Pimp up your kak : shit happens

Zo kon ik in het ochtendglorie van gisteren nog net dit riedeltje poëzie ontwijken.

Schijt gebeurt, maar je kan het altijd verbloemen.

Een lijstje voor de sint tegen de hongerstaking

   De kinderen vinden het brood niet lekker.

Dat is niks om achterover van te vallen want de kinderen vinden onze charcuterie minimaal, onze douchefaciliteiten marginaal (ok, hij is voorlopig even verstopt), onze open haard te artisanaal en de hele inboedel hier banaal. En één tv en één kinderpc is te weinig. Oja, onze kapsels markeren ze als onhip.

Wat ik denk over hun bilspleten, het niet willen dragen van fluovestjes, rapportpunten, bijna ontsnappende borsten, taalgebruik en snobisme, dat is voer voor latere blogposts.
Met heimwee in het hart lees ik de weblogs van kersverse moeders. Zoon is daar nog god, dochter wil haar moeder worden als ze groot is. Wie ben ik om deze illusies naar de vuilnismand te trappen? Het is vol ongeduld wachten op wetenschappers die de hormonen van de puberteit kunnen isoleren en ze opslaan voor latere generaties om er eens flink mee te lachen. Of er wilde dieren mee bangmaken.

Welnu, over dat brood kan ik de gegroepeerde zaps niet helemaal ongelijk geven. Het komt in bulk uit de supermarkt en wordt bij thuiskomst in de diepvriezer gepleurd. Niet echt haute cuisine. Wel koele. En grappige als er iets zwaar met buitensporige vorm heeft op gelegen, herken de boterham!

Zoals het lot wel eens meer last van speling heeft, brengt een collega een reclameblad van Aveve mee met daarin honderden verschillende meelprodukten om zelf uw brood te bakken. Tegelijkertijd merkt bompa op dat er volgende woensdag broodbakmachines te koop aangeboden worden bij Aldi en ben ik die flepse prooi die daar natuurlijk niet aan kan weerstaan. Met nog twee zakken geprepareerde bloem voor grof en wit brood er achteraan sleurend.

Bij experiment één snijdt zapnimf in haar vinger. Een wit broodje creëren is één ding, er sneden uitkrijgen iets anders…
Bij poging twee (het grote brood van 1000 gr) vrees ik voor het glas in het deksel onder de druk. De pot is te klein, hoewel er een pijltje en een stand 1000 gr op dat ding is aangeduid.
Streven nummer drie komt niet eens van de grond. Het uitstellen van de tijd tot de ochtendglorie heeft zijn start gemist. Ik weet nog steeds niet wat er mis loopt.

Maar jongens toch. Zo mals. Zo smeuiig. Zo smaakpapilverwennend.  Laat komen die tips voor zaadjesbrood, fruitjesbrood en kruidjesbrood, in dikke schijven.

De koters daarentegen zeuren de vlooien van de katten.
Grote puberzap wil er niet van eten : Ge denkt toch niet dat ik zo’n dikke plak in mijn brooddoos ga proppen? Daar kan je niks op smeren, niet plooien en dat is alleen maar broodsmaak want de rest proef je niet.
Ook de andere zaps morren. Een boterham behoort dun te zijn en mijn motoriek heeft dat nog niet door.

Vraag lekker  een snijmachien aan  sinterklaas, jullie ondankbaar gebroed.

Djeezes, een stokske. Wat ben ik blij! Mijn prachtig wijflijf.

   Een cadeautje van Mme Arabelle : een ingepakt stokje.
Of ik iets over een body en mij kan schrijven.
Dat kan heel kort : mijn torso staat niet met een body.

Maar omdat ik zelden nee durf zeggen zal ik ook aan dit engagement voldoen, hetzij gerecupereerd uit die vermaarde wijvenweek in maart 2008 : mijn prachtige wijflijf.

Mijn zachtgegolfd lichaam, beste mensen, heeft mij en anderen al veel plezier bezorgd. Het is een bron van pret, vermaak en vrolijkheid. Om het allemaal wat overzichtelijk te laten overkomen, verdeel ik mijzelf in drie stukken :

De kop.
Al ben ik de puberteit al enkele decennia voorbij, zo heel af en toe blijft de natuur mij goed gezind en voel ik ergens onder mijn teer vel het begin van iets leuks groeien. Urenlang kan ik hem liefkozen en strelen tot hij zijn gele toppunt bereikt heeft, die vette, rijpe puist. Als het dan zover is, houden hij en ik het volgende ritueeltje :
– vreugdedansje gepaard met improvisatiezang waarin de woorden ‘pietsen’, ‘puist’, ‘pletshhh’ dominant aanwezig zijn.
– het richten van volgspot om het proces optisch optimaal te kunnen volgen.
– het opwarmen van de vingers met een vingerversje :
‘Naar bed, naar bed,’ zei Duimelot.
‘Zijt gij zot?’, vroeg Likkepot.
‘Eerst nog knijpen,’ zei Lange Jaap.
‘In zapnimfs neus,’ zei Ringeling
‘Tot het pletsht,’ zei ‘t Kleine Ding.
– de aftasting door middel van een precieze vingerzetting, het verhogen van de druk, observatie van een bijna barstende boebel en ‘plop’ een messenpuntje smurrie zien vliegen tot de spiegel het stopt.
– “Auwauwauw” roepen, glimlachen en triomfantelijk kijken.

De romp.
Na een optreden van Monza, stond Stijn Meuris nog gezellig twee meter achter ons aan de toog een drankje te nuttigen.
Iemand : “Moet je geen handtekening gaan vragen? Op je buik ofzo?”
Ik : “Jaahaaa! Hoor je me al afkomen? Stijn Stijn, mag ik je kribbel? Op mijn buik? Gemakkelijk, de lijntjes staan er al… verticaal.”
Vier zwangerschappen voltooid, wat zou ik voor slechts over die romp te lullen hebben?

De onderkant.
Waarlijk, ik heb mooie voeten. Geen tenen die zich individueel uit de neerwaartse rij hebben gegroeid, geen tip die krommend een andere beklimt, geen likdoorns, vreemde kleurschakeringen of wratten.
Dat ze zowel in de breedte als in de lengte kunnen concurreren met die van een dokwerker van twee meter hoog, doet niets aan hun schoonheid af.
De keuze van mijn avatar viel dus op een bovenaanzicht van mijn voeten. Daarvoor werd een fototoestel opgetrommeld en zijn eigenaar. Moose drukte tientallen prentjes van mijn onderstel af. Het ene al wat experimenteler dan het ander.
– “Jamaar… wat is dat toch op al die foto’s? Zat er iets op je lens? Overal is dat beeld vertroebeld op mijn tenen.”
– “Lief lief, dat is gewoon het toefke haar dat erop staat…”

Waarlijk, ik kan ook heel schoon kalligrafieën… zie mijn gravatar.

En of ik hem kneep. Ribben breken is niet mijn specialiteit.

   Uw zapnimf heeft geen gestel dat zich leent tot altruïsme.
Zuchtig ja, als er weer wat gered of geholpen moet worden, maar onbaatzuchtig?

Evenwel, bij een van mijn uitstapjes naar een oord van plezier, de Action, zat gisteren op een bankje op het plein voor de winkel een mevrouw.
Een mevrouw met een lege omgevallen rieten tas. Haar grijze hoofd, het haar erop althans, werd vastgehouden door haar twee handpalmen. Ze leunde voorover en ik zag slechts haar kruin met daarachter een voorovergeboven lijf.

Dan nu voor echt : wat denkt u dan?

Ik zal u meedelen wat ik dacht : “Toeme, dat menske doet hier terplekke een attack, hersens of hart, maar iets beroert/ds alleszins.”
Behalve enkele belegen taarten die, geleund tegen hun fietszakken, hun hele leven vertelden tegen elkaar (Jaaa, onze Jos heeft het niet van de poes (sic). Een ingegroeide teennagel uhu, en eerst wou ‘m daar nog nikske aan doen hè? Snapt gij dat nu? Maar ik zei ‘m, als ge nu niet…), zag ik in mijn verkenners 360° niemand die meer medische honneurs zou kunnen waarnemen als ikzelf. Om de simpele reden dat er niemand anders rondliep, de twee viswijven buiten beschouwing gelaten.
Een ambulance bellen zou me toch lukken, dacht ik zo. Mijn kennis van CPR dateert alweer van twintig jaar geleden. En dat was een pop, daar kan je geen ribben van breken!

Stap 1 : Ertegen praten en knijpen als ze niet antwoorden. Adem controleren.
“Mevrouw! Mevrouw! Gaat het met u? Voelt u zich goed?” deed ik een echte na.

Het besje keek verwonderd op.
“Of alles in orde is met u?”
De verwondering maakte plaats voor verontwaardiging : Of de madam zich alstemblieft met haar eigen zaken wilde bemoeien?

Tot daar de edelmoedigheid.
Zou ik er alsnog in knijpen?

Uit de blogroll : niet zo slimme bloggers met geheugenverlies en vorte kiekens

   Zei ik voorheen iets zinnigs over zennigheid?

Nuja, de relax was alras gaan vliegen, nadat we doorkregen dat ik wat te lang bij dit scherm was blijven kleven, er nog een inpakpapier moest gevonden worden, een verjaardagskaart vergaard, het cadeau voor vijf volle minuten onvindbaar bleek, nog iemand raprap een grote boodschap kwijt moest en we aan de hoek van de straat terugkeerden voor de zonnebril op tafel.
Beetje verhaal van al mijn afspraken. En dan maar sms’en : sorry, kwartier vertraging (die dekselse Antwerpse ring toch!).

Elke (de voormalige bloggerin van vrolijkheid) loodste ons van de Park en Ride onder die brug in Gentbrugge naar hartje stad. Zij deed dat concies :”altijd rechtdoor en hierin”. Het parkeergat van zap incasseerde nog wat uitlacherij van de dames, maar weet dat dat geheel lag aan al die afleiding op mijn achterbank : de giechelpoedels Elke en Margo die door zappelmoose zo vriendelijk van hun auto in de onze overgeheveld waren.

Gent zag eruit als geplukt uit een toeristengids : warm, vol en zinderend. Er kwam wat creativiteit van onzentwege aan te pas om een terrastafeltje te veroveren, maar eens die strijd gestreden was, bleven we daar vocht consumeren en over drie provinciegrenzende verstaanbare tonggymnastiek beoefenen. Meer beweegbare lichaamsverplaatsing zouden we voor een volgende keer houden. Cultuur past ook als het regent.
Er voegde zich nog een Sven bij het gezelschap en euh… toen herhaalden we bovenstaande op een andere locatie.

Al die nazomerimpulsen vertroebelden het plenaire geheugen : was het 19u of half acht dat we zouden verjaardagvieren? Met eten of zonder? Gelukkig had één bijdepinkje het feestadres thuis nog op de achterkant van een rekening geklad. (Wijs onbescheiden naar mezelf!). We plaatsten onzelf in de net uitgevonden blogrolls : bloggers met geheugenverlies, niet zo slimme bloggers, vorte kiekens, zatte nonkels, bloggers die denken dat ze grappig zijn en bloggers die bescheidenheid hoog in het vaandel dragen.

Het werd kwart over 7 en daar botsten we pardoes op het feestvarken en haar wederhelft op een zebrapad (wij te voet, zij per auto) en het verrassingsfeestje was niet eens begonnen.
zij : “Eeey, wat doen jullie hier?”
wij : “Euh… wij hebben hier samen afgesproken.” Wijds armgebaar dat de hele bende moest omvatten.
zij : “Mijn man neemt mij mee uit eten.”
wij : “Wij weten het eigenlijk nog niet of wij nog zullen eten.”
Iedereen : “Doei doei!”

Om te bewijzen dat de benenwagen in Gent even snel gaat als de Volkswagen, kwamen we samen aan de poort van het begeerde adres aan.
Als iemand nog dacht dat volgende scènes enkel draaien in b-films… wij ontkennen dat cliché met klem.
(Spannend muziekje)
De ingang komt in beeld.
Het groepje sympathieke bloggers uit de roll : bloggende sympa’s, klepperen over de kasseien naar het adres.
Plots hoort de eerste een auto ronken in het zijstraatje vlak voor de poort en herkent de bumper en motorkap van V en E…
Overleg van éénderde seconde : wel of niet hier gezien worden? Weet niet weet niet weet niet.
Vlug mekaar duwen vanwaar we vandaan komen, achter het hoekje.
Met rug tegen gekalkte muur staan uithijgen en lacherig doen om zoveel aanstellerij (bij :bloggers die zich graag aanstellen).

Het werd een hartelijk weerzien bij het aantreden van de zaal. Een beetje hetzelfde als op het zebrapad, maar dan nu met uitgestalde voorkennis. (Bloggers die zich een beetje belachelijk voelen)
D’r was sfeer, vier zich uit de naad oberende kinderen, een Witch, een hoop andere leuke mensen (gok ik dan, want veel heb ik er eigenlijk niet mee gepraat).
Voor wie zich nog afvroeg of er eten aanwezig was…
Een Hollandse mevrouw begon aan het eind van de avond tegen haar volle maag te kwebbelen : “Jaaa, zo meteen gaan we een beetje wandelen, nog effe volhouden…”
Mij hebben ze buiten mogen rollen. Ik heb daar de lekkerste taart ooit gegeten. Artisanaal door een bakker in elkaar geflanst : kaastaart, rabarbertaart, iets met citroentaart, chocoladetaart, en ik ben ze reeds vergeten taart. (Iemand van Gent, noteer de naam van die bakker eens bij de reacties.) (Iedereen uit Gent die ooit naar hier komt : vergeet de bloemen, ik wil zo’n taart van daar.)

Elke stapte in de loop van de avond bij Sven in de auto en dat duo liet ons achter. Wij vonden dat pas erg toen wij de weg terug naar de brug moesten vinden.
Hoe moeilijk kan dat zijn : ‘altijd rechtdoor en dan hierin’, maar dan omgekeerd? Toch toch… ergens ergens moeten we een straatje aan een rondpunt gemist hebben dat ook op rechtdoor geleek. Het duurde eventjes voor we de herkenningspunten misten. Ja zeg, deze rechtdoor en daarna dan terug een beetje naar rechts? Of niet? Er doemde havengebied op. Enkelrichtingsstraten die onze intuïtie niet wilden volgen. (Bloggers die denken dat ze het zelf weer beter weten)
De gps werd onder het stof gehaald en getikt naar Gentbrugge, brug… Brugstraat! Jaaah! Op slechts vier en halve kilometer en heel erg straat, maar de brug was er niet te vinden. Met drie in een auto is dat best lollig, maar ooit moet je toch eens thuisgeraken natuurlijk. De volgend poging uit het arsenaal te kiezen bestemmingen in Gentbrugge werd dan maar E17. Hoe hij het presteerde, die getrouwe gps van ons, het blijft een raadsel, maar het was NIET de gewenste oprit. Achja, vanaf de snelweg wist het triumviraat margozappelmoose wél waar de afslag Gentbrugge zich bevond. Daar staat tenminste een bord met een pijl.

Slechts een dik half uur te laat zat iedereen in zijn eigen kar op weg naar huis de dag te overpeinzen.
(Bloggers met stoornissen)

Meehumwiebelnummer tot zen en gzent

  Omdat iedereen zich zo relaxed zou mogen voelen als ik op dit moment.
Gevuld met zon en ontbijt en krietsiekratsieploep enzo.
Klaar om Gent op zijn best te gaan verkennen en zijn terrassen met tof en leutig volk.
Om daarna iemand te doen gaan verschieten die ons niet verwacht.

Daarom en ook een beetje omdat het een van mijn favoriete nummers is op mijn file cd.*
En eigenlijk ook omdat er geen tijd is om zo’n ellenlang vertelsel te gaan typen…
Daarom dus :
(Voor wie goed kijkt, zie je die mens ergens in het filmke murmelen : “Zapnimf, goeie reis voor jou en de jouwen. Vergeet niet af te slaan aan Gentbrugge.”)

*File cd : Schijf met alleen maar meehumwiebelnummers op om je vooral niet te ergeren, in te steken bij ondoordringbare files.

Hoe de frisse freule de zwaartekracht versloeg

   Als een enig beschaafd specimen in deze marginale maatschappij, wandelde ik statig traag door de laan tussen twee heggen naar de parking. Schouders achteruit, beheerste tred en in mijn meest deftige verschijningsvorm kuierde ik achteloos tussen gehaasten, rokers, rolstoelgebruikers, keukenpersoneel, bezoekers en ander grut dat zijn aanwezigheid in een ziekenhuis kan verantwoorden.

Shit, daar zakte mijn onderbroek met uitgelubberde elastiek bij iedere stap met een schokje naar beneden. Te laag op de rug, half over de bilpartij, richting aarde…
Schijnbaar doelloos, draaide ik een keer om mijn as om eventuele spotters visueel te onderscheppen. Ik zweer het je, duizend man op die wandelboulevard en allemaal keken ze naar mij.
’t Was hand achteraan in de broek en trekken of struikelen over mijn eigen onderbroek en ik dacht : “Foert!”

Maar ik deed dat wel discreet, dat spreekt voor zich.