Bij the A-team vlogen de busjes ook altijd (en bleven intact)

   “Uw vrijer rijdt nogal vlotjes onze oprit achteruit af, vind ik.”
“Jamaar mama, A. kan heel goed rijden, wees maar gerust.”

(Wees maar gerust? We hebben het hier wel over dezelfde kerel die de voorbije winter over sneeuw en ijs een beek in schoof, die bij het eerste slecht weer startkabels nodig had, zichzelf vastreed in een bergje modder, die we al van ver -vroem vroem- horen aanmotoren en dus roekeloos zigzagt tussen de bomen van onze oprit.
Maar dat zijn allemaal externe factoren uiteraard. “En daarbij, moeder, gij zijt toch ook van de weg gegleden, een dik jaar geleden?” ’t Is waar, een in de buurt wonende dwerg met een hernia is toen achter mijn stuur gekropen deed allerlei schrikbarende dingen met mijn gaspedaal en het stuur, in die mate dat ik vreesde nog een auto uit één stuk terug te krijgen. Maar het is hem gelukt, terwijl ik nog op mijn knieën ‘danku danku’ gorgelde, kroop hij terug voor zijn haardvuur van zijn kabouterhuisje, iets uitkramende dat klonk als : “Ik zou rijk zijn als ik voor iedere wagen die ik hier deze week gered heb een euro zou krijgen!” En weg was hij.
Maar we dwalen af.)

Dit gesprekje vond plaats om zes uur ’s morgens in een bewasemde auto op weg naar haar stageplaats. Puberzap had ‘de vroege’.
De F*cking Lijn vindt dat er naar een uithoek van het land de eerste bus best kan wachten tot zeven uur. Tof tof en ‘een late’ is ook kindje ophalen, want als je in de linkse bult van de drie ten noorden van Antwerpen werkt of woont, mag je hopen dat je na half negen ’s avonds niet meer op enig busvervoer moet rekenen, wat dat wordt dan kinkloppen.
Maar alla, ’s middags zou haar vriendje haar komen afhalen aan het bejaardentehuis waar de dochter al enkele dagen de geriatrie en dan specifiek de dementerende poel van de 80-plussers onveilig maakt en ook wel schoon, zo tijdens een vroege dus.

Terwijl uw sportieve blogschrijfster diezelfde woensdagmiddag van haar werk de kilometers naar huis maalde en daarbij zeer moedeloos bijkans van haar fiets doodgemotregend werd, zoefde er een tweedehands beemer voorbij met daarin op de passagierszetel een vrolijk joelende dochter. Droge luxe is voor dat verwend nest een vanzelfsprekendheid. Dat verwerf je als je een fils à papa aan de haak slaat.

Nog een beetje later volgde er een sms : ‘Ik blijf bij A. eten.’

Terwijl de overige jeugdige inwoners van deze residentie ruzie maakten over de verdeling van de onverwacht vrijgekomen vissticks, ging onze telefoon over. Puberzap aan de andere kant van de lijn maakte kortaf gewag van een auto-ongeluk en rugpijn en naar de spoed. Ik bleef een beetje verweesd in de hoorn staren, maar dat hielp geen fluit om er extra informatie uit te persen. Dus puzzelde ik maar een eigenbereid verhaaltje bij elkaar :
spoed – auto zal niet kapot zijn
ze klonk nog behoorlijk levend – zo erg zal het allemaal niet zijn
kortaf – zij zijn in fout (en ik slecht gezind, slechts aan het begin van het etmaal spraken we de beginzinnen uit)

In de loop van de avond ondernamen we volgende communicatiepogingen :
De krulzuszap stuurde een sms, maar er kwam niks terug.
Ik belde, maar kreeg meteen voicemail.
Ik belde nog eens, een uur later, maar de act bleef dezelfde.
Ik belde later nog eens.
En nog eens.
Toen werd ik toch een klein beetje ongerust.
De klok wees half tien aan.
Ergens op een verkreukt kantje van een envelop in ons adresboek, vond ik het telefoonnummer van A. thuis.

Papa A. (Een inwijkeling uit Nederland) :
“Nou nou, hoe is het toch mogelijk, volgens mij heeft ie een black-out gekregen, want anders kan je daar niet op een geparkeerde auto knallen.” (geparkeerde auto?!)
“Sja, en die wagen is nu helemaal versjteerd, tjonge tjonge, waar zat die knul zijn verstand?” (naar de knoppen?)
“Volgens mij mankeren die luitjes niks, ach, beetje rug gekneusd, maar mijn vrouw is er toch maar mee naar het ziekenhuis, ze zal puberzap bij jullie afkieperen op de terugweg. Het duurt alleen allemaal een beetje lang.”
“Zegt die mevrouw van de geplooide auto : ‘Een minuut geleden zat ik er nog met drie kinderen in!’ Het belangrijkste is dat er niemand gewond is. Dat wordt dan een geval voor de verzekering, die zal nu wel stijgen.” (ja stijg! stijg!)

Een half uur voor middernacht schuifelde er een puberzap binnen. Schoonmama had de verkeersdrempels met wat overmoed overstegen. De scan sloot botschade uit, maar de spieren en pezen resoneerden als een stukgesprongen harp.

“Hoe is dat nu kunnen gebeuren?” hield ik mijn vraagtekens niet langer binnen.
“Er viel wat op de grond en A. wilde dat oprapen en de auto week af van zijn lijn. Ik riep nog ‘pas op’, waardoor hij aan het stuur snokte, maar we raakten de auto nog langs achter. Die schoot vervolgens vijf meter vooruit en wij vlogen over/tegen een paaltje aan de andere kant van de straat (nu stel ik mij een fragment van the A-team voor, die vlogen ook altijd met hun buske. nvdr.) en met een bonk kwamen we terug op het wegdek neer. We stapten uit en die mevrouw van het geraakte voertuig kwam aangelopen en was heel vriendelijk en ik maar wenen en sorry sorry sorry zeggen. (In dat huilgedeelte, kan ik mij helemaal inleven, zou mij ook overkomen, maar ik rijd niet op paaltjes en obstakels op vier wielen langs de kant van de weg. nvdr.)

“En dan die trut op de eerste hulp. Die heeft maar één dag voorgeschreven, terwijl ze gemeen lachend zei : ‘Morgen gaat het nog drie keer zoveel meer pijn doen.'” “Die had alleen maar aandacht voor A., omdat die zijn rug al eens gebroken heeft. Maar ik heb veel meer zeer!”

Met het doosje pijnstillers en de week rust van de huisdokter, gaat dit grote voorval krimpen tot een blaadje in het virtuele dagboek.
Maar laat ons wel met z’n allen bidden dat het vriendje binnenkort niet achterwaarts met een Porsche ofzo van de oprit schiet. In dat geval verplaats ik eigenhandig een boom naar het midden.

Advertenties

22 Reacties to “Bij the A-team vlogen de busjes ook altijd (en bleven intact)”

  1. Marjelle Says:

    Gelukkig heeft puberzap geen botschade, maar andere dingen kunnen ook gemeen pijn doen, los van de schrik. Sterkte i.i.g.!

  2. Mme Zsazsa Says:

    Oh neen, bestaat er zo iets als stages met vroeges.
    Slik.
    Hier rijden ook geen bussen.

  3. veerle Says:

    Wij wonen een heel pak ten zuiden van Antwerpen, maar bussen op die tijdstippen kennen ze hier ook niet, hoor.

    • zapnimf Says:

      O hemeltje, het is een verstrekkend fenomeen dus?
      In de tijd dat wij uitgingen in Antwerpen, vertrok de eerste bus toch rond vijf uur? Wat is er sindsdien gebeurd? (Behalve dan dat ze voor een scheet en een steen staken?)

  4. Christel Says:

    Wij wonen wat meer in “de beschaving” – kunnen kiezen uit bussen en trams à volonté maar toch neem ik iedere dag de fiets!!!

    Goed dat dochter er nog met zo weinig schade is vanaf gekomen! Maar wel oerdom (fils à papa) om iets op de grond op te rapen, dat kan ook wel las je stilstaat.

  5. HansDeZwans Says:

    Amai, de volgende keer als puberzap je vertelt dat ze met A. zal meerijden, zul jij al klaar staan om haar op te halen, niet?

  6. ariadnesdraad Says:

    Tja, die van the A-team hadden stuntmannen. Puberzap ook. Maar jammer genoeg niet om brokken te voorkomen! Hopelijk gaat het al wat beter …

  7. micheleeuw Says:

    Dat is leerschool die ze betalen. Alleen jammer dat ze die niet zelf moeten betalen, in geval van A., en dat puberzapje het kind van de rekening is. Gelukkig niet zo erg. Oef !

  8. Leen* Says:

    Amai, en gij blijft zo kalm!
    Ons moeder is ooit eens half bleitend het ziekenhuis binnengevallen omdat ik tegen de grond was gegaan door aan te hangen aan het (ex) lief zijn brommerke. Dat krijgt ge dan ook weer hé, als ze fietsen! 😉

    • zapnimf Says:

      Ja, als zij aan de telefoon zegt dat ze nog redelijk aaneenhangend leeft, dan geloof ik haar maar hè? Onkalm zijn kost zoveel energie.

      Ik noteer : geen brommers toelaten.
      Dat is dus exact wat ik altijd denk als ik er eentje aan zie hangen : Stop! Straks ga je tegen de korst!

  9. Margogogo Says:

    Is’t niet goed voor lijf en leden, ’t is dan toch goed voor een blogstuksken

  10. zeezicht Says:

    Wacht maar af: als ze dertig zijn, beginnen ze terug te fietsen!

  11. Poets wederom poets « appelmoose Says:

    […] geëmmer en gemier, gemus en geneuzel. Een autoportier klapt dicht en een auto rijdt de oprit af (toen had hij er nog een). Onze oudste dochter trappelt weer naar […]

  12. Gelukkig ben je gewoon een zeur met dezelfde sokken « De weergaloze fratsen van ene zapnimf Says:

    […] ze tijdens haar stages in allerlei standjes mag plaatsen. Of de pijn is nog een overblijfsel van een eerder voorval met een geparkeerde auto, vervolgens een paal en een voormalige vrijer die iets op de grond ging zoeken tijdens het rijden […]


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s