercoole bevinding met ons! En vooral… is die gave erfelijk?”
Omdat de ochtend zich niet leende tot wachten, immers ei zo na was hij gepasseerd, declareerde ik statig : “Kindjes… vandaag gaat jullie moederkijnlief haar dag vervullen in totale ontspanning, en die plechtigheid vangt aan in de tuin. Na het afsteken van de neuskeutels met fruitsmurrie op het aanrecht mogen jullie mij zelfs vervoegen.”

De cachexie kon een beetje actine opslorpen, waarbij het prompt verzonk in doezelingen die uitmondden in het bevochtigen van de krant. (Drukletters in spiegelschrift op een kin geeft enig cachet.)

Dit ware allemaal ten zeerste amusant geweest, als ik me tijdens het bijkomen niet voelde als Gulliver. Ik zat warempel gevangen onder iets dat nog het meest geleek op een multiculturele termietenhoop. Alles wat zes of acht poten bezat, had mijn afwezigheid in de wakkere wereld benut om zich te groeperen op mijn uitgeruste lijf.
Nadat ik een libelle uit mijn oor had geplukt hoorde ik die gezaghebbende siamese tweelingmier tegen een trio muggen : “Voluptueus, zacht en glooiend… we hebben het eindelijk gevonden : het paradijs!”
Een spinnentoren analoog naar het ‘Castells bouwen’ in Balls donderde denderend op mijn dijen, daarbij scanderende : “Het Eldorado! Het Walhalla! De hof van Eden, joepie!” (en die achterlijke die op de derde rij had gestaan : “Dag Allemaal!, Story!, Blik!”)
Eén etherisch verantwoorde billenkletser volstond om een accurate plattegrond te verkrijgen van zo’n bouwsel.
“Ha… ziehier de kortste weg naar jullie hiernamaals!”
Deze hof van (‘beter verm)eden’ gilde wat op hondenfluittoon, imiteerde een dolle koe met bokkensprongen en rolde zichzelf als een spijtoptant van een zelfverbranding richting huiswaarts.
De zoon en dochters, nog met het plamuurmes in hun handen en een neus die scherp staat op tumult, kwamen aangehold en keken met redelijk wat ongeloof naar iets waarin ze dachten mij, hun onderbeïnsecte en -gespinachtigde mammie, te herkennen.
Nooit verlegen om nog meer ideeën mochten ze in ruil voor een lolly het lijkentapijt van me afschrapen.

’t Is vanaf dan dat ik me voorgenomen heb van een weekje ideeënloos te blijven.

  

Eén reactie to “Toe maar, wat een schitterend idee”

  1. Aardvarksken Says:

    Dat met die cachexie moet ik even opzoeken, maar wat een mooie manier om te zeggen “ik zen in ’t slaap gevalle oep de gazon”…


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: